Vanaf 2005 schrijf ik korte stukjes in dit digitale dagboek. Dat kunnen er drie per week zijn, maar soms ook, schrijf ik maanden niet. Waarover ik schrijf, dat kan vanalles zijn. Heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Op de foto hierboven sta ik, in de zomer van 1987 in de tuin van één van de grote herenhuizen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar stond een grote "spiegelbol", waarmee ik mezelf op de gevoelige plaat zette. Een selfie dus van ruim 35 jaar oud en ook van ver voordat dat het woord "selfie" werd uitgevonden. Erg scherp is de foto helaas niet, maar ja, wat kan verwachten van zo`n oude foto, die al heel wat heeft meegemaakt vanaf een opname op een 35 mm fotorolletje tot een computerbestandje in het digitale tijdperk. Toch vind ik hem nog steeds de moeite waard om hem eens in het zonnetje te zetten.

maandag 18 juni 2018

T-shirtjes

[Geschreven: 27 april 2011]

Mijn computer staat, zoals waarschijnlijk bij iedereen die dat ding alleen heeft voor zijn hobby, vol met foto`s, die een allegaartje zijn met de meest uiteenlopende herinneringen. De hoeveelheid van die bestanden loopt aardig op, omdat ik zo`n idioot ben, die alles wat los en vastzit probeer te onthouden dmv van foto`s.  Cruciaal is wel dat je dan die enorme aantallen foto`s een beetje aardig op orde houdt, want anders wordt die fotoverzameling een ondoordringbaar oerwoud van afbeeldingen, waarin geen enkele losse foto meer te vinden is.  Het ordenen alleen al, was op zich een leuke bezigheid, maar kan achteraf beter omschreven worden als een leuke megaklus. Die is dus nu achter de rug en ik heb tegelijkertijd met het ordenen veel foto`s een code of ander herkenningsteken meegeven in de bestandsnaam. Zo zou ik dus, in het geval van het zoeken naar een speciale foto, via intikken van een kernwoord, die foto vrij vlot moeten kunnen vinden. En ja, soms lukt dat zowaar nog ook. Vanmorgen zat ik weer eens in mijn fotofile te kijken en  kwam ik een setje foto`s tegen uit de catagorie "foto gemaakt om te onthouden".

Ik kocht de laatste jaren op de vakanties nogal eens een t-shirtje als souvenir. Soms met plaatsnamen en soms met iets anders, maar altijd wel eentje met een opdruk die gerelateerd was aan de regio of cultuur waar we die vakantie doorbrachten. Die shirtjes hebben helaas een beperkte levensduur en ik heb er dus velen al met veel verdriet in de kliko moeten gooien. Teveel eigenlijk al, voordat ik het idee kreeg om eerst even een fotootje te maken van de opdruk van het shirt, wat toch meestal de reden was waarom ik juist dat shirt uitkoos om mee naar huis te nemen. Omdat onze vakanties zich voor een groot deel afspeelden in de U.K. en Ierland, is het geen wonder dat veel van die shirtjes voorzien zijn van de meest mooie keltische motieven.









In het plaatsje Corris, in Wales vond ik dit shirt, wat me doorlopend herinnerde aan "King Arthur`s Labyrinth". Lopend, per treintje en zelfs per boot ga je de gangen in van een oude mijn, terwijl er allerlei verhalen worden verteld over de legendarische Koning Arthur, zijn geliefde Guinevere en de ridders van de Ronde Tafel. Een fantastische ervaring was het.






Van veel zuidelijker komt het volgende shirt. Het spreekt voor zich, hoewel het voor mij een mooie herinnering is aan een bloedheet eiland waar, surprise, surprise,  treintjes rijden, en waar ook  openbaar vervoer was in de vorm van afgedankte metrotreinstellen van de Londense ondergrondse. Verder een vroege wandeling naar de haven, waar Suus en ik de hoovercraft zagen arriveren, Russell ons liet zien hoe je mosselen eet en Arie het douchegordijn naar beneden haalde.







Ga je nu nog verder naar het westen dan kom je eerst op het eiland Man. Dat was de plek waar ik met mijn eigen hollandse Bello shirt ook nog even heb laten zien dat er ook in Nederland museumlijnen bestaan.











Maar de sweater [dus deze keer geen t-shirt]  die ik daar kocht slaat alles. Ik vind hem geweldig. Dit herinnert me aan de rit met de elektrische tram naar de top van de Snaefell, de hoogste top van het eiland Man, en al rijdende passeer je eerst het grote en beeldbepalende "Laxey Wheel" en even verderop de beruchte kruising "The Bungalow" met het motormuseum. Ben je eenmaal boven, waar je alleen maar per tram of lopend kan komen, zie je op mooie dagen de zes koninkrijken, Schotland, Engeland, Wales, Ierland, Mann en de Hemel. Tijdens één van onze reizen is het inderdaad gelukt om met stralend helder weer boven te zijn en konden we de complete kustlijnen volgen. Dit is het enige shirt dat nog niet in de vuilnisbak is beland. Het zat me een beetje te strak en heb het daarom aan Karel gegeven. Ik weet het, het is tegen mijn principe, maar ik heb het toch maar even op de foto gezet, gezien de besmettelijke witte achtergrond, die ik met heel veel moeite heb kunnen behouden.



Nog verder westelijk vond ik het volgende shirt. In de lijn van de vorige heeft ook dit shirt een humoristische opdruk. Het komt uit Ierland en voordat ik het kocht heb ik wel even gevraagd wat er nou precies op stond. De conversatie was niet eenvoudig, maar uiteindelijk begreep ik eruit dat het zoiets was, als "Je moet het maar nemen, zoals het komt" en de taal is Iers Gaelic. Gekocht heb ik dit  bij de Allwee Cave, in "the middle of nowhere" tussen Lisdoonvarna en Ballyvaghan. We hebben daar te voet een excursie gemaakt door de fabuleus verlichte druipsteengrot.








Uit het Sea Life te Scheveningen komt dit laatste shirt. Een grote octopus staat model voor dit moderne kunstwerk. Dit is verreweg het oudste shirt van de serie en ik kan me eigenlijk ook niet zo goed meer voor de geest halen, wanneer ik daar geweest ben. Toch was het één van de beste, want vooral de shirtjes met een zwarte achtergrond, met daarbij een bizarre abstrakte of een keltische afbeelding zijn bij mij favoriet.


Ik heb er nog een paar in de kast liggen, maar daar ga ik dus nog niet aan beginnen in dit stukje. Ik wil me zoveel mogelijk houden aan de regel waaraan ik begonnen ben. Los van die ene uitzondering, hou ik me liefst aan de stelregel:  "pas fotograferen, vlak voordat hij in de kliko gaat". Het spelletje is leuk en ik vind het nog steeds jammer dat ik daar niet eerder opgekomen ben, want in mijn hoofd zitten nog een paar shirtjes die ik graag op deze wijze had willen terugzien. Daarbij denk ik aan een Hongaars en Engels origami shirt en talloze treinenshirtjes uit binnen en buitenland.

18 juni 2018
Vandaag moest er dus weer eentje aan geloven. Dit shirt kocht ik in het zeehondencentrum wat Pieterburen voor eeuwig op de kaart heeft gezet. De tekst doet anders vermoeden, maar de kleine lettertjes onder de afbeelding bewijzen dat het echt zo is. Het weggooien ging mij, als met zovelen, nog steeds aan het hart, maar toen ik het vanmorgen wilde aantrekken, zag ik ineens, dat er veel meer gaten in zaten, dan ik dacht, en waar de stof nog wel aanwezig was, keek ik er dwars doorheen. Helaas, maar niets aan te doen. De stapel in de kast is intussen een zielig stapeltje geworden, dus wat te doen? Primark? Zeeman? ja, dat kan natuurlijk, ben ik in ieder geval aangekleed, maar zo kan iedereen dat. Met vakantie en bijkopen dan maar? Helaas, de reisjes worden de laatste jaren wat minder. Niet zielig hoor, maar ook geen apart shirts. Ach het maakt allemaal niet uit, ik maak de plaatjes tot het stapeltje verdwenen is en dan gaan we gewoon weer wat anders doen. 


30 juni 2020                                                                                                                                                                                                                                                            Dit is het laatste keltische t-shirt. Het shirt was een beetje aan de krappe kant en zat niet echt lekker. Om heel eerlijk te zijn denk ik dat het shirt oorspronkelijk van Karel was en daar hij het niet droeg, zal ik het wel hebben ingepikt. Er vielen gaten in en aan de hals was het zwart, grijs geworden. Helaas, is mijn "keltische-shirtenperiode" over. Het is mooi geweest!

zaterdag 31 maart 2018

De lijnbus naar Oosthuizen

Omdat het zo heerlijk zonnig was gisteren, heb ik ons maar weer eens getrakteerd op een ritje. Vandaar dat ik via de "oude E10" ofwel de N247, naar Purmerend, reed, om bij Appie onze broodnodige boodschappen te gaan doen. Deze Appie ken ik als één van de mooiste boven het IJ en ik zie nog steeds voor me, dat het braakliggende graslandje daar langs het spoor en tussen de twee Purmerendse stations veranderde in een grote Macro met een serie benzinepompen ernaast. Dat moet zo ongeveer eind jaren '70 geweest zijn en een auto was voor ons helemaal nog niet aan de orde. Later werd het een mini-winkelcentrum met de grote AH XL als centrumwinkel en nog steeds verbaast het mij dat ik daar nu zo regelmatig per auto kom. Hoe anders, dan toen ik er alleen maar per trein langsreed en geen idee had hoe de andere kant van het gebouw er uit zag.

Maar goed, terug naar de N247. Deze weg heeft voor mij iets speciaals. Als ik er ben, gaan mijn gedachten bijna altijd wel even terug naar de eerste rit over deze weg. Niet vanuit Hoorn richting Amsterdam, maar vanuit Amsterdam, reden wij met een lijnbus naar Oosthuizen en het was de eerste keer dat wij kennis maakten met dit deel van Nederland. Het leek me allemaal wel wat, het weidse uitzicht, de polders, de grote boerderijen, het prachtige landschap, en bedacht me dat dit binnenkort ons thuisland zou worden. De reis was nog een hele onderneming. Eerst met de trein naar Amsterdam, dan met de bus naar Oosthuizen en tenslotte verder lopend naar het kantoor van Jo Roelof Zeeman, die daar zijn architektenbureau had, waar we het koopcontract voor ons nieuwe huis in Bovenkarspel zouden gaan tekenen.

