Vanaf 2005 schrijf ik korte stukjes in dit digitale dagboek. Dat kunnen er drie per week zijn, maar soms ook, schrijf ik maanden niet. Waarover ik schrijf, dat kan vanalles zijn. Heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Op de foto hierboven sta ik, in de zomer van 1987 in de tuin van één van de grote herenhuizen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar stond een grote "spiegelbol", waarmee ik mezelf op de gevoelige plaat zette. Een selfie dus van ruim 35 jaar oud en ook van ver voordat dat het woord "selfie" werd uitgevonden. Erg scherp is de foto helaas niet, maar ja, wat kan verwachten van zo`n oude foto, die al heel wat heeft meegemaakt vanaf een opname op een 35 mm fotorolletje tot een computerbestandje in het digitale tijdperk. Toch vind ik hem nog steeds de moeite waard om hem eens in het zonnetje te zetten.

donderdag 23 juli 2026

Beltgraven

Voor ons als ouders was het lastig om met vakantie te gaan. We hadden het niet zo breed en ook geen auto, waarin je zomaar even alle bagage kon inladen, wat inhield, dat we de meest gangbare manier om vakantie te vieren [kamperen] wel konden vergeten. Om ons en de kinderen toch een fijne vakantie te bezorgen, kwam mijn vader ons twee keer te hulp. Hij had een auto en de mogelijkheid om ons onder te brengen in een vakantiepark, dat nauw verbonden was het bedrijf [SHB] waarvan hij mededirecteur was. Dat was Beltgraven, een vakantiepark van verschillende havenbedrijven uit Amsterdam, waar hun werknemers met hun families in de de tweede helft van de 20e eeuw hun vakantie konden doorbrengen. Wij waren er in 1973 [met twee kinderen en eentje onderweg] en 1980 [met drie kinderen] en hebben daar toen twee heerlijke vakanties doorgebracht.

Natuurlijk was de reis van Westfriesland naar Overijssel al een wereldreis. Het begon al met het inladen van de auto. Wat een zooi moest er mee, als je met twee of drie [kleine] kinderen op vakantie ging. En blijkbaar moest je ook nog opletten wat er gegeten werd voordat je vertrok. Nooit zal ik die keer vergeten, dat zoonlief in Amsterdam-Noord langs de kant van de weg zijn maaginhoud stond te lozen. Waarschijnlijk had hij toch teveel kersen gegeten. Maar okee, dat hoorde er allemaal bij.

 



Eenmaal aangekomen op het park werd je verwelkomd door de grote vlaggenmast met vlaggen van de aangesloten bedrijven. Daarna ging je, tussen al die bomen, je onderkomen zoeken. Alle huisjes hadden namen, die vermeld stonden boven de deur en die gerelateerd waren aan schepen. Op de foto`s is goed te zien, dat we, zodra we arriveerden, de letters vol stopte met dennenappels.   Waarom we dat deden [allebei de keren zelfs], weet ik niet meer, maar het maakte het lezen ervan er niet duidelijker op. Ons eerste huisje heette "Topjijn" en het tweede "Zaling". Ik had toen geen idee wat die namen betekenden, maar nu bracht Google na heel lang zoeken uitkomst. Een topjijn is een takel op een schip en een zaling een dwarsbalk aan een mast.




De huisjes waren helemaal van hout en ik vond ze te gek. Een grote ruimte als huiskamer/keuken, waarin ook moest worden geslapen door de ouders; een klein slaapkamertje met een stapelbed en een een heel kleine doucheruimte. Waar we naar het toilet gingen weet ik niet meer. Die grote ruimte had aan de voorkant twee grote openslaande deuren, naar een terras, waar wat ligstoelen stonden. Als je de strijd met de dingen gewonnen had, kon je heerlijk in de zon liggen kijken naar de eekhoorntjes, die de nootjes uit je hand kwamen grissen.


