vrijdag 18 november 2022
Boodschappen doen anno 2022
dinsdag 25 oktober 2022
Paddenstoelen
Zie ook: Onze "Klimopboom" https://avalon045-avalon.blogspot.com/2020/08/onze-klimop-boom.html
zondag 25 september 2022
"The Angel of the North"
Alleen reizen schijnt in de hoofden van de meeste mensen, maatschappelijk niet bij elkaar te passen. Reizen doe je op zijn minst met z`n tweeën en als je niemand hebt, om mee op stap te gaan, dan zijn er altijd nog de reizen voor singles, zodat je ook niet alleen bent. Prima als je dat wilt, maar dat het ook anders kan heeft dochter Ingrid sinds kort bewezen. Zij trekt er momenteel, in haar eentje lekker op uit en heeft ontdekt, hoe heerlijk het is [ik spreek uit ervaring], om met een mooi muziekje op, lekker per auto door Nederland te zwerven. En ik probeer, als ik wat weet [uit eigen ervaring of via media], haar van wat tips te voorzien.
Op het moment pieker ik me suf, in welk tv programma in Museum Voorlinden in Wassenaar heb gezien, want ook dat, leek mij, gezien dat vreemde zwembad, wel iets voor haar. Ik tipte haar toen meteen en ben daarna, dat hele museum helaas vergeten. Vandaar dat ik nogal verbaasd was, dat ik gisteren ineens foto`s van het museum op haar tijdlijn zag op facebook. Ik reageerde erop met een hartje en na Ingrid`s antwoord:"Ik kom er straks wel even over vertellen", sloten we de conversatie die middag op fb af.
Toen ze dus gisterenmiddag laat bij me kwam, vertelde ze, dat ze eerst geen idee had, waar ze terecht gekomen was, maar dat het uiteindelijk een heel bijzondere ervaring was geweest. Er was ook een speciale tentoonstelling, van de kunstenaar Anthony Gormley. Hij was er zelf en zij zag hem bezig met het signeren van zijn boeken, waarvoor een heleboel mensen stonden te wachten in een lange rij. Als door en wesp gestoken reageerde ik: "Waaat??, Anthony Gormley??, Oh wat goed. De maker van de van the Angel of the North", Ze keek me aan of ze water zag branden, want ze had hem dan wel gezien, maar had verder nog nooit van de beste man gehoord. Nou ik wel. Zijn prachtige beeld in Newcastle upon Tyne, de "Angel of the North" nog eens te zien, heeft jarenlang op mijn wensenlijstje gestaan. Tot dat bewuste moment lukte het me nooit. Newcastle was voor ons de plaats waar de boot arriveerde voor de zoveelste vakantie in de UK of de plek, waar we uiteindelijk weer op de boot terecht kwamen op weg naar huis. Wel was het een goede stad om verkeerd te rijden en het heeft me heel wat zweetdruppels gekost om die verhipte boot, ondanks de borden, in dat gigantische industriegebied te vinden.
Twee keer ging het bijna echt fout. De eerste keer misten we, op een haar na, de boot, maar de tweede keer had ik, ondanks alles, enorm geluk. We waren net de boot af gereden en moesten naar het noorden. Ik was, zoals gewoonlijk, de weg weer eens hopeloos kwijt. Uiteindelijk reed ik uit wanhoop via een u-bocht een onbekende snelweg op. En ja hoor, daar zag ik haar, volkomen onverwachts!. Rechts in het gras op een heuveltje. "The Angel of the North". Veel tijd om te kijken had ik niet, laat staan dat ik kon stoppen voor een foto, maar ze was daar in volle glorie. Hoewel iets kleiner dan ik me had voorgesteld zat ik te stuiteren in de auto. Mijn medereizigers snapten er niets van en reageerden zoals ik had verwacht, nogal verongelijkt."
Toen ik dat allemaal aan Ingrid had verteld, kreeg ze door, dat we beiden wel iets bijzonders hadden gezien dat toe te schrijven was aan Anthony Gormley. Ik mijn Angel en zij die wonderlijke tentoonstelling van zijn werk. We googelden nog wat samen op zijn naam en waren toen nogmaals, nu alletwee, stomverbaasd, dat de schitterende "Hurkende man" [officiele naam "Exposure"] bij de Lelystaddijk ook van hem is.
Nu een dag verder, terwijl ik dit stukje tik, rinkelt mijn telefoon. Ik lees: "Ingrid heeft je getagd in een bericht". Ik grinnik, want ik hoef dit eigenlijk niet eens te openen. Ik weet het al. Natuurlijk doe ik het toch en het is dan ook geen verrassing. Jahoor......"De hurkende man" in zijn volle glorie. Na hem al tig keren uit de verte te hebben gezien, heeft ze hem nu toch maar eens een keertje van dichtbij bekeken.
Fotoverantwoording:
Angel of the North: Wikipedia
Hurkende man: Ingrid Haarsma
dinsdag 13 september 2022
Ballater
Wie kon ik hemelsnaam vermoeden dat wij, toen we in juni 2003 rustig een kopje koffie zaten te drinken in de kleine en sfeervolle restauratie van het stationnetje in Ballatar, daar bijna 20 jaar later nog eens op zo`n emotionele manier mee zouden worden geconfronteerd. [Zie ook: Schotse stationnetjes]
We hadden, na onze vele treinreizen, zelfs nu we ons per auto verplaatsten, nog steeds, de [misschien] gekke gewoonte, om, als we door een klein plaatsje reden, even een bezoekje te brengen, aan het eventueel aanwezig station[netje] aldaar. Dat heeft ons al menige spectaculaire herinneringen opgeleverd. Ook hier dus. Wij hadden al een enorm lange route achter de rug vanuit John O`Groats via Aviemore naar het zuiden, toen we ineens een klein dorpje binnen reden waar eigenlijk wel een aparte sfeer hing. Op verschillende winkelgevels waren wapenschilden geplaatst, wat mij meteen deed denken aan een "Hofleverancier" en toen ik een bordje zag dat verwees naar "The Old Royal Station" werd ik wel heel erg nieuwsgierig. [Over ons bezoek hieraan schreef ik in "Schotse stationnetjes", en ook over mijn ontsteltenis, toen ik ontdekte dat het stationnetje van Ballater in 2015 voor een groot deel was afgebrand.]
Na ons bezoek aan Ballater ben ik richting Balmoral gereden en reed over dezelfde weg, waarvan nu de beelden, om zo`n trieste reden, de wereld over gingen. Door de langs de weg geplaatste verbodsborden om te fotograferen, wist ik dat ik in de buurt kwam, maar meer dan een kleine glimp, ver weg tussen de bomen, leverde het me niet op. De zijweg die uiteindelijk kwam, leidde me langs het hek, maar ook daar konden we niets zien van het kasteel zelf.
Ik zat nog steeds, gebiologeerd voor de tv en was weer even helemaal terug, hoe triest de aanleiding ook was. De beelden van het Ballater en Balmoral en de schitterende en vooral rustige omgeving, hoe vertrouwd was het allemaal, dat moest het even kwijt. Helaas ben ik tegenwoordig, in Karel mijn aanspreekpunt grotendeels kwijt, dus heb ik het, bij deze, maar opgeschreven.
Queen Elizabeth II rust zacht --- 8 september 2022
Geschreven: 13 september 2022
dinsdag 23 augustus 2022
Twee kwajongens en een gele bus
Kwajongen 1: Rikus Betten, chauffeur
Kwajongen 2: Karel Haarsma, busconducteur
En natuurlijk: Een meestal gele bus van het Noordelijk busmuseum uit Winschoten. Hij veranderde wel eens van kleur, want het was maar net welke bus, in Winschoten, technisch in orde was en/of gemist kon worden. Bouwjaren of merken zijn mij onbekend, want daar heb ik helemaal geen verstand van.
Naast deze drie, zijn er dan ook nog:
Griet, de echtgenote van Rikus
Eddie, die zo af en toe, eens even kwam kijken en ook wel eens een dienstje reed.
De bewoners van station Twisk: Jan en [de helaas veel te vroeg, overleden] Lies de Jong.
De bewoners van het station Opperdoes: Karel [Kwajongen nr. 2] en Willy Haarsma [die dit stukje schreef en alles vanaf de zijlijn meemaakte].
Af en toe wat op bezoek komende familieleden, die eens kwamen kijken wat hun ouders in het verre Westfriesland uitspookten en die dan ook een rondje met de bus meemaakten.
En verder een hele sliert vrijwilligers van de Stoomtram Hoorn Medemblik, zowel als van het Noordelijkbusmuseum, die het, voor ons allemaal onvergetelijk hebben gemaakt.
1 augustus j.l. kreeg ik een appje van Jan de Jong. Of ik wist dat het niet goed ging met Henk. Met eerste reactie was "Huh, Henk?, en na even goed denken: "Ohhh, hij bedoelt Rikus,", Ja, dat wist ik, want daar was ik al bang voor, toen ik al die trieste berichtjes van Rikus zelf las op facebook. Wat Jan verder schreef was wel nieuw voor mij; nl. dat het Rikus` wens was om, dmv. de Wensambulance, nog één keer met de stoomtram mee te gaan om herinneringen op te halen en afscheid te nemen van oud-collega`s.
Het kwam allemaal wel even binnen en zette me aan het denken. Dat Rikus zo snel ineens achteruit gegaan was en wat we een mooie tijd we hadden gehad. Ineens kwamen de herinneringen massaal mijn hoofd binnenrollen. Toen ik dit allemaal aan Karel vertelde, kreeg ik, net al altijd trouwens, weinig reactie. Zijn gezondheid is niet zo best; ziet slecht, en leeft al een tijdje bijna geheel in zijn eigen wereldje. Maar ja, hij is 83, dus dat is hem vergeven, zij het, dat ik niets aan hem heb, wat herinneringen betreft.
Naar die genoemde stoomtramrit ging ik, op uitnodiging van Eddie, na lang afwegen of ik Karel nou wel of niet zou meenemen, toch maar alleen. Ik schrok wel een beetje toen ik Rikus op de brancard uit de Wensambulance zag komen, wat was hij mager geworden. Met wat sterke mannen werd hij in een rolstoel gezet en, na koffie met appeltaart op het terras van het station, naar de tram gereden.
Het instappen, was wel even een dingetje, want het gaat bij de tram helaas nog steeds als in 1920, maar gelukkig waren diezelfde sterke mannen nog steeds in de buurt. Eenmaal in de tram was hij het mannetje, en omgeven door echtgenote Griet, Eddie en Tjitske [met man], 4 kleinkinderen en twee vrienden van de wensambulance, plus de nodige frisdrank en broodjes kon de rit beginnen. Jan de Jong was chef-trein en de conducteur van de tram was Jan Doosjen, die tegenwoordig in station Opperdoes woont. Het leek wel of zij met opzet waren uitgekozen voor die rit, wat door Jan de Jong ten stelligste werd ontkend.
Eenmaal vertrokken uit Hoorn, kwamen de verhalen los. Allereerst werd er gememoreerd hoe het toch allemaal begonnen was. Al in 2002 had de SHM het plan opgevat om, in de zes zomervakantieweken, een museumbus te laten rijden langs de toeristische trekpleisters in de omgeving van Medemblik. Op zoek naar een passende bus, kwamen ze ten slotte terecht bij het Noordelijk Busmuseum [toen nog] in Winschoten. Maar ja, zo`n bus rijdt niet vanzelf. Ze zochten daarom naar chauffeurs, liefst met een caravan of camper, zodat de kosten van logies, zo beperkt mogelijk konden blijven. Eerst was de animo niet groot, maar toen, een paar jaar later, bekend werd hoe leuk het allemaal ging, wilde iedereen wel naar Medemblik. En zo kwamen Rikus en Griet in Westfriesland en in ons leven
De museumbus reed dus als een soort aanvulling op de stoomtreinrit, die in Medemblik eindigde. Het eerste jaar, konden de bezoekers uitstappen in Opperdoes [één station voor Medemblik], zodat ze met de bus, via het Bijen-, Stoom- en Bakkerijmuseum naar Medemblik konden rijden. Als hulp voor de chauffeur had de SHM de functie busconducteur in het leven geroepen. Een slimme zet, want dan hoefde de chauffeur alleen maar zijn aandacht bij het rijden te houden, terwijl de busconducteur de rest van de klusjes op zich nam. Zijn taak was o.a.: bezoekers begeleiden, vertellen wat er zoal te zien was onderweg, koffie halen, het lunchpakket voor de chauffeur van de tram halen, terwijl hij zelf zijn eigen thuis klaargemaakte bammetjes moest eten en dan ook, want ja, hij was tenslotte conducteur, de kaartjes knippen. In deze functie voelde Karel zich meteen als een vis in het water. Geen strakke dienst op de tram, maar een klusje, vlak bij huis en hij vond het geweldig om al die noorderlingen, die zo moeilijk te verstaan waren, de weg te wijzen. Hij liet zich dan ook heel veel dagen inroosteren en op de dagen dat een andere busconducteur was, had ik de grootste moeite om hem thuis te houden.
Toen het begin van de dienstregeling in Opperdoes was, begon de dag, altijd met koffie. Rikus kwam extra vroeg, zodat er nog tijd genoeg was om eerst even een bakkie te doen en bij te kletsen. . Gedurende de rest van de de dag, zag ik ze, thuis nog wel eens langskomen, want de route ging over Almersdorperweg en soms over het Zwarte Pad; een straat precies aan de overkant van het station. Ook reed ik zo af en toe, als de bus niet erg vol was, een ritje mee.
Dat ging een poosje goed, totdat de buren kwamen klagen, dat de bus toch wel heel erg in de weg stond. Hoe kon het ook anders, die Almersdorperweg is smal en de bus niet klein, maar alles was geprobeerd. Stilstaan voor het spoor, op het spoor, over het spoor en zelfs op de Kaag, voor het station. Niks werkte, dus ja het was krap, maar kom op, in 10 minuten was hij weer weg, was dat nou zo erg?. Ja dus, en om de buurt te vriend te houden, besloot men het jaar daarop de hele instap en begin van de dienstregeling te verplaatsen naar Twisk, nog één station eerder op de lijn. Voor alle betrokkenen helemaal geen probleem, want ook daar stond de koffie klaar en om in Twisk te komen, reed je door Opperdoes, waar Karel klaar stond om in te stappen. Zo gezegd, zo gedaan, zij het dat ook daar buren waren die konden klagen. En dat deden ze ook.
De SHM gaf daarna zo`n opstapplek voor Medemblik op en sindsdien werd de begin- en eindhalte "Station Medemblik". De opstapplaats werd links van het station bij de lijnbus naar Hoorn. En je raadt het al. Toen begonnen sommige chauffeurs van de lijnbus te klagen dat de bus in de weg stond. Moedeloos werd de bus verbannen naar een plek rechts van het station. Een plek, waarvan Rikus en medecollega`s zelf vonden, dat je daar pas echt goed in de weg stond.
Maar ondanks dat gehannes was het een leuke tijd. Als ik, per auto, in de omgeving reed, kwam ik de bus dan ook regelmatig tegen. Sterker nog, met de dienstregeling in mijn hoofd, zocht ik ze wel eens op en bekeek hun werk stiekumpjes vanuit de auto. Wel zorgde ik dat ik er niet precies achter reed, want het ding was niet vooruit te branden en erger nog, hij stonk enorm. Ik had dan ook enorme lol in weggebruikers, die zo onfortuinlijk waren om achter de bus te belanden, en waarvan ik duidelijk kon zien, dat ze eigenlijk niet durfden, maar dan toch na lang aarzelen, de gok namen, en de bus, over de doorgetrokken lijn, opgelucht inhaalden.
Ook kwam ik de heren tegen op plekken waar ik hen helemaal niet verwachtte, want wat was er niet leuker dan even een ommetje te maken. Dwz. op de rotonde na de Vlietlanden, rechtdoor de Poelweg in, ipv meteen rechtsaf. Met een goed gevoel en big smile, namen ze dan die weg, die zo smal is, dat ze een tegenligger de stuipen op het lijf joegen door ineens met zo`n grote bus de weg te blokkeren. Maar het was leuk en uiteindelijk kwamen ze met een boogje, toch weer op dezelfde plek uit. Dat ze daar volgens de dienstregeling niets te zoeken hadden, was jammer dan. Alles voor de klant. Ze wisten het beiden. Regeltjes zijn regeltjes. Met de veiligheidsregels valt niet te spotten en daar hielden ze zich ook strikt aan, maar de rest van de regeltjes.... och daar zat best een beetje rek in. Maar ook legaal werden er de nodig ritjes gereden buiten de dienstregeling om en als het kon ging Karel mee. Niet als busconducteur, dat was allang vergeten, nee het was gewoon leuk voor allebei. Ik herinner me een rit naar Enhuizen om mensen op te halen en ook Het Grootslag in Andijk werd redelijk vaak bezocht.
