Vanaf 2005 schrijf ik korte stukjes in dit digitale dagboek. Dat kunnen er drie per week zijn, maar soms ook, schrijf ik maanden niet. Waarover ik schrijf, dat kan vanalles zijn. Heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Op de foto hierboven sta ik, in de zomer van 1987 in de tuin van één van de grote herenhuizen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar stond een grote "spiegelbol", waarmee ik mezelf op de gevoelige plaat zette. Een selfie dus van ruim 35 jaar oud en ook van ver voordat dat het woord "selfie" werd uitgevonden. Erg scherp is de foto helaas niet, maar ja, wat kan verwachten van zo`n oude foto, die al heel wat heeft meegemaakt vanaf een opname op een 35 mm fotorolletje tot een computerbestandje in het digitale tijdperk. Toch vind ik hem nog steeds de moeite waard om hem eens in het zonnetje te zetten.

vrijdag 7 augustus 2026

Kinderverjaardagspartijtjes



Bij een opruiming van bestanden op de laptop, kwam ik, in de map "halve stukjes", een onafgemaakt blogverhaaltje over kinderverjaardagen tegen. Het was een reactie op een stukje wat blijkbaar nogal indruk had me had gemaakt, maar wat, toen de opwinding erover gezakt was, in de "halvestukjesmap" is beland.

"Kinderfeestjes zijn anno 2024 nogal over the top" kopt Franska.nl, waarin schrijfster Irene Smit haar mening gaf, over de huidige kinderverjaardagspartijtjes. Het is een grappig geschreven stukje, maar de bedoeling ervan is duidelijk. Het moet steeds groter en de kinderen zijn niet gauw tevreden meer. En erger, als die kinderen niet tevreden zijn, komen ze daar glashard voor uit en hebben dus commentaar als het niet is gegaan, zoals zij het hadden gewild. Ook kwam in het stukje naar voren dat tegenwoordig de kinderen maar in de auto geladen worden, waarna een bioscoop of attractiepark wordt bezocht, waar men, slim natuurlijk, een totaal arrangement heeft klaar liggen om de kleine dames en heren op hun wenken te bedienen. Maar het kan nog gemakkelijker. Men huurt een "partyplanner" in, die alle zorg uit handen neemt, maar daar hangt natuurlijk wel een heel hoog prijskaartje aan.

Ach ja, het moet toch echt niet gekker worden. Toch hoop ik echt, dat dat dit licht sarcastische stukje, in werkelijkheid iets minder zwart-wit is, dan wat ik eruit opmaak, maar gezien de huidige prins- en prinsesjescultuur geloof ik haar direkt.

Nee...., dan de kinderverjaardagen in mijn "moederzijntijd". Onze kinderen zijn intussen alledrie de 50 gepasseerd, dus dan leert een klein rekensommetje wel, in welke tijd ik aan de bak moest om die "feestelijke" partijtjes te organiseren. Want ja, ook in die prehistorische tijd hielden wij kinderverjaardagen en ook toen al vond ik het persoonlijk een noodzakelijke ramp. Dat had ik even niet bedacht toen wij onze kinderen op de wereld zetten.

Het feestelijke gebeuren was altijd thuis, want een auto hadden we niet. Hoewel, ik moet niet zeuren. We woonden in een eensgezinswoning met voor- en achtertuin, dus ruimte genoeg om er iets van te maken. Snoep was nog snoep en limonade was nog een drankje met veel suiker, en van ongezonde tractaties was zeker in het begin van mijn "kinderpartijtjesperiode" nog geen sprake. Alles mocht nog en niets moest. Natuurlijk waren er toen ook kinderen, die niet alles mochten hebben, maar dat werd dan zonder ophef of lijstjes stilletjes aan de moeder van de jarige meegedeeld, die daar dan gewoon rekening mee hield.

Aangezien twee van onze kinderen in augustus jarig zijn, konden we ze gelukkig vaak buiten houden. Het werd "Ezeltje prik in de achtertuin", "koekhappen onder de waslijn", verstoppertje, en straattekenen op de tegels voor ons huis. Als maaltijd bakte ik altijd pannenkoeken, die met stroop of suiker, languit in het gras in de achtertuin of bij minder mooi weer in huis werden gegeten. Bij onze, in januari geboren dochter, knutselden we er vaak op los of deden we een spel binnenshuis. Verder kreeg de jarige een klein cadeautje en gingen de kinderen met een snoepzakje naar huis. Het moeilijkste vond ik eigenlijk nog een traktatie te verzinnen voor op school. Ook daarin had ik de eerste jaren geen beperking, hoewel daar langzamerhand wel enig besef begon door te dringen over die ladingen snoep en men begon over te gaan op fruit. Het enige wat ik kon bedenken, werden mijn beruchte bananenbootjes, die ik tot uit den treure heb gemaakt, want veel fantasie had ik niet. Verder mochten de kinderen nog wel gewoon de klassen rond en werd er met mate wel een aparte tractatie voor de meesters en juffen gegeven.

