Vanaf 2005 schrijf ik korte stukjes in dit digitale dagboek. Dat kunnen er drie per week zijn, maar soms ook, schrijf ik maanden niet. Waarover ik schrijf, dat kan vanalles zijn. Heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Op de foto hierboven sta ik, in de zomer van 1987 in de tuin van één van de grote herenhuizen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar stond een grote "spiegelbol", waarmee ik mezelf op de gevoelige plaat zette. Een selfie dus van ruim 35 jaar oud en ook van ver voordat dat het woord "selfie" werd uitgevonden. Erg scherp is de foto helaas niet, maar ja, wat kan verwachten van zo`n oude foto, die al heel wat heeft meegemaakt vanaf een opname op een 35 mm fotorolletje tot een computerbestandje in het digitale tijdperk. Toch vind ik hem nog steeds de moeite waard om hem eens in het zonnetje te zetten.

maandag 30 januari 2017

Tom Tom


Jahoor, het moest er toch van komen. Gisteren een tomtom gekocht. Al meer dan een jaar had ik allerlei uitvluchten geuit voor iedereen die, heel lief, dacht mij een goede raad te geven om zo`n apparaat te kopen. "Ja heus, het zou heel wat eenvoudiger worden voor mij, nu Karel uitgevallen was als mijn kaartlezer". Dat mocht allemaal wel waar wezen, maar toch woog dat volgens mij niet op tegen het feit dat iedereen mij kon traceren en de wetenschap dat het verhipte ding allerlei signalen zou gaan geven als ik te wat hard reed en dat deed mij beslissen dat ik het toch echt niet wilde. Maar de druk van buitenaf werd steeds groter en een paar fikse zoektochten de laatste maanden hielpen ook niet echt om die druk te verlichten. Een week geleden kwamen Arie en Karel thuis met de opmerking: "Wij hebben beslist, dat jij een tomtom moet kopen". Jahoor, jullie beslissen maar even. Ik moet dan weer aan de gang om dat apparaat te leren kennen, sputterde ik weer tegen. En natuurlijk was dat ook zo, maar ik begon steeds meer te piekeren en mijn tegenstand begon een beetje te breken denk ik. Een grote duw in mijn rug was het bezoek aan Rob, waar we dit onderwerp ook nog besproken hadden en het superenthousiaste mailtje van hem een dag later trok mij over de drempel. Hij had precies in dezelfde situatie gezeten en niet zo als ik de eeuwige twijfelaar, gewoon een tomtom gekocht. Hij gaf mij een goede raad wat merk en type betreft en in de wetenschap dat ik bij problemen bij hem zou kunnen aankloppen stapte ik in de auto en reed naar de winkel.

In Bovenkarspel kocht ik de tomtom, reed naar Ingrid die ik uit een stoombadje sleurde, en we installeerde het ding. Nou ja installeren is wel een groot woord, het is eigenlijk doodsimpel, we zetten er het adres van Suzanne in en rijden maar. Dikke pret. Suus werd van de bank en uit haar middagslaapje geplukt en we gingen met z`n vieren [Eva het tomtom stemmetje was er ook bij] naar Opperdoes. Geweldig, dat was leuk. In Opperdoes, netjes afgeleverd door de tomtom, moest Karel natuurlijk ook nog meedelen in de lol. Nou ja dat was niet moeilijk want Ingrid en Suzanne moesten weer naar huis, dus, hup, Suus d`r adres erin en rijden maar. Nu zouden we dan toch maar eens wat anders gaan uitproberen. Dus juist niet doen wat Eva zei, en ervaren hoe ze dat oplost. Ik verbaasde me hoe snel die tomtom zich aanpaste aan mijn capriolen en het gaf me een enorme opkikker om te weten hoe het gaat als ik echt in de problemen zou zitten.

Vandaag naar Abcoude ging mijn proef natuurlijk verder. Ik ervoer dat het geluid zich netjes aanpast aan de snelheid zodat hij zelfs voor mij heel goed te verstaan is. Ook kan ik, zeker op de snelweg, nog wat muziek aanzetten, wat wel fijn is want op die lange afstanden heb je weinig informatie om naar te luisteren. Op de ring traceert hij feilloos de 80 km. zone en de detectiepoorten. Dat was wel even schrikken want ik was eerst bang dat ik te hard reed. Dat was niet het geval en wat dat betreft stelde Ingrid me later gerust. Hij gaat pas iets aangeven als je ongeveer twintig km. te hard rijdt. Nou dat is dus geen probleem, dat doe ik zelden tot nooit. Ik moest met oma naar Mijdrecht, dus kon die ook meedelen in de lol. Dat was voor haar natuurlijk ook helemaal nieuw en de meeste pret had ze om mijn antwoorden tegen dat apparaat. Want dat is wel een "nadeel". Je bent continu geneigd antwoord te geven. Zo in de trant van "Ja, schat, okee!", of "Nee, meid dat doen we nu even niet". Lieve mam, ze voelde zich steeds aangesproken.

Een laatste ding moest ik nog instellen. In de haast om de boel uit te proberen hadden we gisteren het invoeren van het thuisadres overgeslagen. Dat zat me niet zo lekker. Na vier voorkeuzemenu`s te hebben doorgeworsteld vond ik die optie gelukkig ook. Wauw, daar kan ik dus echt mee thuiskomen. Letterlijk en figuurlijk.

Geschreven: Opperdoes, 16 juli 2008
Dagtekening: 16 juli 2008

Westfriese Flora

Al dromende achter de computer zie ik ineens de datum staan. 18 februari en dan ineens, hé verhip, dat is Westfriese Floratijd. Toen we nog in Bovenkarspel woonden ging in die periode ons hart een beetje sneller slaan, want ja, in die twee weken, eind februari, gebeurde het in Bovenkarspel. De kranten stonden er vol van en in de glorietijd kon je zelfs van dag tot dag de bezoekersaantallen via de krant bijhouden.

Helemaal vreemd was me de Westfriese Flora niet toen we in Bovenkarspel kwamen wonen niet, want in het verre verleden kan ik me vaag herinneren dat ik als ongeveer 11 jarig meisje er eens een bezoek aan heb gebracht. Het enige wat ik me daarvan herinner is een stoffige hal met heel veel mensen, veel bloembollen op rommelige tafels en broertje Hans die als klein jongetje bij me was. Dit plaatje in mijn geheugen moet wel haast bij de ingang van de hal zijn geweest en zeker niet de bollentuin. Misschien was die er toen nog wel niet en hoe we er gekomen zijn is ook duister. Waarschijnlijk was het één van de eerste uitstapjes met de auto van mijn vader, want van een trein herinner ik me niets.

Toen we [intussen getrouwd] in Bovenkarspel gingen wonen werd dat wel anders. Onze eerste kennismaking ermee kwam meteen al heel dichtbij. Heel Bovenkarspel werd gebruikt als parkeerplaats en indrukwekkende agenten vingen de bezoekers aan de grens van het dorp op en lieten ze op hun aanwijzingen systhematisch straat voor straat het hele dorp vol parkeren. Ze begonnen bij de ijsbaan en kwamen steeds dichter bij onze straten totdat die ook vol stonden met geparkeerde auto`s. Dat was lol aan het eind van de dag want je kwam dan altijd wel een paar zoekende mensen tegen die echt niet meer wisten waar ze hun blik hadden neergezet. Verder reden er dan een heleboel bussen die de mensen vanaf professorische haltes gratis naar de Westfriese Flora brachten en terug. Voor de plaatselijke jeugd was die bus ook niet slecht en menigeen reed dus wel eens een rondje mee. Soms was dat wel nuttig ook, want de chauffeurs van die bussen kwamen over vandaan en hadden er soms geen benul van waar ze heen moesten. Ook ik ging wel enkele keren in die week, eerst per fiets en later per auto even mensjes en bussen kijken want het was er altijd druk en gezellig. Langs de Houtzaagmolensingel stonden vooral op maandag en dinsdag veel touringcars. Dat waren de dagen dat de vrouwenverenigingen hun jaarlijkse uitje hadden en in florajargon werden dat de "groependagen" genoemd. Soms was de Houtzaagmolensingel te klein en moest er uitgeweken worden naar de La Reinelaan. Maar niet alleen per auto en bus, ook per trein kwamen wagonladingen vol bezoekers naar Bovenkarspel. De treinen waren in de ochenden extra lang en in vele gevallen reisden die mensen per trein-toegang biljet, want dat scheelde weer wachten bij de kassa. Bovenkarspel-Flora was een station, dat speciaal was aangelegd voor de Westfriese Flora en was in die eerste jaren ook alleen tijdens de flora open. Na de bouw van de grote nieuwbouwwijken heeft men dit station als officiëel station in gebruik genomen en tot op de dag van vandaag is dat zo. Vanaf het station was het een klein stukje lopen via de Broekerhavenweg, die speciaal voor die tijd was voorzien van minstens één oliebollenkraam. Op de drieprong Broekerhavenweg-Hoofdstraat en de ingang van het floraterrein stonden altijd een paar agenten [in de eerste jaren zelfs per paard] die het oversteken regelden voor die ongewone toestroom voetgangers.

De Westfriese Flora bestond als tentoonstelling eigenlijk uit vijf delen. De hoofdschotel was natuurlijk de bloementuin, maar er was ook een koeienstal ["de beestjes"], een huishoudbeurs, een beurs voor landbouwwerktuigen [speciaal voor de bollentelers] en als laatste de bloemenveiling. Natuurlijk gingen we bijna ieder jaar, want je woonde in Bovenkarspel en de Flora en Bovenkarspel was een twee-eenheid. Daar moest je geweest zijn. Echt leuk werd het pas toen ik er zelf bij betrokken raakte. Ik handwerkte al enkele jaren voor Tesselschade Arbeid-Adelt, waar ik later nog wel eens een stukje over zal schrijven, en die vereniging had een verkoopstand op de beurs. Logischerwijs werd ik daarbij ingeschakeld en toen werd het bijna een week lang flora vanuit een heel anders gezichtspunt. Ik belandde ineens tussen de standhouders van het huishoudgedeelte. Je leerde sommige van hen kennen en dat leverde zelf jaren later nog gezellige praatjes op.


Onze linker buurman hebben we zelfs nog wel eens bij hem thuis opgezocht. Die buurman, een drentse pottenbakker van het Ovenhuis uit Ruinerwold was heel aardig maar sprak een onverstaanbaar dialect, wat de conversatie niet echt vereenvoudigde. Ach dan maar gokken wat hij zei, dat ben ik door mijn oren eigenlijk wel vaker gewend en meestal ging dat wel goed. Aan de andere kant stond de EHBO post met daarnaast de toiletten. Veel hadden die EHBO`ers gelukkig niet te doen, maar het tegendeel was het geval bij die toiletten. Wat een ongelofelijke drukte; lange rijen dames die allemaal hoge nood hadden. In regel stonden we met z`n tweeën op de stand en ik heb verschillende malen verkocht met Anneke Melis, mijn overbuurvrouw van de Hertog Albrechtstraat, maar ik kan me ook goed herinneren dat dochter Ingrid ons kwam helpen. Vaak was het ijskoud en ik hoor nog steeds het geluid van die heteluchtblazers die overal in de hal stonden te zoemen. Het tweede jaar hadden we er een geluid bij, want toen stonden we vlak bij de koeienstal en was het de hele dag een geloei van jewelste. Toch waren we blij dat we het hoorden want het jaar daarvoor mochten de dieren niet komen vanwege mond- en klauwzeer. Een paar keer hebben zulke "dierloze" flora`s meegemaakt, maar dan hadden we echt het gevoel dat we iets misten.

Als ik zo zit te schrijven komen er steeds meer herinneringen uit de Flora-Tesselschadetijd bovendrijven. Als eerste: de eeuwige grappen over bezoekers en klanten achter hun rug om en het geren met die rolstoelen in het eerste jaar. Vervolgens het voortdurende geklaag over de omzet bij de heren standhouders. Nooit was het goed. Sindsdien kan ik over hen maar een ding zeggen: “Als een standhouder niet klaagt is hij ziek”. Verder het aangename gevoel dat ik niet voor mijn brood stond te werken. Verkoop was natuurlijk leuk, maar liep het eens een dag niet lekker dan zou je er geen boterham minder om eten. Ook merkte je die dagen nauwelijks wat er “buiten”gebeurde. Er werden verwoede pogingen gedaan om tijdens belangrijke schaatskampioenschappen die natuurlijk altijd tijdens die dagen plaatsvonden op de hoogte te blijven hoe de nederlanders "het deden". Af en toe hoorde je dan ook gedempt gejuich of gebrom ergens achter in de stands. Meer dan radio had je niet dus het was afzien. En last but not least: de weersomstandigheden waarin je naar de flora moest! Zonneschijn en voorjaar tot zware vorst en sneeuwval. Alles heb ik zowat wel gehad.

Hoe de combinatie Flora-huishoudbeurs ooit ontstaan is weet ik niet, maar het lijkt me eigenlijk, nu ik er nog eens goed over nadenk wel een logische combinatie. De bollen voor de mannen en ja helaas, maar zo was het vroeger, het huishouden voor de vrouwen. Voor iedereen wat. Veel standhouders komen elkaar natuurlijk op allerlei beurzen tegen, dus ze kenden elkaar bijna allemaal en de onderwerpen op zo`n beurs zijn erg voorspelbaar. Pannen, stofzuigers, brillencleaners, exotische kleding, sieraden etc, etc, en daarbij natuurlijk vele hapjes en drankjes tot oranje chocolade toe. Of het echt door die chocolade kwam hebben we nooit kunnen achterhalen, maar Anneke Melis kon zich jaren later die oranje “lekkernij” nog goed herinneren, zo beroerd is zij er van geweest.
E en aparte vermelding verdienen “de beestjes” of officieel de koeienstal. Op enkele al vermelde dierloze jaren na waren ze er altijd. Vooral toen de kinderen nog klein waren was dat een toppertje.
Niet de koeien, maar het kleinvee was reuze geliefd. Dit gedeelte werd traditioneel verzorgd door Wim de Vries, die later zijn schitterende themapark Sprookjeswonderland heeft opgezet. Soms toonde hij ook wat huisjes uit zijn oorspronkelijke sprookjespark in Enkhuizen. Leuk waren de schattige lammetjes die soms ook wel tijdens de flora geboren werden en verder veel konijnen, cavia`s kippen etc. Maar uiteindelijk was de flora een vakbeurs en daarvoor waren de koeien toch het belangrijkste. Ze stonden keurig in het gelid met hun konten naar je toe. Brandschoon en pathetisch, niet in het minst door de bordjes die boven hen hingen met daarop de prozaische namen van Klaartje, Bella, etc. gevolgd door hun melk- en kalfjesproductie. Echt zielig!! Af en toe kreeg één van die koeien [waarschijnlijk van de eigenaar] eens een liefkozende klap op haar achterste.

Na twee jaar Tesselschade hield de vereniging de verkoop op de flora voor gezien en werd ik weer gewoon bezoeker, niet wetende dat voor mij de grootste klapper drie jaar later nog zou komen. De flora werd steeds groter en uitgebreider. Eerst kwam de hal erbij van de tennisvereniging aan de achterkant van het complex. Daarheen verhuisde de koeienstal en de mechanisatiebeurs. In de hal was meteen een groot restaurant gerund door de leden van de tennisvereniging wiens restaurant het was. Een jaar later kwam er aan de zijkant ook nog een groot restaurant bij met een podium voor optredens van soms landelijk bekende artiesten. Toch hield ik in die jaren mijn bezoeken aan de flora op de donderdagavonden, waarop het vooral een Bovenkarspelse aangelegenheid was met als middelpunt het restaurant van Sinnege, de plaatselijke patatboer in de oorspronkelijke hal. Op die avonden heb ik ook Marina Schenk leren kennen die op de grote stand van de KMTP of voluit Koninklijke Maatschappij Tuinbouw en Plantkunde de meest mooie bloemstukken stond te schikken.

Dat brengt mijn verhaal [dank zij Ingrid, want ik was hem even vergeten] bij de bloemenveiling. Met regelmaat van de klok werden de bezoekers via de luidsprekers opgeroepen voor de bloemenveiling. Dan verzamelde men zich in de grote veilingzaal en werden we allemaal even bollenboer. Zittende op een genummerde plaats en een grote knop voor je kon je bloemen gaan inkopen net zoals normaal de bollen werden geveild. De grote veilingklok ging draaien en het was de kunst om op het juiste moment op de klok te stoppen om op die manier, zo goedkoop mogelijk de bloemen in te kopen. Dat was reuze pret en wij kropen dan ook regelmatig in de huid van zo`n bollenboer, waardoor het in die dagen bij ons thuis ook een beetje flora was, omdat blauwe druifjes, tulpen, hyacinten en crocussen stonden heerlijk stonden te geuren bij ons huis.

Mijn klapper waar ik het al eerder over had kwam in 1987.


In die tijd was ik actief lid van de origamivereniging en toen ik had gelezen dat de Westfriese Flora in het het teken van Japan zou staan was de optelsom gauw gemaakt. Wij hadden publiciteit nodig en ik kon de flora een schitterend japans item bieden. Uiteindelijk heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben stappen gaan ondernemen om dat jaar origami op de westfriese flora te gaan presenteren. De vereniging had ik natuurlijk mee en het is voor mij uiteindelijk één van de grootste happenings geworden die ik in mijn leven heb uitgehaald. Krantenstukken, regiotv en veel vouwen, verkopen en mooie dingen laten zien op een stand waar je van smulde. Een groot tableau met daarop een complete bloementuin was het middelpunt waaromheen allerlei mooie vouwsels te zien waren. Veel goeie kennissen uit de club hebben geholpen en ook voor de OSN was het een gouden tijd. De grootste stunt kwam ergens halverwege de beurs, toen een bakje met door ons gevouwen zwarte tulpen werd aangeboden aan de voorzitter van het florabestuur en later werden geveild op de bloemenveiling van Aalsmeer. Dit alles onder het wakend oog van de regio tv. Beelden hiervan heb ik gedigitaliseerd en worden door mij zorgvuldig bewaard en gekoesterd. Het was een week om nooit te vergeten. Origamiwerk van mij hing overal op de flora. Als ik `s morgens voordat de deuren van de tentoonstelling open waren heel rustig een rondje door de nog bijna verlaten bloementuin liep, werkte dat als een ontspanningsoefening. De tuin was op dat moment nog lekker fris en rook heerlijk. Het thema Japan was een doorslaand succes, de tuin was schitterend. De ontwerper had het niet beter kunnen uitbeelden. Een groot japans huis, een klein vijvertje en overal die rustgevende hoekjes met lantarens en stenen beelden die een japanse tuin zo mooi maken. In de lucht de bekende japanse vliegers en papieren karpers. Voor mij was de mooiste flora ooit, schijnbaar waren de bezoekers het met mij eens, want het was ook de drukste flora ooit met zijn ca. 250.000 bezoekers.
Een jaar later hebben we het als O.S.N. nog een keer geprobeerd om op de flora als “gewone”standhouder papier te gaan verkopen. Ook toen was het gezellig en druk, maar het kon niet tippen aan het jaar daarvoor. Dat was voor mij het laatste jaar dat ik zo nauw bij de Flora betrokken was. De volgende jaren gingen ik alleen of met meerderen van ons gezin trouw nog op de Flora kijken. Meer als reunie van de vele kennissen die we daar gemaakt hebben en natuurlijk ook voor de bloementuin.














Eén grap was nog wel leuk. Het was in 1998 dat we tegen de camera van Man bijt hond aanliepen. Hoe de vraag precies was, weet ik niet meer maar het zal zo ongeveer in de trant geweest zijn van “wat is het leukste dat u pas nog is overkomen? Mijn antwoord weet ik nog letterlijk. Pas verhuisd zei ik “Wonen in het mooiste huis van West friesland, nl. Het stoomtram station Opperdoes”. Dat heb ik nog een week daarna moeten horen. Ik stond er echt verbaasd van hoeveel mensen naar dat programma kijken. Ik zag en zie het nog nooit.

Het zwarte jaar 1999 zijn wij inderdaad ook op de flora geweest. Achteraf zou het mogelijk zijn geweest dat ook Karel, die twee dagen na ons bezoek aan de flora een dag flink beroerd was er iets van meegekregen heeft. Wij waren er die maandag nog voordat er publicaties waren van de legionella-ramp die had plaatsgevonden. Dat hoorden we pas die woensdagavond op het journaal. Achteraf gezien was het de doodssteek. De bezoekersaantallen holden achteruit en ondanks alle uitspraken en bewijzen dat de het florabestuur totaal onschuldig was aan de ramp, was het kwaad al geschied. Natuurlijk 200 zieken en 29 doden is niet niks. Een monument aan de Spoorsingel [een boek met een gedicht van Ida Gerhard] herinnert aan dat noodlottige jaar.


HOLLAND FLOWER FESTIVAL
Nu negen jaar later bestaat de tentoonstelling nog steeds, maar onder een andere naam en op een andere plaats. Bij publicaties over het Holland Flower Festival te Wervershoof gaan bij mij geen belletjes rinkelen. Sterker nog ik lees er volkomen overheen. Maar nu ineens, zullen we?? Over twee dagen gaat hij open. Zullen we maar weer eens te gaan kijken? De tijd van de flora komt nooit meer terug, hoewel men toch nog trouw doortelt. Het is dit jaar de 75 aflevering van de tentoonstelling zie ik op hun site en misschien ja heel misschien moeten we toch maar weer eens gaan kijken.

[20 februari 2008]
Ja, we zijn wezen kijken. Ingrid en ik zijn samen naar het Holland Flowers Festival in Wervershoof geweest. Ik vond het een vreemde ervaring. Het was een flora en geen flora. De bloementuin, de helft kleiner, was erg mooi en de veel kleinere huishoudbeurs heet nu anno 2008 "Life and Leisure Fair". Op het moment dat we samen door de heel rustige bloementuin liepen dacht ik nog even aan de ochtendwandelingetjes tijdens 'mijn' Japan flora. Heel eventjes maar! Uiteindelijk kwamen we we allebei tot dezelfde conclusie. Bewaar die die flora herinneringen op een mooi plekje binnenin je en ga zonder die bagage heerlijk naar het Holland Flowers Festival. Dan is het best de hoge toegangsprijs en de moeite waard.



Geschreven: Opperdoes, 18 februari 2008
Dagtekening: februari jaren `50 tot heden

Woensdagmiddag

Dat ik in het verleden altijd al de wens heb gehad stukjes te schrijven blijkt uit het onderstaande verhaal wat ik jaren geleden geschreven heb. Het is toen helaas maar bij een stukje gebleven, maar tijd had ik er toen nauwelijks voor en als je het stukje hebt doorgelezen zal je ook meteen begrijpen waarom.


Tot zover die druilerige woensdagmiddag. Wanneer ik de toevoeging onder het woordje einde heb geschreven is niet precies duidelijk. Omdat ik het over cassettebandjes heb zal het toch wel weer een tijdje geleden zijn, want die zijn ook zowat verleden tijd. Tegenwoordig is het nog eenvoudiger. Tot op de achterbank van de auto kan je de kinderen naar films laten kijken dus zal het aantal keren dat er gevraagd wordt "he mam, hoever nog?" behoorlijk zijn verminderd.

Ik heb de Robbie van toen, die nu zelf ook vader is van een dochtertje van anderhalf, het stukje nog niet zo lang geleden laten lezen, Zijn reactie bracht mij behoorlijk in verwarring. Dacht ik een grappig stukje te hebben geschreven, was zijn visie volslagen anders en hij zei maar één ding. He, mam, je had ons toen die middag ook kunnen troosten!. Heb ik dat toen gedaan. Tot mijn spijt moet ik bekennen dat ik dat niet meer precies weet. en voor mijzelf loopt ik nu allerlei excuses te bedenken waarom ik dat dan wel of niet gedaan zou hebben. Idioot natuurlijk nu ruim 30 jaar later, maar het feit dat het mij niet loslaat ligt er. Verder vind ik de reactie van Rob ontzettend lief. Opvoeden leer je niet op een cursus, maar gewoon in het dagelijkse leven en met zo`n vader als hij zie ik voor Sam de toekomst zonnig in. Waarschijnlijk zat ik die middag aardig tegen de grens aan, maar ja zij waren ook met z`n tweetjes. En..... als ik dat stukje niet geschreven had, zou niemand zich meer iets herinneren van die middag dus zulke trauma`s hebben ze er ook niet aan over gehouden.  


Geschreven: Opperdoes, 12 februari 2006
Dagtekening: februari 1972

Last Night of the Proms


Oh wat heb ik gisterenavond weer genoten. "The Last Night of the Proms" blijft voor mij een kippevel [of mieretietjes zoals Ingrid ze meestal noemt] opwekkend evenement. Ook gisterenavond dus weer. Waarom ik dat zo mooi vind, dat is moeilijk uit te leggen. Ik hou eigenlijk helemaal niet van klassieke muziek en daarom probeer ik het wel zo uit te kienen dat ik van het programma het laatste half uur meepak. Maar dat mag er dan wezen. Het staat bol van de engelse traditie en dat zal het waarschijnlijk zijn, waarom ik dat programma zo graag zie. Met klassieke muziek heeft het weinig meer van doen. Het zijn eigenlijk maar enkele puur traditionele nummers, die het maken. Maar dan de sfeer, die aparte Britse sfeer, zoiets vind je nergens anders in de wereld.

Hoe ik het programma het leren kennen en wanneer ik ben gaan kijken weet ik niet precies. Het zal waarschijnlijk in de jaren `80 geweest zijn, toen de TROS het programma enkele jaren achtereen als samenvatting op zaterdagavond uitzond. Dat was helaas van korte duur, maar intussen hadden wij kabel en konden we het rechtstreeks en onverkort via de BBC zelf volgen. Sindsdien, niet meer afhankelijk van de nederlandse tv, hebben we het zelden overgeslagen.

Het hele gebeuren beschrijven is onmogelijk. Ten eerste omdat een sfeer bijna niet te beschrijven valt en ten tweede hoeft dat niet. “Kijk zelf”, zou ik zeggen, het is meestal begin september dat het laatste promenade concert plaatsvindt. "The Last Night of the Proms" is een afsluiting van een serie zomerconcerten die door de BBC worden georganiseerd en die onnoemelijk veel publiek trekt. Sinds een jaar of vijf is er een tweede serie zomerconcerten die heet "Proms in the Park". Die worden ook daadwerkelijk in de parken gehouden van verschillende lokaties in o.a. Ulster, Schotland, Wales, Engeland zelf, waaronder het Hyde park in Londen. Voor dit laatste concert worden deze lokaties met elkaar verbonden en zij musiceren met elkaar in dit laatste afsluitingsconcert. Wat enorme indruk op mij maakte gisterenavond was de gigantische mensenmassa in het Hyde park. Dat zou een popfestival niet misstaan.

Maar nu het concert in The Royal Albert Hall. Stel je voor; een concertzaal. Vlak voor het podium is een leegte gecreërd voor staanplaatsen, waardoor je je waant in een voetbalstadion. Op die plek staat een groep toeschouwers die je zou kunnen beschrijven als een zoodje ongeregeld met toeters, ratels, vlaggen, de meest idiote kleding en pruiken. Het podium van de dirigent is tijdens de pauze ook kleurig versierd met een heleboel slingers en confetti. Verder in de zaal en op de balkons is iedereen nog een echte concertganger, de dames in galajurken en de heren in het nette pak. Eerst, na de pauze, nog een klassiek nummer van 10 minuten doorworstelen maar dan gaat het los. Het begint met Rule Brittania, dit keer gezongen door Sarah Connolly die uitgedost als een 17 eeuwse Engelse soldaat meteen de show steelt. Als zij aan het eind van haar lied een grote sabel uit de schede trekt, wat uiteindelijk een vlaggestok met de Britse vlag blijkt te zijn, kan het helemaal niet meer stuk. Als je eens goed naar de tekst van dit lied luistert, en de BBC is zo aardig hiervan de tekst in ondertiteling mee te geven, is het maar een provocerend lied. Rule, Britannia!, Britannia, rule the waves; Britons never shall be slaves. Jahoor, zo nationalistisch als wat, dat konden de Duitsers na WOII echt niet permiteren, maar de hele zaal zingt mee. Volgens mij de buitenlanders ook. Idioot eigenlijk. Maar goed, de muziek is geweldig en omdat je dat al jaren hoort, is het zeer vertrouwd. Meezingen doe ik niet. Ten eerste kan ik niet zingen en tweede gaat mij dat, gezien de tekst een beetje tever.

De tweede topper maakt me nog zwakker. Jerusalem. Niet zo nationalistisch en veel mooier, terwijl bij het derde nummer Land of Hope and Glory, het Britse nationaliteitsgevoel weer behoorlijk de kop op steekt. Wat ik gisteren maar heel weinig gezien heb, is een bepaalde golfbeweging die men maakt door even door de knieën te gaan en weer omhoog. Dat werd meestal gedaan bij het zingen van de overbekende zeemansliedjes, die dit keer helaas niet op het programma stonden. Dan komt het tweede onderdeel van dit feestelijke slot; de toespraak van de dirigent met de bedankjes aan vele medewerkers en niet te vergeten de drie maal "Hip Hip Hurray" voor Sir Henry Wood, de grondlegger van de concerten, wiens borstbeeld traditioneel is getooid met een lauwerkrans. De dirigent van gisteren, de Amerikaanse David Robertson, sloot zijn toespraak op een wel heel originele manier af. Tijdens de Hip Hip Hurray voor Sir Henry Wood, was iedereen gaan staan en de dirigent speelde daar heel handig op in door te zeggen: O, als jullie nou toch staan....", stak zijn stokje omhoog en het orkest zette vol het "God save the Queen" in. Iedereen zong mee, van upper ten tot zoodje ongeregeld. Iedereen was ineens gelijk. Geweldig mooi!

Enne als je nou denkt dat dat het is.... Nee, zelfs na de aftiteling van het programma, heel vreemd en onaangekondigd begint dan iedereen, kruiselings hand in hand Auld Lang Syne te zingen. Zonder orkest en het zonder dat het vantevoren is gepland lijkt het. De handen deinen op en neer en stiekumpjes in een hoekje van het beeld kregen we toen een shotje van de dirigent. Heimelijk meezingend. Geweldige tv, mooi, mooi, mooi en ik heb moeite om het droog te houden. 


Geschreven: Opperdoes, 13 september 2009
Dagtekening: 12 september 2009

Weeralarm


Als ik naar buiten kijk, zie ik alleen een hele stille witte wereld. Opperdoes is altijd stil op zondag, maar nu is het extreem. Ik noem het expres "extreem", omdat het KNMI dat woord in zijn weerwaarschuwingen gebruikt. We leven onder momenteel onder een weeralarm en dat geeft een vreemd gevoel. Ik zie alleen maar sneeuw, in de lucht en op de grond, maar op dit moment lijkt een "weeralarm" wel erg dramatisch. Het sneeuwt slecht lichtjes dus dat is het probleem niet. Nee, de combinatie van sneeuw [die er al lag] en de hele harde wind is de oorzaak van de ellende. De sneeuw wordt alle kanten opgeblazen, en dat zijn plekken waar we het beslist niet willen hebben.

Aan de overkant, bij Zwaan, die hier regionaal de wegen pekelt en vrijhoudt, zie ik geen aktiviteiten. Dat komt in dit geval niet door de Zondag, want hebben ze de afgelopen drie weken, zondagsrust of niet, keihard doorgewerkt. Nee, ik denk dat het voordat de storm een beetje ophoudt, het geen zin heeft, om met sneeuwschuivers uit te rukken.

Maar de gedachte, om niet probleemloos weg te kunnen is gek. Het "op ieder moment wegkunnen gevoel" is namelijk fantastisch. Of je het ook altijd doet is een tweede, maar het feit dat het kan is genoeg. Nu lukt het dus even niet. Ook niet erg hoor. Op het moment begint het weer behoorlijk door te sneeuwen en nu weggaan is gewoonweg stom. Helaas ben en blijf ik nieuwsgierig en wil weten, hoe het er buiten mijn, overigens mooie blikveld, verderop uitziet. Hoe erg is het op de weg? Hoe ligt de A7 erbij?, Talloze plekken kan ik meteen bedenken waar ik even zou willen rondkijken en mischien ook foto`s nemen. De internet berichtgeving is me niet snel genoeg, zeker niet op deze zondagmorgen. De dijk is dicht vanwege gladheid en sneeuwduinen en verder blijkt dat de meeste problemen zich voordoen in het noorden en Noord Holland. Dat is alles wat ik kan vinden.



Nu een klein uurtje later, wordt het wat drukker. Ik heb al drie mensen langs zien lopen en twee auto`s passeerden intussen de overweg en het blijft maar stormen en doorsneeuwen. Dat is het beeld van zondag 10 januari 2010. Ik heb er geen moeite mee maar ik wilde die impressie bewaren om misschien op een hele warme zomeravond nog eens verlangend door te lezen.

Geschreven: Opperdoes 10 januari 2010
Dagtekening: 10 januari 2010

Scheuren

Van de intussen meer dan 10 jaar dat ik nu in de garage van Zentveld in Hoorn kom, kreeg ik vandaag het mooiste compliment wat ik ooit daar gehad heb. Mijn rijstijl was economisch volslagen ontverantwoord volgens Gerard Kaag. Huh? Hoezo dan wel?
Nou dat zal ik even uitleggen. Ik heb iets gedaan wat ze nog nooit waren tegengekomen en waar ze stomverbaasd over waren. Ik heb met mijn auto 140.000 kilometer gereden met dezelfde achterbanden. Nu moesten ze deze vervangen. Niet omdat het profiel te ver was uitgesleten, maar omdat de banden teveel waren uitgedroogd aan de zijkanten. Hij heeft het me laten zien en ik kon duidelijk zien dat de banden verpulverden en dunner werden. Het zou te gevaarlijk worden om hier mee door te blijven rijden want dan liep ik het risico een klapband te krijgen en dat was toch het laatste wat ik wilde.

Snappen doe ik het niet echt, rij ik echt zo truttig? Nee toch, want ik rij toch meestal om de dooie dood niet zachtjes. Ik rij meer in de stijl van dik tegen de maximum snelheid aan. De secretaresse/telefoniste die dit alles vanaf een afstand hoorde, deed ook even een duit in het zakje. Haar advies loog er niet om. "Je hebt veel te netjes gereden, ga maar eens een beetje meer scheuren!". Ja daar zit wat in.

Dit was echt lachen! Snap je, economisch ontverantwoord, ja de groeten, volgens mij verdienden ze te weinig aan mij. Grapje!

Geschreven: Opperdoes, 27 juni 2008
Dagtekening: 26 juni 2008

Van versiering en Keep Them Rolling

De laatste week van april 2000 was voor ons en voor de tram een heel bijzondere week. Het begon al maanden voor die tijd met een bezoekje van onze oude overbuurman van de Almersdorperweg nr. 14 die eens heel voorzichtig kwam informeren of wij wel op de hoogte waren van het feit dat er om de vijf jaar in Opperdoes een soort super koninginnedag wordt gevierd. Met een "Jahoor, dat weten we", daalde zijn ongerustheid al wat en toen wij hem verzekerden dat ook wij het station en omgeving zouden versieren was hij helemaal gerustgesteld.

Het was ons inderdaad al eerder ter ore gekomen dat het hele dorp om de vijf jaar zou worden omgetoverd tot een oranjedorp dat zijn weerga zeker in Noord Holland niet kent. Uit alle hoeken en gaten komt de versiering dan tevoorschijn en ook hijzelf had onderdelen van de toegangspoort tot het dorp op zijn schuurzolder liggen. De opzet is dat de overkoepelende Oranjevereniging een thema kiest en dat dit per straat of buurt wordt uitgewerkt in de versiering waarbij ook verlichting ruim aanwezig is. Zij zijn hier meestal al jaren van te voren mee bezig en het zal wel zo zijn dat wanneer in mei het feest net over is, er meteen weer begonnen wordt met de voorbereiding voor het komende feest over vijf jaar. Voor ons was het echter in 2000 de eerste keer en een beetje onzeker begon ik maar eens wat slierten vlaggetjes te kopen. Natuurlijk te laat, maar na een tip van een buurvrouw op de Kaag kon ik gelukkig nog behoorlijk wat inslaan bij Action in Medemblik. Een tweede probleem was om de mensen bij de stoomtram ervan te overtuigen dat dit echt moest. Zij konden wel vinden dat dit niet bij de stoomtram hoorde en dat dit zoals sommigen altijd meteen riepen, niet historisch verantwoord was, ik woonde hier in Opperdoes en ik had ook even een reputatie hoog te houden. Trouwens niet versieren, zou achteraf blijken, ook geen optie zijn geweest want een kaal station zou wel heel erg uit de toon zijn gevallen.

Gelukkig was de medewerking van de zijde van de tram na wat startproblemen heel fijn. De dagelijkse stop in Twisk werd verplaatst naar Opperdoes en er werd een kleine maar mooie tentoonstelling over koninginnedag en tram in de wachtkamer ingericht. De versiering echter moesten wij zelf doen en een kleine week van te voren begonnen Karel, Arie beide getooid met een schotse geruiten pet met veel en lang rood haar en Suzanne en ik [zonder pet] met het bevestigen van de vlaggetjes. Dat was dikke pret.Niet echter van het locpersoneel die nergens van op de hoogte waren. De ontzetting was op hun gezichten te lezen toen zij het station binnenreden. Je zag ze denken. "Wat zijn die nou in Godsnaam aan het doen". Na uitleg waren ze nog niet echt blij maar goed het moest dan maar.

 Toch werd het allemaal geweldig. Vele slierten vlaggetjes werden gespannen en het na een donkere eerste nacht werd er uit Hoorn een bouwlamp opgetrommeld, die in de avond de boel nog eens goed in het zonnetje zette. Sommige critici vonden het niet helemaal veilig en af en toe zaten die lijnen wel eens een beetje in de weg, maar ach je moest er toch wat voor over hebben en trouwens het duurde maar een week. De kroon op het werk kwam half die week toen Piet Paulusma zijn weerbericht voor een gedeelte op het perron kwam voorlezen. We haalden zo zelfs de landelijke tv met het station. Weliswaar kort maar het gebeurde toch maar.



Na koninginnedag werd in die week ook de 5e mei aan de feestelijkheden vastgeplakt. Lou, een stoomtrammedewerker, die bij de club van Keep them Rolling, aangesloten is, wist het te organiseren dat een grote colonne militaire voertuigen uit de tweede wereldoorlog, deels rijdend en deels op platte wagens via de tram het traject Hoorn-Medemblik zou afleggen. Die twee groepen zouden elkaar in Opperdoes ontmoeten. Ook wat Canadese oorlogsveteranen zouden de tram bezoeken om zo op feestelijke wijze de bevrijdingsdag mee te vieren. Een geweldig spektakel wat door Karel en Arie ten volle werd meegevierd.
  

Ikzelf zat die dag thuis een beetje vast. Om mijn verjaardag alsnog te vieren was Suzanne al bij mij en zouden Rob en Sandra ook op verjaarsvisite te komen. Leuk bedacht en lief ook, maar op dat moment kwam het eigenlijk niet zo goed uit. Dat vastzitten werd nog erger op de proef gesteld toen Karel en Arie uitgenodigd werden om in Medemblik met een amfibievoertuig het IJsselmeer op te gaan. Die vertrokken dus als een speer naar Medemblik. Verdikkie dat wilde ik ook. Gelukkig kwamen Rob en Sandra net nog op tijd en met een "Meekomen en niets vragen" ben ik met hen en Suzanne in de auto achter hen aan gescheurd. Gelukkig konden we in Medemblik bij hen instappen en mochten we dat onvergetelijke ritje ook meemaken.


Eerst reden we dwars door Medemblik om via een bomvolle dijk in colonne bij het Regattacenter het IJsselmeer in te rijden. Gek hoor om zomaar het water in te rijden en dan verder te varen. We voeren met drie amfibievoertuigen dwars tussen de zeilboten en jachten door. Het was schitterend mooi weer en deelnemers en omstanders keken hun ogen uit.







.Na een kwartiertje te hebben rondgevaren gingen wij als eerste weer het water uit want onze chauffeur vertrouwde de waterdichtheid van zijn voertuig niet zo. Terecht bleek achteraf. Terug bij het station in Medemblik heeft dat ding zeker 10 minuten water staan lozen en liet daardoor een enorme waterplas achter. Na twee enerverende uurtjes gingen we met een "bij je ouders is het leven nooit saai" terug naar de verjaardag in Opperdoes. Dat was na alle enerverende gebeurtenissen wel even wennen hoor!

Geschreven: Opperdoes, 4 augustus 2006
Dagtekening: Mei 2000

Dat waren nog eens winters!

[Sneeuw in 1963]

Ja uiteraard gaat dit stukje over de roemruchte winter van 1963. Met alle respect voor de daaropvolgende winters, is dit degene die in mijn geheugen gegrift staat als de strengste winter die ik ooit heb meegemaakt. Gelukkig hebben we toen veel foto`s en dia`s gemaakt,  zodat ik bij het zien van die plaatjes me nog een heleboel voor de geest kan halen. Van de kou herinner ik me niet zoveel meer. Even rekenen levert mij het feit op dat ik toen 18 jaar was. We woonden nog in Amsterdam en ik zat in het examenjaar van de MMS. Dat hield dus in dat ik nog iedere dag op de fiets richting Prinses Irenestraat ging, weer of geen weer, want alternatief vervoer was er niet. Van ijsvrij kan ik me niets meer herinneren, maar we zullen het ongetwijfeld hebben gehad.

Mede door de foto`s herinner ik me nog die geweldige tocht die we gemaakt hebben richting Amsterdam Noord en verder Noord-Holland in. De grote sneeuwhopen op de weg bij de Schellingwouderbrug spreken voor zich en ik zit me eigenlijk steeds af te vragen wat men zou doen als dit vandaag de dag zou gebeuren. Moet je voorstellen de complete ring afgesloten door sneeuwbergen van 2 meter hoog. Het totale dagelijkse leven ligt plat en hele dorpjes [zoals toen Ransdorp] van de buitenwereld afgesloten. Ik denk dat in eerste instantie het bedrijfsleven begint te mekkeren over geld en wat het allemaal gaat kosten en dat daarna pas eens aan de mensen zelf zal worden gedacht. Ook kan ik me helaas niet meer herinneren hoe het toen is gegaan. Zeker is wel dat het verkeer minder intensief was, maar ook toen al was het beslist niet onbelangrijk.
A ls ik ons zo zie staan op de weg denk ik eigenlijk maar eens ding. Deze foto`s zouden anno 2005 niet eens genomen kunnen worden want zover zou je niet eens de weg op kunnen. De hele boel wordt dan binnen de kortste keren afgesloten want met jou willen er nog tienduizenden hetzelfde. Dat was toen echt niet aan de orde. We zullen er niet alleen geweest zijn, maar van filevorming was echt geen sprake. Toch als ik de foto`s nog eens goed bekijk vind ik allemaal interessante details. Het het geweldige mooie richtingbord van de ANWB zou nu zo het museum in kunnen, maar mijn aandacht valt vooral op het kleine zwart-wit fotootje waar een verkeersbord op staat wat ik echt niet meer kan thuisbrengen. Wat moet je nou met die stadslichten??? Aandoen of juist niet. Geen idee, maar toen waren ze dus nog belangrijk genoeg om er een verkeersbord aan te wijden. Waarom ze vandaag de dag nog in auto zitten weet geen mens. Je kan en mag er niets meer mee.

Een tweede geweldige ervaring was ons bezoek aan het IJsselmeer. T otaal dichtgevroren was het toen en voor de auto`s werden er complete ralleytochten op georganiseerd. De meest herinneringswaardige hiervan is die van Enhuizen-Staveren vv, een tocht die nooit meer heeft kunnen plaatsvinden. Die winter is ook de enige winter geweest dat ik ijszeilen heb gezien. Het werd gedaan met een zeilboot waaronder als het ware een soort slee gemonteerd was. Het was eigenlijk best gevaarlijk, want het ging loeihard en ze voeren of gleden dwars tussen de mensen door die op het ijs liepen.



Een volgende topper was onze rit naar Bloemendaal. Het strand bezoeken in de winter is niet zo iets bijzonder, maar dat het zeewater zelf bevroren is, dat is een ander verhaal. Het deed me denken aan een berglandschap met rotsen, waar we met z`n allen tussen de ijsrotsen klauterden. Daar op dat strand was het wel beredruk en de bezoekersaantallen daar leken een beetje op wat je verwachten kan anno 2005. Geen wonder, want zoiets zie je maar een keer in je leven en dan alleen nog maar als je gelukhebt.











Een extraatje dat ons toekwam dankzij de positie van mijn vader was een tocht met de ijsbreker de Walvis. De SHB had het beheer van die ijsbrekers en dan stond er, met de direkteur als vader, wel eens een deurtje open. Dat jaar was uiteraard een topjaar en ik hoor nog het gekraak van het ijs, dat door de scherpe voorpunt van de boot als het ware gesplitst werd. Je zag zo het ijs voor je uit breken. We maakten een tocht van Amsterdam [achter het CS] naar de sluizen van IJmuiden en terug.

Ook die winter was de C & A brand aan het damrak. Nazoekend op internet kwam ik er achter dat het op 16 februari 1963 is geweest. Ik heb hem al even aangehaald in het stukje Kerstherinneringen. Helaas was ik toen niet in de gelegenheid om foto`s te nemen. Daar heb ik nog steeds spijt van, want het was een gigantisch gezicht. Het ijspaleis zoals ik het noemde was een paar dagen een bezienswaardigheid in Amsterdam en het werd ook druk bezocht. Het was niet de enige brand die winter, getuige mijn foto van een grachtenpand dat hetzelfde lot beschoren was. Het was net zo als het C & A pand een en al ijs. Ook is op deze foto goed te zien dat alle grachten in Amsterdam stevig waren dichtgevroren. Kijk dat was het leuke van wonen in Amsterdam in die tijd. Er gebeurde nog al eens wat en als het even mogelijk was ging je even kijken. Je hoorde toen nog geen smalende opmerkingen van "ramptoeristen", want die waren nog niet uitgevonden en iedereen vond het doodnormaal dat je even een kijkje ging nemen.

Maar ook in de nabije omgeving van je eigen straat en huis was die winter iets bijzonders. Schaatsen was mijn grootste hobby niet maar ik deed het wel. We gingen naar een vijver achter in de wijk bij de Von Liebigweg tegen de dijk aan van de Weesperzijde. Dat was een meertje waar je oeverloos rondjes kon draaien. Ik kon het best wel redelijk, maar na een uurtje hield ik het wel voor gezien. Ik vond het allemaal nog al saai en het was me een beetje te koud. Een slimmere oplossing was een perkje onder te laten lopen, dan hoefde je niet zo ver weg en was de kachel dichterbij. Maar bij nadere studie van de foto vraag ik me nog af of het wel een ondergelopen perkje is want op stijfbevroren sneeuw lijkt me schaatsen ook niet onmogelijk. Helaas ik weet het niet meer precies.

Toch was niet alles even leuk. De sneeuw gaf een enorme rotzooi, vooral omdat het zo stijf bevroren was, was het haast ondoenlijk om de stoep vrij te houden. De laatste foto van deze serie laat zien dat er echt teamwork voor nodig was om de stoep eens goed schoon te maken. Ondergetekende staat zich wezenloos te hakken en mijn vader en broer laten ook stevig hun handen wapperen. Wie er verder nog op de foto staan kan ik niet zo goed zien, maar er staat wel een juweeltje van een broodwagen van Carels op de achtergrond. Dat houdt dus in dat in het rijtje van winkels die er in het pand bij ons aan de overkant hebben gezeten ook een bakkerij moet worden toegevoegd. Dat was ik dus echt vergeten.

Winters zoals toen kennen we niet meer. Helaas of gelukkig? Dat is maar hoe je het bekijkt. De milieumensen blijven schreeuwen dat het allemaal nooit meer goed komt. Zelf heb ik daar wel andere ideeen over. De ijstijden zijn ook voorbij gegaan zondedat de wereld verging dus ik heb er het volste vertrouwen in dat er geen fatale klimaatsverandering zal komen. Dat het verandert is zeker, en dat vind ik persoonlijk eigenlijk best jammer want ik ben dol op sneeuw en om die te zien zal ik in de toekomst waarschijnlijk erg ver moeten gaan reizen.

Geschreven: Opperdoes, 30 december 2005
Dagtekening: januari-februari 1963

zondag 11 december 2016

Kerstsentiment

Ieder jaar overkomt het me weer. Tijdens het optuigen van de kerstboom en het openen van de voorraaddozen met kerstversiering, komen er veel herinneringen los. Vooral bij het zien van die ene doos, met daarin de oude breekbare ballen, die ik jaar na jaar open, bekijk en na die een aanval van heimwee weer onverrichter zaken afsluit. Jammer, ja, maar ik vind het meeste van deze versiering te broos om er mijn boom mee te vullen. Waarom ik het dan toch bewaar. Geen idee, zoiets gooi je niet weg! Toch wordt één ding wel gebruikt. Het kleine, kartonnen huisje, moet zo`n 60 jaar oud zijn, en dat hang ik gewoontegetrouw ieder jaar weer in de boom. Dat durf ik wel, want het kan bijna niet kapot. Hoe anders is het nu. Alle hedendaagse kerstversiering is niet kapot te krijgen, dus bestaat de spanning van wat een jaar opslag had overleefd ook meer.


Maar waar vandaag tijdens het uitpakken mijn aandacht speciaal op viel, was het doosje kaarsjes en de bijbehorende kandelaars. Allebei echt uit de oude doos. De kaarsjes heb ik zelf gekocht tijdens één van de eerste huwelijksjaren, maar die spiraalvormige kandelaars zijn al veel ouder en brengen me terug naar mijn vroege jeugd.


Kerstboomkaarsjes, wie herinnert zich dat nog. Ik in ieder geval wel, en ook dat die brandende kaarsjes in de boom, vragen was om moeilijkheden. Eens ging het ook bij ons bijna fout, waarna mijn ouders besloten, dat het afgelopen was. Er zullen toen waarschijnlijk al elektrische lampjes geweest zijn, want ik kan me niet herinneren dat ooit we een kerstboom hebben gehad zonder lichtjes. Toch was de rol van de kerstboomkaarsjes niet uitgespeeld. Hun tweede functie, als tafelverlichting tijdens het kerstdiner, staande in de spiraalvormige kandelaartjes, bleef bestaan. Ook na mijn huwelijk, hebben we dat in ons eigen gezin nog lang volgehouden, ondanks het niet misteverstane gevaar om je mouwen in brand te steken.

De rol van dit doosje kaarsjes en de kandelaartjes is echter nu ook al jaren uitgespeeld en ze worden net als de onbreekbare ballen steeds weer uit- en heringepakt. Toch, denk ik dat ik de kaarsjes uiteraard staande in de kleine kandelaartjes dit jaar maar eens ga opbranden. Niet tijdens het kerstdiner, maar zo, helemaal modern, tijdens de avonduren, in gezelschap van mijn herinneringen aan de sfeervolle kersttijd van de jaren vijftig. En de kandelaartjes? Die gaan in de doos, want wat ik al zei, "Zoiets gooi je niet weg"






Geschreven: 11 december 2016

Op 1 dag na precies twee jaar geleden schreef ik er ook al over. De kerstboomkaarsjes en kandelaartjes uit mijn jeugd. Jaar in, jaar uit kwam ik ze tegen. Wanneer de kerstboom werd opgetuigd kwamen ze even uit de doos en en evenzo vaak verdwenen ze na kerst er weer in. In 2014, toen ik dat stukje schreef, had ik zelfs het plan om de kaarsjes maar eens op te branden. Helaas, toen kerst voorbij was, bleek dat ik ze helemaal vergeten was. Nu twee jaar later ben ik iets doortastender en heb ze eindelijk aangestoken. Het sfeertje is perfect. De kerstloper borduurde ik zelf, het bord was van mamma, de kandelaartjes ook en de kaarsjes kocht ik eind jaren 60. Ik vergeet even de tijd en droom terug naar je jaren 50 met een echte kerstboom, waarin de kaarsjes echt branden. Deze spiraalkandelaartjes, herinner ik me, stonden altijd op de eettafel naast mijn bord en bij het opscheppen moest ik altijd oppassen dat ik mijn mouw niet in de fik stak. Heerlijk zo`n herinneringmomentje. Maar helaas haalt mijn droom zelfs de brandduur van de kaarsjes niet. Mannetje beslist dat de tv aan moet. Het "Onehundredandeighty" schalt alweer door de kamer. Hallo 2016 dus weer. Ach het is goed zo, het doosje is nog niet leeg en kan nog een keertje terug naar mijn herinneringen. En geloof me, dat ga ik ook zeker doen.





woensdag 10 augustus 2016

Oeps

Hier, achter in de MacDonalds in Alkmaar, wordt een, voor mij, heel bijzondere prullebak geleegd. Ruim een maand geleden zaten we vlak bij die prullebak en kieperde ik mijn telefoon daar per ongeluk in. Hij lag op het dienblad tussen de de afval en dat had ik dus even niet in de gaten. Na een paniekrondje van 3x mijn tas doorzoeken en een spurt terug naar de wc, werd het via een "waar istie nou?" en even goed nadenken, uiteindelijk die prullebak de plek, waar hij nog kon zijn. Dus dook ik er bijna letterlijk in, om hem tot mijn grote opluchting en pret van enkele medegasten weer op te vissen. 
Pfffff………….daar moest ik vandaag toen ik er weer was, wel even aan denken.  



Geschreven: 4 augustus 2016
Dagtekening: 5 juli 2016

maandag 8 augustus 2016

Twee minuten



Vandaag kwam het jaarlijks mailtje weer. De PWN, een uitleg van deze afkorting kan ik helaas op de site zo gauw niet vinden, maar ik neem aan het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland, of Puur Water & Natuur", wat ik wel vermeld zag, stuurt ons weer een mailtje of we even binnen 14 dagen de meterstand willen doorgeven. En om de handeling simpel te laten lijken, staat erbij vermeld dat het maar 2 minuten duurt. O, ja?, hoe weten ze dat bij dat bedrijf?


In één ding hebben ze gelijk. Als we eenmaal de standen van de meters weten is het invullen op "Mijn PWN" een eitje, maar het aflezen van die meters, daar hebben ze bij dat bedrijf schijnbaar geen weet van. Onze meter zit ongeveer 100 meter van ons huis vandaan, vlak bij de overweg van de museumstoomtram Hoorn-Medemblik. De put ervan is afgedekt met twee loodzware betonnen afdekplaten. Het lukt ons de laatste jaren helaas niet meer om die platen zelf op te tillen, dus moeten we er altijd een zware jongen bijhalen, die dat wel kan. Tel uit je winst, dus eerst het weerbericht nakijken of het een beetje droog blijft, dan iemand bellen die ons kan helpen. En dat natuurlijk allemaal, midden in de vakantietijd, binnen 14 dagen.

Toch hebben we eigenlijk nog geluk. De afdekking is de een paar jaar terug opgehoogd, waardoor alles nu boven het omliggende grasveld uitsteekt. Het ziet er netjes uit al lijkt het meer op een septic tank dan een plek voor de watermeter. Hoe anders was het. In het verleden vonden buren, de gemeente en stratenmakers het een prachtige plek om hun overbodig geworden puin en ander ongemak op in dat gat te dumpen, want toen lag die plaat een behoorlijk stuk onder de oppervlakte, waardoor we ook nog moesten graven om die metersstanden op te diepen. Jaja, 2 minuten, ik hoor het ze nog zeggen!

Geschreven: 8 augustus 2016 
Dagtekening: 8 augustus 2016

woensdag 1 juni 2016

Reiger



Gepost op fb op 1 juni 2016:

Vandaag heb ik met dochter Ingrid even een ritje Amsterdam gemaakt. Op een gegeven moment liepen we vast, daar de Middenweg, langs de Oosterbegraafplaats [richting De Ring] was afgesloten. Omdat ik in die omgeving het grootste deel van mijn jeugd heb doorgebracht was het geen probleem een alternatieve route te vinden. Op de Hugo de Vrieslaan vroeg Ingrid, omdat we er toch zo dichtbij waren, even langs "mijn" oude woonadres te rijden. Het was er allemaal nog. Een beetje kleiner en smaller dan in mijn gedachte, maar dat kwam grotendeels door de vele geparkeerde auto`s, die in aantal vast vertienvoudigd zijn. In 1953 zagen we vanuit het keukenraam de koeien nog lopen, waar nu de brede Gooische weg is. Toch zijn nog niet alle dieren verdwenen. In mijn oude woonstraat was er duidelijk nog iemand op jacht naar een lekker hapje. 

Kirkwall


Wat kan het geheugen van een mens toch vreemde streken uithalen. Neem nu vanmiddag. Het was mooi weer en ik zat buiten in het zonnetje te haken.

Op een gegeven moment liep ik voor een bolletje wol naar binnen en zag dat Karel voor de tv zat te wachten op een spelprogramma dat kwart over één zou beginnen op de BBC. Het scherm vertoonde echter niets van dit al, want ik keek naar een kerkdienst. Dat was wel het laatste wat ik verwachtte op een zonnige dinsdagmiddag in mei. Een beetje vreemd

Toch wel nieuwsgierig wat het nou precies voor een uitzending was, bleef ik zitten en zodoende hoorde even later dat het een hernneringsbijeenkomst was in de kerk van Kirkwall op de Orkney eilanden. Hee, de Orkney eilanden, die kenden we. Daar bezochten we in 2003 die indrukwekkende neolitische nederzetting en konden we vanwege de stromende regen nauwelijks iets zien van de stone-circle [Ring of Brodgar], waar de bus nog even stilhield. Gelukkig klaarde het later wat op zodat we tijdens de rest van die reis iets meer konden zien. We kwamen in het zuiden van het eiland, reden langs de kust van Scapa Flow en zagen de skeletten van de oorlogsschepen die bij laag water nog half boven water uitstaken. Daar ook hoorde ik voor het eerst over de enorm grote marinebasis die tijdens de eerste wereldoorlog op het eiland gevestigd was en over de vele oorlogshandelingen die er tussen 1914 en 1918 bij de nu zo rustige noordkust van Schotland en Denemarken zijn geweest.

Al mijmerend voor de tv zag ik dat de herinneringsbijeenkomst nog steeds doorging en ik hoorde dat die werd gehouden vanwege het feit, dat het precies 100 jaar geleden dat de grootste zeeslag "The battle of Jutland" [31 mei 1916] had plaatsgevonden en de vele hoge gasten, waaronder Princess Anne, David Cameron en de duitse president Gauck brachten een eerbetoon aan de vele slachtoffers die tijdens deze oorlogshandelingen op de Noordzee waren omgekomen. Toch was één ding me nog steeds niet duidelijk. Van Kirkwall herinnerde ik me niets. Waren we daarook geweest of hadden we dat overgeslagen. Geen idee. Ik dacht me suf, maar het ging me tever om op dat moment de laptop op te starten en op zoek te gaan naar foto`s die ik daar eventueel zou hebben gemaakt.

Intussen was op de tv de plechtige bijeenkomt afgelopen en zag ik de mensen de kerk uitlopen. De omgeving van de kerk, het grasveld, het kerkje zelf en vooral het straatje met z`n huizen en winkeltjes werden zichtbaar. Ineens ging er in mijn hoofd een luikje open. Ja, dat was het. Ik herkende het weer, daar hadden we ook gelopen en daar doken we vanwege de regen een restaurantje binnen. O, ja en daar was het gebouwtje waar we ook vanwege de nattigheid een tentoonstelling hadden bezocht en ja langs dat grasveldje liepen we terug naar de bus. Hèhè, ik was er in gedachte weer helemaal terug. Geweldig!

Toch bleef er voor mij na deze zoveelste streek van mijn geheugen wel iets te denken over. Zou het de leeftijd zijn? Toch niets ernstigers? Nee, niet aan denken, Blijf positief! Want met een beetje hulp van foto`s, tv en computer aangevuld met zo af en toe een handige truc komen we nog een heel eind. Zolang die luikjes in mijn hoofd maar blijven werken.




 

Geschreven: 31 mei 2016
Dagtekening: zomer 2003 en 31 mei 2016