Op deze blog schrijf ik allerlei stukjes uit mijn jeugd, gezin en andere zaken die mij op dat moment bezig hielden.
Op mijn tweede blog heb ik mijn creativiteit los gelaten. Was het eerst borduren en breien, nu is het alleen nog maar haken wat me heerlijk van de straat houdt.
Avalon`s creablog: http://avalon022.blogspot.com/

Vanaf 2005 hou ik een digidagboek bij. Ik heb hierin over vanalles geschreven. Soms schrijf ik drie stukjes in een week en soms duurt het maanden voordat ik weer inspiratie krijg om iets op te schrijven. Dat kan dus vanalles zijn, heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Alle verhaaltjes staan sowieso in pdf formaat op mijn drive, maar ik heb besloten om zo langzamerhand alle verhaaltjes alsnog te publiceren op deze blog. Veel leesplezier.

Ps-1. al bladerend door de onderwerpen zie ik nu [1-8-2013] dat het een rommeltje is geworden met de lettertypes en grootte van letters. Hoe dat komt weet ik niet. Wel weet ik dat ik ze zo niet gepost heb. Dus het zal wel weer een onvoorziene truc van Google zijn.
Ps-2: de bovenstaande foto is door mij genomen in een goddelijk rustige omgeving in de buurt van Säffle [Midden Zweden] in juni 2012

dinsdag 31 januari 2017

Middelbare Meisjesschool

Op 13 jarige leeftijd en na vijf jaar lagere school op de Prof. H. Burgerschool te Amsterdam werd het voor mij tijd om deze school te verlaten. Aan mijn ouders de ondankbare taak een school voor mij te zoeken. Het werd de Christelijke Middelbare Meisjesschool. Zelf wist ik absoluut niet wat ik wilde gaan doen behalve dan die blauwe maandag dat ik tramconductrice wilde worden. Ik weet niet hoe ze aan de MMS zijn gekomen, maar achteraf gezien was het een hele goede keuze. Wel ben ik er achter gekomen waarom ik juist op die "Christelijke" school terecht gekomen ben, want er waren natuurlijk nog meer van die scholen in Amsterdam. Dat had helemaal niets te maken met de godsdienstige richting alswel met het simpele feit dat je op die school geen toelatingsexamen hoefde te doen en op de anderen wel. Daar mijn ouders terecht niet zoveel fiducie zagen in een toelatingsexamen ben ik dus zondermeer op deze school terecht gekomen en dat was natuurlijk wel even wennen.

De school stond op een geweldige locatie. Tw. op een grasveldje schuin tegenover het Minervapaviljoen in Amsterdam Zuid en omdat dit toen een theater was, was er nog wel eens wat te doen. De school bestond uit twee kleine langwerpige houten noodgebouwen met elk vier klassen. Als ik het goed herinner waren er in ieder geval drie eerste klassen en twee tweede klassen. De school was pas twee jaar bezig dus hogere klassen waren er nog niet. De directeur, de heer Jongsma was een eng ventje en toch waren we nog banger voor Juffrouw Visser, de franse lerares, die onderdirectrice was. Wegens mijn handicap heb ik vijf jaar in de middelste rij op de eerste bank gezeten, maar dat vond ik eigenlijk helemaal niet erg. De tafel waar je met z`n tweeën aan zat stond recht tegen het podium van de lera[a]r[es] aan en ik kon dus heel goed zien wat er op diens tafel lag. Ik werd een kei in het op z`n kop lezen en heb heel wat informatie aan medeleerlingen doorgeseind achter mij in de klas. De lerarenagenda`s zie ik nog voor me en vooral repetitiecijfers waren zeer in trek. De mijne had ik altijd snel gevonden want met de "B" als beginletter van mijn achternaam stond ik vrij duidelijk in de bovenste regionen. Ik wist mijn cijfer bijna altijd eerder dan het mij verteld werd en ik weet nog goed hoe hoe het voelde als het een onvoldoende was. Gelukkig kwam dat niet zoveel voor.

Daar vooraan zitten ging prima en ik kon de lessen, getuige mijn schoolrapporten, goed volgen. Ook de backup van de Prof. H. Burgerschool heeft mij door de eerste twee jaar heen geholpen. Volgens mijn moeder ben ik maar een keer huilend thuisgekomen, omdat de duitse leraar in de tweede klas, door de klas ging lopen tijdens het dikteren. Toen kon ik het niet meer volgen en dat resulteerde natuurlijk in een dikke onvoldoende. Hoe dit opgelost is weet ik niet meer en nu ik dit zo zit te schrijven verbaast het me eigenlijk dat het niet vaker is voorgekomen. Van het "Christelijke" hadden we niet veel last. Godsdienstles hadden we wel, maar dat was meer een tweede geschiedenisles of lessen over de verschillende culturen en ze waren beslist niet saai of "christelijk". Het enige wat waarschijnlijk wel met die beruchte "C" te maken zal hebben gehad waren de kledingvoorschriften. Absoluut geen lange broek, dat was uit den boze. Alleen rokken waren toegestaan en dat was echt "lekker" op de fiets en in de winter! Ik kan me nog herinneren dat menig kind naar huis is gestuurd om zich om te kleden omdat ze toch in een lange broek op school kwamen. Toen het langebroekenverbod niet meer vol te houden was bedachten ze iets anders. Goed dan wel een lange broek, maar dan moest er een rok overheen. Dan was natuurlijk te belachelijk voor woorden en dat heeft niet lang geduurd voordat ze het hebben opgegeven.