Een letterlijk hoogtepunt bestaat in Medemblik. Ik schreef er al over in mijn stukje over [de ook veel te vroeg gestorven] collegachauffeur Sytse Kunst. In mijn naïviteit dacht ik dat hij het alleenrecht had op die stunt, maar blijkbaar was dat verhaal al, als een lopend vuurtje, onder de collega`s verspreid. Op de weg naar het stoommachinemuseum, rij je over een duiker heen. Om de een of andere reden, is dat ding nogal hoog uitgevallen en dat resulteert in een fikse bult op de wegdek. Kijk, en daar pakte de heren [Rikus incluis] hun kans. Ze letten wel even op, wie er op de achterbank van de bus zaten, maar kon volgens hen het publiek ertegen, werd het gaspedaal even extra ingedrukt en konden de passagiers voelen hoe hun achterwerk ruim los kwam van de bank, ze zich dan even gewichtloos waanden, om even later weer met een fikse plof op hun zitplaats te belanden. Succes verzekerd!
En dan last but not least het tanken. Rico, een bobo in Winschoten had een overkeenkomst, over korting bij een bepaalde benzine maatschappij. Het tanken moest dan wel gebeuren bij een pompstation van die firma. De dichtbijzijnste was echter in Hoogkarspel, zo`n 15 km. verderop. Alle chauffeurs vond het op z`n zachts gezegd, een beetje idioot om 30 km te rijden en een stuk of wat tankstations over te slaan, om daar goedkoper te gaan tanken. Maar blijkbaar was de korting hoog genoeg, om er die 30 km diesel aan te besteden. Wie er ook chauffeur was, Karel ging mee, wat zeker voor een nieuweling ook wel handig was, want hij wist de weg. Griet en ik gingen ook wel eens mee, maar dat was meer voor de gezelligheid. Ook bekeek ik dan de omgeving eens van een andere kant, waarbij ik nog steeds lol en medelijden had, met automobilisten, die zo snel mogelijk achter de bus vandaan probeerden te komen. Ja, ik begreep ze maar al te goed.
Het tanken leverde weinig problemen op. Sommige chauffeurs konden de vuldop niet vinden, en kijk, daar was Karel ook handig voor. Die had het al een paar keer gezien, dus die wist wel waar die diesel de bus in moest. Rikus ook, maar op een avond, tijdens een ongelukkige tankstop was hij niet echt bij de les. Wat er precies is fout gegaan, hoorde ik op de tram maar half, want de Friese taal van hem en Eddie was een onoverkomelijke barriere, en ik begreep het niet goed. Het had iets te maken met olie, die in het verkeerde gat was gegooid, zover kwam ik wel, maar het was nog steeds iets, om ruim vijftien jaar na datum nog lol over te hebben. Helaas, heb ik ook niet meegekregen hoe het afliep, maar het zal wel goed gekomen zijn, want ik kan me niet herinneren dat er om die reden, er een dag was zonder bus.
Maar ondanks alle plezier en vakantie, was het hard werken en een bakkie doen in de avond uren zat er nauwelijks in. Hij was domweg te moe. Natuurlijk hebben we het wel een paar keer gedaan en dan zag ik Griet ook nog eens. Zij trok haar eigen plan, ging ook af en toe eens mee met de bus en fietste zowat de hele omgeving rond. Het resultaat was, dat zij meer wist van de regionale middenstand dan ik. Camping Arado aan de Brakeweg in Medemblik was de thuisbasis, voor zowel chauffeurs als bus, die daar zijn eigen plekje kreeg. Dat ging goed totdat één van de chauffeurs het gras aan gort reed en de bus naar de parkeerplaats van het Stoommachinemuseum werd verwezen.
Twee keer werd het seizoen afgesloten met een oergezellige barbecue. Een keer op het perron in Twisk bij Jan en Lies en één keer op de camping zelf. Ons zestal werd dan uitgebreid met familieleden, die dit ook graag wel eens wilden meemaken.
Tot slot zijn Karel en ik nog een keertje op bezoek gegaan in Ooststellingwerf, waar we onder het genot van een lekker bakje koffie nog heel wat herinneringen hebben opgehaald. Toen werd het stil. Dank zij facebook bleef er contact tot op de dag van vandaag en zo las ik dus ook hoe het, na die bijzondere jaren, allemaal is gegaan. Eerst waren het familiezaken die, in de berichten, de boventoon voerden, maar later kwamen daar de vele ziekenhuisbezoeken bij met de opluchting als de waardes we er eens goed waren en dan uiteindelijk het uiterst verdrietige bericht dat hij uitbehandeld was.
Beste mensen, dit waren puur mijn persoonlijke herinnering aan die mooie jaren; gezien vanaf de zijlijn zoals ik al zei. Er zal ongetwijfeld nog meer zijn gebeurd, wat ik niet wist of vergeten ben. Misschien zit ik ook met mijn herinneringen er finaal naast. Het kan zomaar gebeuren. Maar hoe dan ook, het waren jaren, waarin Karel en ik iedere keer weer reuze nieuwsgierig waren, wie er de komende zomer op de bus zou komen rijden. .
"Rikus rust zacht, we zullen je nooit vergeten!"
[Foto`s nrs.1,3 en 4: Eddie Betten]
zaterdag 13 augustus 2022
Convoi Exceptionnel

Ik herinner me die dag, 2 augutus 2002, nog goed, dat er weer zo`n transport van een luxe-jacht was, wat nauwelijks de stad uit kon. Het halve straatmeubilair moest van zijn plek, en de lantarenpalen werden scheef gezet. Het was een idioot gezicht en haalde dan ook regelmatig de krant, maar de manier op men het aanpakte, leek te gaan via een goed geölied draaiboek.

Het was de laatste keer en ik was expres met fototoestel naar Medemblik gegaan, want dat dit was toch wel iets unieks. Daarna was het over, want het ging echt niet meer. De schepen werden te groot en het bedrijf verhuisde naar de Oude Zeug, waar ze heel wat beter uit de voeten konden.
Ondertussen reed ik verder. Even later wordt ik me bewust van de windmolen, of netjes gezegd "windturbine", met de zeer toepasselijke bijnaam "De Ambtenaar". Natuurlijk had ik hem allang gezien, want met z`n bijna 200 meter hoogte is hij in de verre omtrek te zien en verpest hij de skyline van de binnenstad te Medemblik.
Tijdens de bouw in begin 2015, was hij het gesprek van de dag, en was toen zelfs zelfs de allergrootste ter wereld. Een record, waarvan ik denk, dat hij dat niet lang gehouden heeft, gezien de hedendaagse ontwikkelingen op dit gebied. We woonden toen nog in de buurt, en ik vond het allemaal best wel interessant. Ik ging dan ook zo af en toe eens kijken, hoever men al was. Op 29 april 2012 hadden we de hoofdprijs, want toen waren de wieken juist gearriveerd. Ik zal niet snel vergeten, hoe nietig ik me voelde toen ik er naast stond. Grinnikend dacht ik nu meteen, dat ook dit transport, met de beste wil van de wereld niet door Medemblik had gekund, maar gelukkig hoefde dat ook niet.
Zijn bijnaam, "De Ambtenaar" is volkomen terecht. Het ding stond, de eerste jaren, meer stil dan dat hij draaide en ondanks alle negatieve commentaar dat er was, werd het voor mij, na een poosje, toch een vertrouwd gezicht. Niet overdag, maar in de avond en nacht, als ik dat kleine, aan-en-uitgaande rode stipje, in de lucht, uit het slaapkamerraam zag.
En nu ik hier zo zit te tikken met mijn voeten op de tafel, schiet me ineens een nog heel ander groot transport te binnen. Niet in bij Medemblik, maar even verop. Een molen dit keer. Zo`n groot, lekker handelbaar rond ding, wat over de weg richting Zaandam moest. Molen "De Haen" stond toen ik hem voor het eerst zag in Benningbroek. Daar moest hij weg, en nadat hij nog een tijd doelloos langs de A7 heeft gestaan, is hij uiteindelijk in Nauerna terecht gekomen, waarna hij geheel is opgeknapt. [https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Haen].
Ook aan dit transport zal ongetwijfeld heel wat denkwerk aan vooraf zijn gegaan, voordat men de weg op ging, want ergens onderdoor rijden, was geen optie. Ik kwam het op 28 november 2012, tegen op de Agriport, het nu grote bedrijventerrein langs de A7, waar toen nog heel veel grasland was en men zeker nog nooit van Micro Soft had gehoord.
Weer thuis kom ik er al googelend achter, dat het de Firma Jongert inderdaad niet voor de wind is gegaan en dat het onder deze familienaam al een behoorlijke tijd niet meer bestaat, maar of dat "tehuur-bord" daar iets me te maken had, weet ik natuurlijk niet.
