maandag 30 januari 2017
Tom Tom
Westfriese Flora
Al
dromende achter de computer zie ik ineens de datum staan. 18 februari
en dan ineens, hé verhip, dat is Westfriese Floratijd. Toen we nog
in Bovenkarspel woonden ging in die periode ons hart een beetje
sneller slaan, want ja, in die twee weken, eind februari, gebeurde
het in Bovenkarspel. De kranten stonden er vol van en in de
glorietijd kon je zelfs van dag tot dag de bezoekersaantallen via de
krant bijhouden.Toen we [intussen getrouwd] in Bovenkarspel gingen wonen werd dat wel anders. Onze eerste kennismaking ermee kwam meteen al heel dichtbij. Heel Bovenkarspel werd gebruikt als parkeerplaats en indrukwekkende agenten vingen de bezoekers aan de grens van het dorp op en lieten ze op hun aanwijzingen systhematisch straat voor straat het hele dorp vol parkeren. Ze begonnen bij de ijsbaan en kwamen steeds dichter bij onze straten totdat die ook vol stonden met geparkeerde auto`s. Dat was lol aan het eind van de dag want je kwam dan altijd wel een paar zoekende mensen tegen die echt niet meer wisten waar ze hun blik hadden neergezet. Verder reden er dan een heleboel bussen die de mensen vanaf professorische haltes gratis naar de Westfriese Flora brachten en terug. Voor de plaatselijke jeugd was die bus ook niet slecht en menigeen reed dus wel eens een rondje mee. Soms was dat wel nuttig ook, want de chauffeurs van die bussen kwamen over vandaan en hadden er soms geen benul van waar ze heen moesten. Ook ik ging wel enkele keren in die week, eerst per fiets en later per auto even mensjes en bussen kijken want het was er altijd druk en gezellig. Langs de Houtzaagmolensingel stonden vooral op maandag en dinsdag veel touringcars. Dat waren de dagen dat de vrouwenverenigingen hun jaarlijkse uitje hadden en in florajargon werden dat de "groependagen" genoemd. Soms was de Houtzaagmolensingel te klein en moest er uitgeweken worden naar de La Reinelaan. Maar niet alleen per auto en bus, ook per trein kwamen wagonladingen vol bezoekers naar Bovenkarspel. De treinen waren in de ochenden extra lang en in vele gevallen reisden die mensen per trein-toegang biljet, want dat scheelde weer wachten bij de kassa. Bovenkarspel-Flora was een station, dat speciaal was aangelegd voor de Westfriese Flora en was in die eerste jaren ook alleen tijdens de flora open. Na de bouw van de grote nieuwbouwwijken heeft men dit station als officiëel station in gebruik genomen en tot op de dag van vandaag is dat zo. Vanaf het station was het een klein stukje lopen via de Broekerhavenweg, die speciaal voor die tijd was voorzien van minstens één oliebollenkraam. Op de drieprong Broekerhavenweg-Hoofdstraat en de ingang van het floraterrein stonden altijd een paar agenten [in de eerste jaren zelfs per paard] die het oversteken regelden voor die ongewone toestroom voetgangers.

Onze linker buurman hebben we zelfs nog wel eens bij hem thuis opgezocht. Die buurman, een drentse pottenbakker van het Ovenhuis uit Ruinerwold was heel aardig maar sprak een onverstaanbaar dialect, wat de conversatie niet echt vereenvoudigde. Ach dan maar gokken wat hij zei, dat ben ik door mijn oren eigenlijk wel vaker gewend en meestal ging dat wel goed. Aan de andere kant stond de EHBO post met daarnaast de toiletten. Veel hadden die EHBO`ers gelukkig niet te doen, maar het tegendeel was het geval bij die toiletten. Wat een ongelofelijke drukte; lange rijen dames die allemaal hoge nood hadden. In regel stonden we met z`n tweeën op de stand en ik heb verschillende malen verkocht met Anneke Melis, mijn overbuurvrouw van de Hertog Albrechtstraat, maar ik kan me ook goed herinneren dat dochter Ingrid ons kwam helpen. Vaak was het ijskoud en ik hoor nog steeds het geluid van die heteluchtblazers die overal in de hal stonden te zoemen. Het tweede jaar hadden we er een geluid bij, want toen stonden we vlak bij de koeienstal en was het de hele dag een geloei van jewelste. Toch waren we blij dat we het hoorden want het jaar daarvoor mochten de dieren niet komen vanwege mond- en klauwzeer. Een paar keer hebben zulke "dierloze" flora`s meegemaakt, maar dan hadden we echt het gevoel dat we iets misten.
Hoe de combinatie Flora-huishoudbeurs ooit ontstaan is weet ik niet, maar het lijkt me eigenlijk, nu ik er nog eens goed over nadenk wel een logische combinatie. De bollen voor de mannen en ja helaas, maar zo was het vroeger, het huishouden voor de vrouwen. Voor iedereen wat. Veel standhouders komen elkaar natuurlijk op allerlei beurzen tegen, dus ze kenden elkaar bijna allemaal en de onderwerpen op zo`n beurs zijn erg voorspelbaar. Pannen, stofzuigers, brillencleaners, exotische kleding, sieraden etc, etc, en daarbij natuurlijk vele hapjes en drankjes tot oranje chocolade toe. Of het echt door die chocolade kwam hebben we nooit kunnen achterhalen, maar Anneke Melis kon zich jaren later die oranje “lekkernij” nog goed herinneren, zo beroerd is zij er van geweest.
Een
jaar later hebben we het als O.S.N. nog een keer geprobeerd om op de
flora als “gewone”standhouder papier te gaan verkopen. Ook toen
was het gezellig en druk, maar het kon niet tippen aan het jaar
daarvoor. Dat was voor mij het laatste jaar dat ik zo nauw bij de
Flora betrokken was. De volgende jaren gingen ik alleen of met
meerderen van ons gezin trouw nog op de Flora kijken. Meer als reunie
van de vele kennissen die we daar gemaakt hebben en natuurlijk ook
voor de bloementuin.

Geschreven: Opperdoes, 18 februari 2008
Woensdagmiddag
Last Night of the Proms
Oh wat heb ik gisterenavond weer genoten. "The Last Night of the Proms" blijft voor mij een kippevel [of mieretietjes zoals Ingrid ze meestal noemt] opwekkend evenement. Ook gisterenavond dus weer. Waarom ik dat zo mooi vind, dat is moeilijk uit te leggen. Ik hou eigenlijk helemaal niet van klassieke muziek en daarom probeer ik het wel zo uit te kienen dat ik van het programma het laatste half uur meepak. Maar dat mag er dan wezen. Het staat bol van de engelse traditie en dat zal het waarschijnlijk zijn, waarom ik dat programma zo graag zie. Met klassieke muziek heeft het weinig meer van doen. Het zijn eigenlijk maar enkele puur traditionele nummers, die het maken. Maar dan de sfeer, die aparte Britse sfeer, zoiets vind je nergens anders in de wereld.
Hoe ik het programma het leren kennen en wanneer ik ben gaan kijken weet ik niet precies. Het zal waarschijnlijk in de jaren `80 geweest zijn, toen de TROS het programma enkele jaren achtereen als samenvatting op zaterdagavond uitzond. Dat was helaas van korte duur, maar intussen hadden wij kabel en konden we het rechtstreeks en onverkort via de BBC zelf volgen. Sindsdien, niet meer afhankelijk van de nederlandse tv, hebben we het zelden overgeslagen.
Het hele gebeuren beschrijven is onmogelijk. Ten eerste omdat een sfeer bijna niet te beschrijven valt en ten tweede hoeft dat niet. “Kijk zelf”, zou ik zeggen, het is meestal begin september dat het laatste promenade concert plaatsvindt. "The Last Night of the Proms" is een afsluiting van een serie zomerconcerten die door de BBC worden georganiseerd en die onnoemelijk veel publiek trekt. Sinds een jaar of vijf is er een tweede serie zomerconcerten die heet "Proms in the Park". Die worden ook daadwerkelijk in de parken gehouden van verschillende lokaties in o.a. Ulster, Schotland, Wales, Engeland zelf, waaronder het Hyde park in Londen. Voor dit laatste concert worden deze lokaties met elkaar verbonden en zij musiceren met elkaar in dit laatste afsluitingsconcert. Wat enorme indruk op mij maakte gisterenavond was de gigantische mensenmassa in het Hyde park. Dat zou een popfestival niet misstaan.
Maar nu het concert in The Royal Albert Hall. Stel je voor; een concertzaal. Vlak voor het podium is een leegte gecreërd voor staanplaatsen, waardoor je je waant in een voetbalstadion. Op die plek staat een groep toeschouwers die je zou kunnen beschrijven als een zoodje ongeregeld met toeters, ratels, vlaggen, de meest idiote kleding en pruiken. Het podium van de dirigent is tijdens de pauze ook kleurig versierd met een heleboel slingers en confetti. Verder in de zaal en op de balkons is iedereen nog een echte concertganger, de dames in galajurken en de heren in het nette pak. Eerst, na de pauze, nog een klassiek nummer van 10 minuten doorworstelen maar dan gaat het los. Het begint met Rule Brittania, dit keer gezongen door Sarah Connolly die uitgedost als een 17 eeuwse Engelse soldaat meteen de show steelt. Als zij aan het eind van haar lied een grote sabel uit de schede trekt, wat uiteindelijk een vlaggestok met de Britse vlag blijkt te zijn, kan het helemaal niet meer stuk. Als je eens goed naar de tekst van dit lied luistert, en de BBC is zo aardig hiervan de tekst in ondertiteling mee te geven, is het maar een provocerend lied. Rule, Britannia!, Britannia, rule the waves; Britons never shall be slaves. Jahoor, zo nationalistisch als wat, dat konden de Duitsers na WOII echt niet permiteren, maar de hele zaal zingt mee. Volgens mij de buitenlanders ook. Idioot eigenlijk. Maar goed, de muziek is geweldig en omdat je dat al jaren hoort, is het zeer vertrouwd. Meezingen doe ik niet. Ten eerste kan ik niet zingen en tweede gaat mij dat, gezien de tekst een beetje tever.
De tweede topper maakt me nog zwakker. Jerusalem. Niet zo nationalistisch en veel mooier, terwijl bij het derde nummer Land of Hope and Glory, het Britse nationaliteitsgevoel weer behoorlijk de kop op steekt. Wat ik gisteren maar heel weinig gezien heb, is een bepaalde golfbeweging die men maakt door even door de knieën te gaan en weer omhoog. Dat werd meestal gedaan bij het zingen van de overbekende zeemansliedjes, die dit keer helaas niet op het programma stonden. Dan komt het tweede onderdeel van dit feestelijke slot; de toespraak van de dirigent met de bedankjes aan vele medewerkers en niet te vergeten de drie maal "Hip Hip Hurray" voor Sir Henry Wood, de grondlegger van de concerten, wiens borstbeeld traditioneel is getooid met een lauwerkrans. De dirigent van gisteren, de Amerikaanse David Robertson, sloot zijn toespraak op een wel heel originele manier af. Tijdens de Hip Hip Hurray voor Sir Henry Wood, was iedereen gaan staan en de dirigent speelde daar heel handig op in door te zeggen: O, als jullie nou toch staan....", stak zijn stokje omhoog en het orkest zette vol het "God save the Queen" in. Iedereen zong mee, van upper ten tot zoodje ongeregeld. Iedereen was ineens gelijk. Geweldig mooi!
Enne als je nou denkt dat dat het is.... Nee, zelfs na de aftiteling van het programma, heel vreemd en onaangekondigd begint dan iedereen, kruiselings hand in hand Auld Lang Syne te zingen. Zonder orkest en het zonder dat het vantevoren is gepland lijkt het. De handen deinen op en neer en stiekumpjes in een hoekje van het beeld kregen we toen een shotje van de dirigent. Heimelijk meezingend. Geweldige tv, mooi, mooi, mooi en ik heb moeite om het droog te houden.
Weeralarm
Scheuren
Van versiering en Keep Them Rolling
Dat waren nog eens winters!
Ja
uiteraard gaat dit stukje over de roemruchte winter van 1963. Met
alle respect voor de daaropvolgende winters, is dit degene die in
mijn geheugen gegrift staat als de strengste winter die ik ooit heb
meegemaakt. Gelukkig hebben we toen veel foto`s en dia`s gemaakt, zodat ik bij het zien van die plaatjes me nog een heleboel voor de geest kan halen. Van de kou herinner ik me niet zoveel meer. Even rekenen levert mij het feit op dat ik toen 18 jaar was. We woonden nog in Amsterdam en ik zat in het examenjaar van de MMS. Dat hield dus in dat ik nog iedere dag op de fiets richting Prinses Irenestraat ging, weer of geen weer, want alternatief vervoer was er niet. Van ijsvrij kan ik me niets meer herinneren, maar we zullen het ongetwijfeld hebben gehad.Een tweede geweldige ervaring was ons bezoek aan het IJsselmeer. T otaal dichtgevroren was het toen en voor de auto`s werden er complete ralleytochten op georganiseerd. De meest herinneringswaardige hiervan is die van Enhuizen-Staveren vv, een tocht die nooit meer heeft kunnen plaatsvinden. Die winter is ook de enige winter geweest dat ik ijszeilen heb gezien. Het werd gedaan met een zeilboot waaronder als het ware een soort slee gemonteerd was. Het was eigenlijk best gevaarlijk, want het ging loeihard en ze voeren of gleden dwars tussen de mensen door die op het ijs liepen.

zondag 11 december 2016
Kerstsentiment

De rol van dit doosje kaarsjes en de
kandelaartjes is echter nu ook al jaren uitgespeeld en ze worden net
als de onbreekbare ballen steeds weer uit- en heringepakt. Toch, denk
ik dat ik de kaarsjes uiteraard staande in de kleine kandelaartjes
dit jaar maar eens ga opbranden. Niet tijdens het kerstdiner, maar
zo, helemaal modern, tijdens de avonduren, in gezelschap van mijn
herinneringen aan de sfeervolle kersttijd van de jaren vijftig. En
de kandelaartjes? Die gaan in de doos, want wat ik al zei, "Zoiets
gooi je niet weg"woensdag 10 augustus 2016
Oeps
Pfffff………….daar moest ik vandaag toen ik er weer was, wel even aan denken.
maandag 8 augustus 2016
Twee minuten
Vandaag kwam het jaarlijks mailtje weer. De PWN, een uitleg van deze afkorting kan ik helaas op de site zo gauw niet vinden, maar ik neem aan het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland, of Puur Water & Natuur", wat ik wel vermeld zag, stuurt ons weer een mailtje of we even binnen 14 dagen de meterstand willen doorgeven. En om de handeling simpel te laten lijken, staat erbij vermeld dat het maar 2 minuten duurt. O, ja?, hoe weten ze dat bij dat bedrijf?
In één ding hebben ze gelijk. Als we eenmaal de standen van de meters weten is het invullen op "Mijn PWN" een eitje, maar het aflezen van die meters, daar hebben ze bij dat bedrijf schijnbaar geen weet van. Onze meter zit ongeveer 100 meter van ons huis vandaan, vlak bij de overweg van de museumstoomtram Hoorn-Medemblik. De put ervan is afgedekt met twee loodzware betonnen afdekplaten. Het lukt ons de laatste jaren helaas niet meer om die platen zelf op te tillen, dus moeten we er altijd een zware jongen bijhalen, die dat wel kan. Tel uit je winst, dus eerst het weerbericht nakijken of het een beetje droog blijft, dan iemand bellen die ons kan helpen. En dat natuurlijk allemaal, midden in de vakantietijd, binnen 14 dagen.
Toch hebben we eigenlijk nog geluk. De afdekking is de een paar jaar terug opgehoogd, waardoor alles nu boven het omliggende grasveld uitsteekt. Het ziet er netjes uit al lijkt het meer op een septic tank dan een plek voor de watermeter. Hoe anders was het. In het verleden vonden buren, de gemeente en stratenmakers het een prachtige plek om hun overbodig geworden puin en ander ongemak op in dat gat te dumpen, want toen lag die plaat een behoorlijk stuk onder de oppervlakte, waardoor we ook nog moesten graven om die metersstanden op te diepen. Jaja, 2 minuten, ik hoor het ze nog zeggen!





