Maar niet alleen uit je hand. We probeerden vanalles om dieren op het terras te krijgen, tot complete trommels met nootjes aan toe. Ook wilden we wel eens zien wat er `s nachts gebeurde. Op een moment hadden we het vermoeden van een nachtelijke bezoeker, die wat eetbaars aan het zoeken was. Om eens te weten wie of wat dat was, zetten we `s avonds een schoteltje met voedsel midden op het terras. De volgende ochtend troffen we een dikke naaktslak op dat schoteltje aan, midden in een doorweekte boterham. Of hij nou echt onze nachtelijke bezoeker is geweest, weet ik tot op de dag van vandaag echt nog niet, maar lachen was het wel.

In het park was een kantine, waar we eigenlijk nooit kwamen en een klein winkeltje, dat vooral gewild was bij de kinderen, vanwege de ijsverkoop. Voor de kinderen was er een soort knutselschuur, waar onder begeleiding van de plaatstelijke kerkmensen, ze heel fijn werden bezig gehouden met diverse activiteiten; ze gingen er dan ook graag naar toe. En natuurlijk was daar de vuurkuil, waarin één keer per week het kampvuur werd aangestoken.



Een zwembad was er ook. Geen golfslagbad of aquadome, maar gewoon een zwembad met een pierebad, zoals een zwembad hoort te zijn. Het had, in tegenstelling tot die van tegenwoordig, eigenlijk maar één bezwaar. Het was gewoon buiten en dan ook nog zonder dak. Het weer kon dus een aardige spelbreker zijn. Hoewel regen was geen bezwaar, want je werd toch wel nat, maar als het koud was, had je pech. Achter de camping, want die was er ook, bevond zich de Berenkuil; een grote zandvlakte, die zich uitstrekte ten zuiden van het park.
                                           

Een speeltuintje, wat er wel was, hadden onze kinderen eigenlijk niet nodig. Zij hadden genoeg aan de ruimte om het huisje. Wij als ouders hadden dan onze rust en de kinderen vermaakten zich prima met wat ze zoal vonden in het bos. Eikels, takken, en noem het maar op. Alles waar je mee kon bouwen of spelen konden ze gebruiken en als het dan eens een dagje wat minder zonnig was, had je altijd je eigen speelgoed [Lego] nog.

Het park bevond zich tussen Het Loo, [een kleine woongemeenschap bij Oldebroek] en de snelweg A28 Daarachter was een groot militair oefenterrein. Je zag het niet, maar horen kon je het des te meer. Af en toe werden we getracteerd op een langdurig concert van knalharde explosies. Dat gaf mij en zeker ook onze zoon best een onbehaaglijk gevoel. Hoe het tegenwoordig is weet ik niet, maar dat was toen eigenlijk het enige waar we niet zo blij mee waren.






In 1982 zijn we er voor een logeerpartij van onze toen 9-jarige dochter er nog een keertje per trein terug geweest, maar dat was het. Beltgraven is nu een Landalpark en van onze houten huisjes is geen spaan meer terug te vinden. Het nieuwe park is mooi maar ach, ik zei het al, het is nu een heel andere tijd met heel andere mensenwensen. Toch laat het me niet los, want als ik er nog eens kom, kan ik het niet laten om met plezier terug te denken aan die totaal andere en fijne vakanties, die wij er hebben beleefd.

Ps:
Voordat ik een stukje ga schrijven voor mijn digidagboek, ga ik soms even googelen over het verhaaltje wat ik wil maken. Dat doe om geen onwaarheden te schrijven over het onderwerp, waarover ik denk te weinig achtergrondinformatie te hebben. Dat lukte deze keer wel heel erg goed. Ik vond een blog, die toen ik hem las, hem meer dan geweldig vond. De schrijver was één van de kinderen, [zijn vader was een werknemer van één van de havenbedrijven], die met zijn ouders daar op vakantie was. Dat was dus precies iemand, voor wie dat park werkelijk was opgezet. Ik genoot van het stukje, wat zo knap geschreven was en bij mij een heleboel los maakte, wat ik allang vergeten was. "Zo was het echt hoor!” Bedankt Tom Verhoeven.


Geschreven: 22-24 juli 2026
Dagtekening: zomer 1973+1980+1982

dinsdag 21 juli 2026

Het lokje in de spoortuin

Zomer 2010 stond er ineens een lokomotiefje bij ons in de spoortuin. Hoe hij daar is gekomen, daarvan had en heb ik nog steeds, geen flauw benul. Een speeltuin was de spoortuin zeker niet, dus wat dat betreft schoot het zijn doel compleet voorbij, maar natuurlijk riep het bij mij wel de nodige vragen op. Wilde iemand hem anoniem kwijt? Of was er een stoomtrammedewerker, die dacht ons er een "plezier" mee te doen. Vragen te over, maar het antwoorden kwamen er niet.

We wisten niet zo goed wat we er mee aan moesten, want er kwamen nauwelijks kinderen op het perron en of we die aanwezigheid van dat speelgeval nou leuk vonden, laat ik maar even in het midden. Sommige stoomtram medewerkers vonden dat zeker niet, dat hoorde ik wel in de wandelgangen. Zij vonden dat beslist niet "historisch verantwoord" was, aan de jaren 1920 van de vorige eeuw, welk tijdperk de tram tot doel had uit te beelden. De enige die er eens op heb zien spelen, was onze kleinzoon, die erbovenop ging staan.

Wanneer het noodlot toesloeg weet ik niet, maar ineens lag het lokje om. Natuurlijk stond er geen naamkaartje bij wie het had gedaan, want dat het niet vanzelf was omgegaan, dat was zonneklaar. Daar was hij veel te zwaar voor, maar het wakkerde mijn gevoel weer aan, dat het lokomotiefje maar nauwelijks werd gedoogd. Maar ja, zo op z`n kant was het natuurlijk helemaal geen gezicht. Toch gaf ik niet op. Ik maakte een foto en plaatste hem op facebook, met de opmerking, dat ik dit toch eigenlijk wel een erg zielig vond. Kijk en dan is fb toch wel erg leuk, want binnen een paar uur hadden we hulp en met z`n drietjes hadden ze het lokje in no-time weer overeind.



Het ding heeft nog een tijdje in de spoortuin gestaan, maar ging, door regen en wind, steeds verder achteruit, waardoor ik, mede door het ongemakkelijke gevoel wat ik erover had, niet meer wist, wat ik er verder mee moest doen. Ineens kwam er hulp opdagen. Iemand, die wilde het lokomotiefje heel graag opknappen en zou het dan in zijn tuin plaatsen. Een prachtoplossing, waar we heel blij mee waren. Geen boze gezichten meer en een mooie bestemming, win-win, beter kon het niet. We kenden de mensen niet, maar dat maakte ons niet uit. Twee dagen later haalden ze hem op en de spoortuin was weer leeg.

En wie denkt dat wij het lokje daarna nooit meer zouden zien, heeft het mis. Wat blijkt....toen ik, intussen weer verhuisd naar Grootebroek, eens door Bovenkarspel reed, zag ik hem tot mijn grote verrassing, zomaar ineens. Hij stond, in een voortuin, die maar twee huizen verder lag, dan het huis van een hele goede bekende van ons. Het was prachtig opgeknapt en weer heel goed bestand tegen weer en wind. Ik vond het reuze leuk het daar, zo goed op zijn plek, weer terug te zien.


 
Wie tegenwoordig langs station Opperdoes komt, ziet een schitterende spoortuin, met vanalles erop en eraan, wat je meteen terugbrengt naar de jaren 1920, maar een lokje, zal je er niet vinden. De huidige bewoners hebben het allemaal schitterend gedaan, maar bij het zien ervan, moet ik toch nog wel eens denken aan hoe het was. Een kale tuin met een lokomotiefje......... een beetje een zielig lokje, waarvan ik het gevoel had, dat het er niet mocht zijn.

21 juli 2026

Met mijn duffe kop begon ik op 20 juli 2026 weer aan een stukje over dat omgegooide locomotiefje in de spoortuin. Het kwam die dag ter sprake tijdens een gesprek met Suzanne, Christiaan en Margo Goldstein, waar we het hadden over het feit, dat Christiaan de schakel was, dat hij nu in Bovenkarspel in de voortuin staat. Stom natuurlijk, dat ik niet eerst eens even keek of ik er toevallig al niet eerder een stukje over had geschreven, maar ja, af en toe gaat er wel eens iets fout in mijn herinnering. [Ach de leeftijd hè]. Nou in dit geval ging het dus goed fout. Ik schreef weer een prachtig verhaal, was wat scherper in mijn bewoording betreffende de relatie tussen de stoomtramvrijwilligers ten opzichte van ons en zeker ten opzichte van het locomotiefje. Zo scherp zelfs, dat ik eerst twijfelde of ik het wel zou publiceren. Ik had het toch gedaan, maar lekker zat het me niet.

Vandaag wilde ik het gaan plaatsen in mijn digidagboek en ontdekte zo, dat ik er twee jaar terug er al een stukje over had geschreven, dat een wat vriendelijkere toon had, dan het nieuwe. Één ding vermeldde ik in dat eerste stuk niet, nl. dat ik het locomotiefje ook op Google Maps Streetview had gezien. De 2026 versie bewaar ik in zijn geheel wel, want ik vind het te leuk om te wissen, maar, voor de blog plaats ik die alinea en foto van Google Maps onder het eerste verhaal.

"Toch was dit niet helemaal het eind van dit verhaal. Zappende op Google Maps Streetview kwam ik hem weer tegen. Helemaal opgeknapt stond hij daar, in de voortuin van de vader, die zijn zoontje wilde verrassen. Omdat de Google Maps foto`s niet altijd even recent zijn, ben ik er zonet [20 juli 2026] nog even langs gereden, om te kijken of het lokje er inderdaad nog stond. En zowaar……..het lokje staat er anno 2026 nog steeds. Die heeft zijn plekje in Bovenkarspel duidelijk gevonden."



Geschreven: 8 augustus 2024 en 20 juli 2026
Dagtekening: 2010-2015

maandag 6 juli 2026

Smiley`s

Wie wel eens op de Duitse Autobahn gereden heeft, kent ze. De borden "Achtung Baustelle" voorspellen nooit veel goeds en om het leed een beetje te verzachten hadden ze, toen we naar Scandinavië reden, borden met smiley`s langs de weg geplaatst. Het was nog handig ook, want je werd meteen luid en duidelijk op de hoogte gesteld, van de afstand, die je nog voor de boeg had, voordat de ellende voorbij was. En die afstand kon lang zijn, want die "Strassenarbeiten" waren meestal vele kilometers langer dan bij ons.

De eerste keer dat ik ze zag, was dan ook daar. Als ik het me goed herinner, was dat op de beruchte A1 tussen Hamburg en Bremen, want het leek wel, of ze daar altijd aan het werk waren. Om duidelijke redenen kon ik er daar helaas geen foto`s van maken, wat ik best wel jammer vond.

Tot mijn verrassing stonden ze in 2008 ineens op de A7 tussen de afslagen Hoorn-Noord en Medemblik. Oei, dat was lekker dicht bij huis, daar kon ik wel wat mee. Eindelijk de kans om ze op de foto te zetten. Na twee of drie keer [dat weet ik niet meer zo precies] dat trajact op de A7, heen en weer gereden te hebben, hadden we ze allemaal op beeld. Natuurlijk spreek ik over "we", wat ik maakte de plaatjes vanzelfsprekend niet zelf. Mijn dank is groot Ingrid, zes scherpe foto`s, gemaakt uit een rijdende auto. Het was lastig, ik weet het, voordat je de foto maakt, is het bord, alweer uit je zoeker verdwenen en heel langzaam rijden op de snelweg is ook niet zo gezond.

Het is allemaal alweer een tijdje terug, en ik weet niet of ze er tegenwoordig nog wel eens staan, maar tijdens een zoektocht naar iets heel anders, kwam ik de foto`s weer tegen. Dus voordat ik ze vergeet, is het nu een mooie gelegenheid, om deze leuke herinnering in mijn digidagboek te bewaren.





Geschreven: 6 juli 2026
Dagtekening: 4 augustus 2008