Dagtekening: 2002-2015
zondag 24 juli 2022
Even een ritje over de Afsluitdijk
Vandaag, op zondag 17 juli 2022, heb ik maar eens een ritje met Karel samen gereden. Dat doe ik niet vaak, dus moest het er vandaag maar eens van komen. Die arme man kan zijn ei slecht kwijt omdat hij vastzit aan een antibiotica kuur, waardoor hij niet in de felle zon mag zitten. Ja, en dat wordt een beetje lastig met het huidige weer[beeld]. Dus toen ik alle voor en nadelen bij elkaar had opgeteld, besloot ik hem maar in de auto [waar de zon alleen zo af en toe bij hem kon komen], de nodige afleiding te bezorgen. Hopelijk vind hij het, ondanks dat hij vaak niet eens weet waar hij is, het toch een beetje leuk.

Ik wilde alweer een tijdje naar de Afsluitdijk, want waar ze daar mee bezig zijn [o.a. de dijkverhoging], interesseert me in hoge mate. Ik verwachte er, wel de nodige werkactiviteit, maar tot mijn stomme verbazing heerste er een serene zondagsrust en ook op de weg zelf, was opvallend weinig verkeer .
Dat duurde niet echter lang. Eenmaal in Friesland aangekomen, stonden er borden, dat ik vertragingen kon verwachten vanwege tallship races. Waar, die gehouden werden, stond er niet bij, dus kon ik ze niet opzoeken noch vermijden. Ik deed dus maar wat ik van plan was en nam, de, door werkzaamheden bijna verstopte afslag, naar Harlingen. Toen ik zo`n kilometertje of vijf voor Harlingen kwam, werd het steeds drukker. De ventweg tussen de dijk en de grote weg, was één grote parkeerplaats en er liepen drommen mensen, op plekken, waar je normaal niemand ziet. Ook de dijk, waar een groot reuzenrad bovenuit stak, stond het vol met mensen en en het werd me op slag volkomen duidelijk. Die tallshipraces waren daarachter.
Nu is het zo dat, als ik daar ben, ik meestal voor de gezelligheid aan de zuidkant Harlingen in wil, om er via het station, centrum en de boot naar Terschelling, in het noorden, weer uit te rijden. Bij het treinstation voelde ik al nattigheid want het werd steeds drukker en ik kreeg spontaan flash backs van de keer op 4 januari 1997 toen we daar waren tijdens de Elfstedentocht. Toen was het ook zo druk en ik herinner me, dat we ondanks de gezelligheid, een enorme heisa hebben gehad omdat zowel Suzanne als ik nodig naar de wc moesten. De enige mogelijkheid waren de toiletten bij het station, maar zoals heel voorspelbaar bleek, waren we niet de enigen, wat nogal wat frustratie opriep. Maar okee, dat was toen. Het was nu wel net zo druk maar in ieder geval warmer en lichter, want toen waren we er tegen de avond en was het donker en koud. Ruw wakker geschud uit mijn flash back, zag ik dat het na het station 'game over' was. De hele verdere binnenstad was afgesloten en wij werden door een verkeershandhaver fanatiek doorgewuifd om via de rotonde om te keren en de stad weer te verlaten. Aldus teruggekomen bij de grote weg, dook ik noordwaarts, de tunnels weer in. Bij de volgende afslag liet ik Harlingen en zijn drukte achter mij en een uurtje genoten wij van het mooie weer en schattige dorpjes van Friese platteland. Mijn plan was om via die dorpjes naar Leeuwarden te gaan, maar door mijn superkennis van de Friese topografie belandde ik tussen de grote parkeerplaatsen van de bootpassagiers naar Terschelling in..... juist ja.....Harlingen.
Op een kruispunt, tussen al dat geparkeerde blik, zag ik een schitterend beeld. En als ik iets moois zie wil ik een foto. Dat was gemakkelijker gedacht, dan gedaan. Zoals meestal was er ook nu, in de verste verte geen plek te vinden om de auto even stil te zetten. Ik zette de hem dus, op goed geluk, maar snel even stil op een nogal ongelukkige plek aan de linkerkant van de weg in het gras, vlak voor een groot kruispunt met stoplichten. Een discutable plek, maar ja, het moest maar even.

Al klungelend in het felle zonlicht en een totaal zwart scherm, maakte ik twee foto`s en met de deur open controleerde ik, [uit de zon] zittende in de auto of er uberhaupt wel iets op mijn foto`s stond. Ineens viel er een schaduw over mij heen en opkijkend, keek ik het gezicht van een grote dikke besnorde motoragent, die naast mij was gaan staan. Tijdens mijn hartverzakking, dacht ik: "Oh shit, dat heb ik weer". Voordat hij iets kon zeggen, zei ik meteen met mijn meest onschuldige gezicht. "Sorry mijnheer, ik moest even een fotootje maken van dat mooie beeld daar. Ik ben zo weer weg, maar moet de foto alleen nog even versturen". Ik verwachtte een lange preek, maar hij zei alleen, "Oh is goed, hoor. Ik kreeg een melding van een aanrijding, maar dat is zo te zien niet hier". "Nee", zei ik "Gelukkig niet". En weg was hij. "Pffffffffff, Oeffffffff, dat scheelde niet veel en na mijn fotootje op fb te hebben gezet, reed ik, opgelucht weer verder.
Vlak bij de opstap naar de boot van Terschelling liep ik weer vast. Ik zag het al uit de verte en toen ik bij de verkeersregelaar kwam, draaide ik mijn raam open en zei maar meteen: "Oh, als jij hier staat, kan ik vast niet verder". "Klopt" zei hij, en weer kon ik niets anders doen dan keren.
Toen was ik het zat en ben ik via de grote weg [en weer de tunnels] naar Leeuwarden gereden, waar Karel om nostalgische redenen even over de Pieter Stuyvesantweg wilde rijden. Nou om een lang verhaal kort te maken. We hebben bijna heel Leeuwarden gezien, maar niet de weg met het huis, waar hij in zijn jeugd zo vaak kwam. Toen ik de weg eindelijk gevonden had, lag de straat, die ik moest hebben helemaal open, en kon er met geen mogelijkheid door. Een omleidingsroute was er ook niet gegeven, dus heb ik het vanwege de tijd maar opgegeven. Jammer maar helaas, die straat loopt niet weg en hopelijk komt er nog wel een andere keer.

Wel zag ik in Leeuwarden, nog een mooie muurschildering. Al ploeterend tussen de bermvegetatie en ruzie met een lantarenpaal, nam ik deze foto. Ook hier twijfelde ik of ik de auto wel stil mocht zetten langs de weg en gokte ik op de alarmlichten. Gelukkig was er in geen velden of wegen een motoragent te bekennen. Dat scheelde weer. Heerenveen naderend, besloot ik toch maar niet via Emmeloord terug te rijden. Hoewel ik, als het even kan, nooit dezelfde weg terug rij, nam ik, om de thuiskomst nog niet later te laten worden, ook de Afsluitdijk terug. Dit had tot gevolg, dat ik, dank zij een heleboel "bruggen openzettende" plezierbootjes, ruimschoots de tijd hadden, midden op de weg, een fotootje van de sluizen te nemen.

Het was me het dagje wel. Thuisgekomen ben ik gaan googelen naar wat informatie over het beeld en de muurschildering. Op een site van de Harlinger courant kreeg ik uitleg van het beeld. Het heet "Broken jug" [gebroken kruik] van Amerikaanse kunstenaar Frank Stella. Hoe het precies op een industrieterrein in Harlingen belandde is te lang om hier te vertellen, maar de gemeente heeft nu het in bruikleen om het gebied met al die parkeerplaatsen wat aantrekkelijker te maken. En slim, de parkeerders betalen nu een extra kwartje om het benodigde geld te leveren om die bruikleen te betalen. En ik moet zeggen, het werkt! Het is beslist een aanwinst voor de omgeving.
De muurschildering blijkt een "Eerbetoon aan ouderen" te zijn, gemaakt door de Franse graffitikunstenaar Aéro op de zijgevel van het zorgcentrum De Hofwijck aan de Rengerslaan te Leeuwarden. Een knap stukje werk, wat hij helemaal met spuitbussen heeft gemaakt.