Een keer heb ik een verjaardag deels buitenshuis gevierd. Ik had een speurtocht met opdrachten, uitgezet door het dorp en die eindigde op het kleine IJsselmeerstrandje dat vlakbij ons huis lag. Daar wachtte "pappa" met een emmer vol pannenkoeken. Dat dit kinderpartijtje de meeste indruk heeft gemaakt, blijkt wel uit het feit, dat, als er eens over verjaardagen wordt gepraat, er altijd wel iemand is, die daar over die dag begint.

In ieder geval, het ware leuke en zeker niet “over de top” dagen, waaraan al onze kinderen leuke herinneringen hebben. En dan vergeten we maar even alle hoofdbrekens die het mij als moeder heeft gekost. Maar…... graag gedaan hoor, want dat hoort er allemaal bij.


Geschreven: 4-7 augustus 2026
Dagtekening: 1972-1981

donderdag 23 juli 2026

Beltgraven

Voor ons als ouders was het lastig om met vakantie te gaan. We hadden het niet zo breed en ook geen auto, waarin je zomaar even alle bagage kon inladen, wat inhield, dat we de meest gangbare manier om vakantie te vieren [kamperen] wel konden vergeten. Om ons en de kinderen toch een fijne vakantie te bezorgen, kwam mijn vader ons twee keer te hulp. Hij had een auto en de mogelijkheid om ons onder te brengen in een vakantiepark, dat nauw verbonden was het bedrijf [SHB] waarvan hij mededirecteur was. Dat was Beltgraven, een vakantiepark van verschillende havenbedrijven uit Amsterdam, waar hun werknemers met hun families in de de tweede helft van de 20e eeuw hun vakantie konden doorbrengen. Wij waren er in 1973 [met twee kinderen en eentje onderweg] en 1980 [met drie kinderen] en hebben daar toen twee heerlijke vakanties doorgebracht.

Natuurlijk was de reis van Westfriesland naar Overijssel al een wereldreis. Het begon al met het inladen van de auto. Wat een zooi moest er mee, als je met twee of drie [kleine] kinderen op vakantie ging. En blijkbaar moest je ook nog opletten wat er gegeten werd voordat je vertrok. Nooit zal ik die keer vergeten, dat zoonlief in Amsterdam-Noord langs de kant van de weg zijn maaginhoud stond te lozen. Waarschijnlijk had hij toch teveel kersen gegeten. Maar okee, dat hoorde er allemaal bij.

 



Eenmaal aangekomen op het park werd je verwelkomd door de grote vlaggenmast met vlaggen van de aangesloten bedrijven. Daarna ging je, tussen al die bomen, je onderkomen zoeken. Alle huisjes hadden namen, die vermeld stonden boven de deur en die gerelateerd waren aan schepen. Op de foto`s is goed te zien, dat we, zodra we arriveerden, de letters vol stopte met dennenappels.   Waarom we dat deden [allebei de keren zelfs], weet ik niet meer, maar het maakte het lezen ervan er niet duidelijker op. Ons eerste huisje heette "Topjijn" en het tweede "Zaling". Ik had toen geen idee wat die namen betekenden, maar nu bracht Google na heel lang zoeken uitkomst. Een topjijn is een takel op een schip en een zaling een dwarsbalk aan een mast.




De huisjes waren helemaal van hout en ik vond ze te gek. Een grote ruimte als huiskamer/keuken, waarin ook moest worden geslapen door de ouders; een klein slaapkamertje met een stapelbed en een een heel kleine doucheruimte. Waar we naar het toilet gingen weet ik niet meer. Die grote ruimte had aan de voorkant twee grote openslaande deuren, naar een terras, waar wat ligstoelen stonden. Als je de strijd met de dingen gewonnen had, kon je heerlijk in de zon liggen kijken naar de eekhoorntjes, die de nootjes uit je hand kwamen grissen.


Maar niet alleen uit je hand. We probeerden vanalles om dieren op het terras te krijgen, tot complete trommels met nootjes aan toe. Ook wilden we wel eens zien wat er `s nachts gebeurde. Op een moment hadden we het vermoeden van een nachtelijke bezoeker, die wat eetbaars aan het zoeken was. Om eens te weten wie of wat dat was, zetten we `s avonds een schoteltje met voedsel midden op het terras. De volgende ochtend troffen we een dikke naaktslak op dat schoteltje aan, midden in een doorweekte boterham. Of hij nou echt onze nachtelijke bezoeker is geweest, weet ik tot op de dag van vandaag echt nog niet, maar lachen was het wel.