Begin jaren 70 moest inderdaad iets gebeuren, want ons huisje in Abcoude werd veel te klein voor ons gezinnetje en was bovendien onbewoonbaar verklaard. Geld om het op de knappen hadden we niet, dus het ging het hele pand met z`n vijf huisjes in de verkoop. Met heel veel goede raadgevingen en een aardige financiele injectie van mijn vader werd het, zoals bij zovelen toen, een koophuis in Noord-Holland, iets waar ik tot op de huidige dag van vandaag nooit spijt heb gehad. Na een orientatiegesprek in Cafe West-End op de Overtoom, hoek Constantijn Huijgensstraat met een werknemer van het architektenbureau J.R. Zeeman, was de keuze tussen Berkhout of Bovenkarspel snel gemaakt. Uiteraard kreeg de plaats met het station de voorkeur en het werd dus Bovenkarspel.

Vandaar dus die levensbepalende rit naar Oosthuizen al bijna 50 jaar geleden. Veel is intussen verdwenen. In het pand van Cafe West-End zit tegenwoordig een kledingwinkel voor kinderen en het architektenbureau, dat later naar Hoorn verhuisde, bestaat ook niet meer. Het huis in Bovenkarspel staat er nog steeds, maar wij wonen daar niet meer. En de weg? Als N247, bestaat hij nog steeds, weliswaar een beetje gehavend, door de vele veranderingen. Grote broer A7 verwerkt tegenwoordig het meeste verkeer, maar dat is juist mooi, want daardoor hebben de lijnbussen en ik beduidend meer ruimte gekregen.


Geschreven: 31 maart 2018
Dagtekening: Eind jaren `70 tot nu

donderdag 1 februari 2018

Herinneringen

Herinneringen..... Het zijn rare dingen die je meesjouwt. Gelukkig zijn ze niet zwaar, en soms zijn ze mooi, soms droevig en soms ook helemaal afwezig. "Weet je dat niet meer?" , krijg ik dan ook heel vaak te horen. Ach ja, toegegeven, als ik alles wat er in mijn leven gebeurd is zou moeten onthouden, past het niet meer in mijn hoofd. Maar waarom ik nou juist het ene nog wel en het andere niet meer weet is mij een raadsel. Zou het iets maken hebben met het feit, in hoeverre de bepaalde gebeurtenis indruk heeft gemaakt of niet?. Dat zou zeer zeker kunnen natuurlijk, maar dan heeft de onderstaande slimme zet van mij uiteindelijk toch geen plekje in mijn hoofd gekregen, want ik wist hier helemaal niets meer van.

Vanmorgen las ik een stukje van dochter Ingrid op fb, waardoor bovenstaande ineens heel even actueel werd. Zij beschreef een herinnering op over haar onderwijzeres, Juf Vera, van de basisschool De Boei in Bovenkarspel. Een lieve vrouw, die heel erg begaan met de natuur en reuze op haar plaats voor de klas.


Mijn antwoord was duidelijk, want hoewel ik me juf Vera [Zwagerman] heel goed herinnerde, was het bewuste voorval met de krokusjes in de grijze massa verdwenen.


Groot was dus mijn verrassing om te lezen, dat ikzelf een rol had gespeeld in die herinnering van haar. Geweldig! Een herinnering van de kinderen, waar ik bij aanwezig geweest ben en er niets meer van weet. Daar is maar één ding aan te doen; tw. even snel "op papier" zetten, zodat ik het nu dus echt niet meer kan vergeten.





Geschreven: 1 februari 2018
Dagtekening: Eind jaren `70 en 1 februari 2018

woensdag 23 augustus 2017

Van 2 blokfluiten en 11 zwemmedailles



Ik was ze eigenlijk al tijdje kwijt. Mijn hele serie van 11 zwemmedailles van de zwemvierdaagse, die ik in de jaren 70 en 80 hier in zwembad "De Kloet" bij elkaar gezwommen had waren onvindbaar. Natuurlijk kon ik zonder, maar toch, zouden dit het eerste slachtoffers zijn van de verhuizing? Je kent dat vast. Af en toe flitst het door je gedachte, zo van "Oh daar moet ik nog eens goed naar gaan zoeken", maar ja, voordat het werkelijk tot daden komt, is het allang weer weg uit je hoofd. Vanmorgen echter heb ik de daad bij de gedachte gevoegd en ben ik serieus gaan zoeken. Ik vond ze niet, maar ik vond iets anders. Haha, mijn blokfluit! Met het ding in mijn handen, dacht ik meteen aan het exemplaar, dat ik zelf maakte op mijn lagere school; tw. de Prof. Burgerschool, te Amsterdam. We kregen een pijp bamboe van ongeveer 50 cm. lang en een diameter van ca. 3,5 cm en moesten in die pijp op de aangewezen plekken zeven gaatjes vijlen. Als mondstuk werd een kurk bewerkt en het geheel werd uiteindelijk vrolijk geschilderd. Dat was het begin van mijn blokfluit lessen en noten leren lezen. Nu zo'n ruime 60 jaar later is de zelfgemaakte blokfluit weg. De kurk verpulverde en stom genoeg heb ik hem weggedaan, zonder er een foto van te maken. Ook het boekje is verdwenen, maar de gewone blokfluit bleef. Stiekumpjes heb ik boven nog even geprobeerd Vader Jacob te spelen, en ja hoor het lukt me nog steeds, want hoe ik de noten moet spelen, bleek nog stevig in mijn vingers en hersenen te zitten. [zie ook: 55[3-20051025-22--1-[j]Prof.H.Burgerschool]

En die zwemmedailles, waar alles mee begon? Haha, hoe het kwam, daar snap ik niets van, maar ineens wist ik weer in welke doos ik, vlak voor de verhuizing, die dingen had opgeborgen. Een snelle controle bevestigde deze inval en om te voorkomen, dat dit verhaaltje zonder foto het net op moet, heb ik ze allemaal maar even op de foto gezet. Daarna deed ik ze met een gerust hart weer in de doos en zuchtte, "Oef, die heb ik ook weer onder controle".



