Op deze blog schrijf ik allerlei stukjes uit mijn jeugd, gezin en andere zaken die mij op dat moment bezig hielden.
Op mijn tweede blog heb ik mijn creativiteit los gelaten. Was het eerst borduren en breien, nu is het alleen nog maar haken wat me heerlijk van de straat houdt.
Avalon`s creablog: http://avalon022.blogspot.com/

Vanaf 2005 hou ik een digidagboek bij. Ik heb hierin over vanalles geschreven. Soms schrijf ik drie stukjes in een week en soms duurt het maanden voordat ik weer inspiratie krijg om iets op te schrijven. Dat kan dus vanalles zijn, heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Alle verhaaltjes staan sowieso in pdf formaat op mijn drive, maar ik heb besloten om zo langzamerhand alle verhaaltjes alsnog te publiceren op deze blog. Veel leesplezier.

Ps-1. al bladerend door de onderwerpen zie ik nu [1-8-2013] dat het een rommeltje is geworden met de lettertypes en grootte van letters. Hoe dat komt weet ik niet. Wel weet ik dat ik ze zo niet gepost heb. Dus het zal wel weer een onvoorziene truc van Google zijn.
Ps-2: de bovenstaande foto is door mij genomen in een goddelijk rustige omgeving in de buurt van Säffle [Midden Zweden] in juni 2012

zondag 22 september 2013

Buren-1

Wonen in Nederland is is een kunst apart. Je woont boven, onder en dicht naast elkaar en het is dan ook een hele toer om het allemaal gezellig te houden. Vrijstaande huizen zijn er nauwelijks en als je ze al vind zijn dan zijn ze meestal voor mensen die het geld op stapeltjes hebben liggen. Dat hebben wij helaas niet maar dank zij onze unieke stationswoning wonen we momenteel zonder aan ons vastzittende buren. Ik heb vanaf de tijd dat wij wisten dat we naar Bovenkarspel zouden verhuizen altijd gedacht en gezegd dat één van de moeilijkste dingen van het wonen de omgang met je buren is. We zitten hier in Nederland zo dicht op elkaar dat ik er beroerd van wordt. Het spreekwoord “een goede buur is beter dan een verre vriend is” heb ik helaas zelden ervaren want welke buren we ook gehad hebben, ik kan er boeken over schrijven. In 1971 en pas in Bovenkarspel gearriveerd hadden we het druk, want het huis was nieuw en verhuizen geeft een puinhoop.

Horen en zien verging je, timmeren, zagen en boren was aan beide zijden van ons huis ieder weekend aan de orde. Ik dacht in eerste instantie een beetje naief “ok” ze zijn net verhuisd dus moet er vanalles gedaan worden om het huis naar je zin te maken, maar na een jaartje kreeg ik de indruk dat ze aan beide zijden van ons een totaal nieuwe woning aan het bouwen waren. Het hield niet op. Ondanks dat hadden we het eigenlijk best goed met elkaar. We waren ook wel erg op elkaar aangewezen want de families woonden ver weg en we waren allemaal nog erg jong en onervaren op allerlei gebied. Dus liepen we in het begin bij elkaar de deuren plat. Ook werd de afscheiding tussen de tuinen opengelaten, zodat de kinderen gemakkelijk bij elkaar konden gaan spelen. Op die manier hadden we een goede sociale controle gecreëerd en konden we gemakkelijk een oogje in het zeil houden. Maar langzamerhand begonnen ook de ouders van die kinderen door de tuinen heen te lopen en op het laatst was ik met onze tussenwoning zo`n beetje het België van de Hugo de Grootsingel. Ik zat er nou eenmaal tussenin. Toen er ongevraagd een babyfoondraad via ons huis naar de buren aan de andere kant werd gelegd was voor mij de maat vol. Allereerst gingen bij mij de tuinen dicht en probeerde ik mijn leven toch weer iets meer op ons eigen gezin te richten. Of me dat in dank werd afgenomen weet ik niet. Niemand heeft ooit iets gezegd maar het drukke verkeer tussen de huizen om ons heen bleef onverminderd doorgaan. Het timmeren trouwens ook. Toch was het gelukkig niet allemaal kommer en kwel. Met de buren van de overkant hadden we een geweldig contact. Misschien was dat wel de reden dat het zo goed ging. We zaten in ieder geval niet zo op elkaars lip dus daar konden geen moeilijkheden van komen. Zij hadden inderdaad dezelfde problemen op het gebied van de geluidshinder en hebben zelfs een poging gewaagd om een geluidwerende wand op de binnenmuur tussen de kamers te plakken. Helaas hielp het niet. Het meest idiote wat betreft geluidshinder dat ik met hen heb meegemaakt gebeurde op een avond dat we allebei alleen thuis waren. Waar de mannen waren weet ik niet zo precies meer maar waarschijnlijk waren ze samen op stap naar het basketballen met de oude bodemloze “eend” van de overbuurman. Op die bewuste avond heeft de buurvrouw mij via de telefoon volledig laten meegenieten van de bevalling van haar buurvrouw. Dat was zo duidelijk te horen dat ik na vele malen de vermelding gekregen had dat er geperst moet worden beloond werd op de mededeling dat de baby een meisje was. Verdere details zal ik in dit stukje maar achterwege laten maar ook die werden mij tot in de finesses doorverteld. Achteraf denkend vind ik het gewoon misdadig is het om zulke gehorige huizen te bouwen en dan ook nog met de huiskamers tegen elkaar aan. Je kon eenvoudigweg niet naar muziek luisteren zonder je buren te hinderen, ook al zet je de radio of tv nog zo zacht. En dan hadden wij nog geluk. Vrienden van ons vertelden ons dat zij in de huiskamer regelmatig beloond werden met het geluid van het doortrekken van de wc bij de buren. De architect van die huizen had dus helemaal niet nagedacht, want de wc van de een was tegen de huiskamer van de ander gebouwd. Ook gesprekken en andere activiteiten in de slaapkamers bleven niet altijd binnenskamers.

