Op deze blog schrijf ik allerlei stukjes uit mijn jeugd, gezin en andere zaken die mij op dat moment bezig hielden.
Op mijn tweede blog heb ik mijn creativiteit los gelaten. Was het eerst borduren en breien, nu is het alleen nog maar haken wat me heerlijk van de straat houdt.
Avalon`s creablog: http://avalon022.blogspot.com/

Vanaf 2005 hou ik een digidagboek bij. Ik heb hierin over vanalles geschreven. Soms schrijf ik drie stukjes in een week en soms duurt het maanden voordat ik weer inspiratie krijg om iets op te schrijven. Dat kan dus vanalles zijn, heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Alle verhaaltjes staan sowieso in pdf formaat op mijn drive, maar ik heb besloten om zo langzamerhand alle verhaaltjes alsnog te publiceren op deze blog. Veel leesplezier.

Ps-1. al bladerend door de onderwerpen zie ik nu [1-8-2013] dat het een rommeltje is geworden met de lettertypes en grootte van letters. Hoe dat komt weet ik niet. Wel weet ik dat ik ze zo niet gepost heb. Dus het zal wel weer een onvoorziene truc van Google zijn.
Ps-2: de bovenstaande foto is door mij genomen in een goddelijk rustige omgeving in de buurt van Säffle [Midden Zweden] in juni 2012

dinsdag 26 februari 2013

Baba Jaga


Geschreven: Opperdoes, 2 maart 2006
Dagtekening: 1975-1984

Het is eigenlijk best lastig om met dit stukje te beginnen omdat er veel beginpunten te bedenken zijn, maar ik start toch maar bij de periode dat we net naar Bovenkarspel zijn verhuisd. Daar zit je dan als jonge moeder met in mijn geval twee kleine kinderen, ver van familie en zelfs ver van echtgenoot, want die werkt ook nog eens een kleine zestig kilometer verderop. In die tijd stond er een artikel in de krant over "Groene Weduwen" dat volstond met met klaagverhalen van vrouwen die aan de drank gingen, of erger, vanwege de verregaande eenzaamheid. Nou daar had ik het veel te druk voor en ook was ik er de persoon niet naar om maar bij de pakken neer te gaan zitten. Die klagers konden volgens mij maar twee dingen doen. Teruggaan naar Amsterdam, waar de meesten vandaan kwamen, of iets op poten te gaan zetten waardoor er wat leven in de brouwerij kwam. Dat laatste hebben wij gedaan. Natuurlijk leer je door de kinderen gauw je buren kennen en binnen de kortste keren hadden we een groepje die vrij nauw met elkaar omging. Na een tweede verhuizing in Bovenkarspel zelf, waarvan ik de finesses later nog wel eens uit zal leggen, kwam een groepje mensen op het idee om voor de kinderen een jeugdvereniging te gaan opzetten. In het dorp zelf was niets en helaas moet ik zeggen dat we door de toenmalige bevolking niet altijd even vriendelijk werden bejegend in deze plannen. Zij zagen "ons" buitenpoorters als een bedreiging voor hun samenleving en ik moet tot mijn schaamte bekennen dat dit niet altijd ten onrechte was. Ik heb zelf ook wel mensen meegemaakt met een houding van "Wij Amsterdammers zullen het die domme boeren hier wel eens even wat laten zien" en ik heb helaas één keer het excuus moeten gebruiken dat ik niet uit Amsterdam kwam, om mijn echt goede bedoelingen te onderbouwen. Gelukkig is het bij dat ene incident gebleven en is de samenwerking later uitstekend geworden.

Maar goed, dan heb je een plan en wat dan? Je bent zo onervaren als wat! Contact met de gemeente is dan één van de eerste handelingen, daar waren we al snel achter. Helaas speelden die op hun beurt de bal meteen weer terug met het antwoord: "Bewijs jezelf eerst maar eens voordat wij over de brug komen met subsidie of onderdak". Nou dat is dan leuk want daar kom je juist voor. We kregen één advies, het simpelste was om iets voor kinderen te gaan doen. Gek genoeg, zijn we gestart met het organiseren van koffieconcerten in de aula`s van scholen. Dat slaat nergens op, had niets met kinderen te maken, maar het is wel echt gebeurd. Toch begon er hierdoor blijkbaar enig besef te ontstaan, dat er iets moest gaan gebeuren. Het hele ambtelijke gedoe zal ik hier maar overslaan, want wat je ook wilt je past nooit in een bepaald vakje van de regels. Een groot probleem was dat wij een vereniging wilde voor het hele dorp en dat scheen op papier maar niet te lukken. De spoorlijn was letterlijk en figuurlijk een onoverkomelijke hindernis tussen het oude dorp en de nieuwbouw. Na een jaartje of wat te hebben doorgeploeterd in aula`s van scholen, was het toch zover dat de gemeente een onderkomen voor ons had gerealiseerd. Het gebouwtje, later trots "Princensluis" genoemd, stond op het grasveldje in de bocht van de Graaf Willemstraat bij de veilingweg. Een eigen honk dat uiteindelijk een echte vereniging nodig had met een echte naam en een echt bestuur. Dat had nogal wat vergaderen tot gevolg. De naam voor de vereniging zouden we met z`n allen wel gaan bedenken, doch in de volgende bijeenkomst kwam helaas niemand met een zinnig voorstel totdat Vok Bakker aan de beurt kwam. Zijn voorstel was kort en bondig tw. Jeugdvereniging Baba-Jaga en dat behoefde uiteraard wel enige uitleg. Leuk klonk het wel, maar wat betekende het? Niemand die het wist. Vok kwam daarna met een nogal warrig verhaal over een gelukkige prins en een huisje op pootjes in een russisch sprookje. Als het huisje ergens stond waar het het naar zijn zin had, bleef het daar rustig staan, maar vond hij het maar niets dan zocht het wandelend een plekje op waar hij het beter naar zijn zin had. Het klonk allemaal erg leuk en als dat huisje de naam Baba Jaga had kon dat aardig doorgaan voor ons nieuwe honk en onze jeugdvereniging. Unaniem werd voor deze naam gestemd en onze vereniging had een naam. Toen stond een officiele oprichting niets meer in de weg, en ik herinner me dat bij de oprichtingsvergadering op 28 juli 1977 o.a. aanwezig waren Vok Bakker, Wim van Herpt, Wim van den Heuvel, Marianne Riemens en ikzelf. De constructie van de club was eenvoudig. De gezinnen waren lid van de vereniging en de kinderen betaalden dan per keer een klein bedragje voor deelname aan een bepaalde club.

 Nu kon het echte werk gaan beginnen Besturen is noodzakelijk, maar veel leuker was het om met de kinderen aan de gang te gaan. Daar deden we het tenslotte voor. We hadden allerlei clubs bedacht. Wat ik me zo herinner hadden we fotografie voor kinderen, modelbouwen, kinderkoken en volksdansen. Dat volkdansen werd geleid door de helaas veel te vroeg overleden Bepke Hauser (Julsing) en tijdens die club hoorde ik voor het eerst het fenominale muzieknummer van Mike Oldfield tw. "In Dulce Jubilo". wat nog steeds een van mijn grote favorieten is. De grootste kindertrekker was echter de woensdagmiddagclub. Ik ben er best wel trots op dat ik in het groepje zat, die de aanzet heeft gegeven voor een club die heden ten dage nog steeds bestaat. Stel je voor. We hebben wel met honderd kinderen per middag gezeten. Er waren twee vaste onderwerpen tw. figuurzagen en handwerken en daarbij was er elke middag minstens een speciaal werkstukje van die dag. Ook waren er speciale seizoensactiviteiten. Ik herinner me echt de meest gekke dingen.



Kaarsen maken, door met de hele groep kinderen om twee potten kaarsvet rondjes te lopenen. Iedere keer als je langs een pot liep liet je het lont even in het vet zakken. Ook een topper was het uithollen van suikerbieten voor een St.Maarten lampion en het maken van een palmpaasstok [met broodhaantje], waarmee we later bij de bejaarde overburen langsgingen. Ook grotere evenementen hebben we georganiseerd. Sinterklaasfeesten, straattekenwedstrijden, filmmiddagen, vossejachten, kinderkienen [traditioneel in de kerstvakantie] en het onvergetelijke paaseierenzoeken in het Nassaupark. Stel je voor, Honderden gekleurde eieren verstoppen in een park waar nauwelijks planten te vinden zijn in het vroege voorjaar. En dan hopen dat alle hondenuitlaters hun honden zo opgevoed hebben dat ze de eieren laten liggen. 
Ik zie Karel nog staan met al die treesjes eieren op de bar. Geweldig!                                                                      

Toch was niet alles even leuk natuurlijk. Er moest hard worden gewerkt door ons als vrijwilligers. Bedenk maar eens hoe de zaal eruit zag na het uithollen van die suikerbieten; een grotere rotzooi kan je je bijna niet voorstellen. Maar de contacten die ik er aan over hebt gehouden zijn uniek en sommige mensen zie ik nog geregeld. Bij een ding gingen mijn stekeltjes wel eens rechtop staan. Dat was als ik het gevoel kreeg dat de kinderen naar de club werden gestuurd of nog erger dat ze domweg werden gedumpt zodat we fungeerden als goedkope kinderoppas. Gek he dat voelde je meteen en je kon het ook merken aan de kinderen, want die kwamen niet echt voor hun eigen plezier wat wel de bedoeling was. Dat kwam ook voor, maar gelukkig niet al te vaak.

Toen onze eigen kinderen wat groter werden heb ik uiteindelijk toch meer afstand genomen van de jeudgvereniging en het is totaal aan mij voorbij gegaan dat onze club tenslotte is opgegaan in het huidige buurthuiswerk wat onder de naam Buurthuis Princensluis tot op heden nog wat zeer florerende clubs uit onze tijd hebben aangehouden. Op 1 juli 1984 is de jeugdvereniging Baba Jaga officieel opgeheven en opgegaan in het buurthuiswerk van de stiching Princensluis.

Tenslotte wil ik nog één ding kwijt, wat ik eigenlijk altijd zoveel mogelijk voor me heb gehouden. Onze naam Baba-Jaga. Enkele jaren na de oprichting wilde ik het warrige verhaal van Vok Bakker wel eens natrekken en ben in de bibliotheek gaan nazoeken of ik iets over dat sprookje kon vinden. Nou dat lukte goed hoor. Het sprookje bestond, het huisje bestond en die prins ook. Alleen Vok was een ding vergeten uit dat sprookje en dat was een hele akelige heks. En laat die nou juist Baba Jaga heten!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen