Op deze blog schrijf ik allerlei stukjes uit mijn jeugd, gezin en andere zaken die mij op dat moment bezig hielden.
Op mijn tweede blog heb ik mijn creativiteit los gelaten. Was het eerst borduren en breien, nu is het alleen nog maar haken wat me heerlijk van de straat houdt.
Avalon`s creablog: http://avalon022.blogspot.com/

Vanaf 2005 hou ik een digidagboek bij. Ik heb hierin over vanalles geschreven. Soms schrijf ik drie stukjes in een week en soms duurt het maanden voordat ik weer inspiratie krijg om iets op te schrijven. Dat kan dus vanalles zijn, heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Alle verhaaltjes staan sowieso in pdf formaat op mijn drive, maar ik heb besloten om zo langzamerhand alle verhaaltjes alsnog te publiceren op deze blog. Veel leesplezier.

Ps-1. al bladerend door de onderwerpen zie ik nu [1-8-2013] dat het een rommeltje is geworden met de lettertypes en grootte van letters. Hoe dat komt weet ik niet. Wel weet ik dat ik ze zo niet gepost heb. Dus het zal wel weer een onvoorziene truc van Google zijn.
Ps-2: de bovenstaande foto is door mij genomen in een goddelijk rustige omgeving in de buurt van Säffle [Midden Zweden] in juni 2012

dinsdag 26 februari 2013

Baba Jaga


Geschreven: Opperdoes, 2 maart 2006
Dagtekening: 1975-1984

Het is eigenlijk best lastig om met dit stukje te beginnen omdat er veel beginpunten te bedenken zijn, maar ik start toch maar bij de periode dat we net naar Bovenkarspel zijn verhuisd. Daar zit je dan als jonge moeder met in mijn geval twee kleine kinderen, ver van familie en zelfs ver van echtgenoot, want die werkt ook nog eens een kleine zestig kilometer verderop. In die tijd stond er een artikel in de krant over "Groene Weduwen" dat volstond met met klaagverhalen van vrouwen die aan de drank gingen, of erger, vanwege de verregaande eenzaamheid. Nou daar had ik het veel te druk voor en ook was ik er de persoon niet naar om maar bij de pakken neer te gaan zitten. Die klagers konden volgens mij maar twee dingen doen. Teruggaan naar Amsterdam, waar de meesten vandaan kwamen, of iets op poten te gaan zetten waardoor er wat leven in de brouwerij kwam. Dat laatste hebben wij gedaan. Natuurlijk leer je door de kinderen gauw je buren kennen en binnen de kortste keren hadden we een groepje die vrij nauw met elkaar omging. Na een tweede verhuizing in Bovenkarspel zelf, waarvan ik de finesses later nog wel eens uit zal leggen, kwam een groepje mensen op het idee om voor de kinderen een jeugdvereniging te gaan opzetten. In het dorp zelf was niets en helaas moet ik zeggen dat we door de toenmalige bevolking niet altijd even vriendelijk werden bejegend in deze plannen. Zij zagen "ons" buitenpoorters als een bedreiging voor hun samenleving en ik moet tot mijn schaamte bekennen dat dit niet altijd ten onrechte was. Ik heb zelf ook wel mensen meegemaakt met een houding van "Wij Amsterdammers zullen het die domme boeren hier wel eens even wat laten zien" en ik heb helaas één keer het excuus moeten gebruiken dat ik niet uit Amsterdam kwam, om mijn echt goede bedoelingen te onderbouwen. Gelukkig is het bij dat ene incident gebleven en is de samenwerking later uitstekend geworden.

Maar goed, dan heb je een plan en wat dan? Je bent zo onervaren als wat! Contact met de gemeente is dan één van de eerste handelingen, daar waren we al snel achter. Helaas speelden die op hun beurt de bal meteen weer terug met het antwoord: "Bewijs jezelf eerst maar eens voordat wij over de brug komen met subsidie of onderdak". Nou dat is dan leuk want daar kom je juist voor. We kregen één advies, het simpelste was om iets voor kinderen te gaan doen. Gek genoeg, zijn we gestart met het organiseren van koffieconcerten in de aula`s van scholen. Dat slaat nergens op, had niets met kinderen te maken, maar het is wel echt gebeurd. Toch begon er hierdoor blijkbaar enig besef te ontstaan, dat er iets moest gaan gebeuren. Het hele ambtelijke gedoe zal ik hier maar overslaan, want wat je ook wilt je past nooit in een bepaald vakje van de regels. Een groot probleem was dat wij een vereniging wilde voor het hele dorp en dat scheen op papier maar niet te lukken. De spoorlijn was letterlijk en figuurlijk een onoverkomelijke hindernis tussen het oude dorp en de nieuwbouw. Na een jaartje of wat te hebben doorgeploeterd in aula`s van scholen, was het toch zover dat de gemeente een onderkomen voor ons had gerealiseerd. Het gebouwtje, later trots "Princensluis" genoemd, stond op het grasveldje in de bocht van de Graaf Willemstraat bij de veilingweg. Een eigen honk dat uiteindelijk een echte vereniging nodig had met een echte naam en een echt bestuur. Dat had nogal wat vergaderen tot gevolg. De naam voor de vereniging zouden we met z`n allen wel gaan bedenken, doch in de volgende bijeenkomst kwam helaas niemand met een zinnig voorstel totdat Vok Bakker aan de beurt kwam. Zijn voorstel was kort en bondig tw. Jeugdvereniging Baba-Jaga en dat behoefde uiteraard wel enige uitleg. Leuk klonk het wel, maar wat betekende het? Niemand die het wist. Vok kwam daarna met een nogal warrig verhaal over een gelukkige prins en een huisje op pootjes in een russisch sprookje. Als het huisje ergens stond waar het het naar zijn zin had, bleef het daar rustig staan, maar vond hij het maar niets dan zocht het wandelend een plekje op waar hij het beter naar zijn zin had. Het klonk allemaal erg leuk en als dat huisje de naam Baba Jaga had kon dat aardig doorgaan voor ons nieuwe honk en onze jeugdvereniging. Unaniem werd voor deze naam gestemd en onze vereniging had een naam. Toen stond een officiele oprichting niets meer in de weg, en ik herinner me dat bij de oprichtingsvergadering op 28 juli 1977 o.a. aanwezig waren Vok Bakker, Wim van Herpt, Wim van den Heuvel, Marianne Riemens en ikzelf. De constructie van de club was eenvoudig. De gezinnen waren lid van de vereniging en de kinderen betaalden dan per keer een klein bedragje voor deelname aan een bepaalde club.

 Nu kon het echte werk gaan beginnen Besturen is noodzakelijk, maar veel leuker was het om met de kinderen aan de gang te gaan. Daar deden we het tenslotte voor. We hadden allerlei clubs bedacht. Wat ik me zo herinner hadden we fotografie voor kinderen, modelbouwen, kinderkoken en volksdansen. Dat volkdansen werd geleid door de helaas veel te vroeg overleden Bepke Hauser (Julsing) en tijdens die club hoorde ik voor het eerst het fenominale muzieknummer van Mike Oldfield tw. "In Dulce Jubilo". wat nog steeds een van mijn grote favorieten is. De grootste kindertrekker was echter de woensdagmiddagclub. Ik ben er best wel trots op dat ik in het groepje zat, die de aanzet heeft gegeven voor een club die heden ten dage nog steeds bestaat. Stel je voor. We hebben wel met honderd kinderen per middag gezeten. Er waren twee vaste onderwerpen tw. figuurzagen en handwerken en daarbij was er elke middag minstens een speciaal werkstukje van die dag. Ook waren er speciale seizoensactiviteiten. Ik herinner me echt de meest gekke dingen.



Kaarsen maken, door met de hele groep kinderen om twee potten kaarsvet rondjes te lopenen. Iedere keer als je langs een pot liep liet je het lont even in het vet zakken. Ook een topper was het uithollen van suikerbieten voor een St.Maarten lampion en het maken van een palmpaasstok [met broodhaantje], waarmee we later bij de bejaarde overburen langsgingen. Ook grotere evenementen hebben we georganiseerd. Sinterklaasfeesten, straattekenwedstrijden, filmmiddagen, vossejachten, kinderkienen [traditioneel in de kerstvakantie] en het onvergetelijke paaseierenzoeken in het Nassaupark. Stel je voor, Honderden gekleurde eieren verstoppen in een park waar nauwelijks planten te vinden zijn in het vroege voorjaar. En dan hopen dat alle hondenuitlaters hun honden zo opgevoed hebben dat ze de eieren laten liggen. 
Ik zie Karel nog staan met al die treesjes eieren op de bar. Geweldig!                                                                      

Toch was niet alles even leuk natuurlijk. Er moest hard worden gewerkt door ons als vrijwilligers. Bedenk maar eens hoe de zaal eruit zag na het uithollen van die suikerbieten; een grotere rotzooi kan je je bijna niet voorstellen. Maar de contacten die ik er aan over hebt gehouden zijn uniek en sommige mensen zie ik nog geregeld. Bij een ding gingen mijn stekeltjes wel eens rechtop staan. Dat was als ik het gevoel kreeg dat de kinderen naar de club werden gestuurd of nog erger dat ze domweg werden gedumpt zodat we fungeerden als goedkope kinderoppas. Gek he dat voelde je meteen en je kon het ook merken aan de kinderen, want die kwamen niet echt voor hun eigen plezier wat wel de bedoeling was. Dat kwam ook voor, maar gelukkig niet al te vaak.

Toen onze eigen kinderen wat groter werden heb ik uiteindelijk toch meer afstand genomen van de jeudgvereniging en het is totaal aan mij voorbij gegaan dat onze club tenslotte is opgegaan in het huidige buurthuiswerk wat onder de naam Buurthuis Princensluis tot op heden nog wat zeer florerende clubs uit onze tijd hebben aangehouden. Op 1 juli 1984 is de jeugdvereniging Baba Jaga officieel opgeheven en opgegaan in het buurthuiswerk van de stiching Princensluis.

Tenslotte wil ik nog één ding kwijt, wat ik eigenlijk altijd zoveel mogelijk voor me heb gehouden. Onze naam Baba-Jaga. Enkele jaren na de oprichting wilde ik het warrige verhaal van Vok Bakker wel eens natrekken en ben in de bibliotheek gaan nazoeken of ik iets over dat sprookje kon vinden. Nou dat lukte goed hoor. Het sprookje bestond, het huisje bestond en die prins ook. Alleen Vok was een ding vergeten uit dat sprookje en dat was een hele akelige heks. En laat die nou juist Baba Jaga heten!

Drie oranje koffertjes

Geschreven: Opperdoes, 11 mei 2006
Dagtekening: 1966-2006

He, he, nog een paar laatste dingen in een tas doen en ik kan weg. Dat is best een heerlijk gevoel, hoewel ik als de dood ben dat ik iets cruciaals zal vergeten. Stom hoor want alles wat ik nu meeneem is aan de andere kant van die waterplas ook te koop. Toch is het best wel grappig. Ik maak al sinds jaar en dag een lijstje. Een "meelijstje".

De lijstjes staan tegenwoordig standaard op mijn computer, en nog steeds vul ik aan of streep weg wat er op zo`n moment aan de orde is. Net als het leven zelf veranderen ze voortdurend. In het begin van mijn lijstjesperiode zal het er ongeveer hetzelfde hebben uitgezien als nu. Toen waren we ook met z`n tweeën, maar na Rob`s geboorte was het lijstje behoorlijk uitgebreid. Luiers en andere babyspullen zullen de boventoon hebben gevoerd, want zo`n kleine hummel bezorgt je een reuze bagage. Dat werd nog erger toen er een tweede en later een derde kind bijkwam natuurlijk en de lijst zal het langst geweest zijn toen ik met twee kleine kinderen en een baby ook nog de moed heb gehad om een vakantie te gaan houden. Niet met het openbaar vervoer hoor, want daarvoor moest er teveel mee. Gelukkig had ik een vader met een auto, want anders hadden we die vakantie`s wel kunnen schudden. Ik zie het al voor me met een babybadje in de trein. Nadat nummer drie uit de luiers was werd het geleidelijk aan wat minder. Hoewel, ik vergis me even. Het zal niet allemaal op mijn meelijstje hebben gestaan, maar er werd heel wat speelgoed meegesleept. Toch heeft zoals onze bekende voetballer al zei, ieder voordeel heeft zijn nadeel. Je hebt wel zes handen extra, maar daarvoor heb je dan wel een paar ogen meer nodig. Voor dat je het weet blijft er wat achter.

Mijn stelregel was altijd geweest zo compact mogelijk inpakken in zo weinig mogelijk tassen want die moet je allemaal maar in de gaten houden. Maar dan die kinderen. Ik moet het nog horen. Ik had eens drie oranje koffetjes op de kop getikt in aflopende maten. Dus ik had het mooi bedacht, dacht ik. De oudste de grootste koffer en de jongste de kleinste. Ze mochten zoveel speelgoed meenemen als in de koffers kon en verder was het over. Nu dik 25 jaar later weet Suzanne me nog steeds te vertellen dat ze zich toen best wel achtergesteld voelde omdat zij het kleinste koffertje had. Ook Ingrid hoor ik nog wel eens over die koffertjes, hoewel die er zich iets minder negatief over uitliet. Zou dat is de grootte van de koffertjes hebben gezeten? Met het groter worden van de kinderen zouden de lijstjes korter moeten worden. Niets is minder waar gebleken.

Traveling light is nooit mijn favoriet geweest, want ik wil zekerheid. Genoeg onderbroeken en genoeg kleding, ook als je per ongeluk eens een lading koffie over jezelf heen gooit of languit in de modder valt. Natuurlijk hangt het ook wel een beetje af in welk seizoen je weggaat, maar heel gek, in de zomer sleep je veel meer mee dan in de winter. Dat klopt natuurlijk ook wel want in de winter weet je gewoon dat het koud is, maar in de zomer moet je rekening houden met kou en warmte. Dus wat kleding betreft is dat zowat dubbelop. Verder eist natuurlijk het digitale tijdperk ook zijn tol. Nam je vroeger alleen maar een fototoestel en een stapel fotorolletjes mee, dat is nu ook wel anders. Wat ook anders is geworden is het inpakken. Dat compacte is er een beetje af. In de auto is die bulkverpakking reuze onhandig, en hoewel ik voor deze keer het best wel moeilijk vond omdat we met z`n vieren in die relatief kleine auto alles moeten vervoeren heb ik het weer gefixt.

Ban de bom


Geschreven: Opperdoes, 22 juni 2006
Dagtekening: Amsterdam, 21-11-1981 en Den Haag 29-10-1983

Gisterenavond tijdens de film "De Aanslag" van Fons Rademaker kwam het allemaal weer boven; de massale antikernwapen-demonstraties uit de beginjaren `80. Ik ging meteen het herinneringsboek met mijn eigen foto`s nog eens zoeken om het allemaal nog eens te bekijken. Helaas is en blijft dat boek spoorloos en moet ik dit stukje helemaal uit mijn herinnering schrijven. Maar één ding weet ik nog steeds heel zeker, boek of geen boek, ik ben er nog steeds trots op dat ik met alletwee die grote Antikernwapendemonstraties heb meegelopen. In Amsterdam met Rob, Ingrid en onze buurvrouw Hilda en in Den Haag alleen met Rob en Ingrid. Dat meelopen gaf een gevoel wat niet te beschrijven valt. Het begon in Bovenkarspel al. Een stampvolle trein die richting Amsterdam gaat; vol met mensen met hetzelfde doel. Iedereen is vriendelijk voor elkaar en als je dan na Bovenkarspel en Hoogkarspel station Hoorn binnenrijdt, verbaasde je je erover dat al die mensen van dat volle perron ook nog in die trein pasten. Op naar Amsterdam, kaartjes worden niet gecontroleerd want de conducteur zal het een worst wezen wie er betaald heeft of niet. Iedereen gaat voor het goede doel naar Amsterdam en die enkeling die dat toevallig niet van plan was heeft mazzel. Trouwens hij kwam die trein nooit door, want over al stonden en zaten mensen die voor een groot gedeelte ook nog beladen waren met spandoeken en borden.Op de balkons waren vele mensen er maar bij op de grond gaan zitten.



Het Centraal Station in Amsterdam bood dezelfde aanblik. Hordes mensen die allemaal richting Museumplein liepen, want daar begon de demonstratie. Uiteindelijk stonden we op het Museumplein helemaal vast. Dat was best wel beangstigend want als er ook maar iets zou zijn gebeurd kon je geen kant op. Toen de mensenmassa richting Dam begon te lopen werd het beter. Daar liep je dan. Om je heen zag ik de meest afgrijselijke en vreemdsoortige leuzen op spandoeken en zelfgemaakte borden. Velen hadden hun gezicht als doodskop of wit geschilderd en velen liepen er angstaanjagend gekleed bij. Doch de boodschap was duidelijk. Niemand was gediend van Kernwapens in Nederland en ook niet in de rest van de wereld. Dit mocht en kon niet. Vernietigingswapens moesten weg want dit was zinlozer dan zinloos. Daar was een en dezelfde gedachte in zo`n 500.000 hoofden. In jezelf denk je hetzelfde. Ik ben moeder; ik heb kinderen en je denkt aan de toekomst. Die is er niet met die rotdingen. Welke mensen beginnen nu aan zoiets. Ik liep daar gebiologeerd mee en ik ervoer wat massahysterie is. Gelukkig dit keer in een goede vorm. Ik stond er middenin en dat wil niet zeggen dat je alleen maar kijkt. Een groot deel van het ervaren is ook het geluid. Niet alleen de leuzen, want ik hoorde vanalles om je heen. Toeters, geschreeuw, zingen en ga zo maar door. Daar heb ik voor het eerst ervaren wat een "wave" is. In de Raadhuisstraat herinner ik het me nog. Je hoort het geschreeuw beginnen bij de Westerkerk, en zwelt dan aan totdat hij bij jouw is, je doet net zo hard mee en dan wordt het zachter om bij het Paleis op de Dam te stoppen. En niet alleen het geluid, maar als een golf doet iedereen met het geluid mee zijn armen omhoog. Dit moet je meegemaakt hebben om te begrijpen want het valt eigenlijk niet te beschrijven.

Bij de Dam aangekomen werd de stoet ontbonden en we probeerden we weer terug te komen op het Centraal Station. Toen begonnen de natuurlijke behoeften onze aandacht weer te vragen en een kop koffie en een plasje zouden een uitkomst wezen. Maar ja, je bent niet de enige. Op het Damrak was een Burger King, waar nog wel wat ruimte was. We wilden naar binnen maar een personeelslid dat in de deur stond kon aan onze buttons zien dat we meegelopen hadden. Naar aanleiding daarvan werden we als criminelen de deur gewezen en de zaak uitgezet. Dat was een nieuwe ervaring en een idiote ook nog. Rede voor mij om in mijn latere leven nooit meer een Burger King te bezoeken. Uiteindelijk hadden we mazzel dat we toch nog een beetje snel richting Centraal Station waren gelopen. Wij konden nog het station en de trein in naar huis. Het dankwoord van het NS personeel dat loeihard door de omroepinstallatie van die trein werdt gesproken bezorgde mij op dat moment kippevel.Vlak na ons hebben ze vanwege de grote toeloop het station tijdelijk moeten sluiten. Rob die we ergens die dag kwijt waren geraakt zagen we later op het NOS Journaal nog als laatste door de deuren glippen. Van de optredens en verdere gebeurtenissen in de stad hebben we later op de tv nog het nodige gezien, want als je daar loopt heb je geen flauw idee wat er verder in de stad nog om je heen gebeurt. Dat is op dat moment ook totaal onbelangrijk want het erbij zijn en je mening kenbaar maken is verrreweg het belangrijkste. Een dag om nooit te vergeten. Toch drong het bij de hoge heren niet helemaal door, want we hebben het twee jaar later in Den Haag nog eens over moeten doen. Ook dit keer waren er vele mensen op de been, hoewel iets minder dan in Amsterdam. Wijzelf werden ook wat slimmer. Via een kleine radio die we mee hadden genomen, wisten we wat er op dat moment verder in de stad gebeurde. Ook in het buitenland was er gedemonstreerd maar het aantal mensen wat toen in Amsterdam op de been was is nooit overtroffen. Gelukkig heeft het uiteindelijk wel resultaat opgeleverd. Die rotdingen zijn in Woensdrecht nooit gekomen en ook in Europa zijn er heel wat minder opgeslagen dat eerst de bedoeling was. In Vietnam gingen de Amerikanen ten onder en na de val van de muur is de wereld dusdanig veranderd dat de hele Oost-West dreiging verdween. Eind goed al goed zou je denken. Helaas is niets minder waar. Ik hoef maar om me heen te kijken om de islamitische dreiging steeds reeeler te zien worden. Ik vind het doodeng. Enger eigenlijk, want tegen wapens kun je demonstreren, maar maar hoe doe je dat met zo`n onzichtbare dreiging. Toch als er weer 500.000 mensen hier tegen zouden gaan demonstreren en ik kan het lichamelijk nog aan zou ik weer meedoen.

woensdag 20 februari 2013

Beschilderde kiezelstenen


Geschreven: Opperdoes, 5 augustus 2005
Dagtekening: juli en augustus 2003 en 6 augustus 2005

BESCHILDERDE KIEZELSTENEN

Vele hobbies ben ik in mijn leven al tegen gekomen en een gedeelte daarvan heb ik ook zelf uit-geprobeerd. De meesten daarvan zag ik hier in Nederland, maar ook onderweg kwam ik nog wel eens iets tegen wat de moeite waard was.


Een ervan is het beschilderen van kiezelstenen. Dat ik dat vooral in het buitenland tegenkwam is niet zo verwonderlijk. Grote stenen vindt je hier bijna niet in de natuur. Dat vele onderwerpen geschikt zijn om op die kiezelstenen te schilderen zal ook geen verrassing zijn. Zo zag ik op het eiland Skye [Schotland] in juni 2003 deze “huisjes”. De foto is trouwens een verhaal apart. Op het moment dat ik deze foto nam begon de schilder van deze stenen “Laird Kennedy” vreselijk tegen mij te schreeuwen. “No picture!!!!” Oeps! geen moment aan gedacht en trouwens ik had de goede man helemaal niet gezien, maar hij was zeker bang dat ik ze zou gaan namaken. Sorry, sorry, sorry dus en ja je raad het al hij had pech want ik had de foto al genomen. Trouwens hij had dubbel pech, want door zijn opgefokte handelen was hij meteen een klant kwijt. Maar ja, ik moet toegeven, mooi zijn ze en ik liep er hard over te denken om er eentje te kopen als souvenir.

De volgende stenen kwam ik in augustus 2003 tegen bij een winkeltje in Robin Hoods Bay, een klein en schilderachtig plaatsje dat als het ware tegen de kust van Yorkshire ligt aangeplakt. Gelukkig geen schilder in de buurt dus geen
problemen met fotograferen.