En Karel? Wat hij allemaal van de rit heeft meegekregen weet ik niet precies. Hij zegt er weinig over. Heerenveen naderend voelde ik dat hij onrustig werd en dat heeft me voor een deel ook doen besluiten weer over de Afsluitdijk terug te gaan. Verder is het feit dat hij nergens over heeft gemopperd, voor mij een teken dat hij het waarschijnlijk wel leuk heeft gevonden.
woensdag 6 juli 2022
Van Wognum naar Hoogwoud
Hoeveel huizen het dorp precies telt weet ik niet, maar een flink gedeelte van de grondoppervlakte van het dorp wordt ingenomen door Cafe "De Vriendschap"', wat een dorpscafe is, zoals een dorpscafe, volgens mijn ondeskundige inzicht, hoort te zijn. Jaren geleden hebben wij er nog eens een bloemententoonstelling gezien, toen we onze collega`s van de stoomtram Hoorn-Medemblik, een hart onder de riem kwamen steken, die daar met een kraam hun hobby stonden te promoten.
Waar ik ook altijd even naar keek, was het gebouw, dat ik [rijdende vanuit Wognum] vlak na de kerk van Spanbroek wist te staan. Het leek, ondanks het mozaiek op de gevel, op een nietszeggend groot schoolgebouw en als de naam niet op de gevel had gestaan, had niemand kunnen vermoeden dat dit het onderkomen was van de schitterende collectie moderne kunst van bankier Scheringa. Ik vond het best bijzonder, dat zo`n hoogstaande kunstcollectie te zien was in een relatief klein Noordhollands dorp. Jammergenoeg was dat museum geen lang leven beschoren en de ondergang hiervan kent iedereen wel zo`n beetje, want, dat is tot uit ten treure in de media geweest. Ikzelf heb de collectie ook nooit gezien, want ik ben nooit verder gekomen dan de hal, wat toe te schrijven is aan diezelfde stoomtram, waarvoor dochter Ingrid en ik folders aan het verspreiden waren.
Maar voor alles reed ik deze weg het liefst in het prille voorjaar, als ik lammetjes wilde zien. Gegarandeerd dat ik dan, in de luwte van gebouwen, dus nog een beetje beschermd tegen de kou, wel wat van die huppelende beestjes tegenkwam.
Toch stond de tijd niet stil. Niet alleen het museum is er niet meer, ook het cafe in Hoogwoud onderging hetzelfde lot. Toen ik er ruim een jaar geleden langsreed zag ik tot mijn stomme verbazing, dat alleen de specifieke voorgevel met naam en biermerk en de zijmuren nog overeind stonden en dat erachter een heleboel appartementen waren gebouwd. Omdat ik via Google niet goed kon ontdekken hoe het nu met het cafe is, ben ik er vanmiddag [6-7-2022] nog maar even langs gereden. Ik zag dat er aan het "cafe-gebouw" nog druk werd gewerkt en dat het voorlopig nog niet klaar is. Verder was eigenlijk wel goed te zien, dat de oorspronkelijke vorm van het "cafe-gebouw" blijft bestaan, maar hoe het zich in de komende tijd gaat ontwikkelen, weet ik niet. Maar linksom of rechtsom, het ziet er toch naar uit, dat ik het, wat het Cafe "het huis van Egmond" betreft, in de toekomst met de herinnering zal moeten doen.
Gelukkig is er ook goed nieuws. Wadway met cafe de Vriendschap en het theaterkerkje zijn er nog steeds en ook met de lammetjes zit het wel goed, En voor mijzelf? Ach, zolang het kan, zal ik ook zeker nog op deze weg te vinden zijn, want heus, niets is rustgevender dan met een goed muziekje op, door de mooie omgeving te rijden, waar voor mij zoveel herinneringen liggen.
zaterdag 18 juni 2022
Één Luxemburgse cent
Weet u het nog? Het is dit jaar alweer 20 jaar geleden, dat we begin 2002 ineens met euro`s gingen betalen. Jaren was er naar toe geleefd en vele mensen, die het zouden moeten weten, vertelden erover op de tv. En toen, op 1 januari 2002, een superonhandige minister de eerste euro`s uit de muur trok, was het een feit. Onze guldens waren historie en je kon er feitelijk niets meer mee. Ik vond het, in het begin, eigenlijk best interessant. Betalen met zowel Nederlands als buitenlands geld, hier in ons eigen land. Al snel kwam er een nieuwe verzamelwoede opzetten, om van alle betrokken landen, waar met euro`s werd betaald, de munten te gaan sparen en ik deed braaf mee. Om ons spaarders te helpen, verkocht bijna elke supermarkt een boekje met plastic hoesjes en wat info, waarin de munten per land konden worden ingestopt.
Sommige spaarders maakte het zichzelf nog een beetje lastiger door alleen munten te verzamelen vanuit het beginjaar 2002, maar ik was niet zo selectief en wilde alleen graag zien hoe ze eruit zagen. Of er nou 2002 of een volgend jaar op de munt stond, dat vond ik minder interessant. Sterker nog ik was eigenlijk al te lang bezig, toen ik van deze speciale manier van sparen hoorde en was het te laat om er alsnog mee te beginnen. Ik had al teveel munten en voor en deel opnieuw beginnen, dat zag ik niet zitten. Ik wilde eigenlijk maar een ding. De verzameling compleet krijgen. Dus keek ik iedere keer als ik wisselgeld in mijn handen gedrukt kreeg, uit welk land de munten afkomstig waren. Nederlandse munten had ik snel, want daarvoor verbrak ik het cadeautje van de Nederlandse regering, die alle Nederlanders een setje had gestuurd, maar ook de Franse, Duitse en Belgische hoesjes in het boek waren redelijk snel gevuld. Na de zomervakantie waren Italie, Spanje en Portugal ook wel binnen. De rest werd moeilijker. Finland en Malta kreeg ik via kennissen en vooral dat eerste land was bijzonder, want daar was de 1 en 2 cent, die ik erbij kreeg, al heel snel afgeschaft.
Uiteindelijk ging ik ver om mijn verzameling compleet te krijgen. Een doorn in mijn oog was het lege hoesje van de 1-cent van Luxemburg. Hoe ik ook mijn best deed, het lukte me niet om dit kleine muntje in mijn verzameling te krijgen. Daar intussen ook in Nederland de 1 [en 2] cent steeds minder werd gebruikt, was de kans dat ik die Luxemburgse cent ooit nog in handen zou krijgen via de boodschappen, bijna nihil. Eigenlijk was er, als ik hem perse wilde hebben, [en dat wilde ik] maar één oplossing. Op een dag zelf in de auto stappen, naar Luxemburg rijden, daar een boodschap doen en zorgen dat ik een cent in handen kreeg en weer terug naar huis.
Iedereen lag natuurlijk in een deuk over dat plan, maar ik zette door. Op 8 augustus 2006 ben ik samen met dochter Ingrid, via Vaals, Malmedy, Houffalize, Bastenaken naar het grote Knauff winkelcentrum in Pommerloch [net over de grens bij Bastenaken] Luxemburg in gereden.
Wat ik gekocht heb voor het verkrijgen van die ene cent, weet ik niet meer, maar na te hebben getankt [toen ook al lekker goedkoop en nodig] zijn we met een klein omweggetje weer bijna dezelfde weg terug gegaan. Alleen hebben we, om de trip toch nog een klein beetje toeristisch te maken, een bliksembezoekje aan het schattige plaatsje Esch-sur-Sûre gemaakt.
Toch kwamen we "terug naar huis", nog voor een onaangename verrassing te staan. Bij Malmedy kwam een dame uit een zijweg, die mij niet zag. Ik probeerde haar nog te ontwijken, maar ik kon niet voorkomen dat ze me raakte. Gelukkig was zij volledig overtuigd van haar schuld en de hele affaire is later via haar verzekering, zonder problemen weer goed gekome n. Alleen was een schadeformulier invullen in het frans was wel even een dingetje en kwam ik, die avond, na de ruim 900 km lange rit, met een behoorlijk zielige achterkant thuis. En dat allemaal voor die ene cent!
Uiteindelijk was de verzameling voor die tijd compleet en is het boekje in de kast beland. De eurozone ontwikkelde door en er zijn intussen heel veel landen bijgekomen. Of er ook landen zijn bijgekomen, waar men met euro`s is gaan betalen, weet ik niet. Ik heb het sindsdien niet meer gevolgd en en het boekje staat in de kast.
Tegenwoordig is het allemaal heel anders. Contant geld is bijna een vies woord en wisselgeld krijg je nauwelijks meer in je hand. Ook ik doe daar aan mee. Contactloos pinnen is de leus. Na jaren met mijn pinpas te hebben betaald, ga ik nu over op een nieuwe uitdaging, tw. betalen met mijn mobiel. Meestal lukt het, maar voor alle zekerheid heb ik mijn pinpas nog veilig in de buurt. Ik kan me niet heugen dat ik iets contant heb betaald en mijn kleine bedrag aan euromunten, dat standaard in de auto ligt, is alleen nog maar goed voor een hele kleine aankoop aan bij een verkoopstalletje langs de weg of een parkeermeter die de hedendaagse ontwikkeling heeft gemist.
Dat ik voor één 1-cents euromunt helemaal op een dag naar Luxemburg heen en weer heb willen rijden, heb ik tot op de dag van vandaag, nog heel vaak moeten horen en dat gaat dan altijd gepaard met hartelijk gelach. En ja, waarom ook niet, ik heb er net zoveel lol over, want waar het om ging, die ene Luxemburgse cent, daar had ik toch maar mooi mijn verzameling mee compleet gemaakt.
Geschreven: 17 juni 2022
Dagtekening: 8 augustus 2006
woensdag 15 juni 2022
N241-Een hazenstunt [A.C. de Graafweg]
Heerlijk, ik was weer even een ritje maken en ik prijs het feit, dat ik dat ondanks de torenhoge benzine prijzen dit nog steeds kan doen. Ik had een boodschapje bedacht in Medemblik en reed met een boogje weer naar huis. Mijn doel was de A.C de Graafweg, omdat ik zo af en toe wel even wil zien, hoe het met de werkzaamheden gaat. Ook pikte ik nog even de twee nieuwe rotondes mee op de N239, waarvan de laatste [bij Aartswoud] afgelopen weekend pas was afgekomen.
Om op de A.C. de Graafweg, de frusterende maximum snelheid van 50 km per uur nog een beetje in de voet te houden, stelde ik de cruisecontrol in en tufte ik met een snelheidje van 50/60 vanaf de rotonde van de Verlaat, richting Wognum. Bij de beide stoplichten van Opmeer en Spanbroek stond ik vooraan en ik genoot een beetje gemeen van de enorme sliert die achter me hing toen ik met dat frusterende sukkeldrafje verder reed.
Ineens kwam er een haas van rechts uit de berm. Hij/zij rende voor mijn auto langs en terwijl ik in de remmen ging, besloot het beest, halverweg de linkerweghelft te stoppen, om daarna zo`n vijf meter links voor mij, op de "verkeerde weghelft" met mij mee te rennen. Het was een koddig gezicht, maar uiteraard levensgevaarlijk. Zijn kontje ging razendsnel bij iedere hups op een neer. Ik bleef er met dezelfde snelheid schuin achter rijden en hield mij hart vast, want hoewel er op dat moment geen tegenverkeer was, kon dat natuurlijk heel snel komen.
Toen zag ik ineens een onvermijdelijke tegenligger aankomen. Gelukkig was de chauffeur van de grote vrachtwagen, bij de les en zag mijn paniekerig en onophoudelijk seinen. Vlak voor de vrachtwagen, was het de haas zelf, die een levensreddend besluit nam. Waarschijnlijk toch bang geworden van het bakbeest dat hem naderde, sloeg hij af naar rechts, en weer voor mij langs, schoot hij de berm in. Toen de vrachtwagen mij passeerde, zag ik de chauffeur met een big smile zwaaien en ik ben er van overtuigd, dat wij beiden hetzelfde gevoel hadden een goede daad te hebben verricht.
Verder rijdend, en blij dat het platrijden van een haas vlak voor mijn ogen, me bespaard was gebleven, schoot me maar één ding te binnen. Nl.: "Oh wat jammer, dat ik geen foto of filmpje heb kunnen maken".
zondag 12 juni 2022
Songteksten
Gisteren zaten dochter Ingrid en ik in de auto te kletsen over muziek. Ingrid is op het moment helemaal weg van Anggun, een franse zangeres van Indonisische komaf, die enkele nummers heeft ingezongen bij Enigma. Ik moest er eigenlijk wel om lachen, dat zij zo onder de indruk is van teksten in het frans, want dit is vanaf de komst van popmuziek begin jaren `60, volkomen genegeerd. Sterker nog, ik kreeg persoonlijk het gevoel dat je met een liefde voor franse chansons, de laatste 50 jaar niet serieus genomen werd, totdat er sinds kort 2 prominente BN`ers er zich mee gingen bemoeien.
.Maar Anggun en Enigma, dat is wel andere koek. De enige aanleiding waarom ik over die chansons begon, was, omdat er in beiden,teksten in het frans gezongen worden, want de voor de rest hebben ze werkelijk niets met elkaar te maken.
Ons gesprek ging door en Ingrid zei op een gegeven moment dat ze in één van de nummers, de zin "Je ne dorme plus" zong. Oh zei ik meteen: "Dat betekent -Ik slaap niet meer-". Het kwam er zo automatisch uit, dat ik verbaasd was over mijzelf en bedacht, dat vier jaar "frans" op school, zelfs al is het ruim 60 jaar geleden, zich behoorlijk in mijn hersens heeft genesteld. En helemaal vanwege die "ne....plus" ontkenning in die zin, wat wil zeggen, dat het geen gewone ontkenning is, maar betekent "niet meer". Jeee, en zoiets rolde er bij mij zomaar uit. Bizar!
Maar goed, eens waren er tijden, dat ik helemaal weg was van de franse taal in de muziek. Nu moet ik er wel bijzeggen dat er in die tijd [eind jaren `50-begin `60] niet veel anders was, want, los van een heleboel nederlandstalige en duitse muziek, vulden Gilbert Becaud, Charles Aznavour, Jaques Brel , Edith Piaf en nog velen meer van hun landgenoten, voor een groot deel de ether. En daar was ik dan, in mijn MMS tijd en les in de franse taal. Frans was één van de zes grote hoofdvakken op school en we waren als de dood voor Mevr. Visser, onze franse lerares en onderdirectrice van de school. Dus deed je wel je best. Alles bijelkaar genomen was ik toen dus druk bezig met die franse chansons.
Daar zat ik dan, gewapend met pen en papier, op de plek waar op de foto mijn opa zit, om te proberen zoveel mogelijk van de tekst te achterhalen. Het werd een oeverloos draaien van de [in het begin] drie kleine grammofoonplaatjes die ik had. Ik weet het nog. Gilbert Becaud met "Et Maintenant", Jaques Brel met "Ne me quitte pas" en Edith Piaf met "Non je ne regrette rien". Later werd mijn smaak wat populairder met o.a. Adamo en Mireille Mattheu. Meestal was ik er alleen mee bezig, maar soms luisterde mijn moeder ook wel eens mee.
Toch lukte dat "songteksten opschrijven" maar deels, want er bleven altijd stukken in zitten die echt niet te verstaan waren, hoe vaak je het ook hoorde en bijna nooit kreeg ik de tekst compleet. Toch vond ik het spelletje blijkbaar leuk, want ook later, toen mijn liefde voor de franse chansons aardig was gesneuveld, moesten engels/amerikaanse songteksten er aan geloven. Dat ging wel iets beter, maar leverde in de praktijk ook niet veel meer op dan halve songteksten en een oeverloos draaien van plaatjes, waar natuurlijk ook niets mis mee was.
Met een glimlacht kijk ik naar het heden. Een liedje? Neem You Tube, Spotify of een andere streamingsdienst. En songteksten? Die zijn er ook te kust en te keur, want het internet staat er vol mee. En als ik dan weer eens heerlijk in de weer ben met mijn grote [gedownloade] verzameling muzieknummers, dan, moet toch altijd nog wel even terugdenken, aan die dagen, dat het krijgen van een songtekst niet zo eenvoudig was, en ik reuze trots was, als ik, na tig keren hetzelfde stuk luisteren, weer een zinnetje uit het liedje begrepen had.
En dan dat bruine kastje, waar mijn vader, achter de glazen ruitjes, de platenspeler had ingebouwd. Op de foto is het allemaal vrij duidelijk te zien. Het was een bijzonderheid voor die tijd. De "pickup", want zo werd de platenspeler bij ons thuis genoemd, was met een serie snoeren verbonden met een knoert van een radio die bovenop het kastje stond. Ik heb heel wat uren in zijn nabijheid doorgebracht, maar als ik de boel eens bekijk met een anno 2022-blik realiseer ik me plotseling, dat de hele constructie, tegenwoordig is te vervangen door een mp3 speler op miniluciferdoosformaat.
Dagtekening: 1958-1962 tot nu
maandag 30 mei 2022
"Bushalte-huisje"
De opzet van het hoofdstuk 'Langs Westfriese wegen" in mijn digidagboek is, dat ik zo af en toe eens zou schrijven over dingen die me opvielen als ik in onze mooie regio rondtoerde.
Bij deze heb ik een voorbeeld, waarvan ik met recht kan zeggen, dat het me pas opviel toen het er niet meer was. Hoewel ook toen eigenlijk nog niet. Dat gebeurde pas toen ik de bovenstaande linker foto in handen kreeg. Toen viel het kwartje. "Huh?", dacht ik, "Waar is dat gebleven?". Ik vond het toen blijkbaar zo apart dat ik er meteen een foto van heb genomen en toch heb ik totaal niet in de gaten gehad dat het na een onbekende tijd weer weg was. Griezelig dat brein van mij, zo onbetrouwbaar als wat!!!
In het centrum van Wervershoof maakte ik op 30 oktober 2005 een foto van dit "bushalte-huisje". Hoewel, ik vind het eigenlijk maar een oneerbiedige naam voor het chique optrekje wat er stond en mijn vraag blijft dus: "Is dit echt zo stilzwijgend verdwenen of heb ik even iets gemist?" Ik twijfel er niet aan dat er een goede reden voor was om het weer weg te halen, maar ik blijft het reuze zonde vinden.
Helaas het nieuwe bushokje is eentje van duizend in een dozijn. Op mijn foto van 2 februari 2022 is hij maar een beetje te zien en dat vind ik meer dan genoeg, want het is en blijft een bedroevend alternatief. Jammer allemaal!!!!!
Geschreven: 29 mei 2022
Dagtekening: 30 oktober 2005-2 februari 2022
zondag 29 mei 2022
Uranus
Een paar dagen geleden, zat ik weer eens wat in mijn digitale fotofile te rommelen, waardoor ik ineens een foto tegenkwam, die mijn aandacht trok. In één klap was ik terug in 1964, en wel op de dag [19 december 1964] dat ik voor het eerst met mijn ouders in een vliegtuig stapte.
Maar voordat ik de lucht in ging, zal ik even vertellen hoe dat zo kwam. Ik woonde in 1964 nog bij mijn ouders en twee huizen verderop woonde een piloot van de KLM en vriend van mijn ouders, die ons had uitgenodigd om met hem mee te gaan, terwijl hij een korte vlucht moest maken met een, voor hem, nieuw vliegtuig. Bij hoge uitzondering had hij het voor elkaar gekregen dat enkele vrienden van hem mee mochten op die vlucht.
We arriveerden per
KLM bus bij het vliegtuig, Uranus genaamd, en lopende via het
platform, stapten we in. Dat is allemaal te zien op een foto, maar
hoe we in de KLM bus kwamen en wat er daarvoor gebeurde, weet ik niet
meer. In ieder geval, schoot ik, al schrijvende, in de lach, toen ik
dacht aan die chaotische taferelen van schiphol die ik de avond
ervoor op de tv had gezien. Zo zal het zeker niet zijn gegaan.
Inchecken? Nee, ik denk het niet en ook een paspoortcontrole was niet
nodig, want we zouden niet veel verder komen dan Amstelveen, Aalsmeer
en een heel klein stukje boven Amsterdam. Het was dus maar een korte
vlucht van een half uurtje of zo, maar het was meer dan genoeg om
even helemaal te voelen hoe het was om in een vliegtuig te zijn en
van het uitzicht te genieten. En dat we in de buurt bleven was
eigenlijk wel zo leuk, want het werd een ware sport om zoveel
mogelijk plekjes ter herkennen. Slechts één keertje maar, waren we
boven [het uiterste randje van] Amsterdam. Ik zag de binnenstad ver
voor mij, maar maakte daar wel de foto die, tijdens dat gerommel op
die avond, mijn aandacht trok.
Het is helaas een nogal onscherp plaatje van een heel klein stukje Amsterdam West. Een deels kale zandvlakte met torenflats in opbouw, om toen maar zoveel mogelijk mensen, zo snel mogelijk van een woning te kunnen voorzien. Bovenaan de foto zie je nog net de Sloterplas. Gelukkig maar, want anders had ik nooit kunnen weten welk stukje stad ik op de foto had gezet. Hoe anders is het er nu. Ongelofelijk gewoon.
Op een andere foto herken ik de contouren van de A4. Even googelen leert me dat 1 rijbaan hiervan begin 1961 werd geopend. Dus die was op dat moment dat ik er boven hing al gedeeltelijk in gebruik. Dat is op de foto helaas niet te zien, maar wel kan ik daardoor ook deze foto een beetje plaatsen. Veel te snel was het natuurlijk weer voorbij, maar het bleef voor mij een bijzondere vlucht. Ten eerste was het mijn luchtdoop en de manier waarop dat gebeurde was ook heel apart.
In de jaren `90 hebben Karel en ik nog een paar vakantievluchten gemaakt naar Engeland, maar tot lange vluchten is het nooit meer gekomen, zodat ik tot slot [in de taal van 2022] met trots kan zeggen dat het met de grootte van onze "CO2 voetafdruk" best wel meevalt.
donderdag 31 maart 2022
Een bijzondere ontmoeting
Op 27 2022 maart postte ik deze foto en tekst op mijn tijdlijn van fb. Ik bewaar deze posts wel, maar ik vond dit eigenlijk een te leuk voorval om het wat uitgebreider, ook hier in mijn digidagboek te zetten.
"Toen ik gisterenmorgen omstreeks half 10 naar de auto liep trof ik deze jongen midden op straat aan. Allereerst maakte ik natuurlijk een foto en bedacht dat ik nog nooit een kikker [of pad?] van zo dichtbij had gezien,. Maar ook, dat het zonneklaar was, dat als hij daar bleef zitten, hij binnen de kortste keren plat zou worden gereden. Met zachte duwtjes dirigeerde ik hem naar de stoeprand, wat ook nog eens een onoverkomelijk obstakel bleek te zijn. Beetpakken vond ik toch een beetje eng, dus heb ik hem met een omweg, langs de rollator helling, de stoep op geleid. Een metertje of vijf verder, op het pad richting sloot, heb ik hem gedag gezegd. {Ps. ik spreek in het stukje over "hem", maar het had natuurlijk net zo goed een vrouwtje kunnen zijn. Haha.] "
Tot zover fb.
Zoals ik al schreef, zat het beest midden op de weg. Het was best een gekke gewaarwording, want ik had in eerste instantie helemaal niet door wat het was. Het leek op een afgewaaid blad, maar toen ik eenmaal doorhad wat het was en zijn grote heldere kraalogen heen en weer zag gaan, was mijn eerste reactie, dat hij van de straat af moest. Ik zag de platgereden kikker al voor me.
Maar sinds de "smartphonetijd" is er bij mij een aparte "klik" bijgekomen. Ik krijg soms de inval om in een bijzondere situatie eerst een foto te nemen en dan pas te handelen. Meestal bedenk ik dat pas achteraf, maar die ochtend kwam die inval op tijd. Ik haalde de telefoon uit mijn zak, boog me over over het beestje heen en tot mijn stomme verbazing bleef hij, terwijl ik met mijn voeten, maar 30 cm van hem af stond, rustig zitten.
Na de foto heb ik hem, heel voorzichtig met mijn voet een duwtje gegeven en toen hopste hij, zo karakteristiek en mooi, met die achterpoten gestrekt naar achteren, weg. Hem mankeerde dus niets. Ik leidde hem naar de stoeprand, waar hij, net als op straat, doodstil voor bleef zitten. Van kikkerstandpunt uit ook wel logisch ook, want die stoeprand was nog hoger dan hijzelf. Na een duwtje van mij probeerde hij nog wel omhoog te springen, maar helaas, het was en bleef een onoverkomelijk obstakel. Wat nu?. Beetpakken [zoals ik al schreef op fb] vond ik een beetje eng en keek om mij heen. Stilletjes begon ik inwendig een beetje te lachen, want de oplossing lag letterlijk op straat. In onze seniorenbuurt was de gemeente zo vriendelijk geweest, opritjes te maken, voor rollators en ander rollend materieel en hoewel die vast niet bedoeld waren voor hopsende kikkers, kwamen ze nu wel goed van pas. Het was een stukje om, maar uiteindelijk belandde de kikker op de stoep, waar ik hem, uit tijdnood, alleen nog maar een paar metertjes richting sloot heb geduwd, in de hoop dat het allemaal wel goed zou komen. Misschien een beetje slordig, maar ik troostte me met de gedachte, dat hij in ieder geval van de weg af was. En dat was het belangrijkste!
maandag 7 februari 2022
Hoogwoud, Oosterboekelweg
Fb-post 7 februari 2022:
Van 1998 tot 2016 woonde ik in Opperdoes en reed ik regelmatig via de Oosterboekelweg naar Hoogwoud. Vele jaren terug al, zag ik dit fenomeen voor het eerst. Het staat langs de kant van weg tussen Lambertschaag en Weere en vanaf de eerste keer dat ik het zag, sloeg mijn fantasie op hol. Waarvoor is dit? Om duivels te verjagen? Onheil af te weren? Roept het mystieke krachten op om iemand van de drank af te helpen? Is het een kunstwerk? Of is het simpelweg het werk van een grappenmaker, die een big smile op mijn gezicht laat komen. Heel leuk dat laatste, maar ik ga er toch eigenlijk vanuit, dat ze er met een bedoeling staan. Ik zeg bewust "ze", want ik weet er nog eentje te staan, langs één van de polderweggetjes in de buurt van Hoogwoud. Altijd nam ik me voor er eens een foto van te maken, maar het kwam er nooit van. Tot vanmiddag. Wie kan me er iets over vertellen?
zondag 30 januari 2022
Roodekercke
Gisteren ben ik samen met dochter Suzanne naar de Maxis geweest. Het is eigenlijk wel bizar, maar dit is anno 2022 voor mij een uitje. Dat klinkt een beetje negatief, maar niets is minder waar. Ik ben juist blij, dat ik dit allemaal nog kan doen. Toen we weggingen was het al schitterend mooi weer, en na een kleine "weerdip" in de buurt van Amsterdam, bleef het zo mooi.
Na een bezoekje aan de Action [voor mij het eerste winkelbezoek aan een niet essentiele winkel, sinds maanden] dacht ik toch maar, weer eens mijn oude, vertrouwde principe van "Nooit Dezelfde Weg Terug Rijden", toe te passen. Zodoende nam ik de weg richting Muiden. Oeps, dat was wel even goed op de borden letten, want mijn wegenkennis werd daar, danig op de proef gesteld. Het is allemaal zo veranderd, dat het leek, dat ik, mede door de die uitbundige, maar oh zo irritante laagstaande zon, weer op de A1 zou belanden. Gelukkig, kwam het goed en toen ik uiteindelijk Muiden binnenreed, herkende ik de situatie weer. En hoe! In het smalle straatje zat [het zal niet], een vrachtwagen vast en toen ik uiteindelijk op de brug reed, had ik net even tijd om een steelse blik op het Muiderslot te werpen. Haha, niets nieuws onder de [nog steeds laagstande] zon. Het is en blijft een voorspelbare bottle-neck daar midden in Muiden, waar ik [waarschijnlijk als enige] lol in heb. Vlak na de brug ben ik rechtaf gegaan om nog een klein stukje van het prachtige Muiden te genieten en met een smalle bocht naar links reden we het plaatsje uit.
Ver voor Muiderberg werd de skyline al verpest door de grote grote woontorens van Almere Poort. Ik zal me onthouden van veel commentaar hierop, maar me beperken, tot de uitspraak dat ik het er vroeger wel eens mooier heb gezien. In het plaatsje zelf was gelukkig weinig veranderd. Het was er rustig en met een slakkegangetje van 30 reden we over de Brink. Helemaal zoals het was. Meteen beginnen er allemaal herinneringen boven te drijven. Zowel in 1960 als in 1961 was ik hier met een jeugdgroep van de kerk. De plek waar we kwamen weet ik nog goed en we verbleven in een huis, genaamd Roodekercke, wat diep in het bos lag. In mijn herinnering was dat een prachtig houten gebouw, met grote ramen en van die houten luiken, met daarop rode driehoeken. In de afgelopen jaren ben ik meerdere malen in Muiderberg geweest en altijd reed ik er even langs, hopende, dat ik nog iets van dat gebouw zou kunnen terugvinden. Dat lukte nooit. Nu was ik er dus weer. Dit keer was Suzanne erbij. Met twee ogen meer en het feit dat zij als passagier wat meer vrijheid had om, om zich heen te kijken, lukte het wel. Zij zag dat er tussen de totaal verwilderde bomen, in het bos aan de Flevolaan, nog een huisje stond.
Daar wilde ik meer
van weten. Ik reed er nog een keertje heen, parkeerde de auto en liep
naar een hek dat toegang gaf tot dit bos. En ja hoor, Suzanne had het
goed gezien, daar stond het huis van mijn herinnering. Zonder luiken
met rode driehoeken helaas, maar zelfs met het kleine stukje van het
gebouw, dat ik door de bomen kon zien, wist ik het zeker. Na nog eens
goed kijken, zag ik, een dat het huis een naam had. Het bordje was,
tussen de bomen door, maar gedeeltelijk te zien en het was ook niet
te lezen wat erop stond. Ik pakte mijn telefoon en hoopte, dat ik met
de zoomfunctie van de camera iets meer te kunnen zien. Dat lukte
perfect en zag ik genoeg om direct door te hebben, dat ik gelijk had.
Na een schitterende rit door de polder, waarbij ik een hele mooi weg vond, dwars door de natuur en een bezoekje aan de ingang en "vogelpoortje" het bezoekerscentrum van de Oostvaardersplassen, kwamen we weer thuis.
De volgende dag zat dat bezoekje aan Muiderberg nog steeds in mijn hoofd en ik zat me af te vragen op welke manier we toentertijd naar Muiderberg waren gereisd. Bus? Nou nee, dat dacht ik niet. Ineens schoot in mijn gedachte dat we daar wel eens per fiets heen zouden zijn gegaan. Ik wilde er het zekere van weten en dook in mijn foto`s. Die vond ik snel en ook het antwoord op die transportvraag. Er is een foto van onze groep, waarbij wel allemaal de fiets bij ons hebben, dus dat was duidelijk.
Verder ontdekte ik tussen die foto`s nog een heel duidelijke opname van het gebouw. Het is overduidelijk dat grote ramen en die luiken met zijn rode driehoeken alleen in mijn fantasie aanwezig waren, want mijn eigen foto uit die tijd, is het keiharde bewijs, dat die er nooit zijn geweest. Jammer, maar helaas, dat is dus echt een idyllische illusie armer.
Via Google en de "Encyclopedie van Muiderberg" ontdekte ik, dat het hele complex van Roodekercke, in die jaren, dat ik er kwam, in beheer was van de Kerkvoogdij, die het in in beheer gaf aan de Hervormde Jeugdraad Amsterdam. Het bos werd gebruikt voor kamperen, zomerkampen, conferenties, ed. Wat wij er precies hebben gedaan weet ik niet meer, Het enige wat ik kan achterhalen is, dat ik bij de foto`s "basketballen" en een "speurtocht" heb vermeld. Alle activiteiten hebben waarschijnlijk weinig indruk gemaakt, want ik weet er niets meer van.
Maar hoe zat het nou eigenlijk precies met die kerk? Welnu....Mijn ouders waren waren lid van de Nederlands Hervormde Kerk waardoor wij kinderen, mijn broer en ik, ook werden gedoopt. Wonende in de Watergraafsmeer in Amsterdam, werd ik door mijn ouders, ik schat eind jaren 50 tot begin jaren 60 naar "de jeugdkapel" gestuurd. Dit was een kerkdienst voor de oudere jeugd, die gelijk met de normale zondagmorgendiensten werd gehouden. Op welke locatie dat gebeurde, weet ik niet precies meer, maar ik vermoed dat het in de Emmakerk, aan de Middenweg in Amsterdam, is geweest. Daar gingen mijn ouders normaliter ook naar de kerk. Ik vond het vreselijk, om daar ieder zondag heen te gaan. Vooral toen het kerkbezoek van mijn ouders behoorlijk tanende was, en ik nog steeds iedere zondagmorgen naar die jeugdkerk werd gestuurd. Ik vond het allesbehalve eerlijk, maar ik had geen keus en behalve wat mopperen, deed ik maar wat er van me werd gevraagd. Ik had echter wel een andere mening, die ik dus angstvallig voor me hield. Ik zag het zo, dat mijn ouders lekker in bed bleven, en ik [voor dag en dauw] mijn bed uit moest om naar de kerk te gaan. Hoe het uiteindelijk gestopt is weet ik niet meer, maar Muiderberg, zal mijn verdere leven lang verbonden blijven met die weekenden op Roodekercke en het "onrecht" wat me toen was aangedaan.
Met dank aan de Encyclopedie Muiderberg, waarin ik veel interessante gegevens over Roodekercke vond. https://www.encyclopediemuiderberg.nl/glossary/roodekercke/



.png)





