In het park was een kantine, waar we eigenlijk nooit kwamen en een klein winkeltje, dat vooral gewild was bij de kinderen, vanwege de ijsverkoop. Voor de kinderen was er een soort knutselschuur, waar onder begeleiding van de plaatstelijke kerkmensen, ze heel fijn werden bezig gehouden met diverse activiteiten; ze gingen er dan ook graag naar toe. En natuurlijk was daar de vuurkuil, waarin één keer per week het kampvuur werd aangestoken.



Een zwembad was er ook. Geen golfslagbad of aquadome, maar gewoon een zwembad met een pierebad, zoals een zwembad hoort te zijn. Het had, in tegenstelling tot die van tegenwoordig, eigenlijk maar één bezwaar. Het was gewoon buiten en dan ook nog zonder dak. Het weer kon dus een aardige spelbreker zijn. Hoewel regen was geen bezwaar, want je werd toch wel nat, maar als het koud was, had je pech. Achter de camping, want die was er ook, bevond zich de Berenkuil; een grote zandvlakte, die zich uitstrekte ten zuiden van het park.
                                           

Een speeltuintje, wat er wel was, hadden onze kinderen eigenlijk niet nodig. Zij hadden genoeg aan de ruimte om het huisje. Wij als ouders hadden dan onze rust en de kinderen vermaakten zich prima met wat ze zoal vonden in het bos. Eikels, takken, en noem het maar op. Alles waar je mee kon bouwen of spelen konden ze gebruiken en als het dan eens een dagje wat minder zonnig was, had je altijd je eigen speelgoed [Lego] nog.

Het park bevond zich tussen Het Loo, [een kleine woongemeenschap bij Oldebroek] en de snelweg A28 Daarachter was een groot militair oefenterrein. Je zag het niet, maar horen kon je het des te meer. Af en toe werden we getracteerd op een langdurig concert van knalharde explosies. Dat gaf mij en zeker ook onze zoon best een onbehaaglijk gevoel. Hoe het tegenwoordig is weet ik niet, maar dat was toen eigenlijk het enige waar we niet zo blij mee waren.






In 1982 zijn we er voor een logeerpartij van onze toen 9-jarige dochter er nog een keertje per trein terug geweest, maar dat was het. Beltgraven is nu een Landalpark en van onze houten huisjes is geen spaan meer terug te vinden. Het nieuwe park is mooi maar ach, ik zei het al, het is nu een heel andere tijd met heel andere mensenwensen. Toch laat het me niet los, want als ik er nog eens kom, kan ik het niet laten om met plezier terug te denken aan die totaal andere en fijne vakanties, die wij er hebben beleefd.

Ps:
Voordat ik een stukje ga schrijven voor mijn digidagboek, ga ik soms even googelen over het verhaaltje wat ik wil maken. Dat doe om geen onwaarheden te schrijven over het onderwerp, waarover ik denk te weinig achtergrondinformatie te hebben. Dat lukte deze keer wel heel erg goed. Ik vond een blog, die toen ik hem las, hem meer dan geweldig vond. De schrijver was één van de kinderen, [zijn vader was een werknemer van één van de havenbedrijven], die met zijn ouders daar op vakantie was. Dat was dus precies iemand, voor wie dat park werkelijk was opgezet. Ik genoot van het stukje, wat zo knap geschreven was en bij mij een heleboel los maakte, wat ik allang vergeten was. "Zo was het echt hoor!” Bedankt Tom Verhoeven.


Geschreven: 22-24 juli 2026
Dagtekening: zomer 1973+1980+1982

dinsdag 21 juli 2026

Het lokje in de spoortuin

Zomer 2010 stond er ineens een lokomotiefje bij ons in de spoortuin. Hoe hij daar is gekomen, daarvan had en heb ik nog steeds, geen flauw benul. Een speeltuin was de spoortuin zeker niet, dus wat dat betreft schoot het zijn doel compleet voorbij, maar natuurlijk riep het bij mij wel de nodige vragen op. Wilde iemand hem anoniem kwijt? Of was er een stoomtrammedewerker, die dacht ons er een "plezier" mee te doen. Vragen te over, maar het antwoorden kwamen er niet.

We wisten niet zo goed wat we er mee aan moesten, want er kwamen nauwelijks kinderen op het perron en of we die aanwezigheid van dat speelgeval nou leuk vonden, laat ik maar even in het midden. Sommige stoomtram medewerkers vonden dat zeker niet, dat hoorde ik wel in de wandelgangen. Zij vonden dat beslist niet "historisch verantwoord" was, aan de jaren 1920 van de vorige eeuw, welk tijdperk de tram tot doel had uit te beelden. De enige die er eens op heb zien spelen, was onze kleinzoon, die erbovenop ging staan.

Wanneer het noodlot toesloeg weet ik niet, maar ineens lag het lokje om. Natuurlijk stond er geen naamkaartje bij wie het had gedaan, want dat het niet vanzelf was omgegaan, dat was zonneklaar. Daar was hij veel te zwaar voor, maar het wakkerde mijn gevoel weer aan, dat het lokomotiefje maar nauwelijks werd gedoogd. Maar ja, zo op z`n kant was het natuurlijk helemaal geen gezicht. Toch gaf ik niet op. Ik maakte een foto en plaatste hem op facebook, met de opmerking, dat ik dit toch eigenlijk wel een erg zielig vond. Kijk en dan is fb toch wel erg leuk, want binnen een paar uur hadden we hulp en met z`n drietjes hadden ze het lokje in no-time weer overeind.



Het ding heeft nog een tijdje in de spoortuin gestaan, maar ging, door regen en wind, steeds verder achteruit, waardoor ik, mede door het ongemakkelijke gevoel wat ik erover had, niet meer wist, wat ik er verder mee moest doen. Ineens kwam er hulp opdagen. Iemand, die wilde het lokomotiefje heel graag opknappen en zou het dan in zijn tuin plaatsen. Een prachtoplossing, waar we heel blij mee waren. Geen boze gezichten meer en een mooie bestemming, win-win, beter kon het niet. We kenden de mensen niet, maar dat maakte ons niet uit. Twee dagen later haalden ze hem op en de spoortuin was weer leeg.

En wie denkt dat wij het lokje daarna nooit meer zouden zien, heeft het mis. Wat blijkt....toen ik, intussen weer verhuisd naar Grootebroek, eens door Bovenkarspel reed, zag ik hem tot mijn grote verrassing, zomaar ineens. Hij stond, in een voortuin, die maar twee huizen verder lag, dan het huis van een hele goede bekende van ons. Het was prachtig opgeknapt en weer heel goed bestand tegen weer en wind. Ik vond het reuze leuk het daar, zo goed op zijn plek, weer terug te zien.


 
Wie tegenwoordig langs station Opperdoes komt, ziet een schitterende spoortuin, met vanalles erop en eraan, wat je meteen terugbrengt naar de jaren 1920, maar een lokje, zal je er niet vinden. De huidige bewoners hebben het allemaal schitterend gedaan, maar bij het zien ervan, moet ik toch nog wel eens denken aan hoe het was. Een kale tuin met een lokomotiefje......... een beetje een zielig lokje, waarvan ik het gevoel had, dat het er niet mocht zijn.

21 juli 2026

Met mijn duffe kop begon ik op 20 juli 2026 weer aan een stukje over dat omgegooide locomotiefje in de spoortuin. Het kwam die dag ter sprake tijdens een gesprek met Suzanne, Christiaan en Margo Goldstein, waar we het hadden over het feit, dat Christiaan de schakel was, dat hij nu in Bovenkarspel in de voortuin staat. Stom natuurlijk, dat ik niet eerst eens even keek of ik er toevallig al niet eerder een stukje over had geschreven, maar ja, af en toe gaat er wel eens iets fout in mijn herinnering. [Ach de leeftijd hè]. Nou in dit geval ging het dus goed fout. Ik schreef weer een prachtig verhaal, was wat scherper in mijn bewoording betreffende de relatie tussen de stoomtramvrijwilligers ten opzichte van ons en zeker ten opzichte van het locomotiefje. Zo scherp zelfs, dat ik eerst twijfelde of ik het wel zou publiceren. Ik had het toch gedaan, maar lekker zat het me niet.

Vandaag wilde ik het gaan plaatsen in mijn digidagboek en ontdekte zo, dat ik er twee jaar terug er al een stukje over had geschreven, dat een wat vriendelijkere toon had, dan het nieuwe. Één ding vermeldde ik in dat eerste stuk niet, nl. dat ik het locomotiefje ook op Google Maps Streetview had gezien. De 2026 versie bewaar ik in zijn geheel wel, want ik vind het te leuk om te wissen, maar, voor de blog plaats ik die alinea en foto van Google Maps onder het eerste verhaal.

"Toch was dit niet helemaal het eind van dit verhaal. Zappende op Google Maps Streetview kwam ik hem weer tegen. Helemaal opgeknapt stond hij daar, in de voortuin van de vader, die zijn zoontje wilde verrassen. Omdat de Google Maps foto`s niet altijd even recent zijn, ben ik er zonet [20 juli 2026] nog even langs gereden, om te kijken of het lokje er inderdaad nog stond. En zowaar……..het lokje staat er anno 2026 nog steeds. Die heeft zijn plekje in Bovenkarspel duidelijk gevonden."



Geschreven: 8 augustus 2024 en 20 juli 2026
Dagtekening: 2010-2015

maandag 6 juli 2026

Smiley`s

Wie wel eens op de Duitse Autobahn gereden heeft, kent ze. De borden "Achtung Baustelle" voorspellen nooit veel goeds en om het leed een beetje te verzachten hadden ze, toen we naar Scandinavië reden, borden met smiley`s langs de weg geplaatst. Het was nog handig ook, want je werd meteen luid en duidelijk op de hoogte gesteld, van de afstand, die je nog voor de boeg had, voordat de ellende voorbij was. En die afstand kon lang zijn, want die "Strassenarbeiten" waren meestal vele kilometers langer dan bij ons.

De eerste keer dat ik ze zag, was dan ook daar. Als ik het me goed herinner, was dat op de beruchte A1 tussen Hamburg en Bremen, want het leek wel, of ze daar altijd aan het werk waren. Om duidelijke redenen kon ik er daar helaas geen foto`s van maken, wat ik best wel jammer vond.

Tot mijn verrassing stonden ze in 2008 ineens op de A7 tussen de afslagen Hoorn-Noord en Medemblik. Oei, dat was lekker dicht bij huis, daar kon ik wel wat mee. Eindelijk de kans om ze op de foto te zetten. Na twee of drie keer [dat weet ik niet meer zo precies] dat trajact op de A7, heen en weer gereden te hebben, hadden we ze allemaal op beeld. Natuurlijk spreek ik over "we", wat ik maakte de plaatjes vanzelfsprekend niet zelf. Mijn dank is groot Ingrid, zes scherpe foto`s, gemaakt uit een rijdende auto. Het was lastig, ik weet het, voordat je de foto maakt, is het bord, alweer uit je zoeker verdwenen en heel langzaam rijden op de snelweg is ook niet zo gezond.

Het is allemaal alweer een tijdje terug, en ik weet niet of ze er tegenwoordig nog wel eens staan, maar tijdens een zoektocht naar iets heel anders, kwam ik de foto`s weer tegen. Dus voordat ik ze vergeet, is het nu een mooie gelegenheid, om deze leuke herinnering in mijn digidagboek te bewaren.





Geschreven: 6 juli 2026
Dagtekening: 4 augustus 2008

donderdag 7 mei 2026

Mijn electronische orgeltje

Gisterenavond, toen ik naar de tv-uitzending zat te kijken van de dodenherdenking in Amsterdam, schoot me ineens te binnen dat ik een keertje in Hotel Krasnapolsky, dat dus linksachter het monument, regelmatig in beeld kwam, ben geweest. Terugrekenend, moet dat hebben plaatsgevonden eind jaren `50 en beginjaren `60, toen ik nog bij mijn ouders woonde in Amsterdam. In mijn herinnering, zie ik me nog steeds zitten in die toneelzaal, helemaal alleen met mijn electronische orgeltje, zo helemaal vooraan, aan de rechter zijkant van het middelste gangpad, pal voor het podium. Ook weet ik nog, dat het ik het allemaal nogal teleurstellend vond, omdat ik niet met de rest van de kinderen op het toneel kon staan. Blijkbaar kon men op het podium geen stroomaansluiting voor mijn orgeltje te realiseren, zodat ik werd afgescheept met een plaatsje in het gangpad. Ook herinner ik me nog, dat mijn ouders, die er ook bij waren, mij de welbekende wintertuin van Krasnapolsky lieten zien.

Ik heb diep in mijn geheugen zitten graven naar de aanleiding van mijn aanwezigheid daar, maar het enige wat ik me kan bedenken is, dat er een uitvoering zal zijn geweest van mijn lagere school [de Prof. H. Burgerschool, blo-school voor slechthorende kinderen], om te laten zien, dat ook deze kinderen muziek konden spelen. Maar of dat het ook geweest is, zal wel altijd een raadsel blijven, want om zo`n uitvoering in Krasnapolsky te houden, lijkt me nogal hoog gegrepen. Ook zou het later geweest kunnen zijn, hoewel ik met de beste wil van de wereld, zo`n uitvoering niet kan voorstellen tijdens mijn vervolgopleiding op de MMS.

Maar acht, soms lijkt het allemaal maar een warrige droom, want verder weet ik niets meer van. Alleen dat ene beeld, dat ik daar zo zat, zit muurvast in mijn herinnering gebakken. Hoewel, het is geen droom; ik heb dat echt meegemaakt, dat is iets wat ik zeker weet. Ik had dat orgeltje, dat kunnen mijn oudste kinderen nog bevestigen, want ik herinner me, dat zij er nog mee hebben gespeeld toen ik in Bovenkarspel woonde. Dat was voor hen wel leuk, maar zal ongetwijfeld ook zijn ondergang zijn geweest. 

Het orgeltje klonk als een accordeon en zat vast in een knalrode koffer. Die was ca. 1.20 m lang/breed, ca. 50 cm diep en 40 cm hoog en mijn vader had een houten standaard voor gemaakt, zodat het op tafelhoogte voor mijn kon staan. Ik zat dan voor een toetsenbord, als een piano, met dezelfde witte en zwarte toetsen, en het zal ongeveer 4 octaven breed zijn geweest.

Hoe ik aan dat orgeltje kwam? Waarschijnlijk was het een actie van mijn ouders. Ik kon, dank zij die fantastische lagere school met zijn extra aandacht voor muziek, goed blokfluit spelen en muzieknoten lezen en mijn ouders zullen gedacht hebben dat ik met die muziek wel wat meer kon doen. Zij regelden thuis privéles voor mij, waardoor ik [dacht ik] 1x per week, les kreeg van een oudere man, die ik een griezel vond. Dat durfde ik mijn ouders natuurlijk niet te vertellen, maar ik weet nog dat ik er vreselijk tegenop zag. Ik moest van hem uiteraard veel oefenen, kreeg veel huiswerk, maar het werd helemaal niets. Het lukte me maar niet om met twee handen, twee verschillende handelingen te verrichten. Hoelang die lessen hebben geduurd en ook hoe ze uiteindelijk gestopt zijn, weet ik niet meer, maar één ding was zeker. Een muziekcarriere zat er voor mij niet in.

Maar toch, als je mij, een blokfluit in mijn handen zou duwen, speel ik met het grootste gemak nog wat liedjes uit mijn hoofd en noten lezen komt zo af en toe ook wel eens goed van pas. Toch zou ik die enge muziekleraar en die teleurstellende uitvoering van toen, liever voor eens en voor altijd, uit mijn geheugen willen verbannen.


Geschreven: 5 mei 2026
Dagtekening: eind jaren `50-beginjaren `60.

vrijdag 1 mei 2026

Nobody is perfect


[Fb-post]  

Sleutelkastje:

..........Pffff....dat was ff schrikken! Voor het eerst trok ik de deur dicht en mijn sleutels [met autosleutels
eraan] lagen nog binnen op de trap. Oei wat nu? De meiden hebben wel een sleutel, maar ja 
die zijn niet echt in de buurt en het was koud. Snel weer bij mijn positieven, bedacht ik me dat er een sleutelkastje had. Er zat een sleutel in, maar ik had dat ding nog nooit gebruikt. De code stond in mijn telefoon, die ik gelukkig wel bij me had. Het was spannend of het zou werken, maar yess, ik kon verder. Bedankt vorige bewoners, jullie kastje heeft me gered! [20230118]



Dat schreef ik zoals vermeld op 18 januari 2023. Op zaterdag 30 november 2024 was ik echter niet zo gelukkig. We zouden met z`n drietjes naar familie in Breda en ik was klaar om weg te gaan. Ik stond al bij de voordeur buiten te klungelen met een tas die van mijn schouder gleed en een rollator, die, niet op rem, achter mijn rug wegreed. Op het moment, dat ik dat ding probeerde tegen te houden, klapte de voordeur dicht met de sleutel nog aan de binnenkant van de deur in het slot.

Ik maakte me eigenlijk in eerste instantie niet zo druk, want ik had, zoals ik al schreef een sleutelkastje. Ik wist de code nog uit mijn hoofd; opende het kastje; pakte de sleutel en stopte die in het slot. Verhip, dat ging niet. Toen werd ik wakker. Duhuh, natuurlijk gaat dat niet, want die andere sleutel zit aan de binnenkant in het slot, dus kan er helemaal geen sleutel in. Opgelucht bedacht ik me dat ik ook nog een achterdeur had, om even later helemaal te bevriezen. Ook daar zat om veiligheidsredenen de sleutel al jaren in het slot. Ik werd ijzig kalm, dacht na, maar wist het absoluut niet meer. Daar was ik mooi klaar mee. Suzanne en Ingrid, die intussen ook gearriveerd waren, waren op z`n zachts gezegd, natuurlijk ook niet blij. Goede raad was duur. Hoe duur zouden we later merken. Ingrid, de meest doortastende van ons drietjes begon te googelen en vond een sleutelmaker met weekendservice. Ze belde meteen en er werd ons verzekerd dat ze binnen een uurtje of zo zouden komen.

De overbuurman, die blijkbaar het hele gebeuren had gezien, kwam naar ons toe en bood mij, na uitleg, heel lief aan, dat ik de sleutelmaker bij hem binnen kon afwachten. Ingrid en Suzanne besloten daarop nog maar even terug naar huis te gaan. Na een uurtje kreeg ik een telefoontje dat hij eraan kwam en dat ik seinde ik ook meteen de beide meiden in. Net toen zij terug waren, kwam hij eraan en was de deur was in no-time open.

De koude douche kwam naderhand, want na ruim 300 euries te hebben afgetikt, konden we pas weg. Ik was opgelucht, boos en helemaal verslagen. Ja, dat was wel heel erg veel. Was ik dan echt in zo`n louche figuur getrapt? Opgelicht? Misschien, het was natuurlijk veel te veel, maar ja, dat kan dan wel zijn, ik was er wel mee geholpen. De deur was open en het was nog niet te laat om toch nog naar Breda te gaan. Maar al met al, het was een raar gevoel.

En nu zal de lezer zich uiteraard afvragen, waarom ik pas anderhalf jaar later een stukje schrijf over deze blunderende en dure ervaring. Haha, ik ben er nu wel overheen, hoor, maar het was toch wel een beetje moeilijk. Het ergste was denk ik, de deuk in mijn imago [zo eerlijk ben ik dan ook nog wel], maar ook een zekere valse schaamte misschien, omdat ik zo stom kon zijn. Verder vond ik vandaag een aantekening, dat ik er altijd nog eens een stukje over wilde schrijven.

Dat heb ik dus nu gedaan en wil dit stukje [heel eigenwijs] eindigen met een goede raad. Laat als beveiliging nooit een sleutel aan de binnenkant van de deur in het slot zitten. Hoe goed het ook werkt als je thuis bent…. het wordt, zeker in het weekend, een dure grap als je jezelf buitensluit.


Geschreven: 29 april 2026
Dagtekening: 30 november 2025

dinsdag 21 april 2026

Het kwam allemaal weer terug

Toen we in 1998 in Opperdoes kwamen te wonen, werden er aan de overkant van de straat een hele serie grote twee onder een kap woningen gebouwd. Tussen twee van die woningen, bevond zich een pad wat naar een nogal gammel bruggetje leidde. Achter die brug stond een oud en groot schuurachtig gebouw, dat zich in de tuin bevond van één van de huizen die met de voorzijde aan het Noorderpad lagen. Dat gebouw, hoorde ik al vrij snel, bleek een klein en bijna verscholen asielzoekerscentrum te zijn.



In 1998 was er helaas ook al wel het nodig te doen over asielzoekers, maar zo beladen als nu allemaal is, was het toen nog niet. Toch heb ik er destijds weinig over geschreven, want ik denk dat het voor mij toen toch al wel een onderwerp was, waar ik niet zo goed raad mee wist. Ook heb ik van de aanwezigheid ervan nooit een foto gemaakt. Niet van het gebouw, noch van de mensen. Eh.... nee, ho, ho, dat is niet helemaal waar, want ik heb één foto, waar ik helemaal verliefd op ben. Dat is een foto van twee kleine jongetjes, die op het randje van het perron zitten. Die foto plaatste ik in mijn stukje "Wonen in een station", dat ik op 20 april 2005 schreef, met een stukje uit een zin: .......een paar schatten van kindjes vanuit het naburige asielzoekerscentrum, die even een kijkj Zo af en toe zag ik deze mensen langs ons huis lopen. Herkennen deed ik ze natuurlijk meteen, dat kenmerkende beeld, een groepje in mijn ogen zielige lijkende mensen; "anders" gekleed; de vrouwen met hoofddoeken en beladen met grote, vaak plastic tassen. Last had ik totaal niet van hen, integendeel, ik vond het allemaal wel bijzonder, deze mensen zo vlak bij mij in de buurt. Af en toe kwamen ze wel eens even een kijkje nemen op het perron, maar ze bleven altijd op een afstand en zochten geen contact. Ook ik, was eigenlijk te laf om het initiatief te nemen, omdat ik niet wist hoe, en het bleef daardoor van mijn kant bij een vriendelijk glimlachen.

Toch ben ik een keer daar bij hen binnen geweest. Op een dag vond ik een uitnodiging van een "Open dag" in de brievenbus. Natuurlijk gaven we daaraan gehoor. In een gemoedelijke sfeer konden we kennismaken met de mensen en in welke omstandigheden zij daar woonden. Het zag er gezellig uit. Er was een grote gezamelijke ruimte, met eromheen diverse kleine kamers en de bewoners hadden hun best gedaan ons kennis te laten maken met hapjes en drankjes uit hun eigen land. Al met al een mooie poging om eens met elkaar in contract te komen, maar toch is daar helaas maar weinig van terecht gekomen.Wanneer het asielzoekerscentrum precies is opgeheven weet ik niet meer en ook Google maakt me daarin niet wijzer. Uiteindelijk zijn alle bewoners vertrokken en ik hou me verre van hoe dat allemaal is gegaan. Maar één ding herinner ik me nog wel. Ik vond eigenlijk best wel jammer hen te zien gaan.

Het kwam allemaal weer terug, toen een week geleden zei mijn dochter [werkende in de ouderenzorg] me ineens tegen me zei: "Ik moet naar de Kaag in Opperdoes". Ik dacht meteen dat zij in één van de grote huizen moest zijn, die bij ons aan de overkant waren gebouwd. Dat was tot mijn verrassing niet het geval. Zij moest in dat voormalige asielzoekerscentrum zijn, dat dus tegenwoordig "normaal" bewoond is. Zij constateerde dat het bruggetje nog even gammel was als toen en dat de man bij wie ze moest zijn, er al 20 jaar woonde, dus moet de dag dat de asielzoekers vertrokken al een behoorlijke tijden geleden zijn geweest. Ook kwam zij kwam met wat foto`s terug van binnen in het gebouw, waaraan ik kon zien dat mijn herinneringen eraan aardig klopten. Daar was ik best blij om, want soms maakt mijn hoofd er een potje van. Maar ondanks dat blijven er voor mij twee fijne dingen over; tw. een mooie herinnering eraan en één schattige foto.

Zie ook: Wonen in een station: https://avalon045-avalon.blogspot.com/2022/08/wonen-in-een-station.html

Geschreven: 21 april 2026
Dagtekening: 1998-1999 en april 2026

zaterdag 28 februari 2026

Cortina d`Ampezzo

Terwijl ik bezig ben met het opslaan van mijn fb-posts, vind ik ineens het stukje over het stadion in Cortina d`Ampezzo, dat ik in mijn jeugd, tijdens een vakantie met mijn ouders bezocht. Ik realiseer me dat ik deze post nooit heb verwerkt in mijn digidagboek. Dat is natuurlijk niet zo erg, maar wel jammer, want met al die losse stukjes stel ik allerlei herinnerings/verhalenboekjes samen, waar deze reiservaring heel goed tussen zou passen. Terugdenkend, weet ik wel hoe het komt, want waarschijnlijk heb ik het, begin februari een beetje voor mij uitgeschoven, door het gehannes met die nieuwe laptop, waaraan ik nogal moest wennen. Gelukkig begin ik die Windows 11 al aardig onder de knie te krijgen en durf ik het u wel aan om die "vergeten" post eindelijk toe te voegen.



CORTINA D`AMPEZZO
Fb-post:

"Al zappend zag ik een stukje van de openingsceremonie van de Olympische winterspelen in Milaan en ineens schoot me iets te binnen. Hoewel ik een volkomen nerd ben op het gebied van sport, herinnerde ik me dat ik ergens gelezen had, dat de schaatswedstrijden zouden worden gehouden, midden in de Dolomieten , te Cortina d`Ampezzo. Nu lijkt het wel vreemd dat ik,als totaal ongeinteresseerde figuur wat sport betreft, juist dat onthouden had; maar dat niet zo. In 1963 maakte ik, in het bijzijn van mijn ouders en broer, bovenstaande foto`s, in het toenmalige schaatsstadion van Cortina d`Ampezzo. Hoe we er binnenkwamen weet ik niet meer, maar volgens mij liepen we er gewoon naar binnen, net als het andere publiek, dat gewoon langs de rand van de baan, de activiteiten staat te bekijken. Het stadion was gebouwd voor de Olympische winterspelen van 1956 en was toen een bezienswaardigheid. Toen zocht ik nog even naar hoe het er anno 2026 allemaal uitzag. Wat een verschil!"


Tot zover de tekst van de bovenstaande foto en ja een verschil is het zeker. Ik heb weliswaar niet veel gezien van alle Olympische sport, die de laatste twee weken over ons uit werd uitgestort, maar zoals je aan de begeleidende foto`s wel kan zien, is het stadion anno 1963 eigenlijk alleen maar gericht op kunstschaatsen. Of er nog een andere baan bij lag, herinner ik me niet meer. Ik was er dus in 1963 en zo`n drie jaar later begon de schaatshype pas goed. Niet alleen in Nederland maar ook in Cortina d`Ampezzo, zal het toen wel uit zijn geweest met de rust. De “Ard en Keessie-periode”, Stien Kaiser, Atje Keulen-Deelstra en Joan Haanappel het kon allemaal niet op. Mijn vader zat met een bloknote op schoot rondetijden te noteren en de goegemeente maakte zich druk over de schaarsgeklede kunstschaatsters. Het kon allemaal niet op!

Maar nu terug naar mijn herinnering. Ik vind het best bijzonder, dat ik, zo lang geleden een plek bezocht, die in de afgelopen tijd zo in de belangstelling heeft gestaan. Maar voor mij is Cortina d`Ampezzo een klein en rustig dorp, dat zonovergoten en onder een strakblauwe lucht, omgeven wordt door de hoge sneeuwtoppen van de Dolomieten. En dat allemaal zonder de hectiek van de tegenwoordige tijd. Een heerlijke herinnering……….


Geschreven en samengevat: 28 februari 2026
Dagtekening: 6 februari 2026