Vanaf 2005 schrijf ik korte stukjes in dit digitale dagboek. Dat kunnen er drie per week zijn, maar soms ook, schrijf ik maanden niet. Waarover ik schrijf, dat kan vanalles zijn. Heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Op de foto hierboven sta ik, in de zomer van 1987 in de tuin van één van de grote herenhuizen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar stond een grote "spiegelbol", waarmee ik mezelf op de gevoelige plaat zette. Een selfie dus van ruim 35 jaar oud en ook van ver voordat dat het woord "selfie" werd uitgevonden. Erg scherp is de foto helaas niet, maar ja, wat kan verwachten van zo`n oude foto, die al heel wat heeft meegemaakt vanaf een opname op een 35 mm fotorolletje tot een computerbestandje in het digitale tijdperk. Toch vind ik hem nog steeds de moeite waard om hem eens in het zonnetje te zetten.

donderdag 7 mei 2026

Mijn electronische orgeltje

Gisterenavond, toen ik naar de tv-uitzending zat te kijken van de dodenherdenking in Amsterdam, schoot me ineens te binnen dat ik een keertje in Hotel Krasnapolsky, dat dus linksachter het monument, regelmatig in beeld kwam, ben geweest. Terugrekenend, moet dat hebben plaatsgevonden eind jaren `50 en beginjaren `60, toen ik nog bij mijn ouders woonde in Amsterdam. In mijn herinnering, zie ik me nog steeds zitten in die toneelzaal, helemaal alleen met mijn electronische orgeltje, zo helemaal vooraan, aan de rechter zijkant van het middelste gangpad, pal voor het podium. Ook weet ik nog, dat het ik het allemaal nogal teleurstellend vond, omdat ik niet met de rest van de kinderen op het toneel kon staan. Blijkbaar kon men op het podium geen stroomaansluiting voor mijn orgeltje te realiseren, zodat ik werd afgescheept met een plaatsje in het gangpad. Ook herinner ik me nog, dat mijn ouders, die er ook bij waren, mij de welbekende wintertuin van Krasnapolsky lieten zien.

Ik heb diep in mijn geheugen zitten graven naar de aanleiding van mijn aanwezigheid daar, maar het enige wat ik me kan bedenken is, dat er een uitvoering zal zijn geweest van mijn lagere school [de Prof. H. Burgerschool, blo-school voor slechthorende kinderen], om te laten zien, dat ook deze kinderen muziek konden spelen. Maar of dat het ook geweest is, zal wel altijd een raadsel blijven, want om zo`n uitvoering in Krasnapolsky te houden, lijkt me nogal hoog gegrepen. Ook zou het later geweest kunnen zijn, hoewel ik met de beste wil van de wereld, zo`n uitvoering niet kan voorstellen tijdens mijn vervolgopleiding op de MMS.

Maar acht, soms lijkt het allemaal maar een warrige droom, want verder weet ik niets meer van. Alleen dat ene beeld, dat ik daar zo zat, zit muurvast in mijn herinnering gebakken. Hoewel, het is geen droom; ik heb dat echt meegemaakt, dat is iets wat ik zeker weet. Ik had dat orgeltje, dat kunnen mijn oudste kinderen nog bevestigen, want ik herinner me, dat zij er nog mee hebben gespeeld toen ik in Bovenkarspel woonde. Dat was voor hen wel leuk, maar zal ongetwijfeld ook zijn ondergang zijn geweest. 

Het orgeltje klonk als een accordeon en zat vast in een knalrode koffer. Die was ca. 1.20 m lang/breed, ca. 50 cm diep en 40 cm hoog en mijn vader had een houten standaard voor gemaakt, zodat het op tafelhoogte voor mijn kon staan. Ik zat dan voor een toetsenbord, als een piano, met dezelfde witte en zwarte toetsen, en het zal ongeveer 4 octaven breed zijn geweest.

Hoe ik aan dat orgeltje kwam? Waarschijnlijk was het een actie van mijn ouders. Ik kon, dank zij die fantastische lagere school met zijn extra aandacht voor muziek, goed blokfluit spelen en muzieknoten lezen en mijn ouders zullen gedacht hebben dat ik met die muziek wel wat meer kon doen. Zij regelden thuis privéles voor mij, waardoor ik [dacht ik] 1x per week, les kreeg van een oudere man, die ik een griezel vond. Dat durfde ik mijn ouders natuurlijk niet te vertellen, maar ik weet nog dat ik er vreselijk tegenop zag. Ik moest van hem uiteraard veel oefenen, kreeg veel huiswerk, maar het werd helemaal niets. Het lukte me maar niet om met twee handen, twee verschillende handelingen te verrichten. Hoelang die lessen hebben geduurd en ook hoe ze uiteindelijk gestopt zijn, weet ik niet meer, maar één ding was zeker. Een muziekcarriere zat er voor mij niet in.

Maar toch, als je mij, een blokfluit in mijn handen zou duwen, speel ik met het grootste gemak nog wat liedjes uit mijn hoofd en noten lezen komt zo af en toe ook wel eens goed van pas. Toch zou ik die enge muziekleraar en die teleurstellende uitvoering van toen, liever voor eens en voor altijd, uit mijn geheugen willen verbannen.


Geschreven: 5 mei 2026
Dagtekening: eind jaren `50-beginjaren `60.