Geluidshinder is een van de meest ergerlijke dingen die er bestaan en op een gegeven moment na een jaartje of vier was ik helemaal op. Niemand die het begreep. Ik met mijn slechte oren zou daar toch veel minder last van moeten hebben, dachten zij. Helaas is niets minder waar want door die oren ben je veel alerter op je omgeving dus kwam het allemaal net zo hard aan. Op een gegeven moment bevroor ik al als er maar muziek te horen was. Alleen het idee al dat je niet bij machte was om dat op te laten houden bracht me tot wanhoop. De overburen waren intussen al verhuisd naar Blokker en ook ik liep hard te denken aan verhuizen. Maar ja wat dan? Een hoekhuis leek nog de beste optie want dan kon de ellende maar van één kant komen. Geen België meer, geen geren tussen de twee woningen waar we tussenin zaten en hopelijk eindelijk wat minder getimmer in de weekenden.
Onze nieuwe hoekwoning had helaas wel een open keuken, maar voordeel was dat de kamers in ieder geval niet tegen elkaar aan gebouwd waren. Het was al een gesettelde buurt, dus het allemaal nieuw verhaal zou ook niet meer voorkomen. Ook ik had ervan geleerd en bleef een beetje op de achtergrond. De buren waar ik met argusogen naar uit had gekeken leken "normaal" en dat waren ze achteraf ook. Helaas gingen die heel snel verhuizen en was aanleiding tot een periode “doorgangshuis”, waar je ook niet vrolijk van werd. Allereerst een man, een vrouw en een kind van ongeveer twee jaar. Getrouwd of niet weet ik niet en dat deed er ook eigenlijk helemaal niet toe. Wat er wel toe deed was het feit dat die kleine jongetje kans zag de hele nacht te gaan liggen huilen en gillen, waardoor de moeder uit wanhoop met de deuren ging lopen smijten en dat pa zich daar dan met zijn beslist niet zachte stemgeluid ook eens mee ging bemoeien. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik daar dank zij mijn oren praktisch geen last van had maar mijn mede gezinsleden des te meer. Daarbij had buurman nog een andere onhebbelijkheid die mij wel mateloos ergerde. Hij parkeerde zijn grote gifgroene bestelbus precies bij ons voor de ramen, zodat ons alle uitzicht ontnomen werd. Doch dank zij de nachtelijke herrie werd dat probleem snel opgelost. Pa was het na een klein half jaartje helemaal zat en nam de kuierlatten. Hij is nooit meer gezien en enkele maanden later stond het huis weer te koop.

Het volgende echtpaar was een toppertje. Zij hebben het ook het langst naast ons uitgehouden. Het begon niet zo goed, want toen ze kwamen hadden ze nog een hond die beslist niet alleen kon zijn. Dus als zij hem even alleen thuis lieten, zat dat beest de hele tijd te janken in het huis. Ook in de tuin was hij nauwelijks stil te krijgen. Doch de geboorte van hun eerste kindje loste alles op want hij was jaloers op de baby en moest met veel verdriet naar een ander familielid verhuizen. Later kwamen er nog twee kindjes en het werd zowaar een behoorlijk kinderrijke buurt. Het was een geweldige tijd. Appeltjes gevechten over de schutting, barbeque in een van de tuinen en gewoon alles wat normaal het leven met buren zo gezellig maakte. We liepen elkaar absoluut niet voor de voeten maar als er wat was dan konden we een beroep doen op elkaar. Het meest dwaze voorval was in de zomervakantie. Dat jaar hadden de buren twee Marokkaanse meisjes in huis genomen waarvoor zij als gastouders fungeerden. Die meisjes gingen natuurlijk ook met onze kinderen om. Op een gegeven moment kreeg ik een tip van de buurvrouw dat ze ontdekt had, dat de meisjes onder de hoofdluis zaten en of ik ook bij mijn kinderen eens even moest controleren. Het verhaal alleen bezorgde mij natuurlijk al jeuk op mijn hoofd en hoewel ik nog nooit met die beestjes in aanraking was gekomen hoefde ik niet lang te zoeken. Jahoor, bingo, het loopt, heeft vleugeltjes en het jeukt verschrikkelijk, zeker als je weet dat je die bewoners op je hoofd hebt. Niet alleen de kinderen maar ook ik vond ze overal in mijn haar. Gerverderrie, wat moest je daar nu weer aan doen. Hoewel het eigenlijk onzin was schaamde ik me dood om naar de drogist te gaan om een hoofdluis middel te gaan kopen. Natuurlijk heb ik dat wel gedaan en na vele malen behandelen en uitkammen zijn we er allemaal wel weer afgekomen, maar het was best een jeukerige ervaring. Komen de meeste kinderen er van school mee thuis, nee hoor wij hadden zoiets midden in de zomervakantie. Toch was het een mooie tijd, die abrupt eindigde toen zij verhuisden naar Het Gooi. Dat is ook de enige keer dat ik wel even moest slikken toen er buren weggingen, en sterker nog, ik hield het zelfs niet helemaal droog. Nummer vier in het rijtje van onze buren was een man met een zoontje van een jaar of zes die altijd vreselijk liep te vloeken. Hij zoop als een ketter en als hij dronken was kon hij zijn handen ook niet thuis houden. Een moeder kan ik me niet herinneren, maar Karel zegt me dat hij zich herinnert dat zij verrot werd gescholden in de achtertuin. De meest angstige ervaring was op een dag dat ik die kleine jongen in de schuurgang argeloos vroeg of hij gevallen was, want zo zag hij eruit. Hij gaf zonder schroom toe dat zijn vader hem sloeg, terwijl die juist de schuur uit kwam en het hele gesprek gehoord moest hebben. Stom van mij, maar aan die mogelijkheid had ik geen moment gedacht. Schreeuwen en vloeken ja, maar je kind in elkaar slaan! Ook durfde ik, laf dat ik was, op dat moment geen stappen te ondernemen, omdat hij wist dat ik op de hoogte was, zodat het een koud kunstje was om te weten wie hem had aangegeven. Trouwens niemand in de straat deed wat. Ze kletsten onderling, hadden medelijden met mij omdat ik er naast zat, maar negeerden mijn verzoek om hem aan te geven omdat ik het niet wilde doen omdat ik er pal naast zat. Het nummer van de kinderbescherming lag sindsdien wel op mijn bureau en als ik zelf zou hebben gezien dat hij zijn kind mishandelde had ik wel gebeld. Tot mijn grote opluchting heeft waarschijnlijk de school van die jongen de nodige instanties aan het werk gezet en was het hele gezin ineens met de noorderzon vertrokken. De laatste bewoners in die hele rij die wij meemaakten was een gezin die een taal spraken die ik eerst helemaal niet thuis kon brengen. Uiteindelijk bleken het portugezen te zijn. Hij sprak redelijk nederlands en werkte ergens in de bouw. Het waren heel rustige mensen die bijna nooit thuis waren. Wat een rust na dat gevloek en getier. Zo kon het dus ook! Uiteindelijk zouden we daar nog maar kort van genieten, want wij wisten al dat het eind van onze Bovenkarspelse periode in zicht was. Na enkele maanden verhuisden we naar Opperdoes waar het begrip buren ineens een heel andere betekenis kreeg.
Zie ook Buren-2

Geschreven: Opperdoes, 28 september 2006
Dagtekening: 1971-1998

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen