Natuurlijk was de reis van Westfriesland naar Overijssel al een wereldreis. Het begon al met het inladen van de auto. Wat een zooi moest er mee, als je met twee of drie [kleine] kinderen op vakantie ging. En blijkbaar moest je ook nog opletten wat er gegeten werd voordat je vertrok. Nooit zal ik die keer vergeten, dat zoonlief in Amsterdam-Noord langs de kant van de weg zijn maaginhoud stond te lozen. Waarschijnlijk had hij toch teveel kersen gegeten. Maar okee, dat hoorde er allemaal bij.
Eenmaal aangekomen op het park werd je verwelkomd door de grote vlaggenmast met vlaggen van de aangesloten bedrijven. Daarna ging je, tussen al die bomen, je onderkomen zoeken. Alle huisjes hadden namen, die vermeld stonden boven de deur en die gerelateerd waren aan schepen. Op de foto`s is goed te zien, dat we, zodra we arriveerden, de letters vol stopte met dennenappels. Waarom we dat deden [allebei de keren zelfs], weet ik niet meer, maar het maakte het lezen ervan er niet duidelijker op. Ons eerste huisje heette "Topjijn" en het tweede "Zaling". Ik had toen geen idee wat die namen betekenden, maar nu bracht Google na heel lang zoeken uitkomst. Een topjijn is een takel op een schip en een zaling een dwarsbalk aan een mast.

De huisjes waren helemaal van hout en ik vond ze te gek. Een grote ruimte als huiskamer/keuken, waarin ook moest worden geslapen door de ouders; een klein slaapkamertje met een stapelbed en een een heel kleine doucheruimte. Waar we naar het toilet gingen weet ik niet meer. Die grote ruimte had aan de voorkant twee grote openslaande deuren, naar een terras, waar wat ligstoelen stonden. Als je de strijd met de dingen gewonnen had, kon je heerlijk in de zon liggen kijken naar de eekhoorntjes, die de nootjes uit je hand kwamen grissen.
Maar niet alleen uit je hand. We probeerden vanalles om dieren op het terras te krijgen, tot complete trommels met nootjes aan toe. Ook wilden we wel eens zien wat er `s nachts gebeurde. Op een moment hadden we het vermoeden van een nachtelijke bezoeker, die wat eetbaars aan het zoeken was. Om eens te weten wie of wat dat was, zetten we `s avonds een schoteltje met voedsel midden op het terras. De volgende ochtend troffen we een dikke naaktslak op dat schoteltje aan, midden in een doorweekte boterham. Of hij nou echt onze nachtelijke bezoeker is geweest, weet ik tot op de dag van vandaag echt nog niet, maar lachen was het wel.
In het park was een kantine, waar we eigenlijk nooit kwamen en een klein winkeltje, dat vooral gewild was bij de kinderen, vanwege de ijsverkoop. Voor de kinderen was er een soort knutselschuur, waar onder begeleiding van de plaatstelijke kerkmensen, ze heel fijn werden bezig gehouden met diverse activiteiten; ze gingen er dan ook graag naar toe. En natuurlijk was daar de vuurkuil, waarin één keer per week het kampvuur werd aangestoken.

Een zwembad was er ook. Geen golfslagbad of aquadome, maar gewoon een zwembad met een pierebad, zoals een zwembad hoort te zijn. Het had, in tegenstelling tot die van tegenwoordig, eigenlijk maar één bezwaar. Het was gewoon buiten en dan ook nog zonder dak. Het weer kon dus een aardige spelbreker zijn. Hoewel regen was geen bezwaar, want je werd toch wel nat, maar als het koud was, had je pech. Achter de camping, want die was er ook, bevond zich de Berenkuil; een grote zandvlakte, die zich uitstrekte ten zuiden van het park.

Een speeltuintje, wat er wel was, hadden onze kinderen eigenlijk niet nodig. Zij hadden genoeg aan de ruimte om het huisje. Wij als ouders hadden dan onze rust en de kinderen vermaakten zich prima met wat ze zoal vonden in het bos. Eikels, takken, en noem het maar op. Alles waar je mee kon bouwen of spelen konden ze gebruiken en als het dan eens een dagje wat minder zonnig was, had je altijd je eigen speelgoed [Lego] nog.
Het park bevond zich tussen Het Loo, [een kleine woongemeenschap bij Oldebroek] en de snelweg A28 Daarachter was een groot militair oefenterrein. Je zag het niet, maar horen kon je het des te meer. Af en toe werden we getracteerd op een langdurig concert van knalharde explosies. Dat gaf mij en zeker ook onze zoon best een onbehaaglijk gevoel. Hoe het tegenwoordig is weet ik niet, maar dat was toen eigenlijk het enige waar we niet zo blij mee waren.

In 1982 zijn we er voor een logeerpartij van onze toen 9-jarige dochter er nog een keertje per trein terug geweest, maar dat was het. Beltgraven is nu een Landalpark en van onze houten huisjes is geen spaan meer terug te vinden. Het nieuwe park is mooi maar ach, ik zei het al, het is nu een heel andere tijd met heel andere mensenwensen. Toch laat het me niet los, want als ik er nog eens kom, kan ik het niet laten om met plezier terug te denken aan die totaal andere en fijne vakanties, die wij er hebben beleefd.
Ps:
Voordat ik een stukje ga schrijven voor mijn digidagboek, ga ik soms even googelen over het verhaaltje wat ik wil maken. Dat doe om geen onwaarheden te schrijven over het onderwerp, waarover ik denk te weinig achtergrondinformatie te hebben. Dat lukte deze keer wel heel erg goed. Ik vond een blog, die toen ik hem las, hem meer dan geweldig vond. De schrijver was één van de kinderen, [zijn vader was een werknemer van één van de havenbedrijven], die met zijn ouders daar op vakantie was. Dat was dus precies iemand, voor wie dat park werkelijk was opgezet. Ik genoot van het stukje, wat zo knap geschreven was en bij mij een heleboel los maakte, wat ik allang vergeten was. "Zo was het echt hoor!” Bedankt Tom Verhoeven.
Voordat ik een stukje ga schrijven voor mijn digidagboek, ga ik soms even googelen over het verhaaltje wat ik wil maken. Dat doe om geen onwaarheden te schrijven over het onderwerp, waarover ik denk te weinig achtergrondinformatie te hebben. Dat lukte deze keer wel heel erg goed. Ik vond een blog, die toen ik hem las, hem meer dan geweldig vond. De schrijver was één van de kinderen, [zijn vader was een werknemer van één van de havenbedrijven], die met zijn ouders daar op vakantie was. Dat was dus precies iemand, voor wie dat park werkelijk was opgezet. Ik genoot van het stukje, wat zo knap geschreven was en bij mij een heleboel los maakte, wat ik allang vergeten was. "Zo was het echt hoor!” Bedankt Tom Verhoeven.
Geschreven: 22-24 juli 2026
Dagtekening: zomer 1973+1980+1982