Na twee jaar waren de bouwplannen van het Amsterdam Hilton Hotel schijnbaar zover gevorderd dat wij daar weg moesten en nu staat dus op de plek van mijn oude school dit gigantische hotel. Wij vertrokken naar de Prinses Irenestraat aan het eind van de Beethovenstraat. Ook hier hadden we een houten noodschool bestaande uit twee langwerpige gebouwen in de vorm van een rij lokalen met een gang ernaast, die later met een kleine verbouwing werden samengevoegd. Dat had tot gevolg dat de onze jaarlijkse brandoefening nog steeds in stand gehouden werd. Dat was de highlight van het jaar. Een keer per jaar ging natuurlijk volkomen onverwachts het brandalarm af en moesten we zorgen dat we zo snel en gedecideerd mogelijk zonder meenemen van je spullen naar buiten gingen, Allemaal buitenstaand kregen we een kleine toespraak van de directeur en mochten we naar huis. Uiteraard was die extra vrije dag voor ons het belangrijkste. Daar wilde we best even voor oefenen. Gelukkig hebben we het nooit nodig gehad want als ik achteraf eens denk hoe die gebouwen eruit zagen dan weet ik wel zeker dat ze volgens de huidige brandvoorschriften zouden worden afgekeurd. Toch herinner ik me de gebouwen in de Prinses Irenestraat beter want daar heb ik langer gezeten. In het midden van het lange gebouw was de ingang met een halletje wat aan beide zijden een rij lokalen had verbonden door een gang. Die gang aan de achterkant van de lokalen had enkele nooddeuren die uitkwamen op een klein tegelpaadje langs een sloot. De beide rijen lokalen werden afgewisseld door een toiletblok en aan de oostzijde van het gebouw was de kamer van de directeur. Aan het eind van de gang, ook aan de oostzijde was een soort aula en het muzieklokaal. Die lange smalle gang gaf een heel gedoe tijdens het wisselen van lesuur. Als je lokalen ver uit elkaar lagen had je pech en moest je een enorme wandeling maken en dat deed je niet in je eentje. De lesroosters waren zelfs zo opgebouwd dat er met deze lokaalwissels rekening was gehouden. In de pauzes moesten we naar buiten en alleen in het vijfde jaar mochten we als vijfdeklassers bij binnenblijven en koffie of thee drinken. Dat was een enorme verworvenheid. Tegenover ons stond ook een school en tot ongenoegen van de leiding was dat een gemengde school. Schijnbaar is er druk overleg geweest tussen de beide scholen want noch pauzes, noch lestijden liepen gelijk wat tot resultaat had dat we die jongens nooit zagen. Niet dat ik daar mee zat hoor, want ik was nog zo groen als gras.

De lesstof kon ik vrij gemakkelijk aan. Veel talen! , nederlands, frans en engels in het eerste jaar en daar kwam het tweede jaar duits bij. Veel boeken lezen; 25 in het nederlands en 10 van elke taal. Verder de normale vakken met o.a. biologie [2 jaar], natuurkunde [1 jaar], scheikunde [1 jaar] met als vernieuwende uitzondering dat er maar zesvakken waren, waarin je eindexamen moest doen. Tw. De vier talen plus aardrijkskunde en geschiedenis. Mijn fijnste vak was geschiedenis. De heer Verhoeven kon fantastisch vertellen, en die acht op mijn eindexamenlijst heb ik helemaal aan hem te danken. Voor aardrijkskunde hebben wij de laatste twee jaar een donkere leraar gehad. Dat was in die tijd iets heel bijzonders. Ook hij kon goed lesgeven. Het schriftelijk examen bestond uit vertalen van die drie buitenlandse talen in het nederlands, dus dat was heel eerlijk gezegd wel iets eenvoudiger dan andersom. Het mondelinge examen was een gesprek voeren in die taal, waarbij je de nodige vragen over de literatuur moest beantwoorden. Bij het mondelinge examen frans heb ik geleerd wat knikkende knieën zijn en geloof me ze bestaan echt. Vreselijk was dat en dat ik er nog een zesje heb uitgesleept snap ik nog steeds niet. Geef mij maar geschiedenis. Ik had als keuzeonderwerp de Russische revolutie en dat heeft me gered toen een van de examinatoren hierin ging doorvragen toen het de verkeerde kant [nederlandse politieke geschiedenis] op dreigde te gaan.

