Op deze blog schrijf ik allerlei stukjes uit mijn jeugd, gezin en andere zaken die mij op dat moment bezig hielden.
Op mijn tweede blog heb ik mijn creativiteit los gelaten. Was het eerst borduren en breien, nu is het alleen nog maar haken wat me heerlijk van de straat houdt.
Avalon`s creablog: http://avalon022.blogspot.com/

Vanaf 2005 hou ik een digidagboek bij. Ik heb hierin over vanalles geschreven. Soms schrijf ik drie stukjes in een week en soms duurt het maanden voordat ik weer inspiratie krijg om iets op te schrijven. Dat kan dus vanalles zijn, heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Alle verhaaltjes staan sowieso in pdf formaat op mijn drive, maar ik heb besloten om zo langzamerhand alle verhaaltjes alsnog te publiceren op deze blog. Veel leesplezier.

Ps-1. al bladerend door de onderwerpen zie ik nu [1-8-2013] dat het een rommeltje is geworden met de lettertypes en grootte van letters. Hoe dat komt weet ik niet. Wel weet ik dat ik ze zo niet gepost heb. Dus het zal wel weer een onvoorziene truc van Google zijn.
Ps-2: de bovenstaande foto is door mij genomen in een goddelijk rustige omgeving in de buurt van Säffle [Midden Zweden] in juni 2012

zondag 21 juli 2013

Kerkstraat 76


Geschreven: Opperdoes, 4 februari 2006
Dagtekening: 1966-1971


Huisje, boompje, beestje is zo ongeveer het grootste doel wat de meeste mensen nastreven als ze na hun soms wilde jaren zich willen gaan settelen. Sommigen zullen misschien niet alle drie de idealen als hoogste doel zien, maar een “huisje” is wel een van de eerste levensbehoeften. Natuurlijk was ik geen uitzondering en na ons trouwen konden we ons eerste huurhuis voor de somma van fl. 16.- per maand betrekken. Het was een geweldig huisje, vlak naast Karel`s ouders in de Kerkstraat nr. 76 in Abcoude aan het Gein. Groot was het niet, integendeel zelfs, het was uitermate klein. Het stond aan het eind van een rijtje huisjes dat haaks op het water stond. In vroegere tijden was het één grote boerderij, die nu verdeeld was in vijf kleine huisjes en dat is nog goed te zien. Twee in het duidelijk herkenbare woonhuis en drie in de stallen of schuren. Voor de woninkjes langs liep een pad en aan de andere kant van het pad waren kleine tuintjes met schuurtjes. Het pad eindigde aan het water waar een klein afstapje was waar
je dichter bij het water kon komen. Reuze handig om zwanen en eendjes te voeren, te vissen en vuile luiers uit te spoelen. Dat was ook het opstapje om op het steigertje te komen wat onder onze ramen langs liep.

Voor Karel zelf was het een terugkomen. Jaren terug werd nummer 76 bewoond door Karel`s ouders en het is best wel grappig dat hij en onze twee eerste kinderen in hetzelfde huis, en wel in dezelfde kamer zijn geboren. De rede dat zijn ouders zijn verhuisd was is simpel. Bij het huis op nummer 78 stond een veel grotere schuur. De wc van dat huis was toen ik Karel leerde kennen nog steeds buiten. Hij zat naast die schuur en ik herinner me dat die nog zo`n ouderwets deksel had. Zo`n buiten wc is zomers niet zo erg maar bij een paar graden vorst kan ik me iets leukers voorstellen dan naar de wc te moeten.

Maar goed wij woonden dus nu op nummer 76. Als je door de voordeur naar binnen ging, liep je rechtdoor de keuken annex gang in en ging je rechtsaf dan kwam je in de kamer. Die huiskamer was een juweeltje en besloeg 90 van het vloeroppervlak van het hele huisje. Het had twee grote ramen die uitkeken op het water en `s zomers kon je als je de schuiframen omhoog schoof door het open raam je hengeltje naar buiten gooien. Er was in de zomer ook druk scheepvaartverkeer en het was best een leuk gezicht om de bootjes langs het raam te zien varen. De verwarming in de huiskamer bestond uit een oliekachel en er liep een leiding door het huis naar de tuin waar vlak voor de voordeur een groot olievat op een standaard lag. De keuken, die eigenlijk ook als gang diende was ongeveer anderhalve meter breed en liep in het verlengde van de kamer. Hij eindigde in een haakse bocht naar een halletje en de wc. In het halletje stond onder de trap mijn wasmachine, een Miele bovenlader met centrifuge, wat heel vooruitstrevend was voor die tijd. De wc, die gelukkig voor onze tijd van zijn plekje naast de schuur, naar binnen verplaatst was, had geen riolering maar loosde rechtstreeks op het Gein. Dat werkte prima, hoewel het volgens mij tegenwoordig met de strenge milieuregels niet meer is toegestaan. De pijp hing een kleine meter boven het water, en er is weinig fantasie voor nodig om het resultaat te bedenken als het Gein `s winters was dichtgevroren. Naar boven moesten we altijd via een steile uitklaptrap dus dat deden we liever niet meer dan een keer per dag. Toen onze zoon Rob geboren was, werd het wel een beetje lastig om met een baby in je armen die trap op te lopen, maar ach ook daar wende je aan. Onder het schuine dak hadden we een hele grote en een kleine slaapkamer.

De keuken was eigenlijke een verhaal apart. De ruimte was ontzettend smal en van de breedte ging ook nog eens de aanrecht af. Aan de muur boven de gootsteen hing een electrische boiler en je moest best wel een beetje zuinig zijn met het water want erg groot was hij niet. Als je er doorheen liep had je zo ongeveer aan beide kanten van je lichaam 10 cm over en als je voor de aanrecht stond kon er nauwelijks iemand achter je langs lopen. Dat ging allemaal best totdat ik hoogzwanger was. Toen moest ik de keuken uit als er iemand naar de wc wilde want die kon er domweg niet door. Maar goed dat hoogzwanger zijn duurde ook niet zo lang en het woog allemaal niet op tegen de geweldige plek die het was om te wonen en ik kan alleen maar voor mijzelf spreken, maar ik heb er met plezier gewoond.

Toen we uiteindelijk een gezinnetje van vier personen geworden waren werd het allemaal wel erg krap. Ingrid sliep bij ons op de slaapkamer, en ik herinner me nog goed dat we zo stil als dieven in de nacht naar boven slopen om te gaan slapen. We waren als de dood dat we dat kleine koppie van haar weer boven de bedrand zouden zien verschijnen want dan kwam er voorlopig van slapen ook niet veel. Er moest iets gaan gebeuren. Zo goedkoop als hier zouden we nooit meer iets vinden want we betaalden op het laatst de geweldige prijs van fl. 21.—per maand. Meer kon men duidelijk niet vragen en zeker niet nadat de gemeente eind jaren `60 een bordje “onbewoonbaar verklaarde woning” boven de deur had geschroefd. Jammergenoeg heb ik daar nooit een foto van gemaakt, maar het heeft er echt gezeten. Of was het soms “onverklaarbaar bewoond”?, Dat hebben we natuurlijk talloze keren moeten
aanhoren. Geruchten werden werkelijkheid en het hele pand werd te koop gezet. Ons bewoners werd het eerste bod gedaan, maar fl. 40.000,-- hadden we in de verste verte niet en daar bleef het niet bij want het hele pand moest natuurlijk van top tot teen worden opgeknapt. Uiteindelijk is het verkocht en ik kan me nog goed herinneren dat de koper bij mij nog eens in de keuken raad heeft staan vragen of hij het allemaal wel zou doen. Hij heeft er heel veel werk en geld ingestoken, maar het resultaat was geweldig. Het geheel was weer teruggebracht in de staat zoals het vroeger geweest was d.w.z. één groot pand. Zo mooi zelfs dat het begin van deze eeuw voor ca. fl. 1.000.000,-- is verkocht.

Wij verhuisden juni 1971 naar Bovenkarspel.Tot op de dag van vandaag hangt er in ons huis een tekening van mijnheer D. de Haan, een kennis van Karel`s ouders, waarop goed te zien is hoe het huis voor dat wij er woonden uitzag. Dat het een oude tekening is is duidelijk want het steigertje onder de ramen is nog niet aanwezig.

Uiteraard kom ik er nog wel eens langs en dan denk ik automatisch terug aan de tijd dat wij er woonden. Ik vind het geweldig dat het pand nog steeds bestaat. Voor hetzelfde geld was het afgebroken, want dat komt helaas tegenwoordig maar al te vaak voor.











Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen