Vanaf 2005 schrijf ik korte stukjes in dit digitale dagboek. Dat kunnen er drie per week zijn, maar soms ook, schrijf ik maanden niet. Waarover ik schrijf, dat kan vanalles zijn. Heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Op de foto hierboven sta ik, in de zomer van 1987 in de tuin van één van de grote herenhuizen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar stond een grote "spiegelbol", waarmee ik mezelf op de gevoelige plaat zette. Een selfie dus van ruim 35 jaar oud en ook van ver voordat dat het woord "selfie" werd uitgevonden. Erg scherp is de foto helaas niet, maar ja, wat kan verwachten van zo`n oude foto, die al heel wat heeft meegemaakt vanaf een opname op een 35 mm fotorolletje tot een computerbestandje in het digitale tijdperk. Toch vind ik hem nog steeds de moeite waard om hem eens in het zonnetje te zetten.

zaterdag 17 augustus 2024

Belfast, de stad en de film

Ik kijk niet zo vaak films, om het simpele feit, dat, ik me niet langer dan anderhalf of langer achter elkaar kan concentreren. Natuurlijk zou ik in delen kunnen kijken, maar dat lijkt me eerlijk gezegd, helemaal niets. "Hoe dat komt?". Vraag het me niet, want ik heb geen flauw idee. Gisterenavond lukte het echter wonderwel. Afgaande op de titel, had ik deze film een paar avonden terug al opgenomen en ik was er die avond dus eens goed voor gaan zitten. Toen ik hem gezien had, zat ik diep onder de indruk en nasnotterend op de bank, maar al tijdens de film, was ik in gedachte helemaal terug in Belfast. We liepen met z`n viertjes [Karel, Suzanne, Arie en mijn persoontje] op Donegall Place en later in de “Royal Ave”, een drukke winkelstraat in Belfast. 


Het begon al donker te worden en de verlichte etalages en straatverlichting weerspiegelden in het natte wegdek, waardoor het meer leek op een winkelstraat tijdens de kerstinkopen in december, dan op een druilerige zaterdagmiddag, half maart 1999, de tijd dat wij er waren. Er heerste een ontspannen sfeer. De onderhandelingen over vrede waren al een tijdje aan de gang en er was nauwelijks iets te merken van ”The Troubles”, zoals de Engelsen het zo fijntjes uitdrukken, die helaas al jaren aan de gang waren. Het enige wat we zagen, dat deed denken aan die verschrikkelijke gevechten, was één militair pantservoertuig, dat, ondanks, dat het ding me bijna van de sokken reed, een voertuig was, wat er op een drukke zaterdagmiddag in een winkelstraat, niet zou moeten zijn. Aan de andere kant, deed dat me natuurlijk wel weer realiseren, dat die rust niet zo vanzelfsprekend was.

Maar dan die film, die me teruggezogen heeft in die tijd. Hij heette, zoals ik al schreef, "Belfast" [uit 2021] en begint [ in kleur] met opnames vanuit een drone, die boven de grote “Titanic-scheepswerf” van Harland and Wolff hangt, waarbij die karakteristieke gele ijzeren stellages met de vermelding H & W erop, onder je door glijden. . Daarna wordt de film zwart-wit en zoomt in op een een straatje in een volkswijk in 1969, waarin Buddy als 9-jarig jongetje met zijn ouders, broer en zus, in een klein huisje woont. Het is 1969 en de onenigheid tussen de protestanten en katholieken begint serieuzere vormen aan te nemen. Buddy`s ouders zijn protestant, maar willen van de onenigheid liever niets te maken hebben. Zijn vader werkt ergens in de buurt van Londen en komt alleen in de weekenden thuis.

Schrijver van het verhaal en regisseur van de film is Kenneth Branagh, die ik eerder al zag in de fantastische rol van Wallander, en hij heeft in deze film, via de 11-jarige Buddy, zijn eigen jeugdherinneringen verwerkt. Een blik in de IMDB levert me nog een verrassing op. Ik zie dat zijn moeder wordt gespeeld door Caitriona Balfe, een naam, waarbij me ineens een lichtje ging branden. Ja, natuurlijk, Claire Beauchamp van de serie Outlander, waarvan ik vijf seizoen had gezien. Al kijkende zag ik nog een bekend gezicht en ik vroeg ik me ineens af, wie toch "Ma" was. Aarzelend dacht ik "Het lijkt Judy Dench wel" en dan meteen: “ Maar zo`n topactrice in een zo`n [toen nog voor mij] onbekende film, dat kan ik me nauwelijks voorstellen?”. Toch was ze het. Zo knap om toch nog te spelen, omdat ik weet hoe hard haar gezichtsvermogen achteruit is gegaan, op haar hoge leeftijd. 

Maar de absolute topper voor mij is Jude Hill, die op 11 jarige leeftijd Buddy speelt. Die kende ik uiteraard nog niet, want daar was hij nog veel te jong voor, maar ik zal hem nu niet snel meer vergeten. Wat een acteur, die jongen, daar zullen we vast nog meer van gaan zien en horen. Maar goed, natuurlijk ook alle eer aan alle anderen, die er met z`n allen zo`n schitterende film van hebben gemaakt. Het laatste wat ik nog wil vermelden, is het gebruik van de sfeervolle overgangen van kleur- [heden] naar zwart-wit opnames [1969], die de film nog een extra tijdsbepalende dimensie geven. Wat ik al schreef, ik was helemaal onder de indruk, zowel door de film, als door het "even terug”, naar een stad, waarvan ik het nog steeds heel bijzonder vind, dat ik er eens ben geweest. Dat wilde ik even kwijt, want het werd een Iers avondje, dat ik niet snel zal vergeten.
=======================================================================================================

Ps.1 blijkbaar was mijn enthousiasme over de film zo gek nog niet, want velen zijn het er duidelijk mee eens. Na wat googelen ontdek ik dat deze film, vele malen in de prijzen is gevallen, waaronder een een Oscar voor het beste originele scenario en een Golden Globe voor beste Script.

Ps2. Mijn foto van Belfast is niet best, maar ik koester hem. Van de schamele drie, die ik heb, is dit de enige, die wat van de stad laat zien en ik heb geen idee, waarom ik er maar zo weinig heb gemaakt. 1999 was natuurlijk nog predigitaal, dus ik denk dat daar de oorzaak ligt.

Ps3. De "filmfoto" heb ik even "geleend" van de IMDB. Er waren zoveel dezelfde, dus ik dacht, dat moet kunnen. Bedankt hiervoor!


Geschreven: 17 augustus 2023
Dagtekening: 19 maart 1999 en 16 augustus 2024

donderdag 25 juli 2024

Centraal Station Amsterdam

 


Ken je dat?

Om rond het middaguur, eerst even te zoeken tussen de opgenomen programma`s van de afgelopen tijd en dan met een bord op je knieen en je voeten op de salontafel, een broodje te eten. Dat is genieten. Sport vermijdend, ben ik best blij met al die herhalingen en de opname-app maakt overuren. Momenteel is het programma Handhavers/Overtreders in mijn vizier en ook krijg ik nu eindelijk de kans om de tv serie Flikken Maastricht eens helemaal in zijn geheel te bingen. Maar goed, daar wilde ik het nu niet over hebben.

Terug naar Handhavers/Overtreders. Dat roept bij mij een heleboel herinneringen op. Ik zie veel plekken van Nederland, die voor mij bekend zijn, maar het leukste vind ik Frans en Anil, die trachten de boel op het Centraal Station te Amsterdam, veilig en schoon te houden.

In mijn herinnering zie ik nog steeds een Centraal Station, in de deplorabele en vaak vieze staat van "voor de verbouwing", met zijn donkere gangen, eindeloze trappen en slechts voor een paar perrons, de luxe van een roltrap. Die laatste, was er zeker niet bij spoor 15, de homebasis voor de trein naar Enkhuizen. Daar was het afzien. Geen enkel confort, een bankje of roltrap kon er niet af, maar we moesten het daar doen met kale trap en te hoge en altijd smerige ramen, waar ik op mijn tenen staand, tussen de vuiligheid, misschien iets kon zien, wat totaal onbelangrijk was. Een handhaver of beveiliger heb ik nooit gezien, dus zeker `s avonds voelde ik me, zeker als ik alleen was, op spoor 15, niet echt op mijn gemak.

Neem dan nu. De enige keer dat ik het nieuwe station zag was in 2018. Ik wist toen al niet wat ik zag. Zo mooi was het allemaal geworden, maar nu zag ik op tv, dus ook een totaal ander facet van de vernieuwing van de afgelopen jaren, tw. BOA`s en Handhavers die het station schoon en veilig houden en grote borden, waarop staat, wat allemaal wel, maar vooral wat allemaal niet mag. Of iedereen er zich aan houdt is natuurlijk een tweede, maar er wordt wel op ze gelet en er wordt ingegrepen als het nodig is. Ongelofelijk, want denkende aan mijn eigen ervaring, herinner ik me één van mijn grootste irritaties uit die tijd. Niet de vertragingen, want daar was altijd wel een mouw aan te passen met koffie of een boek, maar het eeuwige roken van de medereizigers. Niet in de trein zelf, want dat ging met zijn "niet-roken" coupé`s meestal wel goed, maar op de perrons, dat was een heel ander verhaal. Als ik daar rustig op de trein stond te wachten dan ging er altijd wel iemand naast me staan roken. Dan kon ik niets anders doen, dan weggaan en ergens anders gaan staan, waar hopelijk geen roker in de buurt was. Of als ik net op een bankje was gaan zitten, dan kwam er iemand naast mij zitten, die even rustig een sigaret op stak. Dan was ik degene, die vertrekken kon, want aanspreken op hun gedrag was geen optie. Ze deden niets verkeerds en dat ik nou toevallig roken goor, vies en ongezond vond, daar hadden zij geen boodschap aan.