Een ding heb ik helemaal nog niet genoemd. Dat waren de gymnastiek lessen. Er werd uiteraard veel aan gedaan. De school zelf had geen gymnastieklocatie en de eerste twee jaar moesten we op de fiets de in mijn gevoel de halve stad door. Dat viel wel mee want we moesten naar de Roelof Hartstraat waar in een heel oud pand een school met gymnastieklokaal was. In de Prinses Irenestraat gingen we naar de tegenoverliggende school die wel een gymzaal rijk was, en zelfs toen waren de jongens buiten bereik. Toch als het weer het even toeliet waren de lessen op een van de talrijke sportvelden vlak bij onze school. In eerste instantie had geen hekel aan die gymlessen en ik heb er de spelregels van veel sporten geleerd. We deden er ook veel. Of ik echt goed is was weet ik niet, hoewel ik best wel lenig was. Na het krijgen van de menstruatie begon ik steeds meer hekel aan gym te krijgen. Op een meisjesschool kon je met weinig smoezen komen want je had het allemaal en de lerares geloofde niemand meer. Het was nog niet zo als nu met die maandverbandjes die tegenwoordig rijkelijk over de tv schermen vliegen. Je had me een stel badstoffen lappen tussen je benen waar je eng van werd en helemaal geurloos was het ook niet. Dus het was allemaal erg zichtbaar en het beperkte je behoorlijk in je bewegingen. Voor mij was de lol vanhet gymmen af en als het even kon probeerde ik er onderuit te komen.

Buitenschoolse activiteiten hadden we ook. We hebben twee reisjes hebben gemaakt. Het eerste was een bootreisje naar Leiden waar we het Museum voor Oudheden hebben bezocht en in de hoogste klas een reisje naar Brugge en Gent. We sliepen in een jeugdherberg en we bezochten vele musea. Ik raakte dan ook danig onder de indruk van de schilderijen van de Gebroerders van Eyck en andere Vlaamse primitieven. Een tweede buitenschoolse activiteit was op sportgebied. Een jaar lang ging ik met nog een stel meiden roeien op de Amstel. Hoe ik daar verzeild geraakt ben weet ik niet meer, maar een middag per week maakten we een grote roeiboot klaar in een botenhuis onder de weg bij de Berlagebrug. We roeiden steevast richting stad uit en na een half uur keerden we om. Nooit zijn we de stad in gevaren wat ik heel jammer vond, want dat leek me best interessant. Aan het eind van dat jaar moesten we afroeien voor een certificaat. Omdat er die dag niemand als stuurvrouw kon fungeren, heb ik vrijwillig die taak op mij genomen. Had ik dat maar niet gedaan, want omdat ik dat natuurlijk nog nooit gedaan had, bakte ik er niets van, met als resultaat dat ik naar dat certificaat kon fluiten. Ik ben nog steeds boos over die grove onredelijkheid van het hele gebeuren.

Vijf jaar lang heb ik heen en weer gefietst, één jaar samen met Trees van Ginkel met wie ik afsprak boven de botenhuizen bij de Berlagebrug, maar meestal alleen met mijn schooltas over het stuur. Das was toen de mode en dat ie volregende was van minder zorg. Natuurlijk sta ik op de klassefoto`s, maar met een sliert vriendinnen om me heen zou je mij niet zien. Nooit zou ik me op de voorgrond dringen, want daar was ik veel te verlegen voor. Ik was een serieuze en naieve leerlinge die weinig vriendinnen had. Wel enkele losse kennissen, maar daar hield het mee op.

Op 2 juli 1963 kon ik mijn eindexamendiploma ophalen. Ik was er uiteraard geweldig trots op. De cijferlijst die erbij zat was op zijn zachts gezegd bovengemiddeld en voor een een slechthorend meisje moet dat een gigantische prestatie zijn geweest. Dat realiseerde ik me op dat moment absoluut niet en ik vond het doodnormaal.


De MMS heeft als schoolvorm enkele jaren na mijn eindexamen door de mammoetwet het loodje moeten leggen. Hij stond een beetje negatief bekend als school voor verwende jonge meisjes met ouders die veel geld hadden. die via dit "pretpakket" vijf jaar bezig gehouden werden. Daar heb ik echter niets van gemerkt, en dat de opleiding beter was dan de vorige opmerking doet vermoeden, blijkt wel uit het feit dat hij tegenwoordig gelijk wordt gesteld aan een HAVO opleiding. Ik heb niet zo vreselijk hard moeten werken volgens mijn moeder, want huiswerk maken gebeurde met een radio aan mijn oren, en zij twijfelde vaak aan het resultaat van die huiswerksessies. Alleen het laatste jaar want toen ben ik echt serieus aan de gang gegaan en heb ik hard gewerkt. Na het eindexamen wist ik nog steeds niet wat ik wilde gaan doen en dat het komende jaar bij Schoevers een volslagen ander resultaat had kon ik toen nog niet vermoeden.

Geschreven: Opperdoes, 10 april 2006
Dagtekening: 1958-1963

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen