Vanaf 2005 schrijf ik korte stukjes in dit digitale dagboek. Dat kunnen er drie per week zijn, maar soms ook, schrijf ik maanden niet. Waarover ik schrijf, dat kan vanalles zijn. Heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Op de foto hierboven sta ik, in de zomer van 1987 in de tuin van één van de grote herenhuizen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar stond een grote "spiegelbol", waarmee ik mezelf op de gevoelige plaat zette. Een selfie dus van ruim 35 jaar oud en ook van ver voordat dat het woord "selfie" werd uitgevonden. Erg scherp is de foto helaas niet, maar ja, wat kan verwachten van zo`n oude foto, die al heel wat heeft meegemaakt vanaf een opname op een 35 mm fotorolletje tot een computerbestandje in het digitale tijdperk. Toch vind ik hem nog steeds de moeite waard om hem eens in het zonnetje te zetten.

donderdag 23 juli 2026

Beltgraven

Voor ons als ouders was het lastig om met vakantie te gaan. We hadden het niet zo breed en ook geen auto, waarin je zomaar even alle bagage kon inladen, wat inhield, dat we de meest gangbare manier om vakantie te vieren [kamperen] wel konden vergeten. Om ons en de kinderen toch een fijne vakantie te bezorgen, kwam mijn vader ons twee keer te hulp. Hij had een auto en de mogelijkheid om ons onder te brengen in een vakantiepark, dat nauw verbonden was het bedrijf [SHB] waarvan hij mededirecteur was. Dat was Beltgraven, een vakantiepark van verschillende havenbedrijven uit Amsterdam, waar hun werknemers met hun families in de de tweede helft van de 20e eeuw hun vakantie konden doorbrengen. Wij waren er in 1973 [met twee kinderen en eentje onderweg] en 1980 [met drie kinderen] en hebben daar toen twee heerlijke vakanties doorgebracht.

Natuurlijk was de reis van Westfriesland naar Overijssel al een wereldreis. Het begon al met het inladen van de auto. Wat een zooi moest er mee, als je met twee of drie [kleine] kinderen op vakantie ging. En blijkbaar moest je ook nog opletten wat er gegeten werd voordat je vertrok. Nooit zal ik die keer vergeten, dat zoonlief in Amsterdam-Noord langs de kant van de weg zijn maaginhoud stond te lozen. Waarschijnlijk had hij toch teveel kersen gegeten. Maar okee, dat hoorde er allemaal bij.

 



Eenmaal aangekomen op het park werd je verwelkomd door de grote vlaggenmast met vlaggen van de aangesloten bedrijven. Daarna ging je, tussen al die bomen, je onderkomen zoeken. Alle huisjes hadden namen, die vermeld stonden boven de deur en die gerelateerd waren aan schepen. Op de foto`s is goed te zien, dat we, zodra we arriveerden, de letters vol stopte met dennenappels.   Waarom we dat deden [allebei de keren zelfs], weet ik niet meer, maar het maakte het lezen ervan er niet duidelijker op. Ons eerste huisje heette "Topjijn" en het tweede "Zaling". Ik had toen geen idee wat die namen betekenden, maar nu bracht Google na heel lang zoeken uitkomst. Een topjijn is een takel op een schip en een zaling een dwarsbalk aan een mast.




De huisjes waren helemaal van hout en ik vond ze te gek. Een grote ruimte als huiskamer/keuken, waarin ook moest worden geslapen door de ouders; een klein slaapkamertje met een stapelbed en een een heel kleine doucheruimte. Waar we naar het toilet gingen weet ik niet meer. Die grote ruimte had aan de voorkant twee grote openslaande deuren, naar een terras, waar wat ligstoelen stonden. Als je de strijd met de dingen gewonnen had, kon je heerlijk in de zon liggen kijken naar de eekhoorntjes, die de nootjes uit je hand kwamen grissen.


Maar niet alleen uit je hand. We probeerden vanalles om dieren op het terras te krijgen, tot complete trommels met nootjes aan toe. Ook wilden we wel eens zien wat er `s nachts gebeurde. Op een moment hadden we het vermoeden van een nachtelijke bezoeker, die wat eetbaars aan het zoeken was. Om eens te weten wie of wat dat was, zetten we `s avonds een schoteltje met voedsel midden op het terras. De volgende ochtend troffen we een dikke naaktslak op dat schoteltje aan, midden in een doorweekte boterham. Of hij nou echt onze nachtelijke bezoeker is geweest, weet ik tot op de dag van vandaag echt nog niet, maar lachen was het wel.

In het park was een kantine, waar we eigenlijk nooit kwamen en een klein winkeltje, dat vooral gewild was bij de kinderen, vanwege de ijsverkoop. Voor de kinderen was er een soort knutselschuur, waar onder begeleiding van de plaatstelijke kerkmensen, ze heel fijn werden bezig gehouden met diverse activiteiten; ze gingen er dan ook graag naar toe. En natuurlijk was daar de vuurkuil, waarin één keer per week het kampvuur werd aangestoken.



Een zwembad was er ook. Geen golfslagbad of aquadome, maar gewoon een zwembad met een pierebad, zoals een zwembad hoort te zijn. Het had, in tegenstelling tot die van tegenwoordig, eigenlijk maar één bezwaar. Het was gewoon buiten en dan ook nog zonder dak. Het weer kon dus een aardige spelbreker zijn. Hoewel regen was geen bezwaar, want je werd toch wel nat, maar als het koud was, had je pech. Achter de camping, want die was er ook, bevond zich de Berenkuil; een grote zandvlakte, die zich uitstrekte ten zuiden van het park.
                                           

Een speeltuintje, wat er wel was, hadden onze kinderen eigenlijk niet nodig. Zij hadden genoeg aan de ruimte om het huisje. Wij als ouders hadden dan onze rust en de kinderen vermaakten zich prima met wat ze zoal vonden in het bos. Eikels, takken, en noem het maar op. Alles waar je mee kon bouwen of spelen konden ze gebruiken en als het dan eens een dagje wat minder zonnig was, had je altijd je eigen speelgoed [Lego] nog.

Het park bevond zich tussen Het Loo, [een kleine woongemeenschap bij Oldebroek] en de snelweg A28 Daarachter was een groot militair oefenterrein. Je zag het niet, maar horen kon je het des te meer. Af en toe werden we getracteerd op een langdurig concert van knalharde explosies. Dat gaf mij en zeker ook onze zoon best een onbehaaglijk gevoel. Hoe het tegenwoordig is weet ik niet, maar dat was toen eigenlijk het enige waar we niet zo blij mee waren.






In 1982 zijn we er voor een logeerpartij van onze toen 9-jarige dochter er nog een keertje per trein terug geweest, maar dat was het. Beltgraven is nu een Landalpark en van onze houten huisjes is geen spaan meer terug te vinden. Het nieuwe park is mooi maar ach, ik zei het al, het is nu een heel andere tijd met heel andere mensenwensen. Toch laat het me niet los, want als ik er nog eens kom, kan ik het niet laten om met plezier terug te denken aan die totaal andere en fijne vakanties, die wij er hebben beleefd.

Ps:
Voordat ik een stukje ga schrijven voor mijn digidagboek, ga ik soms even googelen over het verhaaltje wat ik wil maken. Dat doe om geen onwaarheden te schrijven over het onderwerp, waarover ik denk te weinig achtergrondinformatie te hebben. Dat lukte deze keer wel heel erg goed. Ik vond een blog, die toen ik hem las, hem meer dan geweldig vond. De schrijver was één van de kinderen, [zijn vader was een werknemer van één van de havenbedrijven], die met zijn ouders daar op vakantie was. Dat was dus precies iemand, voor wie dat park werkelijk was opgezet. Ik genoot van het stukje, wat zo knap geschreven was en bij mij een heleboel los maakte, wat ik allang vergeten was. "Zo was het echt hoor!” Bedankt Tom Verhoeven.


Geschreven: 22-24 juli 2026
Dagtekening: zomer 1973+1980+1982

dinsdag 21 juli 2026

Het lokje in de spoortuin

Zomer 2010 stond er ineens een lokomotiefje bij ons in de spoortuin. Hoe hij daar is gekomen, daarvan had en heb ik nog steeds, geen flauw benul. Een speeltuin was de spoortuin zeker niet, dus wat dat betreft schoot het zijn doel compleet voorbij, maar natuurlijk riep het bij mij wel de nodige vragen op. Wilde iemand hem anoniem kwijt? Of was er een stoomtrammedewerker, die dacht ons er een "plezier" mee te doen. Vragen te over, maar het antwoorden kwamen er niet.

We wisten niet zo goed wat we er mee aan moesten, want er kwamen nauwelijks kinderen op het perron en of we die aanwezigheid van dat speelgeval nou leuk vonden, laat ik maar even in het midden. Sommige stoomtram medewerkers vonden dat zeker niet, dat hoorde ik wel in de wandelgangen. Zij vonden dat beslist niet "historisch verantwoord" was, aan de jaren 1920 van de vorige eeuw, welk tijdperk de tram tot doel had uit te beelden. De enige die er eens op heb zien spelen, was onze kleinzoon, die erbovenop ging staan.

Wanneer het noodlot toesloeg weet ik niet, maar ineens lag het lokje om. Natuurlijk stond er geen naamkaartje bij wie het had gedaan, want dat het niet vanzelf was omgegaan, dat was zonneklaar. Daar was hij veel te zwaar voor, maar het wakkerde mijn gevoel weer aan, dat het lokomotiefje maar nauwelijks werd gedoogd. Maar ja, zo op z`n kant was het natuurlijk helemaal geen gezicht. Toch gaf ik niet op. Ik maakte een foto en plaatste hem op facebook, met de opmerking, dat ik dit toch eigenlijk wel een erg zielig vond. Kijk en dan is fb toch wel erg leuk, want binnen een paar uur hadden we hulp en met z`n drietjes hadden ze het lokje in no-time weer overeind.



Het ding heeft nog een tijdje in de spoortuin gestaan, maar ging, door regen en wind, steeds verder achteruit, waardoor ik, mede door het ongemakkelijke gevoel wat ik erover had, niet meer wist, wat ik er verder mee moest doen. Ineens kwam er hulp opdagen. Iemand, die wilde het lokomotiefje heel graag opknappen en zou het dan in zijn tuin plaatsen. Een prachtoplossing, waar we heel blij mee waren. Geen boze gezichten meer en een mooie bestemming, win-win, beter kon het niet. We kenden de mensen niet, maar dat maakte ons niet uit. Twee dagen later haalden ze hem op en de spoortuin was weer leeg.

En wie denkt dat wij het lokje daarna nooit meer zouden zien, heeft het mis. Wat blijkt....toen ik, intussen weer verhuisd naar Grootebroek, eens door Bovenkarspel reed, zag ik hem tot mijn grote verrassing, zomaar ineens. Hij stond, in een voortuin, die maar twee huizen verder lag, dan het huis van een hele goede bekende van ons. Het was prachtig opgeknapt en weer heel goed bestand tegen weer en wind. Ik vond het reuze leuk het daar, zo goed op zijn plek, weer terug te zien.


 
Wie tegenwoordig langs station Opperdoes komt, ziet een schitterende spoortuin, met vanalles erop en eraan, wat je meteen terugbrengt naar de jaren 1920, maar een lokje, zal je er niet vinden. De huidige bewoners hebben het allemaal schitterend gedaan, maar bij het zien ervan, moet ik toch nog wel eens denken aan hoe het was. Een kale tuin met een lokomotiefje......... een beetje een zielig lokje, waarvan ik het gevoel had, dat het er niet mocht zijn.

21 juli 2026

Met mijn duffe kop begon ik op 20 juli 2026 weer aan een stukje over dat omgegooide locomotiefje in de spoortuin. Het kwam die dag ter sprake tijdens een gesprek met Suzanne, Christiaan en Margo Goldstein, waar we het hadden over het feit, dat Christiaan de schakel was, dat hij nu in Bovenkarspel in de voortuin staat. Stom natuurlijk, dat ik niet eerst eens even keek of ik er toevallig al niet eerder een stukje over had geschreven, maar ja, af en toe gaat er wel eens iets fout in mijn herinnering. [Ach de leeftijd hè]. Nou in dit geval ging het dus goed fout. Ik schreef weer een prachtig verhaal, was wat scherper in mijn bewoording betreffende de relatie tussen de stoomtramvrijwilligers ten opzichte van ons en zeker ten opzichte van het locomotiefje. Zo scherp zelfs, dat ik eerst twijfelde of ik het wel zou publiceren. Ik had het toch gedaan, maar lekker zat het me niet.

Vandaag wilde ik het gaan plaatsen in mijn digidagboek en ontdekte zo, dat ik er twee jaar terug er al een stukje over had geschreven, dat een wat vriendelijkere toon had, dan het nieuwe. Één ding vermeldde ik in dat eerste stuk niet, nl. dat ik het locomotiefje ook op Google Maps Streetview had gezien. De 2026 versie bewaar ik in zijn geheel wel, want ik vind het te leuk om te wissen, maar, voor de blog plaats ik die alinea en foto van Google Maps onder het eerste verhaal.

"Toch was dit niet helemaal het eind van dit verhaal. Zappende op Google Maps Streetview kwam ik hem weer tegen. Helemaal opgeknapt stond hij daar, in de voortuin van de vader, die zijn zoontje wilde verrassen. Omdat de Google Maps foto`s niet altijd even recent zijn, ben ik er zonet [20 juli 2026] nog even langs gereden, om te kijken of het lokje er inderdaad nog stond. En zowaar……..het lokje staat er anno 2026 nog steeds. Die heeft zijn plekje in Bovenkarspel duidelijk gevonden."



Geschreven: 8 augustus 2024 en 20 juli 2026
Dagtekening: 2010-2015

maandag 6 juli 2026

Smiley`s

Wie wel eens op de Duitse Autobahn gereden heeft, kent ze. De borden "Achtung Baustelle" voorspellen nooit veel goeds en om het leed een beetje te verzachten hadden ze, toen we naar Scandinavië reden, borden met smiley`s langs de weg geplaatst. Het was nog handig ook, want je werd meteen luid en duidelijk op de hoogte gesteld, van de afstand, die je nog voor de boeg had, voordat de ellende voorbij was. En die afstand kon lang zijn, want die "Strassenarbeiten" waren meestal vele kilometers langer dan bij ons.

De eerste keer dat ik ze zag, was dan ook daar. Als ik het me goed herinner, was dat op de beruchte A1 tussen Hamburg en Bremen, want het leek wel, of ze daar altijd aan het werk waren. Om duidelijke redenen kon ik er daar helaas geen foto`s van maken, wat ik best wel jammer vond.

Tot mijn verrassing stonden ze in 2008 ineens op de A7 tussen de afslagen Hoorn-Noord en Medemblik. Oei, dat was lekker dicht bij huis, daar kon ik wel wat mee. Eindelijk de kans om ze op de foto te zetten. Na twee of drie keer [dat weet ik niet meer zo precies] dat trajact op de A7, heen en weer gereden te hebben, hadden we ze allemaal op beeld. Natuurlijk spreek ik over "we", wat ik maakte de plaatjes vanzelfsprekend niet zelf. Mijn dank is groot Ingrid, zes scherpe foto`s, gemaakt uit een rijdende auto. Het was lastig, ik weet het, voordat je de foto maakt, is het bord, alweer uit je zoeker verdwenen en heel langzaam rijden op de snelweg is ook niet zo gezond.

Het is allemaal alweer een tijdje terug, en ik weet niet of ze er tegenwoordig nog wel eens staan, maar tijdens een zoektocht naar iets heel anders, kwam ik de foto`s weer tegen. Dus voordat ik ze vergeet, is het nu een mooie gelegenheid, om deze leuke herinnering in mijn digidagboek te bewaren.





Geschreven: 6 juli 2026
Dagtekening: 4 augustus 2008

donderdag 7 mei 2026

Mijn electronische orgeltje

Gisterenavond, toen ik naar de tv-uitzending zat te kijken van de dodenherdenking in Amsterdam, schoot me ineens te binnen dat ik een keertje in Hotel Krasnapolsky, dat dus linksachter het monument, regelmatig in beeld kwam, ben geweest. Terugrekenend, moet dat hebben plaatsgevonden eind jaren `50 en beginjaren `60, toen ik nog bij mijn ouders woonde in Amsterdam. In mijn herinnering, zie ik me nog steeds zitten in die toneelzaal, helemaal alleen met mijn electronische orgeltje, zo helemaal vooraan, aan de rechter zijkant van het middelste gangpad, pal voor het podium. Ook weet ik nog, dat het ik het allemaal nogal teleurstellend vond, omdat ik niet met de rest van de kinderen op het toneel kon staan. Blijkbaar kon men op het podium geen stroomaansluiting voor mijn orgeltje te realiseren, zodat ik werd afgescheept met een plaatsje in het gangpad. Ook herinner ik me nog, dat mijn ouders, die er ook bij waren, mij de welbekende wintertuin van Krasnapolsky lieten zien.

Ik heb diep in mijn geheugen zitten graven naar de aanleiding van mijn aanwezigheid daar, maar het enige wat ik me kan bedenken is, dat er een uitvoering zal zijn geweest van mijn lagere school [de Prof. H. Burgerschool, blo-school voor slechthorende kinderen], om te laten zien, dat ook deze kinderen muziek konden spelen. Maar of dat het ook geweest is, zal wel altijd een raadsel blijven, want om zo`n uitvoering in Krasnapolsky te houden, lijkt me nogal hoog gegrepen. Ook zou het later geweest kunnen zijn, hoewel ik met de beste wil van de wereld, zo`n uitvoering niet kan voorstellen tijdens mijn vervolgopleiding op de MMS.

Maar acht, soms lijkt het allemaal maar een warrige droom, want verder weet ik niets meer van. Alleen dat ene beeld, dat ik daar zo zat, zit muurvast in mijn herinnering gebakken. Hoewel, het is geen droom; ik heb dat echt meegemaakt, dat is iets wat ik zeker weet. Ik had dat orgeltje, dat kunnen mijn oudste kinderen nog bevestigen, want ik herinner me, dat zij er nog mee hebben gespeeld toen ik in Bovenkarspel woonde. Dat was voor hen wel leuk, maar zal ongetwijfeld ook zijn ondergang zijn geweest. 

Het orgeltje klonk als een accordeon en zat vast in een knalrode koffer. Die was ca. 1.20 m lang/breed, ca. 50 cm diep en 40 cm hoog en mijn vader had een houten standaard voor gemaakt, zodat het op tafelhoogte voor mijn kon staan. Ik zat dan voor een toetsenbord, als een piano, met dezelfde witte en zwarte toetsen, en het zal ongeveer 4 octaven breed zijn geweest.

Hoe ik aan dat orgeltje kwam? Waarschijnlijk was het een actie van mijn ouders. Ik kon, dank zij die fantastische lagere school met zijn extra aandacht voor muziek, goed blokfluit spelen en muzieknoten lezen en mijn ouders zullen gedacht hebben dat ik met die muziek wel wat meer kon doen. Zij regelden thuis privéles voor mij, waardoor ik [dacht ik] 1x per week, les kreeg van een oudere man, die ik een griezel vond. Dat durfde ik mijn ouders natuurlijk niet te vertellen, maar ik weet nog dat ik er vreselijk tegenop zag. Ik moest van hem uiteraard veel oefenen, kreeg veel huiswerk, maar het werd helemaal niets. Het lukte me maar niet om met twee handen, twee verschillende handelingen te verrichten. Hoelang die lessen hebben geduurd en ook hoe ze uiteindelijk gestopt zijn, weet ik niet meer, maar één ding was zeker. Een muziekcarriere zat er voor mij niet in.

Maar toch, als je mij, een blokfluit in mijn handen zou duwen, speel ik met het grootste gemak nog wat liedjes uit mijn hoofd en noten lezen komt zo af en toe ook wel eens goed van pas. Toch zou ik die enge muziekleraar en die teleurstellende uitvoering van toen, liever voor eens en voor altijd, uit mijn geheugen willen verbannen.


Geschreven: 5 mei 2026
Dagtekening: eind jaren `50-beginjaren `60.

vrijdag 1 mei 2026

Nobody is perfect


[Fb-post]  

Sleutelkastje:

..........Pffff....dat was ff schrikken! Voor het eerst trok ik de deur dicht en mijn sleutels [met autosleutels
eraan] lagen nog binnen op de trap. Oei wat nu? De meiden hebben wel een sleutel, maar ja 
die zijn niet echt in de buurt en het was koud. Snel weer bij mijn positieven, bedacht ik me dat er een sleutelkastje had. Er zat een sleutel in, maar ik had dat ding nog nooit gebruikt. De code stond in mijn telefoon, die ik gelukkig wel bij me had. Het was spannend of het zou werken, maar yess, ik kon verder. Bedankt vorige bewoners, jullie kastje heeft me gered! [20230118]



Dat schreef ik zoals vermeld op 18 januari 2023. Op zaterdag 30 november 2024 was ik echter niet zo gelukkig. We zouden met z`n drietjes naar familie in Breda en ik was klaar om weg te gaan. Ik stond al bij de voordeur buiten te klungelen met een tas die van mijn schouder gleed en een rollator, die, niet op rem, achter mijn rug wegreed. Op het moment, dat ik dat ding probeerde tegen te houden, klapte de voordeur dicht met de sleutel nog aan de binnenkant van de deur in het slot.

Ik maakte me eigenlijk in eerste instantie niet zo druk, want ik had, zoals ik al schreef een sleutelkastje. Ik wist de code nog uit mijn hoofd; opende het kastje; pakte de sleutel en stopte die in het slot. Verhip, dat ging niet. Toen werd ik wakker. Duhuh, natuurlijk gaat dat niet, want die andere sleutel zit aan de binnenkant in het slot, dus kan er helemaal geen sleutel in. Opgelucht bedacht ik me dat ik ook nog een achterdeur had, om even later helemaal te bevriezen. Ook daar zat om veiligheidsredenen de sleutel al jaren in het slot. Ik werd ijzig kalm, dacht na, maar wist het absoluut niet meer. Daar was ik mooi klaar mee. Suzanne en Ingrid, die intussen ook gearriveerd waren, waren op z`n zachts gezegd, natuurlijk ook niet blij. Goede raad was duur. Hoe duur zouden we later merken. Ingrid, de meest doortastende van ons drietjes begon te googelen en vond een sleutelmaker met weekendservice. Ze belde meteen en er werd ons verzekerd dat ze binnen een uurtje of zo zouden komen.

De overbuurman, die blijkbaar het hele gebeuren had gezien, kwam naar ons toe en bood mij, na uitleg, heel lief aan, dat ik de sleutelmaker bij hem binnen kon afwachten. Ingrid en Suzanne besloten daarop nog maar even terug naar huis te gaan. Na een uurtje kreeg ik een telefoontje dat hij eraan kwam en dat ik seinde ik ook meteen de beide meiden in. Net toen zij terug waren, kwam hij eraan en was de deur was in no-time open.

De koude douche kwam naderhand, want na ruim 300 euries te hebben afgetikt, konden we pas weg. Ik was opgelucht, boos en helemaal verslagen. Ja, dat was wel heel erg veel. Was ik dan echt in zo`n louche figuur getrapt? Opgelicht? Misschien, het was natuurlijk veel te veel, maar ja, dat kan dan wel zijn, ik was er wel mee geholpen. De deur was open en het was nog niet te laat om toch nog naar Breda te gaan. Maar al met al, het was een raar gevoel.

En nu zal de lezer zich uiteraard afvragen, waarom ik pas anderhalf jaar later een stukje schrijf over deze blunderende en dure ervaring. Haha, ik ben er nu wel overheen, hoor, maar het was toch wel een beetje moeilijk. Het ergste was denk ik, de deuk in mijn imago [zo eerlijk ben ik dan ook nog wel], maar ook een zekere valse schaamte misschien, omdat ik zo stom kon zijn. Verder vond ik vandaag een aantekening, dat ik er altijd nog eens een stukje over wilde schrijven.

Dat heb ik dus nu gedaan en wil dit stukje [heel eigenwijs] eindigen met een goede raad. Laat als beveiliging nooit een sleutel aan de binnenkant van de deur in het slot zitten. Hoe goed het ook werkt als je thuis bent…. het wordt, zeker in het weekend, een dure grap als je jezelf buitensluit.


Geschreven: 29 april 2026
Dagtekening: 30 november 2025

dinsdag 21 april 2026

Het kwam allemaal weer terug

Toen we in 1998 in Opperdoes kwamen te wonen, werden er aan de overkant van de straat een hele serie grote twee onder een kap woningen gebouwd. Tussen twee van die woningen, bevond zich een pad wat naar een nogal gammel bruggetje leidde. Achter die brug stond een oud en groot schuurachtig gebouw, dat zich in de tuin bevond van één van de huizen die met de voorzijde aan het Noorderpad lagen. Dat gebouw, hoorde ik al vrij snel, bleek een klein en bijna verscholen asielzoekerscentrum te zijn.



In 1998 was er helaas ook al wel het nodig te doen over asielzoekers, maar zo beladen als nu allemaal is, was het toen nog niet. Toch heb ik er destijds weinig over geschreven, want ik denk dat het voor mij toen toch al wel een onderwerp was, waar ik niet zo goed raad mee wist. Ook heb ik van de aanwezigheid ervan nooit een foto gemaakt. Niet van het gebouw, noch van de mensen. Eh.... nee, ho, ho, dat is niet helemaal waar, want ik heb één foto, waar ik helemaal verliefd op ben. Dat is een foto van twee kleine jongetjes, die op het randje van het perron zitten. Die foto plaatste ik in mijn stukje "Wonen in een station", dat ik op 20 april 2005 schreef, met een stukje uit een zin: .......een paar schatten van kindjes vanuit het naburige asielzoekerscentrum, die even een kijkj Zo af en toe zag ik deze mensen langs ons huis lopen. Herkennen deed ik ze natuurlijk meteen, dat kenmerkende beeld, een groepje in mijn ogen zielige lijkende mensen; "anders" gekleed; de vrouwen met hoofddoeken en beladen met grote, vaak plastic tassen. Last had ik totaal niet van hen, integendeel, ik vond het allemaal wel bijzonder, deze mensen zo vlak bij mij in de buurt. Af en toe kwamen ze wel eens even een kijkje nemen op het perron, maar ze bleven altijd op een afstand en zochten geen contact. Ook ik, was eigenlijk te laf om het initiatief te nemen, omdat ik niet wist hoe, en het bleef daardoor van mijn kant bij een vriendelijk glimlachen.

Toch ben ik een keer daar bij hen binnen geweest. Op een dag vond ik een uitnodiging van een "Open dag" in de brievenbus. Natuurlijk gaven we daaraan gehoor. In een gemoedelijke sfeer konden we kennismaken met de mensen en in welke omstandigheden zij daar woonden. Het zag er gezellig uit. Er was een grote gezamelijke ruimte, met eromheen diverse kleine kamers en de bewoners hadden hun best gedaan ons kennis te laten maken met hapjes en drankjes uit hun eigen land. Al met al een mooie poging om eens met elkaar in contract te komen, maar toch is daar helaas maar weinig van terecht gekomen.Wanneer het asielzoekerscentrum precies is opgeheven weet ik niet meer en ook Google maakt me daarin niet wijzer. Uiteindelijk zijn alle bewoners vertrokken en ik hou me verre van hoe dat allemaal is gegaan. Maar één ding herinner ik me nog wel. Ik vond eigenlijk best wel jammer hen te zien gaan.

Het kwam allemaal weer terug, toen een week geleden zei mijn dochter [werkende in de ouderenzorg] me ineens tegen me zei: "Ik moet naar de Kaag in Opperdoes". Ik dacht meteen dat zij in één van de grote huizen moest zijn, die bij ons aan de overkant waren gebouwd. Dat was tot mijn verrassing niet het geval. Zij moest in dat voormalige asielzoekerscentrum zijn, dat dus tegenwoordig "normaal" bewoond is. Zij constateerde dat het bruggetje nog even gammel was als toen en dat de man bij wie ze moest zijn, er al 20 jaar woonde, dus moet de dag dat de asielzoekers vertrokken al een behoorlijke tijden geleden zijn geweest. Ook kwam zij kwam met wat foto`s terug van binnen in het gebouw, waaraan ik kon zien dat mijn herinneringen eraan aardig klopten. Daar was ik best blij om, want soms maakt mijn hoofd er een potje van. Maar ondanks dat blijven er voor mij twee fijne dingen over; tw. een mooie herinnering eraan en één schattige foto.

Zie ook: Wonen in een station: https://avalon045-avalon.blogspot.com/2022/08/wonen-in-een-station.html

Geschreven: 21 april 2026
Dagtekening: 1998-1999 en april 2026

zaterdag 28 februari 2026

Cortina d`Ampezzo

Terwijl ik bezig ben met het opslaan van mijn fb-posts, vind ik ineens het stukje over het stadion in Cortina d`Ampezzo, dat ik in mijn jeugd, tijdens een vakantie met mijn ouders bezocht. Ik realiseer me dat ik deze post nooit heb verwerkt in mijn digidagboek. Dat is natuurlijk niet zo erg, maar wel jammer, want met al die losse stukjes stel ik allerlei herinnerings/verhalenboekjes samen, waar deze reiservaring heel goed tussen zou passen. Terugdenkend, weet ik wel hoe het komt, want waarschijnlijk heb ik het, begin februari een beetje voor mij uitgeschoven, door het gehannes met die nieuwe laptop, waaraan ik nogal moest wennen. Gelukkig begin ik die Windows 11 al aardig onder de knie te krijgen en durf ik het u wel aan om die "vergeten" post eindelijk toe te voegen.



CORTINA D`AMPEZZO
Fb-post:

"Al zappend zag ik een stukje van de openingsceremonie van de Olympische winterspelen in Milaan en ineens schoot me iets te binnen. Hoewel ik een volkomen nerd ben op het gebied van sport, herinnerde ik me dat ik ergens gelezen had, dat de schaatswedstrijden zouden worden gehouden, midden in de Dolomieten , te Cortina d`Ampezzo. Nu lijkt het wel vreemd dat ik,als totaal ongeinteresseerde figuur wat sport betreft, juist dat onthouden had; maar dat niet zo. In 1963 maakte ik, in het bijzijn van mijn ouders en broer, bovenstaande foto`s, in het toenmalige schaatsstadion van Cortina d`Ampezzo. Hoe we er binnenkwamen weet ik niet meer, maar volgens mij liepen we er gewoon naar binnen, net als het andere publiek, dat gewoon langs de rand van de baan, de activiteiten staat te bekijken. Het stadion was gebouwd voor de Olympische winterspelen van 1956 en was toen een bezienswaardigheid. Toen zocht ik nog even naar hoe het er anno 2026 allemaal uitzag. Wat een verschil!"


Tot zover de tekst van de bovenstaande foto en ja een verschil is het zeker. Ik heb weliswaar niet veel gezien van alle Olympische sport, die de laatste twee weken over ons uit werd uitgestort, maar zoals je aan de begeleidende foto`s wel kan zien, is het stadion anno 1963 eigenlijk alleen maar gericht op kunstschaatsen. Of er nog een andere baan bij lag, herinner ik me niet meer. Ik was er dus in 1963 en zo`n drie jaar later begon de schaatshype pas goed. Niet alleen in Nederland maar ook in Cortina d`Ampezzo, zal het toen wel uit zijn geweest met de rust. De “Ard en Keessie-periode”, Stien Kaiser, Atje Keulen-Deelstra en Joan Haanappel het kon allemaal niet op. Mijn vader zat met een bloknote op schoot rondetijden te noteren en de goegemeente maakte zich druk over de schaarsgeklede kunstschaatsters. Het kon allemaal niet op!

Maar nu terug naar mijn herinnering. Ik vind het best bijzonder, dat ik, zo lang geleden een plek bezocht, die in de afgelopen tijd zo in de belangstelling heeft gestaan. Maar voor mij is Cortina d`Ampezzo een klein en rustig dorp, dat zonovergoten en onder een strakblauwe lucht, omgeven wordt door de hoge sneeuwtoppen van de Dolomieten. En dat allemaal zonder de hectiek van de tegenwoordige tijd. Een heerlijke herinnering……….


Geschreven en samengevat: 28 februari 2026
Dagtekening: 6 februari 2026 

dinsdag 2 december 2025

Niets blijft hetzelfde

Ik was nogal vroeg wakker vanmorgen en wilde niet weer in slaap vallen, om dan half in de ochtend pas aan de dag te kunnen beginnen; dus wat doe je dan? Precies. Ik pakte de tablet en maakte mijn jigidi-puzzeltje [gemaakt van één van mijn eigen foto's] af. Dit verkeersbordje fotografeerde ik op de parkeerplaats van een hotel, tussen Hamburg en Kiel in Noord-Duitsland, waar we twee zomers op doorreis naar Scandinavie hadden geslapen. Een discussie van het wel of niet ethisch zijn van het bordje ga ik uit de weg, maar om die foto van een correct gespelde naam en plaatsnaam te voorzien, ging ik googelen.


Het werd een rare zoektocht. De plaatsnaam was geen probleem, die had ik via Google Maps natuurlijk zo gevonden, maar dat hotel? Natuurlijk kon ik het nazoeken in mijn vakantiefoto's, maar dan moest ik mijn bed uit, want dan had ik de laptop nodig ; dus googelde ik verder. Ai herkende de door mij ingevoerde naam van het hotel wel, maar gaf verder geen info. Dat wekte mijn argwaan. Oei, niet best, want meestal komt er bij het intikken van een hotelnaam, een stortvloed van reclame, op het scherm.


In het “Chrome-gedeelte” rolde het hele gebeuren aangaande het hotel er via de vele Duitse krantenberichten uit. Ondanks alle betaalmuren, die ze in daar helaas ook hebben, begreep ik genoeg. Ik las ik dat het hotel al sinds 2013 leeg stond en dat dit lege pand, in maart van dit jaar voor het grootste deel ook nog eens is afgebrand, waardoor dat kollosale gebouw, waar we, tot Karel plezier. de trams uit ons hotelraam konden zien rijden, een grote puinhoop is geworden.


 Wij waren er op de heen- en terugreis, in de zomer van 2011 en 2012 en bedacht me ineens, dat het tweede bezoek, dus best kort voor de sluiting moet zijn geweest. Aan niets was toen te merken, dat er in hotel Gutsmann in Bad Bramstedt [want dat was waar ik naar zocht], iets aan de hand zou zijn, laat staan dat er een sluiting dreigde. Ik vond het allemaal nogal bizar en een déjà vu overviel me.

Zo`n ervaring was me al een keer eerder overkomen, hoewel..... helemaal hetzelfde was het niet. In 2013 stonden we in Wales voor een ruine van een hotel, wat ons een paar jaar daarvoor een slaapplek en een heel gezellige avond met een heleboel SHMmers had gegeven [zie: Avalonblog: “Walesmania”]. De schok was hetzelfde; in 2013 ter plekke en nu, anno 2025, zittende op het randje van mijn bed, met de tablet op mijn knieën. Een beetje beduusd van al dat nieuws, kwam er van slapen helemaal niets meer en ik ontdekte voor de zoveelste keer, dat niets hetzelfde blijft.

Foto: filmpje NDR
https://www.ndr.de/nachrichten/schleswig-holstein/Nach-Grossbrand-im-Hotel-Gutsmann-Polizei-ermittelt-Brandursache,regionnorderstedtnews2456.html


Avalonblog: Walesmania: https://avalon045-avalon.blogspot.com/2013/11/walesmania.html

Geschreven: 2 december 2025
Dagtekening: 2011-2013 en 2 december 2025

vrijdag 7 november 2025

De Marker Wadden

Het is al een uitje van een tijd terug, maar toch wil ik nog wel iets schrijven over het bezoek wat ik bracht, met onze twee dochters en de Goldsteins aan de Marker Wadden. Teruglezend in mijn stukjes, kwam ik tot de ontdekking dat het laatste wat ik over die eilanden schreef was op 5 juli 2020 toen ik voor de zoveelste keer weer eens over de dijk was gereden. 

Ik schreef toen in het stukje “Toeval bestaat nog steeds niet” de volgende vraag::

“Waar zijn toch die eilandjes, die men beloofd heeft aan te leggen tussen Lelystad en Enkhuizen. Ergens zou een toegang komen, via de dijk. Ik vond het plan bijzonder interessant en heb er nogal wat over gelezen. Ook weet ik dat ze er zijn. Maar waar? Zijn ze vanaf de dijk te zien? Ik rij natuurlijk altijd zelf en heb niet veel tijd om rond te kijken, maar of het daardoor komt dat ik ze nog steeds niet heb gezien? Alle gegoogel ten spijt, is het me nog niet gelukt, de juiste locatie te traceren, laat staan, er een blik van op te vangen”.

Maar na dat stukje, hebben we natuurlijk tussen juli 2020 en oktober 2023 nog wel het nodige informatie verzameld en daardoor zijn we heel wat wijzer geworden. Er varen boten naar toe. Niet zoals ik dacht, vanaf de dijk, maar vanaf Lelystad haven en ja ze zijn tegenwoordig ook te bezoeken. 

Op 23 oktober 2023 gingen we erheen. Er stond een fikse herfststorm en twijfelden eerst of de boottocht wel door zou gaan. Maar, misschien niet helemaal tot ieders tevredenheid, ging die gewoon door. Met een heleboel vlinders in ons buik stapten we op de boot en trotseerden de storm. Een beetje door elkaar geschud, maar gelukkig niet zeeziek, kwamen we bij de aanlegsteiger van het eiland aan. Gelukkig was het water daar wat kalmer en eenmaal aan land, liepen we met vaste tred naar het bezoekerscentrum. 

Hoewel ik de lange wandeltocht over het eiland aan mij voorbij liet gaan, was het reuze ervaring om zomaar op een nieuw stukje Nederland te staan en dan nog midden in het Markermeer. De natuur is er op z'n best en kan daar vrijwel ongestoord zijn gang gaan. Dat kon ik zelfs op mijn korte ontdekkingsloopje wel zien. Vanaf het eiland, leek de dijk verrassend dichtbij. Heel anders dan andersom. Ook bijzonder was, dat wij vrij dicht langs de andere kant van mijn favoriete kunstwerk voeren. Ik vind die Exposure, [hurkende/poepende man] van Anthony Gormley een geweldig kunstwerk en ik zie het als een bijzonderheid, dat het werk van een toch wel beroemd kunstenaar, zomaar bij ons langs de dijk mag staan. 

Tegenwoordig weet ik dus precies waar ik kijken moet en herken ik de Marker Wadden vooral aan de hoog uitstekende uitkijktoren. Vooral als je vanuit Lelystad komt en het een beetje helder is zijn ze goed te zien, omdat je dan in de bocht net na de sluizen, ze recht voor je ziet.  

Achteraf gezien blijkt het een van de laatste echte uitjes te zijn geweest, die ik met meerderen ondernam. De fut is er bij mij  een beetje uit en het feit dat ik, door mijn altijd zere rug, wat minder mobiel ben, helpt daar ook niet echt aan mee. Verder wil ik absoluut geen stoorzender zijn voor mijn medereizigers, en ik vind het helemaal prima alles van de zijlijn mee te maken. Ook werd ik op dat uitje eigenlijk voor het eerst nogal hard met mijn neus op de feiten gedrukt over wat ik nog kon, wat ook heeft meegespeeld, dat ik er niet eerder over geschreven heb. 


Geschreven: 7 november 2025

Dagtekening: 23 oktober 2023 en 7 november 2025

zondag 19 oktober 2025

De Melkweg

Dochter Suzanne ging naar een optreden in Amsterdam en dan is het zo langzamerhand de gewoonte geworden, dat er naar mij wordt gekeken met de vraag "Hoe kom ik zo gemakkelijk en vooral zo goedkoop mogelijk in Amsterdam?". In dit geval werd de vraag echter: "Hoe kom ik zo gemakkelijk en zo goedkoop mogelijk in de BINNENSTAD van Amsterdam?", want ze moest naar De Melkweg, een plek die leuk is voor theatergangers, maar wat lastiger te bereiken is, voor provinciaaltjes zo als wij.  



De datum [12 oktober] was voortreffelijk gepland. De treinen reden niet bij Zaandam, en in Amsterdam, was een demonstratie [met later nog twee tegendemonstraties] aangekondigd in de middag, dus werd het wel heel creatief plannen. Het optreden was weliswaar in de avond, maar ja, het zou niet de eerste keer zijn, dat het nog wat langer onrustig zou blijven in de stad.  Met dat allemaal in gedachte moest ik dus een plan bedenken, want aan Suus, geboren en getogen in het Westfriese, had ik niet zoveel. Voor mij is het een ander geval, hoewel, ruim 60 jaar terug kende ik de stad als mijn broekzak, maar nu? De huizen zullen nog wel op dezelfde plek staan, maar verder? 

Ik had het allemaal mooi uitgedacht. Ik zou de stad van de zuidkant benaderen, om de trein-ellende bij Zaandam te ontlopen en Suus droppen bij station Abcoude, waar zij op de trein zou stappen. Dit was bekend want, dat had ze een maand of wat terug ook gedaan.  Vervolgens zou ze op het Amstelstation uitstappen en met lijn 12, naar het Leidseplein gaan. Ikzelf zou doorrijden naar de Mac in de Bijlmer, een McKroket halen en dan even bij broerlief op bezoek gaan. Een nogal omslachtig plan, maar ja, wel het gemakkelijkste [dacht ik eerst]. Toch zat het me niet lekker, wat een onzin eigenlijk, waarom die trein. Rechtstreeks naar het Amstelstation en daar met lijn 12 is wel zo eenvoudig. Suus moest nog wel even worden overgehaald om iets meer in het onbekende te stappen, maar gelukkig was zij daar ook snel van overtuigd. 

Met dat plan reden we naar Amsterdam. Het was even zoeken, maar vooral verbazen dat de hele omgeving van het Amstelstation was volgebouwd. Zo kende ik het niet. Het gehele prominente station, dat ik, in mijn tijd, overal kon zien, was, toen ik vanaf de Hugo de Vrieslaan aan kwam rijden, compleet verstopt, tussen torenhoge gebouwen. Ook de tramhalte was verplaatst, van voor het station, naar de zijkant. Na twee halsbrekende rondjes op het Prins Bernhardplein bereikten we de P&R en kon Suus naar de tram. 


Daarna wilde ik nog even op de “memory-tour” en reed mijn oude buurtje in. Wat was het allemaal vreselijk smal en vol met auto`s en wat zag het er allemaal sjofeltjes uit. Dat ik daar zo lang gewoond heb, onvoorstelbaar! Ineens gaat de telefoon. Ik vond gelukkig net een plekje op de Fahrenheitsingel en zet de auto stil. Ik hoor Suus zeggen: "Haal me maar op, de trams rijden niet, want ze zitten vast op het Leidseplein".  Oei wat nu? Als ze uberhaupt nog naar dat optreden wil, is er eigenlijk maar één oplossing. De stad in en proberen haar zelf naar het Leidseplein te brengen. En dat deed ik dus. Na een derde keer dat verhipte rondje op het Prins Bernhardplein gereden te hebben, waren we weer samen en reed ik de stad in. Na de Berlagebrug, Amsteldijk en de Stadhouderskade kon zij tijdens een rood stoplicht op het Kleine Gartmanplantsoen snel uit de auto stappen. Pfffff..... fase 1 was gelukt. 

Toen besefte ik ineens, dat ik, zomaar op een doodgewone zondag om 7 uur op een [intussen] regenachtige avond, middenin Amsterdam reed. Een rare sensatie, maar ook wel grappig. Wat zou ik gaan doen. Ik reed linksaf de Ceintuurbaan op. Weer linksaf, de 1e Con. Huijgensstraat in. Wat een herinneringen. Langs Ida`s oude huis, over het Vondelpark, langs Schoevers [mijn opleidingsinstituut voor een soort meisjes, zoals ik gelukkig nooit geworden ben], het Museumplein [wat weer leeg was na de demonstratie] en bij het Roelof Hartplein [langs mijn oude gymzaal] rechts naar de Apollolaan [mijn oude schoolroute]. Via de Churchillaan en de Rijnstraat belandde ik weer op de A2, om mijn welverdiende McKroket in de Bijlmer te gaan halen. 

NOT. Dankzij dochterlief, wist ik, dat er voetballen in de Amsterdam Arena was, maar dat zou geen problemen opleveren, aangezien de wedstrijd aan de gang was, op het moment dat ik er zou zijn. Wat ik niet wist, is, dat de “parkeerkostenontwijkende” voetbalfans de hele parkeerplaats van de Mac zouden gaan bezetten. Daar had ik het volste begrip voor, maar het kwam nu even niet uit. Geen plek te vinden dus en behalve geen kroket, ook niet even plassen of zo. Ohhhh, en broerlief was ook pas om half tien thuis. Wat nu? Eigenlijk weet ik niet precies meer hoe ik die tijd ben doorgekomen. Ik ben oeverloos wat gaan rijden, tig keren fout gereden om uiteindelijk vast te komen zitten tussen de naarhuis-kerende voetbalsupporters in de Bijlmer. Ik was niet echt blij meer. Rijden in het donker vind ik niet erg, maar met regen dat is andere koek. Uiteindelijk bereikte ik de Mac voor de tweede keer. De parkeerplaats was weer leeg en ik kon eindelijk naar de wc. De McKroket heb gelaten voor wat hij was en was blij, dat ik in ieder geval zo verstandig was geweest een broodje van huis mee te nemen.

Op die parkeerplaats kwam ik tot de ontdekking dat het accu-percentage van mijn telefoon wel heel erg was gezakt. Pfff, dat kon er ook nog wel bij. Na Suus te hebben ge-apt, dat ik een poos off-line zou gaan, heb ik dat ding maar zo`n drie kwartier uitgezet. Toen was ik dus ook nog eens mijn speeltje kwijt. Blehhh. Gelukkig had ik mijn ereader mee, maar lezen onder die omstandigheden, ging niet al te best. Na de telefoon weer te hebben aangezet, was er snel het verlossende woord. "Ik zit in de tram", Toen ik op het punt stond de auto te starten, kwam er een tweede melding van Suus. "Is het museumplein dichterbij het Amstelstation of niet?", Onzeker geworden of ze wel de goede richting van de tram had, was ze weer uitgestapt. Na mijn bevestiging, dat ze de goede kant op ging, kon ze ruim 20 minuten later in de volgende tram stappen. Weer startte ik de auto en reed via de A2, Amsterdam weer in. Na de Berlagebrug, was het even goed opletten, dat ik de goede afslag nam, naar de P&R, want anders zou ik veroordeeld zijn tot een vijfde rondje op het Prins Bernardplein en hoewel ik al aardig door had gekregen hoe het in zijn werk ging, zat ik daar niet echt op de wachten. Tot grote frustratie van mijn achterganger reed ik langzaam, de goede afslag in en waren we weer verenigd. 

Op mijn vraag of het allemaal de moeite waard was geweest, kreeg ik een dikke YES, en met mijn opmerking van "Kijk, daar doen we het dus allemaal voor!" reden we, allebei dik tevreden, vrolijk kletsend naar huis. 


Een week later………………..

Nu een ruime week later heb ik alles met hulp van Google, maar eens even op een rijtje gezet. Allereerst die tram. In mijn tijd reed tramlijn 5 van het Amstelstation, via de Weesperstraat naar het Centraal station. Als je in de grote hal van het Amstelstation, aan de voorkant, via de grote trap naar beneden liep, was daar lijn 5, wat lager gelegen dan het station. De tramhalte is de doorgaande straat geworden en de tram, zoals ik al zei, is verplaatst en van nummer veranderd.  

Verder had ik voor mijn hedendaagse google-actie De Melkweg op de Weteringsschans in gedachte. Beetje dom, kwam ik nu achter, dat is natuurlijk Paradiso. Ik weet nu beter, het gebouw ligt achter de Stadsschouwburg. 

De Marnixstraat ken ik goed. Ik heb twee jaar, als mijn ouders op vakantie waren, gelogeerd. Ik verbleef daar bij een kennis van mijn ouders, in een huis [1-hoog], recht tegenover de ingangen van zowel het het Nieuwe De La Mar theater, als van Cinema Bellevue. Het was een fantastische plek en moet een van de huizen zijn, die midden op de Streetviewfoto staan. Ik zal zo`n 14 à 15 jaar zijn geweest, dus [toen zeker] nog te jong voor het uitgaansleven, waar ik dus niets van wist. Ik zat daar uren voor het raam naar buiten te kijken, en zag de rijen bioscoopgangers voor de ingang, een grote filmposter boven diezelfde ingang, de talloze voorbij snellende tram en al het andere straatgebeuren.  Die reuring was voor mij iets heel aparts, want in de Watergraafsmeer zag je zoiets niet. Ook ging ik vanuit daar gewoon op de fiets naar school aan het eind van de Beethovenstraat. Dat Suus het steeds over een tramhalte in diezelfde Marnixstraat had, snapte ik eigenlijk niet zo goed en volgens mijn herinnering was die daar ook helemaal niet. De trams reden langs, af en aan, luid bellend, naar het Leidseplein. 

Vandaag heb ik er Streetview maar eens bijgehaald om eens te kijken hoe het nou precies zit. Ik geloofde mijn ogen niet. Wat is het daar veranderd. Een joekel van een tramhalte, ligt voor de deur van mijn voormalig logeeradres. Cinema Bellevue is Theater Bellevue geworden en heeft daar geen ingang meer. Die is verhuisd naar de Leidse kade. De ingang van het DeLaMar is er nog wel. Waar ik logeerde is de hele rij panden één hotel geworden. Helaas geen woonhuizen dus meer, maar aanblik van de rij panden is gelukkig mooi behouden gebleven. 


Geschreven: 19 oktober 2025

Dagtekening: 12-19 oktober 2025 en begin jaren '60


zondag 21 september 2025

Digiwandeling door mijn verleden

Leuk dat Google Streetview! In een “verveel- momentje” ben ik met de tablet op zoek gegaan naar wat gebouwen, die van betekenis zijn geweest in mijn leven. Tot mijn grote verrassing staan bijna alle mijn voormalige woonhuizen nog fier overeind. De scholen kwamer er minder goed af. De meeste zijn afgebroken, dus moest ik genoegen nemen met veel hoogbouw, een hotel en een parkje. Ook zijn helaas niet alle streetviewfoto`s even duidelijk. Bomen, struiken en auto poets je bij die foto`s niet een-twee-drie weg. Ik heb me in dit stukje beperkt tot de drie plaatsen van mijn vroegste jeugd, tw. Dordrecht, Slikkerveer en Amsterdam, omdat ik die het leukste vond om te beschrijven. Misschien de rest een andere keer……
   

In het Oranjepark 41 [was in mijn tijd 35] in Dordrecht verknalt een overdadig groeiende struik het uitzicht op mijn allereerste woonhuis behoorlijk. In dit huis woonde ikzelf als baby, maar mijn grootouders en later mijn oom en tante woonden er tot diep in de jaren 70, zodat ik er toch heel wat herinneringen aan heb. Het is een prachtig huis, wat het tijdens de tweede wereldoorlog behoorlijk te verduren heeft gehad. Een nieuwe erker werd in de jaren 60 aangebouwd, wat het vooraanzicht totaal veranderde. Helaas is van de omgeving weinig overgebleven. Het is een erg drukke eenrichtings weg geworden, die samen met de Toulonselaan een groot deel van het stadverkeer voor zijn rekening neemt. Het even kijken beperkte zich dus helaas tot er behoorlijk snel langsrijden, want anders belemmerde je het verkeer. Ook, en dat vind ik helemaal jammer, is het “hofje”, waarop wij toen keken verdwenen. Het zag eruit als een laaggelegen straatje en doorsteek naar dezelfde Toulonselaan, waarlangs allemaal hele kleine woninkjes stonden, die zo karakteristiek zijn voor de Dortse hofjes.

Achter het huis was een klein stadstuintje met een bouwvallige schuurtje. Helemaal van hout en als je binnenin stond, keek je dwars door de planken heen naar buiten. Ik was altijd een beetje bang dat die schuur, net als ik erin stond, zou instorten zo gammel was de boel. Achter een net zo haveloze en hoge schutting en houten deur, was een brandgang, die de ene kant op na een stuk of vier naastgelegen huizen met een bocht uitmondde op straat en de andere kant op, zo lang was dat ik het eind niet kon zien. Ook daar vond ik het allemaal een beetje eng, want het was een hele lange smalle met as en gravel verharde gang, omzoomd door gras en hoge onkruidplanten en dan aan de de ene kant oude hoge houten tuinschuttingen en aan de andere kant een enorme hoge muur van een achterliggende grote fabriek, die intussen op een andere plaats is herbouwd. Vanuit die fabriek kwam altijd een monotoon bass-geluid van zware machines. Ik kan me eigenlijk maar van één keer goed herinneren dat ik in de tuin zat. Het was bloedheet, en ik zat lezend en limonade drinkend in een ligstoel met een afdakje, waar ik een grote handdoek overheen had gehangen tegen de zon en luisterde naar de nooitstoppende machinegeluiden van de Verblifafabriek. [Later Lips]

Binnen was het huis een typisch voorbeeld van zijn tijd, dus een voorloper van de doorzonkamer. Een voor- en achterkamer met als afscheiding aan beide kanten twee kasten met daartussenin twee naar elkaar toe sluitende glazen schuifdeuren. Maar vooral de keuken was schitterend. Langs de ene lange wand hingen hele hoge blauwgeschilderde, houten kasten boven een typisch grijsgestipte granieten aanrecht. In die kasten zaten deuren met raampjes. Aan de andere kant van de lange wand stond nog een hele hoge mooie bergkast. Kom daar tegenwoordig maar eens om. 
   

Maar genoeg over dit huis, want na vier jaar [1949] verhuisde ik naar een splinternieuwe woning in Nassaustraat 234, te Slikkerveer. Van hoe het er binnen uitzag weet ik niet veel meer, want we hebben er vrij kort gewoond en in tegenstelling tot het vorige huis, kwam ik er nadat we er weggingen natuurlijk niet meer in. Eén ding herinner ik me echter nog heel goed. Het huis had een zolder die niet geheel was afgebouwd. De vloer bestond uit een raamwerk van balken met in het midden een soort van loopplank. Dus het was zaak om daar op te blijven lopen want tussen die balken was er alleen een dunne gipsplatenlaag, die het plafond van de verdieping eronder vormde. Natuurlijk ging dat een keertje fout. Mijn moeder stapte mis en zakte met haar voet door de “vloer” van de zolder met als resultaat een flink gat in het plafond van hun slaapkamer.

     


   

De buitenkant van het huis bracht me in verwarring. Op de streetviewfoto stond na het intikken van het adres een totaal ander huis wat ik met geen mogelijkheid kon herkennen als mijn oude huis. Ik begreep daar niets van, want zoveel was het niet veranderd. Dat wist ik nog van mijn bezoek in 2005. De ruime tuin leek veel kleiner doordat het huis intussen helemaal was ingebouwd, maar ik kon toen ik er voor stond nog wel zien dat het hetzelfde huis was. Op die foto niet. Wat nu te doen. Nadat ik de streetviewfoto`s had vergeleken met de foto`s die ik tijdens mijn bezoek in 2005 heb gemaakt kwam ik tot de volgende conclusie: of er zit een fout in google maps streetview of het huis is afgebroken en er zijn totaal andere huizen gebouwd. Dat zou natuurlijk best kunnen, want mijn bezoek in 2005 is natuurlijk ook al weer 10 jaar geleden. Streetview geeft in het begin van de straat nog de goede huizen aan en als ik dan verder wil proberen dichter bij ons oude huis te komen, schakelt hij over naar totaal andere woningen. Dat is vreemd en brengt me tot de conclusie dat er eigenlijk maar een oplossing is. Als ik wil weten hoe het zit, moet ik zelf gaan kijken. Maar ook begin ik zo langzamerhand te vermoeden, dat de in 2005 gemaakte opnamen misschien wel eens historisch kunnen te zijn.

   

En dan vlak voor de Watersnoodramp, verlieten wij in de zomer van 1952 Slikkerveer en de omgeving van Dordrecht en Rotterdam om in Amsterdam de Watergraafsmeer onveilig te gaan maken. Ook hier kregen wij een splinternieuw opgeleverde woning in de Dulongstraat in Amsterdam. Op de streetviewfoto is het het vierde huis van rechts, net links van de lantarenpaal.



Het is niet zo`n zoekplaatje als in Slikkerveer want er is nauwelijks iets veranderd. Het ouderwetse kolenhok naast de achterdeur is weg, en de nering van de tegenoverliggende winkels is veranderd, maar verder gaat het hier zijn rustige gangetje in een kalme buurt. Ik heb hierover al een hoop geschreven in mijn 2005 stukje “Terug van weggeweest”, toen ik met mamma deze plek nogmaals bezocht, maar al tikkende komen er nu toch nog wat nieuwe herinneringen naar boven.

Toen wij er pas kwamen wonen was het natuurlijk allemaal nogal kaal. Als je de Fizeaustraat inreed waren er zowel rechts als links allemaal grasvelden. Het eerste gebouw rechts was een school [staat er nog]. Het eerste gebouw links was een school [afgebroken] en dan kwam je even verderop bij “ons” rijtje rechts. Intussen zijn de grasvelden aan het begin van de straat volgebouwd met aan beide zijden van de straat een bejaardenhuis en flats; is voetbalvereniging JOS, aan het eind van de straat, er nog steeds en kan je via deze weg, tussen de voetbalvelden door tegenwoordig de Weesperzijde op of onder het tunneltje door naar de Kruislaan. Vroeger kon je vanuit de Fizeaustraat alleen links de kruislaan op en stond er op de plek waar nu het tunneltje is [bij de bocht] nog een heuse grote stadsboerderij. De koeien van die boerderij zagen wij vanuit ons keukenraam op een grote grasheuvel, die later de Gooscheweg zou worden, lopen. Uniek voor Amsterdam, ook toen al.

Een rijtjeshuis in Amsterdam met tuintje voor en achter is natuurlijk bijzonder, maar van binnen was het toch wel heel erg klein. De wc was boven, want die kon er beneden niet meer bij en waar de badkamer was, daar heb ik geen idee van. Er zullen drie slaapkamers zijn geweest maar dat is het dan. Vanaf de voordeur, liep je rechtdoor naar boven tegen de wc-muur aan. Verder weet ik het niet meer. Beneden was een grote huiskamer, keuken en bijkeuken. De keuken is anno 2016 een voorbeeldplaatje van de jaren 50 en ik laat de foto`s voor zich spreken. Door het raam van de keuken zie je de winkel aan de overkant en de personen op die foto zijn mijn moeder, haar zuster [voor mij tante Miep] en mijn toen kleine nichtje Hetty. [zie ook: Onze Amsterdamse keuken]
   

 Toen ik de woonhuizen had gehad, ben ik met de scholen begonnen en wat ik al schreef, had ik daarmee minder succes. Het houten keetje, dat zou moeten doorgaan voor mijn eerste kleuterschool, bestaat nog. Hoewel...ik twijfel er eigenlijk een beetje over of het wel het goede gebouwtje is. Er staat op de plek uit mijn herinnering, inderdaad een houten gebouwtje, maar ik twijfel of dit gebouwtje al ruim 60 jaar oud is. Vandaar dus geen foto totdat ik er iets meer weet. Van de lagere school in Slikkerveer weet ik niets meer dan de ligging en dat ik daar mijn linkse identiteit ben kwijtgeraakt. Hier begonnen mijn schrijflessen, waarbij ik absoluut met mijn rechterhand moest schrijven. Het was ergens in de buurt van de Prinses Irenestraat achter het kantoortje van pappa, maar daar kan ik op streetview niets van vinden.
  

In Amsterdam staat in de Fahrenheitstraat staat nog het gebouw van mijn tweede lagere school. Ik zeg expres gebouw, want het is nu geen school meer. Op die school, waar ik slechts een jaar was, zat ik nog in die ouderwetse houten schoolbanken met die beruchte losse inktpotjes, die je in de vierkante gaten liet vallen en schuifdekseltjes had om ze af te sluiten. Die werden gebruikt waar ze voor bedoeld waren en ook daar mocht ik alleen met mijn “goede hand” met de kroontjespen schrijven. Verder waren we ook op de zondagen niet van school verlost, want hier gingen mijn broer en ik naar de zondagsschool. Dat was dus versjes leren en bijvelverhalen aanhoren. Ook de hadden ze daar zo`n offerblok waarop een beeldje van jezus stond, die met het hoofd buigt als er een muntje in werd gedaan. Ik herinner me nog de grote bijbelplaten die aan het schoolbord werden gehangen.
   

Na een jaar verhuisde ik weer van school. Dit keer naar de Prof. H Burgerschool op de Plantage Muidergracht. Deze is echter helemaal afgebroken. Op de streetviewfoto kan ik alleen uit de vorm van het grasveld afleiden, dat dit mijn “driehoekige” speelplaatsje is geweest, waar ik met mijn klasgenoten poseerde midden in de winter met een of andere sneeuwbeest. Op de plek van het gebouw zijn flats neergezet. [zie: Prof.H. Burgerschool]

Eenzelfde lot ondergingen mijn beide MMS-schoolgebouwen. Gebouwen is een groot woord, want het waren allebei tijdelijke houten noodgebouwen, waar ik totaal geen beelden heb. Veel moeite om er iets moois van te maken had men trouwens ook niet gedaan, want ze waren beide gedoemd om snel te verdwijnen. Op de plek van de eerste gebouw [twee 4-klassige houten keten], waar we al na twee jaar weg moesten, staat nu Amsterdam Hilton en op plek twee, de Prinses Irenestraat is heel veel hoogbouw neergezet. [zie: Middelbare Meisjesschool]

Toch was het een verrassend spelletje op een lusteloze avond. Van mijn school op de plantage Muidergracht wist ik dat hij verhuisd was, maar niet dat ook het gebouw was gesloopt en ook het raadsel van “ons” huis in Slikkerveer ga ik een keertje oplossen. Ik ga er wel eens kijken!


Veeeeeeel later, tw. 7 januari 2019:

Dat vermoeden, dat de foto`s uit 2005 wel eens historisch zouden kunnen zijn, is helaas waar. Ik was er in juni 2016 met Hans, Bep en Karel en wilde Hans nog een keertje laten zien waar we toen hadden gewoond. Dat was dus te laat. Tot mijn stomme verbazing waren alle huizen afgebroken en hebben ze de nieuwe huizen, die ik op de Streetview foto`s zag, er voor in de plaats gezet. Gek hoor, een heel ander huis, met een voor mij zo bekend adres.



Geschreven: 4 april 2016, aangevuld op 7 januari 2019 en bewerkt op 21 september 2025
Dagtekening: 1945-1970

zaterdag 13 september 2025

Hoe is het mogelijk

In het stukje "Fietsen" heb ik het er al even over. Voordat ik in 1994 mijn rijbewijs haalde, was fietsen, na lopen, de enige mogelijkheid om ons in de buurt te verplaatsen. En omdat deze manier van vervoer, dus een absolute noodzaak was om ergens te komen, stond recreatief fietsen in de regio, voor mij op een hele diepe onderste plaats. Ik liet me dus zelden overhalen om op dat vervoermiddel, eens toeristisch en/of sportief de omgeving in te gaan.

Een van die zeldzame, recreatieve ritten vond plaats in de zomer van 1982. Op dat moment was het een gewoon rondje door Westfriesland, maar achteraf gezien was er tijdens die rit toch wel iets bijzonders gebeurd. Alleen wist ik dat toen nog niet.


Nadat we het, in totale verlatenheid liggende, station Twisk waren gepasseerd, kwamen we in Opperdoes aan.  









Daar stond op dat moment de stoomtram klaar om de overweg te passeren, dus maakte ik snel wat foto`s, want dat zag je niet elke dag.
.

   

Gelukkig nam ik ook nog een foto, waar het station op stond, niet wetende dat we er een kleine 16 jaar later bijna 20 jaar zouden gaan wonen. Maar daar bleef het niet bij. Ook maakte ik een foto van de "stoomtramman", die bij de overweg fanatiek met de rode vlag liep te zwaaien. Hij is later, toen we allebei vrijwilliger bij de stoomtram zijn geworden, één van onze beste vrienden geworden. Ik verbaas me er nog steeds over, dat ik toen in volkomen onwetendheid die foto`s nam en dat die doodnormale handeling, later een serie, zo bijzondere beelden, heeft opgeleverd. En dan wil men nog beweren dat toeval niet bestaat? Hoe heet dit dan?

Ik ben veel met mijn foto`s in de weer geweest, scannen, sorteren, op datum zetten en ga zo maar, door, maar dit ontdekte ik eigenlijk veel te laat. Ik kan het Arie niet meer vertellen en ook Karel krijgt er helaas niet veel meer van mee. Maar ik blijf me verbazen, dat ik toen op een plek was, die ruim 16 jaar later onze woonplek zou worden en ik een onbekende man op de foto zette, die later een goede vriend zou worden.


Geschreven: 13 september 2025
Dagtekening: zomer 1982

vrijdag 12 september 2025

Autootjes

Nu ik al zo`n negen jaar zelf de nederlandse wegen onveilig maak, denk ik nog wel eens met weemoed terug aan de “tochtjes” die wij als kind maakten bij mijn ouders in de auto. Mijn vader zal zo ongeveer in 1954 zijn rijbewijs hebben gehaald en toen gingen wij met de kever iedere zondag tochtjes maken. Dat was geweldig want op deze manier hebben mijn broer en ik het hele land van noord tot zuid en van west tot oost leren kennen. Vooral ik was daarin behoorlijk geinteresseerd en zat vaak met de kaart op mijn knieen de route te volgen. Mijn broer had een andere hobby in de auto. Omdat hij nog zo klein was kroop hij als grap nogal eens in de achterbak van de auto. Hij zat daar wel een beetje opgevouwen, maar ja voor even was dat wel te doen. Trouwens dat “tochtjes maken” laat je tegenwoordig wel uit je hoofd, want het hedendaagse verkeer is veel te druk en de benzineprijs wordt er ook niet leuker op.

Blijkbaar heb ik wel eens een keer met een fototoestel op de achterbank gezeten want deze twee klassiekers vind ik geweldig. Zijn zijn ca. 1966 gemaakt en zoals je ziet is het “klaverblad” Ouderijn nog gelijkvloers. Ook de agenten nemen het nog niet zo nauw. Ze staan doodgemoedereerd op de vluchtstrook, zich van geen enkel gevaar bewust en de benzinepomp staat pal langs de weg. Moet je tegenwoordig eens om komen.

De tweede foto is gemaakt, ook door de achterruit, op de brug bij Vianen en mijn eerste gedachte bij het zien van dit beeld is "wat een rust en dat is de A2? Toen bekeek ik de foto nog een goed. Het lijkt erop dat deze foto nog laat zien dat er in Nederland driebaanswegen zijn geweest. De middenbaan was toen voor beide richtingen als inhaalstrook te gebruiken. Je moet er met het huidige verkeer toch niet aan denken, maar, hoewel niet echt duidelijk, lijkt het er op deze foto wel verdacht veel op.



Trouwens autorijden toen, lijkt me heel wat leuker dan nu.. Geen snelheidscontroles en geen flitspalen. Mijn vader reed echt niet zachtjes en als hij nu zou hebben gereden, zou hij een bekende geworden zijn, bij het justitieel incasso bureau. De kever oftewel zijn volkwagen reed als de beste en snelheden van 140 km per uur waren geen uitzondering. Mijn moeder kan zich ook nog herinneren dat hij een avond 160 reed en ze heeft toen echt in angst gezeten. Zijn borrels telde hij ook niet, 160 km per uur of niet. Hoewel, ze tijdens datzelfde gesprek zei, dat ze hem nooit dronken heeft gezien. Eigenlijk is best een wonder dat er nooit iets is gebeurd.

Eerst hadden we een donkergrijze kever. Hij had een ovaalronde achterruit, helaas zonder spijltje en het nummer zit nog steeds in mijn geheugen gegrift. Hij heeft het jaren zonder noemenswaardige problemen uitgehouden. De tweede volkswagen was blauwe. Dat was volgens mijn moeder een maandagmorgenmodel. Altijd was er wat mee en zelfs in de vakanties hebben ze de binnenkant van menige garage gezien. Deze had een grotere achterruit, die iets rechthoekiger was. Daarna was het uit met de kevertjes. Een directeur, in de 60-er jaren, reed daar niet in. Drie vauxhalls kan ik me nog herinneren. Een grote rode waarmee we naar Wenen zijn geweest, een bruine  en uiteindelijk een witte. Van die laatste twee kan ik me niet zoveel meer herinneren want ik toen was het huis al uit. Maar statussymbolen of niet, ook met deze auto`s ging het wel eens mis. Mocht ik van de laatste twee niet veel meer weten, de eerste herinner ik me maar al te goed.  Die die grote rode bak heeft ervoor gezorgd, dat wij op de terugweg vanuit Wenen, halverwege Duitsland op de autobahn strandden en wij door collega`s van mijn vader, weer naar huis zijn gebracht. Wat er precies aan de hand was met die auto, weet ik niet meer, maar maar het was een enge belevenis om daar midden op te terugreis niet gewoon verder te kunnen.

11 september 2025

Dit stukje schreef ik dus al in 2006 en we zijn al vele jaren verder. Hoewel ik aan het eind van het eerste deel bleef twijfelen over mijn opmerking over die driestrooksweg, kon ik het me eigenlijk niet voorstellen dat het zo was. Nu, zoveel jaren later en ik dit ik dit stukje wil publiceren, wilde ik toch eigenlijk wel weten of mijn geheugen weer een spelletje met me speelde, of dat dit soort wegen echt heeft bestaan. Was ik in 2006 nog niet op de hoogte met “even googelen” nu wist ik dat wel. Wikipedia bracht uitkomst en ja, dus, ze hebben echt bestaan. Bloedjelink, dat zegt de uitleg ook wel en hun bestaan heeft dan ook niet lang geduurd, maar ik heb zekerheid, dat op deze foto een “traditionele driestrooksweg” te zien is. Bijzonder!




Geschreven: Opperdoes, vrijdag 5 augustus 2005
Dagtekening: ergens in 1966
Bijgewerkt: 12 september 2025