Dat zou dus nu op Centraal Station nieuwe stijl, verleden tijd moeten zijn. Het klinkt voor mij allemaal nog te mooi om waar te zijn, en het zal heus allemaal niet zo gladjes gaan, als het was gepland, maar toch..... De Frans en Anil`s van Amsterdam doen hun stinkende best, waardoor een voor mij totaal ondenkbare situatie van een rook-, drank- en slapersvrij Centraal Station in Amsterdam, zowaar nog werkelijkheid lijkt te gaan worden. Een droom? De tijd zal het leren...........





Geschreven: 25 juli 2024
Dagtekening: 1990 tot nu

vrijdag 31 mei 2024

The Beatles in Amsterdam

Opperdoes, 2 januari 2006 


Wat ik in mijn stukje over de winter van 1963 al schreef was wonen in Amsterdam best wel leuk. Er gebeurde altijd vanalles en we gingen als het eventjes kon wel even een kijkje nemen. In het begin samen met mijn ouders, maar later, toen ik wat ouder werd kwam de hele stad per fiets binnen mijn bereik te liggen en daar heb ik nogal eens van geprofiteerd. De absolute topper was het bezoek van de Beatles aan Amsterdam, waarvoor ik de enige keer in mijn leven heb gespijbeld. Even moesten ze het bij Schoevers maar zonder mij doen en dat ik dat toch echt van te voren gepland had blijkt wel, omdat ik mijn fototoestel bij me had.





Op 5 juni 1964 stond ik dan ook tussen een rijen gillende meiden op een brug over de gracht in Amsterdam. De Beatles stonden in een rondvaartboot en er bevonden zich zoveel veiligheidsmensen om hen heen, dat het moeilijk was om te zien wie wie was. Jammergenoeg was Ringo Starr er niet bij want die lag met een keelontsteking in het ziekenhuis, maar drummer Jimmy Nicol verving hem, en dat mocht de pret beslist niet drukken.


Sommige tieners sprongen in de gracht, maar die werden er subiet door de politieagenten uitgevist zonder dat ze maar een schijn van kans hadden om bij de rondvaartboot in de buurt te komen. Daarna ben ik naar de Munt gefietst zodat ik ze ook nog heb zien verschijnen op het balkon van het Hotel L`Europe. Het was daar al net zo`n heksenketel als tijdens de rondvaart door de grachten, maar het was een onvergetelijke gebeurtenis die ik voor geen goud had willen missen. De sfeer van zoiets valt niet te beschrijven en het feit dat ik me dat nog allemaal zo goed kan herinneren, zegt wel iets over de indruk die de gebeurtenis heeft achtergelaten.

Zelden heeft het bezoek van een popgroep zo`n impact gehad. Ook het optreden van hen in de veilinghal van Blokker is legendarisch. Zo bijzonder is het allemaal geweest dat er op de dag af 35 jaar op zondag 6 juni 1999 een monument is onthuld in Blokker vlak bij de plaats waar dat optreden had plaats gevonden. Daar rij ik nog wel eens langs en dan moet ik nog steeds met een glimlach denken aan die geweldige dag in Amsterdam, die ik nooit vergeten zal.

[Deze foto is gemaakt op 18 september 2003] 


Grootebroek, 31 mei 2024

Tot zover mijn stukje uit 2006. Ik heb nooit kunnen denken, dat ik op dit stukje nog eens een vervolg zou schrijven, maar toen ik gisterenavond op tv het programma "Het wonder van Blokker" had gezien, wist ik meteen dat ik nog iets moest toevoegen aan mijn verhaal.

Natuurlijk wist ik dat Ringo Starr er niet bij was tijdens dat concert, want dat had ik in Amsterdam, tijdens die grachtentocht, al gezien. Ik kan me daarom, het dillemma van de mensen daar in Blokker goed voorstellen, want wie zet je dan op het monument ter ere van dat roemruchte concert in de veilinghal? Ringo Star was er dan wel niet bij die dag, maar hij was wel één van de "grote" vier of de invaller Jimmie Nicol, die de sterren van de hemel drumde. Vanaf het moment dat het beeld werd geplaatst in 1999, stond Ringo Starr op het monument, maar in 2013 besloot met dat het toch anders moest.


 Vol verbazing hoorde ik, zittende voor de tv, gisterenavond, dat hele gebeuren aan. Ik kom met de auto regelmatig langs het monument, maar dat was me echt niet opgevallen. Dat kan ook eigenlijk niet, want op die malle kleine rotonde heb ik al mijn aandacht nodig, dus is op dat moment, een snelle blik op het beeld en een "flits-herinnering" aan de grachtentocht in Amsterdam, datgene, waar ik het mee moet doen. Vanmorgen ben ik maar even gestopt en heb wat nieuwe fotos genomen. En kijk........zo ziet het er nu uit.




Geschreven: Opperdoes, 2 januari 2006
en herschreven op 31 mei 2024
Dagtekening: 5 juni 1960

maandag 27 mei 2024

File




Ik ben van nature niet nieuwsgierig, maar wil wel graag alles gezien hebben. Vandaar dat ik al een tijdje liep te denken om een keertje de A7 af te zakken om het hele gedoe bij Purmerend, dat sinds vorige week, door de extra versmalling, nog een graadje erger geworden was, zelf te ervaren. Vanmiddag om een uurtje of één, zag ik mijn kans schoon. Teletekst meldde dat er 3 km file stond vanuit de richting Avenhorn, met een extra tijd van ongeveer van 5 minuten. Nou die gok wilde ik wel nemen. Onder het mom van een boodschapje bij AH in het winkelcentrum aan de Burgemeester D. Kooimanweg ging ik op weg. Vlak na Avenhorn belandde ik al in de file. Oeps, Teletekst, dat hadden we niet afgesproken!. En jahoor, je raadt het al. Na een klein half uurtje, zag ik de afslag Purmerend-Noord in de verte pas opdoemen en die was verleidelijk leeg. Laf en helemaal niet tevreden, want ik was de werkzaamheden nog niet gepasseerd, ben ik de A7 afgegaan, want ik en linkervoet waren dat optrekken en stilstaan helemaal zat. Dat was dus 1-0 voor Rijkswaterstaat!


Geschreven: 27 mei 2024
Dagtekening: 27 mei 2024

zondag 19 mei 2024

Seinklokken en klokseinen

Wat is en kloksein:

Wikipedia:

.....Een kloksein is het belgeluid dat door een seinklok wordt gegenereerd bij een naderende trein. De overwegwachter werd vroeger voor een naderende trein gewaarschuwd door een belsignaal van een seinklok (overwegklok). Hij wist dan dat hij de bomen of rolhekken moest sluiten.De seinklokken waren voorzien van een mechanisch slagwerk, dat elektrisch op afstand in werking werd gesteld. Een paar keer per dag moest de wachter het mechanisme weer opwinden...........

Maar ik als leek en passagier zou het anders willen omschrijven. Voor mij lijkt een seinklok meer op een 2 meter hoge [meestal] witte ijzeren paddestoel met een kloksein dat klinkt alsof er met een zware ijzeren hamer tegen een kerkklok wordt geslagen.

=====

Toen ik een paar dagen geleden boodschappen ging doen bij Appie in Nibbixwoud kwam ik langs station Wognum van de Museum Stoomtram Hoorn-Medemblik. Ineens viel mijn oog op de seinklok, die daar op het perron wel erg schoon, groot en wit stond te wezen. Daarna dacht ik ineens, dat het er zonder Roland Paul waarschijnlijk heel wat kaler zou hebben uitgezien daar op het perron. "Hoezo?", zullen de nieuwelingen onder de tramvrijliggers van de bovengnoemde lijn en overige geinterresseerden zich ongetwijfeld afvragen. Wel dat is een heel verhaal, dus ga er maar even voor zitten.

In de voor ons gouden tijden als vrijwilligers bij bij de stoomtram, hadden Karel en ik twee medewerkers leren kennen, die meer werden, dan alleen maar "collega-vrijwilliger". Die twee waren de heren Arie van der Spek uit Den Helder en Tom Kamstra uit Landsmeer. Aangevuld met de Lena, de vrouw van Tom en ons tweetjes, werd het een groepje van vijf, die in die jaren intensief met elkaar zijn omgegaan. Vanalles deden we samen.

Tom had een Zwitserse vriend, Roland Paul, die in Bazel woonde en volkomen in het rijtje paste. Hij was net zo gek op treinen als Tom, Arie en Karel en daarbij woonde hij nog eens in Zwitserland, wat natuurlijk een eldorado was [en is] voor treinenliefhebbers. Tom en Lena hadden Roland en zijn vrouw Ruth leren kennen in één van de veelvuldige vakanties met de kinderen in Zwitserland en daar ook hadden ze hun gezamelijke passie ontdekt. Toen Roland een keer in Hoorn was, zag hij bij het station een seinklok staan. Blijkbaar dacht hij er verder over door, want ineens zei hij, dat het wel goed in het historische plaatje zou passen als er in Wognum, Twisk, Opperdoes en Medemblik ook een seinklok zou staan. Ook vertelde hij, dat er in Zwitserland, net als in Nederland, nogal wat van die dingen waren weggehaald, en hij er waarschijnlijk wel een paar op de kop kon tikken. [Waarbij ik echter wel even wil opmerken, dat Roland, hoewel hij door die jarenlange vriendschap met Tom en Lena een behoorlijk mondje Nederlands sprak, hij dit ongetwijfeld in iets andere bewoording heeft gezegd].

Toen Tom bericht kreeg dat hij er eentje had staan, was de volgende vraag natuurlijk, "Hoe komt die seinklok in Hoorn?". Even laten opsturen was ondenkbaar, want het ding mocht dan wel gedeeltelijk uit elkaar liggen, het waren, oneerbiedig gezegd, een paar grote onhandelbare en loodzware stukken ijzer. Dus zat er niets anders op dan de seinklok zelf maar te gaan halen. En aangezien een ritje Zwitserland beslist geen straf was, zelfs al was het een saaie lange rit over de autobahn, moesten we er maar even van profiteren. Arie had een 8-persoonsbusje gehuurd in Den Helder en ondanks het feit, dat ook die seinklok terug in de bus moest, hebben we onze groep voor die gelegenheid maar uitgebreid, want met lege stoelen maak je ook geen lol. Dat was een mazzeltje voor onze dochter Suzanne, die ook wel zin had in een weekendretourtje Bazel.

Op 29 september 2000 zakten we de autobahn af. Op instructies van Roland, gingen we er vlak voor de grens af, om zo een duur autobahn-vignet te ontlopen. In Riehen passeerden we de grens en reden vlak daarna de stad binnen. Het was een superweekend, waarin we veel hebben gelachen, leerden wat kaasfondue is en niet uitgekeken raakten op de enorme verzameling Erzgebirge houtsnijkunst poppetjes van Roland, die hij ook op de grote kerstmarkt van Basel verkocht.



Hij woont in de oude stad vlakbij het imposante SBB station van Bazel. Natuurlijk gingen we daar even kijken, want een zo mooi station, wat ook nog eens in twee landen ligt, dat zie je niet elke dag. Net om de hoek bij zijn huis stond zijn drogisterij en op het kleine binnenplaatsje daarvan lag de seinklok al op ons te wachten. Er werd veel gezwoegd en gesjouwd en na wat passen en meten zat alles in de bus. In het midden tussen de stoelen lag, in de lengte, het grootste en langste deel en hoe het er verder in heeft gelegen weet ik echt niet meer. Wel herinner ik me nog dat bepaalde personen er wat moeite mee hadden hun ledematen ergens passend te parkeren.

                                                                



Heel zwaar beladen gingen we terug. Net onderweg kwam het spannenste gedeelte van de reis. Hoewel Roland het er even over had gehad, was het ons niet helemaal duidelijk of we met dat kloksein zomaar de grens over mochten. Roland had het woord "officiele papieren" zo`n beetje weggewuifd, maar zei dat het "waarschijnlijk" geen problemen zou opleveren. Daar moesten we het mee doen. We1 zaten elkaar op dat korte stukje voor de grens driftig moed in te spreken en de goede raadgevingen voor de chauffeur [Tom dacht ik] waren niet van de lucht. "Gewoon doen" was de algehele opinie, dus geen zenuwachtig gegiechel en zeker geen idiote opmerkingen laten horen. We hielden het ding zoveel mogelijk uit zicht. Hij lag uit voorzorg al onder ons en de bagage en we hoopte er verder het beste van. Ik denk dat tijdens die grenscontrole bij iedereen het hart wel even sneller heeft geklopt, maar gelukkig ging alles goed en zonder tegenslag kwamen we in Opperdoes aan. Maar niet zonder even in Hoorn onze aanwinst te hebben laten zien.


Roland heeft daar in Zwitserland keihard voor ons gewerkt, want we zijn nog twee keer teruggegaan [op 10 juni 2005 en 11 mei 2007], zodat er, met Nederlandse aanvulling, anno 2024 in Opperdoes, Twisk, Wognum en Medemblik een seinklok op het perron staat. Nog twee keer passeerden wij die verhipte grens met een hele en/of delen van een seinklok aan boord, terwijl de spanning in de auto te snijden was. En dat, terwijl ik anderhalf jaar later kon lezen, dat die hartslagverhogende grenscontroles waren afgeschaft. Wat Roland precies voor de tram "georganiseerd" heeft, weet ik niet, maar ik ga er vanuit dat het minstens drie totale seinklokken zijn geweest. Hoe al die seinklokken over de stations zijn verdeeld, weet ik niet, alleen dat de eerste die we hebben gehaald compleet in Opperdoes staat. Maar, ach belangrijk is dat niet. Wat er wel toe doet, is dat ze er staan met van mijn kant een enorme pluim voor al die medewerkers die ze weer in elkaar en zelfs werkend hebben gekregen. Respect!

En bij Wikipedia lees ik verder........Op sommige museumlijnen zijn seinklokken aanwezig en soms ook echt in gebruik...... Wow! Het staat er echt en wij, ons groepje van vijfplus en vooral Roland Paul hebben er mede aan bijgedragen, dat ze dit kunnen schrijven. Geweldig!


Geschreven: 19 mei 2024
Dagtekening: 2000-2007

woensdag 10 april 2024

Een vraagje met antwoord van Appie

Bij het doorzoeken van allerlei archieven ben ik er toevallig achter gekomen dat minstens één van mijn voorouders, uit de fam. De Kluizenaar uit Dordrecht, in het verre verleden, blijkbaar een mysterieuze connectie met de firma Albert Heijn heeft gehad. Het intrigeert me extra, daar het een link heeft naar één van onze dochters. Suzanne werkt al meer dan 25 jaar hier in Westfriesland bij Albert Heijn en het zou toch wel heel bijzonder zijn, als mijn overgrootvader of opa ook op één of andere manier in verbinding heeft gestaan mijn dit bedrijf. Ik heb wat signalen gevonden, die daar op duiden, maar ik kan het doorslaggevende bewijs helaas niet vinden.

Mijn opa is Johan Leendert de Kluizenaar, geboren op 22 november 1883 te Dordrecht. Hij woonde van 8-9-1920 tot 21 januari 1935 met zijn gezin, tw. zijn vrouw [Marie] en twee dochters in de Bosboom Toussaintstraat 17 te Dordrecht. Op een foto, die ik koester, is het hele gezin te zien. Het kleine meisje met de grote strik in haar haar [Johanna Maria] is mijn moeder en haar moeder [mijn oma dus] staan beide op het balkon, terwijl mijn opa met mijn moeders zusje [Maria Wilhelmina] beneden in de tuin staan. Gezien de leeftijd en grootte van de twee meisjes zal deze foto, die bijzonder duidelijk is voor die tijd, ongeveer in 1927 zijn gemaakt en het huisnummer [17] is daardoor ook goed te zien.





Op een gezinskaart uit die tijd, die ik ook in een van de archieven gevonden heb, lees ik dat mijn opa, zijn vader, ongeveer een jaar voor zijn dood heeft opgenomen in huis, want hij is duidelijk als vijfde persoon later nog op de kaart geschreven. Die vader was Gerrit de Kluizenaar; geboren op 6-12-1847 en [wat ik op diezelfde kaart las en nog niet eerder wist] overleden op 18 juli 1931. Ik vond nog meer gegevens over hem wat betreft zijn beroep. Allereerst was hij, net als zijn vader en broer broodbakker, waarschijnlijk in de "familiezaak" op de Voorstraat 63 in Dordrecht, maar later vind ik vermeldingen van koekverkoper, snoepjesverkoper, slijter en winkelier, wat een beroepsrichting is, die heel goed aansluit bij een mogelijke samenwerking met de firma Albert Heijn.

Maar goed, terug naar de Bosboom Toussaintstraat 17. Na wat verder speuren vond ik de vermelding van een telefoonnummer op dit adres. Ik snapte er niets van. Een telefoonnummer op het adres van mijn overgrootvader of opa wat geregistreerd staat bij Albert Heijn. Hoe kan dat, want het is, getuige de foto, absoluut geen winkelpand ?



Ik vond trouwens nog meer. Dit komt uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en fabrieken voor Dordrecht en omstreken.

"Wijzinging eener handelszaak" [1934]:



Ook hier wordt duidelijk een link gelegd van Albert Heijn N.V. naar bovenstaand adres met het juiste huisnummer, waar mijn opa en zijn gezin op dat moment nog woonde. Twee keer eenzelfde fout, bij twee totaal verschillende instanties, lijkt me toch echt geen schrijffout meer, dus zal er toch iets anders aan de hand zijn geweest.

De sterfdatum van Gerrit in 1931, haalde mijn theorie onderuit, dat Gerrit op zijn huisadres een zakelijk telefoonnummer had aangevraagd, terwijl hij wel degelijk iets met de winkel elders te maken had. De vermelding van het telefoonnummer was uit 1934, en toen was Gerrit al drie jaar overleden. Ook die wijziging van die handelszaak was in 1934. Dus daar geld hetzelfde voor. Maar niet alleen Gerrit, ook mijn opa had natuurlijk iets met de zaak te maken kunnen hebben? Toch bij nader inzien, kan ik me dat eigenlijk niet voorstellen, want hij was met totaal andere dingen bezig. Eerst iets met vernikkelen en fietsen en later werd hij huisjesmelker; een bezigheid, welke ik me goed kan herinneren, omdat we samen, opa en kleindochter, langs de huizen gingen om de huur op de halen.

Ik heb nog wel verder gezocht, en mijn verdere bevindingen zijn dan ook, dat er wel degelijk een Albert Heijn filiaal moet zijn geweest in de Bosboom Toussainstraat, maar het huisnummer 17 kwam ik verder niet meer tegen.

Een kadastrale vermelding uit van nog veel vroegere datum, tw 1921:



En een politierapport. Mijn eerste reactie was verbazing, want dat er in 1942 nog iets te stelen viel, had ik niet verwacht. Maar aan de andere kant; stroop uit een stroopemmer op de binnenplaats en kaassnippers? Om daar nou risico voor te lopen. Misschien was er toch niet zoveel meer te halen in de winkels. Eigenlijk heb ik geen idee, want het leven in die oorlogsjaren is voor ons, die dit niet hebben meegemaakt, niet voor te stellen.



Twee middagen ben ik helemaal ondergedompeld geweest in het leven van mijn voorouders en in het  Dordrecht, zo`n 20 jaar voordat ik er zelf geboren werd. Het was erg leuk, maar ondanks dat, ben ik er niet vanaf. Er blijven onopgeloste vragen liggen en erger, bij iedere ontdekking komen er nieuwe bij. Toch denk ik dat het verstandig is, om het maar even los te laten. Misschien vind ik tzt de oplossing wel. En zo niet? Dat is jammer dan en gaat deze raadsels, net als zovelen, onopgelost de geschiedenis in.

Ps......Dit naschrift verklaart eigenlijk de titel van dit stukje pas. Tijdens mijn zoektocht, kwam ook de "Stichting AH Erfgoed" voorbij. Misschien waag ik er nog wel eens een mailtje aan, want het zou toch wel leuk zijn, als zij mij, over die raadselachtige vestiging van hun filiaal in mijn opa`s huis, iets meer konden vertellen.

10 april 2024

Met dank aan de heer Martin Gerssen, die mij verwees naar de website Stichting Albert Heijn Erfgoed, ben ik een stapje verder gekomen in het raadsel rond mijn familieconnectie`s met Albert Heijn in het verre verleden, maar of ik er veel mee ben opschoten, is een ander verhaal.

De heer Gerssen zei mij in de mail, dat ik op hun website op plaatsnaam kon zoeken en toen ik Dordrecht in had getikt, had ik het heel snel een foto van een Albert Heijn winkel gevonden met het juiste adres. Geweldig dus........of toch niet? Want, hoewel ik een winkel had op het juiste adres, leek het pand in de verste verte niet op het huis, waarin mijn moeder heeft gewoond. Dat was weliswaar een tegenvaller, maar niet echt een verrassing, want ik had natuurlijk allang het vermoeden, dat er iets niet klopte.

 
De info bij de foto is duidelijk genoeg; daar was geen speld tussen te krijgen. Dus ik zat toch echt met twee verschillende panden op één huisnummer. Ik ging terug naar de website, want direkt naast de foto die ik vond, stond een tweede foto, die ik, vanwege het feit, dat hij precies hetzelfde was, in eerste instantie had genegeerd. Ook die klikte ik aan en las ook deze info ernaast. Die was hetzelfde op één cruciaal punt na; nl. het huisnummer. Ipv 17 stond hier 27 vermeld. Oeps, dat was nieuw en maakt de verwarring nog groter.

Zeker is in ieder geval dat er een winkel is geweest. In het handelsregister wordt het huisnummer 17 vermeld, en ik ga er schoorvoetend van uit, dat in zo`n officieel document geen fouten worden gemaakt. Er wordt daarin iets gewijzigd, maar "wat" staat er niet bij en het huisnummer 17 wordt overduidelijk genoemd. Ook de telefoonaansluiting wordt aangevraagd op nr. 17. Op beide aanvragen wordt het jaar 1934 vermeld. Waar komt dan ineens dat huisnummer 27 vandaan. Het klopt dan natuurlijk wel beter, want dan heb ik een woonhuis op nr. 17 en een winkel op nr. 27, maar waarom die aanvragen dan op nr. 17.

Wat heeft die overgrootvader van mij toch uitgespookt? Had hij er iets mee te maken of niet. Hij was een winkelier, dus zou het zomaar kunnen, maar nergens kan ik een link vinden tussen hem persoonlijk en de firma Albert Heijn. Geen idee dus, wat er zich heeft afgespeeld. De gissingen die ik in het eerste stukje heb gedaan, blijven dus allemaal nog fier overeind.

Voorlopig laat ik het even voor wat het is. Misschien komt er in de toekomst nog wel eens licht in de duisternis. En zo niet, helaas, dan blijft het voor altijd, wat onze familie betreft, verborgen in de geschiedenis.


Bronnen:
1. De zoekmachine van de Dortse krant "De Dortenaar" 
2. Het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en fabrieken voor Dordrecht en omstreken 
3. De foto`s en heel spaarzame verhalen van mijn ouders 
4. Af en toe een herinnering van mij
5. Stichting Albert Heijn Erfgoed: https://albertheijnerfgoed.nl/


Geschreven: 24 februari en 10 april 2024
Dagtekening: 1920 tot heden

vrijdag 22 maart 2024

Fietsen

Vanmiddag reed ik op de Oosterwijzend en kwam daardoor langs de achterkant van het station Hoogkarspel. Toen ik die enorme grote fietsenstalling daar zag, schoot me ineens te binnen, hoe wij, tijdens onze "gezinsjaren" alles op de fiets moesten doen.

In mijn herinnering zag ik ons weer in die fietsenstalling staan. Nou ja, niet "die" fietsenstalling natuurlijk, maar in zijn identieke tweelingbroer in Bovenkarspel, want daar woonde we toen. De stalling was toen lang zo groot en mooi nog niet. Wij moesten het doen met een metalen geraamte voorzien van een simpele golfplaten overkapping, waar de regen en wind finaal onderdoor ging. Erin was het altijd een chaos, zo vol stond het er, wat tot gevolg had, dat je je fiets er altijd tussen moest proppen.

Op een moment waren we dat gehannis blijkbaar helemaal zat en hebben we voor de laatste jaren, dat Karel nog werkte, en dus nog steeds daar iedere dag zijn fiets kwijt moest, een fietskluis gehuurd. Ook niet ideaal, maar wel beter, want dan had je, in ieder geval, de garantie dat je fiets er, bij thuiskomst nog stond. Nadeel was wel, dat er maar één fiets in kon. Tenminste daar was hij voor bedoeld. Niet zo leuk natuurlijk, als we samen op stap gingen. Maar ook daar wisten we wel wat op, want met een beetje passen en meten, lukte het wel om, in die smalle kluis, er een tweede naast te zetten. Tenminste, erin ging nog wel, maar als je er, bij thuiskomst, één fiets eruit haalde, kwam de tweede spontaan mee, omdat de sturen en/of trappers in elkaar gehaakt zaten.

Ook herinner ik me nog een tweede niet zo fijn scenario als we thuiskwamen. Moe van de dag, waren we in de lichte en warme trein behoorlijk rozig geworden en dan moesten we in die toestand nog op de fiets naar huis. Als we geluk hadden was het niet donker, koud of nat, maar dat was helaas niet altijd het geval. Rillerig en door en door koud kwamen we vaak thuis.







Dit is natuurlijk maar één kant van het fietsverhaal. Gemakkelijk was het allemaal niet en achteraf begrijp ik niet, hoe ik het allemaal heb klaargespeeld. Boodschappen, sportclubs, zwemles, videofilms halen bij de videotheek, en ga zo maar door. Voordat de kinderen zelf gingen fietsen, had ik vaak één kind voor- en één kind achter op de fiets. Maar er moet zelfs een korte tijd zijn geweest, toen ik zwanger was van nummer drie, dat ik zowaar met drie kinderen op de fiets zat. Zoals ik het me nu voorstel, anno 2024, lijkt het me levensgevaarlijk, maar toen? Gewoon gaan, daar dacht ik echt niet bij na.








De grootste uitdaging, ik noemde het al even, was uiteraard het boodschappen doen. Een supermarkt op loopafstand was er in de Hertog Albrechtstraat helaas niet bij, dus ploeterde ik met fiets- en boodschappentassen op een volgeladen fiets gewoon door. Op een gegeven moment werd het me blijkbaar toch te gortig en heb ik een fietskar gekocht. Iedereen deed er lacherig over en ik voelde me ook wel opgelaten om met dat ding de weg op te gaan. Men bekeek me soms als het derde wereldwonder, maar het was eerlijk gezegd een reuze handig ding. Zelfs aan hobbymarkten in de buurt, kon ik op die manier deelnemen. Alle verkoop- en hobbytroep kon in die kar.

 
Maar het was niet alleen kommer en kwel. Ondanks dat ik, door deze leefwijze, fietsen nooit als een recreatieve bezigheid heb gezien, maar slechts als pure noodzaak, maakte we toch, zo heel af en toe, wel eens een fietstochtje door de regio. Dat was dan eigenlijk meer om eens iets van de omgeving te zien, dan om verantwoord sportief bez[ig te zijn. Want zeg nou zelf, hoe hadden we anders iets van "buiten Bovenkarspel" moeten zien. [foto: Andijk 1972]


 Toen Karel met de vut ging en een OVjaarkaart niet meer rendabel was, kwam er wat geld vrij voor autorijlessen. De onverschillige reactie van manlief ten spijt, ben ik er, in eerste instantie , schoorvoetend, voor gegaan. Het bleek later één van de beste beslissingen van mijn leven te zijn geweest, want na het behalen van mijn rijbewijs, werd ons leven er totaal anders door.


Geschreven: 21 maart 2024
Dagtekening: 1971-1996

dinsdag 13 februari 2024

Kratten en kistjes

 Dat de Nederlanders, of liever gezegd "de Hollanders", zoals ze vroeger genoemd werden, goede handelaren zijn geweest, is door de eeuwen heen wel bewezen. Steeds weer worden wij er in boeken en tv programma`s, op allerlei manieren op gewezen, dat onze voorouders, in het roerige verleden, aardig wat handelswaar heen en weer hebben gesleept. Of dat altijd netjes en volgens de regels is gegaan, zullen we maar even het midden laten, maar dat diezelfde handelsgeest in de 21e eeuw nog steeds aanwezig is, ontdekte ik bij het vinden van twee hele simpele "bewijsstukken", die kilometers ver, van elkaar verwijderd waren.


In maart 2000 waren we met z`n viertjes tw. Suzanne, Karel, Arie en mijn persoontje in Schotland. Het was een koude dag en we hadden net een schitterende autorit achter de rug,  die vanuit Roybridge, dwars door de Highlands, naar Mallaigh ging, een plaatsje aan de westkust van het land. Na de lunch in een restaurantje daar bij de haven, liepen we, in een nog steeds koud en intussen ook vrij nat straatje, terug naar de auto. Ineens was ik Arie kwijt. Ik keek achterom en schoot in de lach. Hij zat voor een stel rode plastic bakken en was bezig daar een foto van te maken. De manier waarop hij was neergestreken was al een foto waard en al lachend zei ik tegen hem "Zit jij hier nou echt een paar rode plastic bakken met wat zielige bloemetjes erin te fotograferen? Ik kreeg geen antwoord, zo druk was hij bezig, maar toen ik beter keek, zag ik waarom. Op de rode kratten las ik de vertrouwde naam "Eigend. Visafslag Scheveningen" en dat had hij dus heel goed gespot. Verbaasd reageerde ik verder in de trant van "Huh, hoe zijn die nou hier beland?", wat natuurlijk een domme opmerking was, want ik zag alleen maar vissersboten om mij heen.



Toch kon ik het niet laten om me af te vragen of die Schotten nu echt onze viskratten moesten pikken om er zulke onflorissante bloembakken van te maken. Ik moest toegeven, dat ze eigenlijk wel creatief waren, maar dat door hun meewarige staat, de naam "Scheveningen" weinig eer werd aangedaan. Maar ja, wat wilde ik dan ook in een tijdstip van het jaar wat totaal ongeschikt was, om er een fleurige boel van te maken.

Het tweede "bewijs" zag ik de zomer van 2011. Met Karel was ik in het Noorse Bergen en zoals een goede toerist betaamd, moet je, als je daar bent de "Bryggen" [een heel oud deel van Bergen met allemaal houten huizen] niet overslaan. Ondanks dat het juni was en geen maart, zoals bij het voorgaande voorval, was het er even koud en er dreigde een enorme hoosbui los te barsten. Verder was het er stervensdruk, zodat ik de indruk kreeg, dat alle landen van de aarbol, met tenminste een koppeltje mensen, vertegenwoordigd waren. Ik stond voor een grote souvenirwinkel en geloofde mijn ogen niet. In de etalage stonden geen viskratten dit keer, maar fruitkistjes uit de Betuwe.



Het opschrift "Midden-Betuwe" en daaronder "Zetten", was prominent aanwezig en ook hier heb ik me natuurlijk afgevraagd, hoe die daar terecht gekomen waren. Maar wat in Mallaigh, zonneklaar was, vond ik in Bergen niet zo eenvoudig en ik kwam niet veel verder, dan een gedachteflits van een Noors 5-sterrenrestaurant met een speciaal dessert, bestaande uit een grote [Betuwse] kers op de heel bijzondere taart. De winkelier had handig gebruik gemaakt van deze Nederlandse kistjes om zijn waren aan te prijzen en ik bedacht me meteen, dat er, tussen al die hordes mensen, die er rondliepen, er weinig zullen zijn geweest, die het was opgevallen, dat de kistjes daar in die etalage stonden, oorspronkelijk uit de fruittuin van ons kleine landje kwamen.

Geschreven: 13 februari 2024
Dagtekening: maart 2000 en juni 2011

vrijdag 26 januari 2024

Steep roads and hidden deeps

Ha, handig dat Google Lens. Een knap staaltje digitale techniek, waar je vanalles mee kan doen, maar voor mij was het een handige manier om bij de foto`s, waarvan van ik in het verleden te lui was geweest, om de plaatsnaam erbij te zetten, dit alsnog te doen. Die bewuste plaatjes moesten natuurlijk wel digitaal zijn, maar dat is een klus, die ik jaren geleden al had geklaard. Maar er kan tegenwoordig natuurlijk veel meer. Niet alleen de locatie, maar, er is natuurlijk meer info over de afbeelding te vinden, waardoor ik ondekte, dat ik, toen, zonder het te weten, soms heel bijzondere dingen heb gezien, gedaan of ervaren heb.


Dit verhaaltje is het gevolg van het uploaden van bijgevoegde foto in Google Lens. Ik wist wel waar die genomen was, maar wilde weten wat meer weten over die "ruines met die bogen", die midden op de foto te zien zijn. Ik maakte de opname in 2003, tijdens een vakantie in Yorkshire, waar we met z`n viertjes [Karel, Arie, Suzanne en mijn persoontje] een onderkomen hadden [De Craven Garth cottages] in "the middle of nowhere", ver buiten Rosedale Abbey in Yorkshire. De ruines waren vanuit het huisje goed te zien en intrigeerde me zo, dat ik op een avond, alleen in de auto stapte en er naar toe reed, omdat ik ze wel van iets dichterbij wilde zien. Ook hoopte ik dat ik daar ergens nog wat info kon vinden, over wat het doel van die gebouwen zou zijn geweest. Dat lukte dus niet en nadat ik een foto had gemaakt, ging ik onverrichter zake weer terug. Google Lens had totaal geen moeite met de foto, en na alle reclames te hebben weggeklikt, vond ik een wikipagina met een identieke foto erop met de onderstaande info:
"Rosedale Chimney Bank or just Chimney Bank is a hill pass that carries a minor road between Rosedale Abbey and Hutton-le-Hole in the Ryedale district of the North York Moors National Park, North Yorkshire, England".
En dan komt het: "The tarmacked highway shares the title of steepest road in England (the other is Hardknott Pass in Cumbria)" It takes its name from a 100-foot (30 m) high chimney which was built to support an ironstone mine which was in that area. The mine closed in 1929, but its chimney remained until it was demolished on 28 July 1972.

Toen ik dat gelezen had, viel ik bijna van mijn stoel. Als dat zou kloppen, zou ik toen ik op de weg, die foto stond te nemen op één van de twee stijlste wegen van Engeland staan. En nog verbazender, dan had ik op de twee stijlste wegen van Engeland gereden, want de tweede, nl. de Hardknott Pass reden we in in 1977. In mijn enthousiasme startte ik een heel verhaal over die twee wegen en het avontuurlijk rijden daarop, maar al tijdens het maken van het verhaal, bleef spookte er in mijn achterhoofd de gedachte, dat het ergens niet klopte. Ja dat er een ijzersteen mijn was geweest, dat kon ik begrijpen, maar verder? Die schoorsteen zat me dwars. Hoewel de foto in het artikel en de mijne hetzelfde waren, stond daar een schoorsteen op, terwijl in de tekst staat, dat die in 1972 was afgebroken.

Toen ik, een dag later, het verhaaltje bijna af had, was ik toch niet tevreden. Ik wilde geen verhaaltje op mijn blog, wat niet klopt, dus startte ik opnieuw, om te proberen erachter te komen hoe het nou precies zat. Ik opende Google Maps en toen zag ik ineens, dat plek van de [identieke] foto`s en de "Chimney Bank" [de berg en de stijle weg] twee verschillende plaatsen waren, die zo`n 20 km uit elkaar lagen. Mijn foto nam ik ver ten noorden van Rosedale en de Chimneybank lag helemaal aan de andere kant van het dorp. Verder ontdekte ik dat er in de 19e en begin 20e eeuw verschillende mijnen waren geweest rond Rosedale, die uiteindelijk allemaal weer verdwenen waren.

Hee, verhip, dat had ik bij mijn vorige poging, dus helemaal over het hoofd gezien en het was een beetje balen ook. Dus ik had geen twee stijlste wegen van Engeland gereden helaas. De foto op wikipagina hoorde dus maar zijdelings bij de tekst en ik was een illusie armer. Helaas, maar waar, het was ook eigenlijk te mooi om waar te zijn.

Ik bladerde verder in mijn fotoserie uit Rosedale en ik droomde nog even van die geweldig leuke dag, die wij daar hadden tijdens de Rosedale fair, een evenement, wat ik nog het beste kan omschrijven als een grote landbouwshow, waar ik ongetwijfels nog wel eens op terug zal komen via een blog. Aan het eind van die dag, gingen we terug en ik weet niet waarom, maar in plaats van rechtsaf om naar de cottage te gaan ging ik de andere kant op. Het was hoog zomer, en schitterend weer, dus ik denk dat ik er helemaal nog geen zin in had om al terug te gaan. Ik reed de een smalle, maar goed onderhouden weg op, die al snel heel stijl omhoog ging. Het was zelfs zo stijl, dat ik de spanning in auto voelde bij mijn medepassagiers. Ik had medelijden met hen, want, ja, eerlijkheid gebied me te zeggen, dat ik in zo`n situatie toch liever rij, dan als passagier niets te kunnen doen. Op een gegeven moment zag ik een zelfde soort "bogenruine", als ik een paar dagen eerder op de foto had gezet. Naast de weg was een ruimte om de auto stil te zetten en dat deed ik dus.



We stonden bovenop hoge kale vlakte met aan de ene kant de ruine van de mijn en aan de andere kant een een stijle helling, die snel de diepte in ging. Daar in dat diepe dal, zagen we het terrein van de Rosedale Fair, die met kleine minimensjes nog steeds aan de gang was. Arie wist niet hoe snel hij die auto uit moest komen, en plofte op ruime afstand van de berghelling, in het gras. Ik kwam wat rustiger uit de auto, maar niet voordat ik de handrem terdege had gecontroleerd. Ik liep de parkeerplaats verder op om die ruine eens wat beter te bekijken. Het was net zo`n boogconstructie als de vorige, en dat kon eigenlijk niet anders, dan ook de restanten van een mijn zijn. Me omdraaiend, om terug te lopen naar Arie en de auto, zag ik daar ineens een levensgroot bord, waarvan ik uit gewoonte een foto van nam. In 2003 besefte ik het niet, maar nu na, die Google sessie wist ik het meteen. Verhip, ik had die tweede stijle weg van Engeland toch gevonden.


En nu ik toch bezig ben, wil ik toch nog wel even kwijt hoe ons op de Hardknott Pass verging.



In 1997, tijdens onze vakantie in het Lake District reed ik met een supervers rijbewijs en zweethandjes die pas op. En stijl was hij, maar er was meer. Deze weg had namelijk als extra, nog een andere verrassing in petto, tw. "Hidden deeps" oftewel in goed Nederlands "verborgen diepten". Dat klinkt romantisch maar dat is het niet. Ineens zit er een soort heuvel in de weg, waarachter je tegenligger niet kan zien aankomen. Zo`n "verborgen" auto is niet zo handig, en zeker niet op een enkele weg, waar geen twee auto`s langs elkaar kunnen rijden. Natuurlijk kwam ik boven op zo`n hobbel een keer neus aan neus te staan met zo`n tegenligger. We stopten beiden gelukkig op tijd om de concluderen, dat we landgenoten waren. Ja hoor, die Hollanders, die vindt je toch ook overal. Toch gaat het meestal wel goed, want de snelheid is laag en de adrenaline hoog, dus er gebeuren weinig rare dingen. Ook wordt je aan het begin van de pas terdege gewaarschuwd voor wat je te wachten staat. Toen we op de top van de pas waren, parkeerde ik de auto en stapten we even uit. Onze achterliggers kwamen naar ons toe en feliciteerden Karel met zijn rijgedrag. Kijk dat krijg je dan ook nog eens in een linksrijdend land. Hebben we niet eens door aan welke kant de bestuurder uitstapt. Gelukkig was hij zo eerlijk om te zeggen dat ik reed. En ja, het moet gezegd, Ik was er best trots op, om anderhalf jaar na het halen van mijn rijbewijs, zo`n klusje te klaren.



Geschreven: 26 januari 2024
Dagtekening: september 1997 en juni 2003

zaterdag 6 januari 2024

Even wonen in Engeland

Ik mag graag wel eens wegdromen tijdens het verwerken van mijn foto`s en daarbij borrelen regelmatig onderwerpen omhoog waarvan ik dan denk, "Hee, dat is leuk voor een verhaaltje" of vind ik een paar foto`s in een grote serie, die net iets meer aanspreken dan de rest. Dat laatste gebeurde met de foto`s die ik bij dit verhaaltje plaats.

Grinnikend moest ik weer terugdenken aan de prachtige tijd, waarin wij, wonende in station Opperdoes, naast de steeds passerende trams, ook vele evenementen, die werden georganiseerd door de stoomtram, van heel dichtbij hebben mogen meemaken. Ik stuitte op 3 grote fotoreportages die ik maakte tijdens het "Evenement 1940-1945". Dat is al tijdje terug, ik weet het, maar in 2011, 2012 en 2015 was de spoorlijn tussen Twisk en Medemblik een weekend lang het decor van de tweede wereld oorlog. Twisk was nog bezet gebied, Opperdoes en Medemblik waren al bevrijd. In Opperdoes waren het vooral Engelsen en in Medemblik waren het de Amerikanen, die de dienst uitmaakten en het was allemaal "eng" levensecht. Wij woonden er middenin en dat was voor ons als "wonen in een in een filmset". Van Karel weet ik het niet, maar ik stuiterde door die dagen heen. Het enige waarmee ik met mezelf in conflict kwam, was het feit, dat ik, opgroeiend in de 50er jaren, en daardoor behoorlijk veel meekreeg over de ellende van de bezettingsjaren, hier zo`n super evenement beleefde met dit beladen onderwerp.

Hoe ging het er allemaal aan toe? Wel, de straat voor het station/huis stond vol met jeeps, en vele andere oorlogsvoertuigen, waar ik geen bal verstand van heb en het station, had het voorkomen van een hoofdkwartier vol apparatuur van een of andere verbindingsofficier, met in de wachtkamer als een compleet veldhospitaal. In de spoortuin stond een groot tentenkamp, waar de militairen daadwerkelijk sliepen en `s avonds voor hun tentje soms hun potje kookten. Maar het waren niet alleen maar mannen. Ook de vrouwen waren ruim vertegenwoordigd. Als verpleegsters en "liefjes" van de militairen, was hun aanwezigheid niet te missen. En er gebeurde vanalles. Duitsers werden gearresteerd; gewonden op brancards naar het noodhospitaal gebracht; tussen Medemblik en Opperdoes werden berichten verstuurd via een heleboel onbegrijpelijke, maar erg historisch uitziende apparatuur en bij tijd en wijle kwam dan, als kers op de taart, in alle commotie, de stoomtram het station binnen rijden.

Maar genoeg sfeerbeelden. Ik wil iets meer kwijt over die favoriete foto`s. De voorbereidingen voor die weekenden, begonnen al op de vrijdag, wanneer de eerste mensen bij het station arriveerden. Het waren re-enactment spelers uit binnen- en buitenland, en diverse groepen die de oorlogsvoertuigen in stand houden en die mensen begonnen als het ware een heel decor op te bouwen. Natuurlijk volgden Karel en ik het op de voet en tijdens die opbouw, maakte ik dus een van mijn favoriete foto`s. "De afgeplakte ramen, die kruisen, een duidelijk zichtbaar kenmerk van de bezettingsjaren, met mijn zelfgehaakte beertjes erachter"; een binding tussen twee werelden", is mijn reactie erop. Zo wonderlijk!



En dan zaterdagmorgen vroeg, voordat het evenement begon, werd de vlag gehesen. Hoe mooi wil je het hebben, een Engelse vlag fier wapperend op je huis, daar werden wij als fervente anglofielen helemaal blij van, want zo met die Union Jack boven ons hoofd, leek het bijna dat we even in Engeland woonden.


En dan begon het hele rollenspel. Natuurlijk ben ik die dag per tram nog even naar Twisk gegaan. Ineens kwam ik in een andere wereld, die zo beklemmend was, dat ik het er helemaal niet leuk vond. De hele sfeer, mede door allemaal Duitse opschriften en vooral veel Duitse militairen veroorzaakten, bij mij een heel onprettig gevoel, ondanks het feit, dat ik pas in 1945 geboren ben en de oorlog niet bewust heb meegemaakt. Sorry, maar ik was oprecht blij, toen ik weer terug kon naar huis en de "vrije" wereld. Daar wil ik nog wel even over kwijt, dat dit natuurlijk een puur persoonlijke ervaring is, maar het getuigt wel van de kundigheid van de rollenspelers dat ze zo`n sfeer konden realiseren.

Weer terug in Opperdoes, spreekt ineens militair mij in het engels aan. Het blijkt bij navraag een Zweed te zijn, met de vraag of hij even van mijn keuken gebruik mag maken om zijn soep op te warmen. Natuurlijk kan dat, en hoe leuk wil je het hebben. Staat er ineens een Zweed in je keuken soep te roeren. Dat gebeurt ook niet dagelijks.



En dan na de eerste dag komt de nacht. Stel je eens voor. Ik ligt gewoon, zoals altijd, in mijn eigen vertrouwde bed, maar dit keer wel in de wetenschap, dat er een grote groep mensen in tentjes in de spoortuin liggen te slapen en dat de de straat voor het huis, nog steeds vol staat met geparkeerde oorlogsvoertuigen. Bizar gewoon.


De volgende ochtend begint het hele rollenspel weer overnieuw en is er weer drukte alom. De dag vliegt voorbij en voordat ik het in de gaten heb, is het avond en keert, op een enkele achterblijver na, de zondagsrust weer terug in Opperdoes. Mooie herinneringen!!




Geschreven: 4-6 januari 2024
Dagtekening: mei 2011, juni 2012 en juni 2015

donderdag 26 oktober 2023

De vierde

Gelukkig is het grimmige van de hele coronacrisis er wel zo`n beetje af en zijn we er met z`n allen redelijk aan gewend geraakt. Weg is dat virus natuurlijk niet, dus heb ik, op uitnodiging van onze overheid, vandaag toch maar de vierde prik gehaald. Na, daarvoor geweest te zijn op de IJsbaan in Hoorn, de tennisbaan in Hem, en Karel zelfs op locaties in Den Helder en Medemblik, werd het bijna standaard, om maar weer eens een nieuwe locatie te gaan uitproberen.

Je zou zo denken, dat het na al die jaren, wel een simpele handeling zou zijn om via het net even snel een afspraak te maken. Nou, niets is minder waar. Je moet beginnen met de datum in te voeren, waarna er verschillende locaties op het scherm verschijnen, die gekoppeld aan de door jou ingevoerde postcode, het dichtste bij zouden zijn. Nou daar zet ik dus zo mijn twijfels bij. Ik het ongeveer 10x geprobeerd, op evenzoveel verschillende data, en de locaties, die mij werden aangeboden, varieerden van Lelystad [die bijna standaard op nr. 1 verscheen], Alkmaar, Zuidoost Beemster, Purmerend, Den Helder, totaan Amsterdam Noord toe. Van Suzanne wist ik intussen dat Hoorn en Enkhuizen er ook tussen zouden moeten staan, maar ik heb ze niet gezien en vandaag in Lelystad hoorde ik dat ik mijn afspraak dan minimaal 2 maanden verder had moeten plannen. Vandaar mijn ritje over de dijk vandaag, Bij de GGD in Lelystad kon ik binnen een week terecht.

Hoewel... dat ritje zal ik me heugen. Er hing op de heenweg een ondoordringbare mist, wat me meteen de nodige hoofdbrekens kostte, om de mistlichten te vinden. Die dingen gebruik ik nooit, maar halverwege de dijk had ik beide knoppen weer gevonden. Alleen wist ik niet meer welke knop voor "voor" en welke knop voor "achter" was. Dat was dus iets voor het betere gokwerk en naderhand een duik in het handleidingboekje van de auto. Erg was het niet. Het was superrustig en stuitte pas ver voorbij Checkpoint Charlie op een voorganger. Mooi was het wel. De zon probeerde uit alle macht door de mist te breken en toen ik uiteinelijk bij de brug in Lelystad was, reed ik weer in de volle zon.

En ja, zo stressig als het maken van zo`n afspraak is, zo relaxed is het tijdens de vaccinatie zelf. Vanmorgen al helemaal. Dank zij de herfstvakantie was het er erg rustig en daardoor was er parkeerplek zat. Het is nog wel "10 minuten wachten" naderhand, maar de 1,5 meter afstandregel, de mondkapjes en de wachtstoeltjes met de tussenliggende plastic afscheidingsschermen zijn verdwenen. Sterker nog. Het was er zo rustig, dat er zo af en toe maar eens iemand binnenkwam om een prik te halen, zodat de "prikster" en de drie [ik incluis] "slachtoffers", die hun 10 minuten uitzaten, in een supergezellig huis-tuin en keukengesprek verwikkeld waren.

Na een patatje bij de Mac pakte ik de A6 richting Amsterdam, om bij de afslag Almere Poort, er weer vanaf te gaan. Na de waanzinbouw van Almere Poort, kwam ik tot rust door de schitterende beelden van polder en water op de Oostvaardersdijk en reed terug naar Lelystad. Tijdens deze rit bedacht ik me ineens, dat ik hier al jarenlang twee foto`s wil maken.


Zowel op het gemaal als bij de Noordersluis, staan dichtregels op de gevels van Niels Blomberg, die zich "Waterdichter Waterschap-Zuiderzeeland" noemt. De eerste dichtregels zijn uit 2010 en staan op het Gemaal De Blocq van Kuffeler; de tweede op een gebouw bij de Noordersluis in Lelystad. Onnoemelijke keren reed ik er nu er met een vaartje langs, om op het moment, dat ik ze zag, te realiseren, dat ik weer te laat was, om even te stoppen, want ik was er alweer voorbij. Vandaag was de dag, dat ik er op tijd aan dacht. De beide gevels lagen ook nog eens in de zon, dus was de situatie ideaal voor een paar foto`s en mogelijkheid, de teksten eens in alle rust te lezen. Bijzonder!


Geschreven: 26 oktober 2023
Dagtekening: 26 oktober 2023

vrijdag 6 oktober 2023

Even naar Lutjebroek

Ik rijdt vanaf de Stede Broecweg, rechts de Raadhuislaan op; passeer het tankstation en net als ik het bruggetje over rijd, zie ik zonder een enkele aanleiding, op de kruising, zo`n 20 meter voor me, een fietser op het asfalt vallen. Eerst had ik zoiets van "Hee, wat gebeurt daar?", maar even zo snel besef ik dat die persoon een flinke smak moet hebben gemaakt, en ik moet stoppen. De hele weg is leeg en ik ben de enige die zonodig hulp zou kunnen bieden. Intussen is de fietser weer opgekrabbeld en staat, wankelend op zijn benen, naast zijn fiets, die hij intussen ook al van het asfalt had geraapt. Met een bebloed gezicht staat hij tanden uit zijn mond te halen en ik vraag hoe het met hem gaat. Domme vraag natuurlijk, maar ja, wat moet je zo snel. Hij, een jonge man in een sporttenue, antwoordt iets onverstaanbaars en zijn lichaamstaal zegt me, dat ik even moet wachten, omdat hij, met zijn handen, bezig is, om losse tanden uit zijn mond te halen. Blijkbaar was hij dus vol op zijn gezicht gegaan. Overal zit bloed en ik duik in de auto om wat papieren zakdoekjes te pakken. Nadat ik zijn bril heb afgenomen, die gelukkig nog heel was en het bloed van zijn neus en gezicht heb geveegd, waag ik een tweede poging om met hem in contact te komen. Hij blijft echter doorlopend bezig met zijn handen in zijn mond en ik ben bang dat hij ieder moment om kan vallen, omdat hij zo wankel op zijn benen staat.

Zo gaat het nog een tijdje door en ik sta koortsachtig allerlei mogelijkheden te bedenken om hem te helpen. Naar huis brengen en zijn fiets aan een hek vastzetten was eigenlijk mijn enige optie, want om hem zo naar huis te laten fietsen was in mijn ogen onmogelijk. In de toestand waarin hij verkeerde, zou hij de rotonde niet eens halen zonder weer met het asfalt in aanraking te komen. Ik probeerde weer er achter te komen waar hij woonde en uiteindelijk zei hij "Lutjebroek". Hè, hè, dat begreep ik, maar waar dan? Hij was intussen wel een beetje bij zijn positieven gekomen, wankelde iets minder en begon koortsachtig op zijn telefoon te swipen. Toen liet hij mij het scherm zien. En ja hoor, ik zag Whatsapp in het Pools! Oei, dat bruine vermoeden had ik al. En, hoewel je niet mag generaliseren, dan ga je toch even denken. `s Middags half drie, en een sportkantine in de buurt en zo`n jongen in sporttenue? Hij stond waarschijnlijk niet alleen maar te shaken van die val. Hoewel ik rook niets, dus gaf ik hem de eer van de twijfel. Maar hoe dan ook, dat veranderde niets aan de situatie waarin hij verkeerde.

Intussen waren er nog een paar voetgangers bijgekomen en na nog een hoop vruchteloze pogingen, zowel in het Nederlands, als in het Engels, om enig contact met hem te krijgen, werd er unaniem besloten dat hij met de fiets aan zijn hand wel naar Lutjebroek kon lopen. Ik stapte in de auto en hij bedankte me heel vriendelijk. Daarna hoorde ik hem zeggen "maandag" en toen ja, of hij het zei, of dat ik het alleen maar dacht "tandarts" en reed weg. De bebloede tissues en papieren zakdoekjes, die bij mij op de vloer van de passagiersstoel lagen heb ik bij de deur van het St. Nic in de prullebak gegooid en daarmee was ik van het probleem verlost. Die Pool helaas niet, want hoewel hij doorlopend aan zijn tanden bleef voelen, had ik toch echt gezien dat hij zijn minstens zijn rechter bovenvoortand kwijt was, dus zal die val hem nog wel even bezig houden.

En mocht hij dit hier toevallig lezen [wat me wel heel onwaarschijnlijk lijkt] zou ik hem het volgende willen wensen: Powodzenia i szybkiego powrotu do zdrowia! [Oftewel: Sterkte en beterschap ermee]

Geschreven: 1 oktober 2023
Dagtekening: 1 oktober 2023

zondag 24 september 2023

Abcoude



Abcoude! Bij het horen van die naam, maakt mijn hart altijd een klein sprongetje. Ik woonde er van 1964 tot en met half 1971. Niet lang, maar in die zes en half jaar hebben er voor mij wel veel levensbepalende gebeurtenissen plaatsgevonden. Mijn kennismaking ermee kwam, toen ik, met mijn ouders in 1964 verhuisde naar de Reijer Spreijstraat, een kort, doodlopend straatje, waar net een rijtje gloednieuwe huizen was neergezet met een weids uitzicht over de weilanden totaan de Winkeldijk en de A2. Heerlijk rustig en mooi, zo onder de rook van Amsterdam.



Ik reisde met de lijnbus naar mijn werk in Amsterdam. Op de achterbank van de bus, leerde ik mijn echtgenoot kennen, een rasechte "Abcouwer", geboren en getogen in het dorp en na ons trouwen, gingen we wonen in een piepklein huisje in de Kerkstraat. Ons onderkomen, lag aan het water, want het was het laatste van een rijtje van 5, dat haaks op het riviertje het Gein stond. Om naar mijn werk te gaan, ruilde ik de lijnbus in voor de trein, die vanaf ons huis veel gemakkelijker te bereiken was. Dat werken duurde nog tot de geboorte van ons eerste kind, waarna ik ontslagen werd en huisvrouw werd. Een normale gang van zaken, die toen, zonder protest door iedereen werd geaccepteerd en wat heden ten dage totaal onvoorstelbaar lijkt. In 1971 trokken wij, zoals zovelen, vanwege het enorme huizentekort in het dorp [en omgeving, incl. Amsterdam], de kop van Noord-Holland in. Toch bleef het dorp trekken. Logisch, want onze beider ouders woonden er nog, en ook nu, alleen mijn broer er nog woont, komen we nog steeds zo af en toe in het dorp of maken soms een ritje door "Het Gein".

Nu terug naar gisteren. Ironisch begon juist onze tweede dochter Suzanne [die niet is geboren in Abcoude maar een pure Westfriese is] erover. Natuurlijk kent zij het dorp, mede door onze bezoeken eraan, ook heel goed. Een paar weken terug zagen we op tv [allebei thuis en dus niet samen] "De Erfgenaam", het programma van RTL4, waarin Ruben Nicolaï aan de koffie zat in een restaurant. Bij een shot van de buitenkant van het gebouw herkenden wij die plek, los van elkaar, meteen, nl. het voormalige station Abcoude, wat is omgebouwd tot een schitterend hotel/restaurant, genaamd: "De Witte Dame".

Suzanne begon te googelen, maar ik wist wel van het bestaan ervan. Een paar jaar terug, zag ik in de Kerkstraat richtingsbordjes met de naam "Witte Dame" erop. Nieuwsgierig geworden, wat dat nou was, ben ik toen wat gaan rondvragen en leerde ik, dat dit de nieuwe bestemming was geworden van het voormalige station. Nu, na het zien van die uitzending wilde Suzanne het wel eens zien en tot mijn verrassing belde ze mij een paar dagen geleden op met de uitnodiging om mee te gaan om het te bezoeken.



Zodoende reden we gisteren de Stationsstraat van Abcoude in en ohhhh, alles kwam terug. De straat is nog even smal als hij altijd is geweest, zodat je een tegenligger, kan missen als kiespijn; ons "huisje" aan de andere kant van het water, was nog steeds verborgen achter een oerwoud van een heg; daarna rechts, het rijtje huizen, waar ooit de kapper woonde, die de haren van onze "luid huilende oudste" knipte om tenslotte, rechts, het "stationsplein" op te draaien. Daar was ik dan weer, op een vertrouwde plek, maar oh, zo anders.



Daar staande zag ik het voor me zoals het eind jaren `60 was. Niet alleen het station, maar zelfs het seinhuis was in mijn herinnering nog aanwezig, evenals de die duistere spoorbrug over het water, met zijn enge, aan de zijkant hangende, anderhalve meter brede ijzeren plaat, die dienst deed als brug. Ik wist niet hoe snel ik er over moest lopen om naar huis te gaan. Via de middendeur liep ik dwars door het station, naar het perron. Daar stopte de trein naar Utrecht, of ik ging nog even links, stak de sporen over, naar het tweede perron, om daar te wachten op de trein naar Amsterdam. Dat oversteken heeft niet zo lang geduurd, want enkele jaren later, is er om heel begrijpelijke redenen, een onderdoorgang gebouwd aan de rechterzijde van het station.

Hoewel ik me ervan bewust ben, dat ik die oude beelden in mijn gedachte nogal idealiseer, wist ik, toen ook al, dat de situatie moest veranderen. Het werd te druk en het aantal sporen op de lijn moest verdubbeld worden. Het seinhuis was al snel afgebroken, maar ook het oude station was te klein en die enge spoorbrug te smal. Maar toch hoe het zich allemaal zou ontwikkelen, was toen nog allemaal niet bekend. Op bezoek bij mijn moeder, las ik in de krant, over de heftige strijd van de bewoners om het Gein te "open" te houden voor scheepvaart en de uiteindelijke beslissing om het hele spoor ondergronds te laten gaan.



Staande bij de "De Witte Dame", is het enige wat ik van de de spoorlijn merk, een zoevend geluid, wanneer er een trein door de tunnel raast. Praktisch onopgemerkt en zeker niet storend in de natuur. Het Gein is een open, maar klein en smal riviertje gebleven, wat rustig doorstroomt richting Weesp en waarbij ik me helaas wel afvraag of het uberhaupt nog mogelijk is om er met een redelijk plezierbootje doorheen te varen. Verder staat het schitterende witte stationsgebouw, wat godzijdank niet is afgebroken, fier overeind en heeft, zoals ik al zei, een prachtige bestemming gekregen. Ik vind de naam "Witte Dame" heel goed gekozen. Het gebouw staat pal, als een statige figuur op de plek waar het altijd heeft gestaan; omgeven door het prachtige landschap wat ik zo goed ken. De plek waar de spoorbaan lag, is goed te zien. Een voet/fietspad ligt op het oude trace van de spoorbaan en markeert de plek heel goed. Tot mijn stomme verbazing, is er tegenwoordig een voetpad, helemaal achterlangs naar fort Abcoude, wat ik ook zie als een eerste poging om dat gesloten gebied, midden in het dorp, zijnde het weiland en erf van "boer Hendrik" en zijn boerderij aan de stationslaan, te doorbreken. En toen ik nog even in gesprek kwam met een passant op leeftijd, die mijn man, incl. broer en zuster nog bij name wist te noemen, was mijn dag helemaal goed. Hij had ze goed gekend en er werden spontaan de nodige herinneringen opgehaald.

En dan........tot slot nog even dit. Mijn schoonvader [en later ook wij] had een volkstuin langs het spoor. Om er te komen moesten we via de boerderij van boer Hoogenhout in de Kerkstraat, zo`n ruime 500 meter [koeienvlaaien vermijdend] door het weiland ploeteren; dan via een plank over de sloot lopen; tegen de spoorbaan opklimmen, de sporen oversteken en naar beneden; weer via een plank over de sloot lopem; om uiteindelijk in onze volkstuin te arriveren. Ja, je leest het goed, we moesten gewoon even de spoorbaan [dwz. de hoofdlijn Amsterdam-Utrecht] oversteken. Okee, het waren toen nog maar twee sporen, maar dan nog. Nu, op dit moment dat ik het zit te tikken, krijg ik spontaan kippevel. En veiligheidsmaatregelen? Nou ja, dat was er eigenlijk maar één. Vertrouwen op jezelf; goed uitkijken of er geen trein aan kwam en verder "gaan met die banaan". Maar ook daaraan kwam een einde, en geloof het of niet, precies op de plek van onze tuin, ligt nu het nieuwe station Abcoude.



Zie ook:
Kerkstraat 76 [deel 1]:
Kerkstraat 76 [deel 2]:

Geschreven: 24 september 2023
Dagtekening: 1964-medio 1971