De laatste keer dat ik dergelijke kiezelstenen tegenkwam was wel op een hele aparte manier. Het was in dezelfde vakantie in Yorkshire en nu op de Rosedale Show in Rosedale Abbey. Je
ziet wel eens van die landbouwfairs in de buitenlucht op, vooral de engelse tv, maar dat ik er ooit één zou meemaken, nee, dat had ik nooit gedacht. Daar alleen al zou ik heel wat
Aviertjes mee kunnen vullen, maar dat zal ik misschien later wel eens doen. Niet alleen paarden, koeien, schapen, etc.kwam je daar tegen, er was ook een behoorlijk grote craftfair. Met Laird Kennedy van het eiland Skye in gedachte was ik nu wat verstandiger. Ik heb aan de schilderes netjes gevraagd of ik een foto van die lieve beestjes mocht maken. En dat mocht.




Kijk zo hielden we het allemaal vriendelijk. Zo vriendelijk zelfs, dat ik
na een uurtje echte beestjes kijken, naar haar terug ben gegaan om
dat schattige caviaatje te kopen. [middelste rij, 3e van rechts naast het konijn]. Ik kon de verleiding echt niet weerstaan. Hij/zij is geweldig en zit me nu aan te staren op de externe brander van mijn computer.

maandag 4 februari 2013

Seniorenkoffie

Geschreven: 4 februari 2013
Dagtekening: 4 februari 2013

Als mijn Karel een afspraak heeft bij een of andere polikliniek in het ziekenhuis breng ik hem daar natuurlijk even heen [en terug :-)], dat is voor mij een logische zaak. Maar hoe ik de tijd, dat hij in het ziekenhuis is, moet invullen heb ik na al die jaren nog steeds niet tot volle tevredenheid kunnen oplossen. De auto parkeren [kosten 2.30 euro] en naast hem in de wachtkamer gaat me, zolang hij niet echt hulp nodig heeft, een beetje te ver en wat rond rijden totdat hij klaar is wordt me met de huidige brandstofprijzen een beetje te gortig. Ook heen en weer rijden naar huis is geen optie. Dat is 30 km extra, wat ook niet echt gezond is voor je portemonaie. Boodschappen sparen is een idee, maar dan moet je ze wel hebben en niet zo als vandaag de afspraak hebben op maandagmorgen.

Sinds Karel een mobieltje heeft is het een beetje eenvoudiger geworden. Hij kan me nu tenminste bellen als hij klaar is. Dat was in het verleden wel anders, want toen kon ik eigenlijk niets anders doen dan in de buurt een parkeerplekje zoeken en af en toe eens kijken of hij al stond te wachten buiten. Nu heb ik iets meer vrijheid en ga meestal even koffie halen bij MacDonald`s. langs de A7. Mopperaars zeggen vaak dat de koffie daar niet te drinken is, maar ik vind die lekkere sterke koffie prima. Wordt ik tenminste goed wakker.

Zo ook vanmorgen. Ik bestelde mijn koffie en het vrouwtje achter de balie beantwoorde mijn bestelling met een wedervraag. "Mag ik vragen hoe oud U bent?".
Ik: "Waarom wilt U dat weten?"
Zij: "Bent U 65+?"
Ik: "Ja"
Zij: "Dan moet U in het vervolg seniorenkoffie vragen, dat is goedkoper".
Ik: "Dat is een goede tip, zal ik doen. Ik heb het nooit geweten. Heel hartelijk bedankt."

Grinnikkend met de volle koffiebeker in mijn hand liep ik naar een tafeltje. Wat zal ik doen? Me naar mijn leeftijd gaan gedragen en mijn bol wol tevoorschijn halen om mutsjes te gaan haken, of mijn tablet uit mijn tas halen en de gratis wifi gaan gebruiken om mijn facebook items te gaan nakijken. Ik koos voor het laatste.

Wachtende op de internetverbinding bedacht ik me ineens wel iets anders. Ik vond het antwoord op iets wat ik me al vaker had afgevraagd, als ik daar zat te wachten op een belletje. Het was me altijd al opgevallen dat er meerdere leeftijdsgenoten van hun krantje zaten te genieten met even zovele koffiebekertjes op de tafel. Het antwoord was simpel, Die wisten natuurlijk al veel langer van die goedkope koffie.