Geschreven: 23 augustus 2017
Dagtekening: jaren '50, '70 en '80 + 23 augustus 2017

vrijdag 7 juli 2017

PWN Chaos

[Geschreven als fb-post]

Van alle administratieve chaos die ik heb ondervonden gedurende mijn verhuizing kwam er vandaag, ja, bijna vier maanden na de verhuizing een aanmaning binnen, waar mijn broek werkelijk van af zakte. Hoe dat zo, zou je zeggen, nou dat zal ik uitleggen. Daarvoor moet ik helemaal terug naar 1966, toen wij voor ons prille huishouden een girorekening openden. Het nummer daarvan, wat ik toch maar niet openbaar op facebook zal zetten, werd voor ons heel vertrouwd, want we deden er alles mee. Pinnen kwam natuurlijk later, maar ook dat heb ik veel met die rekening gedaan.

Giro werd INGbank, maar het nummer bleef onveranderd in ons gezin. Dat veranderde pas bij de verkoop van ons huis in 1997, waarna we onze financien reorganiseerden. We namen afscheid van de ING en de ABN-AMRO kwam in ons !even. Uiteindelijk werd enkele jaren later die vertrouwde ING-rekening opgeheven, want zo'n slapende rekening, waar je niets mee doet, heeft ook weinig zin. Wij hebben totop heden dus een betaalrekening van de ABN-AMRO, waarmee we de laatste ca. 15 jaar ook al onze automatische afschrijvingen hebben lopen.

Nu terug naar de dag van vandaag. Vanmorgen viel er een aanmaning van de PWN, op de mat, dat ik een termijnbedrag moet betalen, omdat ik 3x niet gereageerd had op een verzoek tot betaling. Daar het mijn gewoonte niet is, aanmaningen to krijgen en ik die bovenstaande 3 verzoeken niet had gehad, moest ik daarvoor even diep in de archieven duiken. Na het doorlezen van "Mijn PWN" zakte dus mijn broek af. Bij onze persoonsgegevens stond als rekeningnummer dat vertrouwde INGnummer, wat beginjaren 2000 al was opgeheven, vermeld en uit het betalingsoverzicht blijkt ook nog eens dat er al een termijn op 25 juni is betaald. Een volgende niet, en daarvoor kreeg ik dus die aanmaning.

Heee, das handig. Rekeningen worden betaald voor ons, via een rekening die wij niet meer hebben. Hahaha. En dat terwijl ik 20 jaar lang gewoon automatisch aan deze jongens heb betaald via de ABN-AMRO. Wat spoken ze daar in Velserbroek toch allemaal uit. Schiet mij maar lek, ik snap er niets meer van.


Geschreven: 8 juli 2017 voor fb,
Dagtekening: 8 juli 2017


maandag 1 mei 2017

Toilet rhyme

Wie verre reizen doet kan veel verhalen, wordt er vaak gezegd, en daar kan ik eigenlijk maar één ding op zeggen. “Ja dat is helemaal waar”. Gelukkig hoeft het niet alleen bij verhalen te blijven, want ik heb tijdens al die reizen veel foto`s gemaakt, Nu het allemaal wat minder hektisch is kom ik er soms wel eens toe heerlijk weg te zakken in mijn herinneringen en deze via de computer vast te leggen. Een van de leukste kwam ik pas geleden tegen via één van mijn foto`s die ik op dat moment aan het inscannen was.



Op advies van van Eric Knowles van de Antiques Roadshow bezochten wij in Battle [East Sussex] “Yesterday`s World”, een museum, waarin we echt alle gebruiksvoorwerpen uit de laatste 80 jaar te zien waren en allemaal opgesteld zoals we van de engelsen in een museum gewend zijn, dus erg mooi. Na al die cultuur, geschiedenis en nostalgie, waren we best aan een kop koffie toe. Zoals een goede plaats betaamd was er een schitterende pub, genaamd "A Taste of Battle" en we zaten binnen de kortste keren onder de lage plafondbalken.


Na de koffie moest ik uiteraard nog wel even naar het toilet. Via een prachtige omsloten binnentuin kwam ik bij het wchuisje. Al zittende las ik de handgeschreven mededeling die met plakband op de binnenkant van de wcdeur was bevestigd.


Dear Ladies,
We apologise beforehand as the lock on this door can be tempremental.
So if it gets stuck, please relax and don`t panic or go mental.
Just give the lock a little wiggle, and the door a shove gently.
Before you know it, you`ll be back having lunch with the family.
If this fails to work yell and yell till your face goes blue!
And one of our friendly staff will come and save you! X



De anderen begrepen er in eerste instantie niets van toen ik al grinnikend weer aan tafel verscheen. Ik heb niet hoeven "yellen" en was gelukkig snel terug "not having lunch, but just coffee", maar ik ben wel subiet teruggegaan om deze literaire mededeling even op de foto te gaan zetten.


Geschreven: Opperdoes 19 augustus 2009
Dagtekening: Battle, East Sussex mei 2006

donderdag 6 april 2017

Kerkstraat 76 [deel 2]

Vandaag hadden wij een top-ervaring en hoe dat zo kwam, wil ik graag vertellen. Na onze verhuizing, waarin ik gebuffeld heb en helemaal niet hoefde na te denken, wat ik nu weer eens moest gaan doen om me lekker bezig te houden, viel ik vanmorgen een beetje in een gat. In haken had ik geen zin, dus wist ik het even niet meer. Buiten zitten was niet echt een optie, want hoewel het zonnetje bij tijd en wijle eerlijk zijn best deed, was het toch nogal guur. Aan de andere kant is het ook geen optie, want je zat dan wel buiten, maar dat loste mijn katterige sfeer niet op. Ineens kreeg ik een ingeving. Waarom zouden we voor de verandering niet eens naar Ikea rijden. Daar was ik in “geen tijden” geweest, want het was al bijna drie weken geleden dat ik er voor het laatst was. Ik wist dat ze er leuke en vooral grote klokken hadden en ook pannetjes met glazen deksels. Die hadden we beiden nodig. Het eerste voor Karel, want hij had geen klok waarop hij de tijd goed kon zien en het tweede voor mij, want de pannen die ik al zo`n 20 jaar had, waren altijd al een bron van ergernis geweest. Voordat het kokende water als een zondvloed over de rand van de pan kwam, was het door het metalen deksel zonder gaatje een raadsel wat er in de pan gebeurde en dat was ik nu met die nieuwe kookplaatjes helemaal zat. Zo gezegd, zo gedaan, en voor de vierde keer in enkele weken tijd, nu eens, voor de verandering in gezelschap van Karel, ging ik naar Amsterdam Zuid-Oost.

De boodschappen waren snel gedaan, de koffie was lekker en veel te vroeg om huiswaarts te keren, stonden we weer in de parkeergarage bij de auto. Wat nu? Op verzoek van Karel reed ik naar Abcoude en ik dacht dat we, als we toch in de buurt waren, meteen wel even gedag konden gaan zeggen bij broer Hans en schoonzus Beppie. Natuurlijk hielden we rekening met het feit dat ze wel eens niet thuis konden zijn, maar ja niet geschoten, is altijd mis, dus zouden we een poging wagen.



Toen ik bij de rotonde in de Amsterdamse straatweg, het grote appartenmentencomplex zag, waar vroeger de Boerenbond en later tuincentrum Welkoop was, kwam de eerste verbazing. Onderin dit complex waren spiksplinternieuwe vestigingen van supermarkt Koot, Bakker Both en Gall & Gall. Ze waren allen geopend en het was er een drukte van jewelste. De statige herenhuizen en het Amsterdams koffiehuis verderop in het dorp zullen het met lede ogen hebben zien aankomen, dat hun zondagsrust hierdoor volkomen werd verstoord. We reden het dorp in, passeerden de brug over het Gein, de Hoogstraat, het smalle bruggetje over de Angstel, kwamen langs het Gemeentehuis om via een tweede rotonde bij broer Hans voor een dichte deur te belanden. Wat nu?

Wederom op verzoek van Karel maakte ik het rondje af en reed de Stationsstraat in. Bij het oude station, wat ik opvallend wit en opgeknapt vond , keerde ik en maakte langs het Gein, een foto van ons "oude" huis, richting het dorp met z`n twee karakteristieke kerktorens. Het is en blijft een mooi plaatje, zeker nu de huidige bewoners er van die mooie luiken voor de ramen hebben geplaatst. Terug in het dorp, ging ik rechtsaf en reed even verder weer rechts, de Kerkstraat, met zijn huidige eenrichtingverkeer, in.



Hier was sinds 1971, sinds wij deze straat verlieten, weinig veranderd. De Hubo is er nog steeds en alleen het kleine winkeltje van de gezusters Jorna heeft, nadat het in in onze tijd bibliotheek was, nu een bestemming gekregen voor naschoolse opvang. Nog goed herinner ik me de tijd, dat de beide dames er, vanuit de grote houten bakken, die aan de muur bevestigd waren, met zo`n halfronde schep, de suiker, zout of drop los in een bruine puntzak schepten. Liever nog kwam je met je eigen pan of pot om die daar te laten vullen. Ook “De Automaat”, het voormalige petroleumwinkeltje en later breiwinkeltje stond er nog. Toen we langs nr. 84 reden, sloeg ik, kort daarop, in een impuls links de Bijdorplaan in en parkeerde de auto net om de hoek. Deze straat, genoemd naar een op deze plek staande boerderij met een kaasmakerij, waar ik een keer was binnengeweest, was er in onze tijd nog niet. Ook was de ingang van het kerkhof vanuit de Kerkstraat naar deze straat verplaatst.



Lopende naar ons vroegere huis, riep Karel ineens, "Hier was mijn geboortehuis". Dat werd gehoord door de huidige bewoners, en heel spontaan nodigden zij ons uit om onder het genot van een kop koffie, een kijkje te komen nemen in hun huidige woning. Dat namen we heel graag aan. We wisten dat het na ons vertrek het pand van vijf kleine huisjes tot één groot pand was verbouwd. [Zie ook mijn blog Kerkstraat 76]. Ook wisten we dat het heel mooi geworden was, want we hadden er na ons vertrek vanaf de straatkant nog wel eens staan kijken. Het is bijna onmogelijk te geloven, dat het hetzelfde huis is. Je kijkt nu binnenstaande op nummer 76 zo helemaal door alle vijf de pandjes heen naar nummer 84. Een schitterende moderne ruimte met alle aanpassingen van de moderne tijd. Onvoorstelbaar! Hoe anders was het in onze tijd. Huisnummer 84, gelegen aan de straatkant was samen met nr. 82 het oorspronkelijke woonhuis van de boerderij en de andere drie waren de woninkjes van de boerenarbeiders. Er was een straatje voor de huisjes en waar nu de tuin is, stonden vroeger meerdere stallen.

Toen wij er leefden, woonde op nr. 84 een alleenstaande man Kees Schalkwijk, op 82 Familie Wiggemansen, op nr. 80 Familie Verweij, op 78 Familie Haarsma [Karel`s ouders] en op 76 dus wij, Karel en Willy Haarsma. Ten tijde van Karels jeugd woonde de Haarsma`s op nr. 76 en die verhuisden later [vanwege de grote schuur] naar nr. 78. Voordat de familie Haarsma zich in dat pandje vestigden, woonde daar de familie Schuiveling, die in die bijbehorende schuur een klompenmakerij runde.
Toen ik Karel leerde kennen in 1965 hadden de Haarsma`s [op nr. 78] nog een buitentoilet met zo`n groot rond deksel. De ongemakken daarvan laten zich raden. Wij hadden geluk, want toen wij in 1966 op nr. 76 kwanen wonen, hadden onze voorgangers, de familie van Ewijk, dit al mooi voor ons opgelost en het toilet in het huis geplaatst. Ook op nr, 78 gebeurde dit toen ook snel.

Maar nu terug naar april 2017. Wat een pracht is het geworden en ik heb helemaal verliefd geworden op de rood/witte luiken. Het was heel bijzonder, weer in de kamer te staan, waar wij hadden gewoond. Helemaal aan het eind, aan het water, op nr. 76, in dat kleine huisje waar zowel Karel, als onze twee oudste kinderen [Rob in 1967 en Ingrid in 1970] geboren zijn. Alleen de plek van de ramen is herkenbaar, want de smalle keuken is er niet meer en ook de ruimte achter de kamer en de wc zijn verdwenen.



Eigenlijk is alleen de buitenmuur gebleven en is het verdere pand helemaal verbouwd. Verder vond ik het gigantisch dat de oude nummeraanduiding en de vroegere deuren nog steeds gewoon zijn blijven zitten waar die zaten, zodat van buiten heel goed is te zien waar de afzonderlijk huisje waren. Nu liepen wij, 45 jaar later, gewoon binnendoor het huis van nr. 76, via 78, 80, 82 naar 84. Iets waar we natuurlijk nooit van hadden gedacht dat ooit te doen. Sterker nog, in de huisjes 82 en 84 was ik nooit geweest.

Het straatje voor de huizen was het in onze tijd nog een officiele openbare weg, maar nu is het een afgesloten tuin, met alleen nog de grote schuren van de klompenmaker en die van de Haarsma`s. De rest van de schuurtjes en buitenwc`s zijn allemaal afgebroken. Ook het afstapje bij het water waar ik altijd luiers uitspoelde en waarvan Rob[bie] in water gevallen is, is helemaal weg.Op dat smalle straatje speelde zicht een groot deel van ons buitenleven af, want het was de ruimte waar, Rob[bie] in de box zat, Ingrid in de kinderwagen lag, een groot olievat tegenover de deur op een standaard lag, ik de luiers door het Gein haalde, breien van mijn schoonmoeder leerde en onze kat heerlijk in het zonnetje sliep, op een dekentje op het olievat. En waar een deurtje verder mijn schoonmoeder iedere maandag haar ronde trommelwasmachine uit de schuur sleepte en met wringer en al de was deed buiten voor de deur met het kraanwater uit de keuken.



Die middag, daar zittend in die zonnige tuin, werd er eentje met een goud randje. Vooral bij Karel, die er natuurlijk nog veel langer gewoond heeft dan ik, kwamen de herinneringen los. 

Met in gedachte het “Onbewoonbaar Verklaarde Woning-bordje” boven de deur en de maandhuur van 21 gulden, vertrokken wij in 1971 uit Abcoude en ik ben ontzettend blij dat dit rijtje unieke huisjes, op zo`n mooie manier, aan de slopershamers is ontsnapt.



Ten slotte nog dit. Toen ik uit de Bijdorplaan naar de Kerkstraat liep, zag ik een klein blauw richtingbordje, met de vermelding "De witte dame". Ook op dat bordje stonden twee icoontjes. Een met een bed en eentje met een vork en lepel . Huh?? Nooit van gehoord? Tijdens ons gesprek, daar in het zonnetje werd die vraag beantwoord. Dat, toen ik er keerde, me zo opvallend mooie, witte en nette station Abcoude (hoe anders kende ik het) is verbouwd tot gerennomeerd hotel annex restaurant, genaamd "De Witte Dame". Subliem! Een tweede schitterende ontwikkeling die we nooit konden bedenken. De trein dendert allang niet meer over de spoorbrug, die zoeft nu bijna geluidloos onder de
grond, maar het station, dat compleet verpauperd en vervallen was, heeft een fantastsch nieuwe bestemming gekregen.

Wat een middag!! Eentje om nooit te vergeten. Ik sluit af met ontzettend veel dank aan deze vriendelijke spontane mensen, die ons een zonnige middag van 45 jaar geleden lieten herbeleven en aan Karel, bij wie steeds meer herineringen kwamen boven drijven.

Geschreven: Grootebroek, 2 april 2017
Dagtekening: 1965 t/m 2 april 2017

dinsdag 31 januari 2017

Déja vu

Tweede kerstdag 1994:

Loc. 16 trekt de goed bezette en in kerstsfeer versierde rijtuigen 61, 65 en 62 door een druilerig­ Westfries landschap naar Wognum. Vreemd hoor zo in de winter, geen koeien in het weiland, geen bloemenveld bij Wognum, en ook de eenden en zwanen laten verstek gaan. De vrijwilligers van de restaura­tie, die van te voren de tafels in kerstsfeer gedekt hebben serveren de erwtensoep en roggebrood met spek zo feestelijk alsof het lijkt dat we in een vijf sterren restaurant te­recht gekomen zijn. In Wognum aangekomen staat een enthousiast zwaaiende en bel­lende kerstman, die ons naar café "Het Boemeltje" begeleidt. Voor ieder kind heeft hij een cadeautje en de meeste van hen willen ook zijn schoot wel uitproberen tot groot genoegen van de fotograferende ou­ders. ­

In een gedachtenflits zie ik kerst 1979 voor mij. Hetzelfde druilerige weer, dezelfde stoomtram, dezelfde kerstman en dezelfde schoot. Een beetje verlegen ging zij toen bij de kerstman op z`n knieën zitten.



Weer terug in 1994 staat Suzanne mijn nu 21-jarige dochter naast mij en ik vraag: "Wil je nog een keer?" Een lacherig protest is haar eerste reactie. Dan stap ik naar de kerstman toe en zeg tegen hem: "U heeft mijn dochter als klein meisje nog op schoot gehad. Waarop hij antwoordt: "Dat kan kloppen, want ik kan me dat meisje van Haarsma nog wel herinneren. Suzanne en ik schieten beide in de lach, toch wel twijfelend aan zijn antwoord. Ikzelf wijd zijn bevestigende antwoord het feit dat Karel naast mij staat en hij dus door hem wel weet wie we zijn. Daarna leggen aan de kerstman uit dat dat kleine meisje een beetje veranderd is in die 15 jaar maar dat ze nog steeds datzelfde kleine meisje is wat toen in haar bruine jasje op zijn schoot heeft gezeten. Gelukkig voor mij laat ze zich door de kerstman overha­len om nogmaals op zijn schoot plaats te nemen zodat een ge­schiedenisherhalende foto kan worden ge­maakt.

Geschreven:26 december 1994
Dagtekening: 26-12-1979 en 26-12-1994


Rangeermanoeuvres voor de deur


Wie woont er zo, dat er een rangeermanoeuvre voor de deur mogelijk is? Wij dus, want we wonen in een station met het schitterende uitzicht op het perron en de rails aan het traject van de museumstoomtram Hoorn-Medemblik. De laatste dagen waren er werkzaamheden aan de brug in Medemblik en was het station van die plaats dus onbereikbaar voor de stoomtram. De mensen stapten in Medemblik uit aan de Randweg, vlak voor de "kapotte" brug en werden met eigen vervoer van de tram verder gebracht naar het station. Waar je als gewoon persoontje niet zo gauw aan zou denken is, dat de locomotief niet kan "omlopen" [dwz. van voor naar achteren verplaatsen] en dus voor de terugweg aan de verkeerde kant van het tramstel staat. Dit werd in Opperdoes, na een paar kilometers "opduwen" met diverse rangeerhandelingen en een diesellocomotief opgelost. Nu is alles weer als vanouds en de tram komt weer "gewoon" langs. Minstens 2x per dag.


Geschreven: Opperdoes 8 juli 2011
Dagtekening: 6 juli 2011


Thuiskomen

Grappig is het. Ik ben ik heerlijk bijna drie weken met vakantie geweest is en toch verbaast het me iedere keer weer, dat als ik tenslotte weer mijn vertrouwde straat in rij er helemaal niets veranderd is. In mijn gevoel ben ik jaren weggeweest en in mijn eigen straat lijkt het wel of de tijd heeft stilgestaan. Natuurlijk is dat niet zo verwonderlijk, want de verandering die ik denk in de straat te vinden zit in mezelf. Ik heb weer vele ervaringen opgedaan en mijn hoofd zit vol met nieuwe herinneringen. Ik bekijk dus die straat met een beetje andere ogen.

Toch heb ik altijd wel een beetje moeite met thuiskomen. Ik wil niet meteen weer in het vertrouwende patroon terugvallen, want ik wil dat vakantiegevoel zo lang mogelijk vasthouden. Toch lukt het voor geen meter, en wordt ik binnen de kortste keren met met neus op de realistische feiten gedrukt. Mijn lieve echtgenoot weet niet hoe snel hij de auto uit zal uitpakken; we moeten die avond natuurlijk ook nog iets eten en de stapel vuil wasgoed wordt ook niet minder, door er alleen maar naar te kijken. Nog even nadromen is niet echt aan de orde.

Toch zijn er ook wel weer fijne dingen natuurlijk. Het leukste vind ik om alle leuke bagage, zoals souvenirs, kaarten en computertroep op een grote hoop op de tafel te verzamelen en die dan maar voorlopig te laten liggen. Dan heb ik nog een beetje het gevoel dat er iets bijzonders was en dat nog niet alle spullen weer in de kasten verborgen zijn. Ook is het leuk om midden op die volle tafel alle foto`s op de computer te zetten en omgeven door al die tastbare herinneringen doe ik mijn best om weer "thuis te komen".

Maar ook dat duurt niet lang. Een stapeltje post vraagt mijn aandacht en de volgende ochtend pak ik de stapel kranten en werk die chronologisch door. De kinderen komen weer met hun verhalen en problemen en het is toch ook wel weer fijn om weer de vertrouwde dingen om je heen te hebben. Ik ziet weer evenementen in de krant die ik zou kunnnen gaan bijwonen en de Pinksterdagen staan voor de deur. Ook het weer is weer onbelangrijk geworden. Zon is fijn maar als het regent, nou ja jammer dan, we hoeven niet zonodig iets te gaan ondernemen.

Ik ben weer thuis. Ben nog zeker weken bezig om alle foto`s te verwerken en ook de dagboekverhaaltjes wil ik nog in een mooie vorm in mijn digidagboek verwerken. Dat is fijn, want zo ben ik nog poosje bezig en blijf ik nog een tijden in gedachten in ons schitterende vakantieland.

Geschreven: Opperdoes, 16 juni 2011
Dagtekening: 5 juni 2011

"Amersfoort"-beertje

Wie bij mij in de auto wel eens als passagier achterin heeft meegereden zal zich ongetwijfeld het beertje van de foto herinneren. Het heeft in al onze auto`s op een heel prominente plaats meegereden. Hij is mee verhuisd van auto naar auto en ik ben eigenlijk nooit zonder die knuffel weggeweest. Van Groningen tot Maastricht en van Schotland tot Frankrijk en Duitsland, die knuffel was erbij.

Natuurlijk zit daar een verhaal aan vast. Toen ik ging lessen voor mijn rijbewijs heb ik dat verzwegen voor mijn vader. Waarom? Twee redenen herinner ik me nu nog. Ten eerste het afrijden. Wetende dat het toch wel een hele klus was, zou ik niemand iets hoeven vertellen als het allemaal niet zou lukken. Geen medeleven, want zeker als je gezakt bent kan je dat missen als kiespijn. Maar de hoofdoorzaak was, dat ik hem zou willen verrassen met het feit dat ik mijn rijbewijs had gehaald. Hij zou daar blij mee zijn, sterker nog, hij heeft verscheidene malen laten doorschemeren dat hij het best slim zou vinden als wij ook gemotoriseerd zouden zijn. Als hij dan weer eens één van zijn prominente familiebijeenkomsten houden, hoefde hij geen rekening meer te houden met een dochter en haar gezin dat met het openbaar vervoer zou komen. Wij waren wat dat betreft best lastig, dat realiseerde ik me goed, want ik wist uit ervaring dat je er bij het plannen van een locatie terdege rekening mee moest houden. Wat zou het dan niet leuk zijn als ik op een dag tegen hem zou kunnen zeggen dat dit probleem uit de wereld was.

Ik had het allemaal zo mooi gepland en in november 1995 bereidde ik mij voor op mijn rijexamen en op mijn verrassing voor hem. Toen begon het allemaal een beetje mis te lopen. Ik zakte voor mijn eerste rijexamen en de verrassing ging daarmee dus ook de mist in. Nou ja voorlopig, want ik was echt niet van plan om het op te geven. Maar er ging meer mis. Pappa`s gezondheid werd steeds slechter en vlak voordat ik weer moest afrijden belandde hij weer in het ziekenhuis. Op stel en sprong gingen wij met de trein naar Amersfoort. Tijdens dat bezoek heb ik dat beertje van Suzanne gehad, die het kocht in de ziekenhuiswinkel van het Elizabeth ziekenhuis. Met pappa ging het die avond best goed en we hebben gezellig zitten praten over allerlei gewone dingen. Wat we toen niet wisten was, dat het voor Suzanne de laatste keer zou zijn dat zij haar opa in leven zag.

De tweede keer afrijden lukte me wel en ik zou ik dus de volgende maal vol trots en glorie met de auto naar hem toe kunnen gaan. Hoe anders liep het. Op de vooravond van zijn volgende operatie, waarvoor hij naar het UMC te Utrecht was gebracht, hebben Karel en ik hem voor het laatst bezocht. Van het geluk dat ik kon rijden was niet veel meer over. Ik heb hem verteld dat ik eindelijk mijn rijbewijs had gehaald en zelf met de auto naar hem toe was gekomen, maar ik kon uit zijn opmerkingen niet opmaken of dat allemaal wel tot hem doordrong. Uit al zijn opmerkingen die avond kon je opmaken dat ook hij terdege rekening hield met het feit dat hij die operatie wel eens niet zou halen. Dat werd helaas de waarheid. Hij overleed de volgende ochtend. Vier dagen later kreeg ik mijn vuurdoop. Ik heb tot op de dag van vandaag nooit meer in zo`n ontroerende tocht mee gereden als toen de dag van mijn vaders crematie. Een lange rij auto`s, allemaal familie en kennissen, met voorop de lijkwagen met mijn vader. Mijn broer reed voor mij en ik hoor hem nog geruststellend zeggen: "Rij maar kalm achter mij aan". Vanuit de kerk in Amersfoort reden we in één grote optocht naar Amsterdam over een razendrukke A1 naar het creamatorium op Kruislaan in Amsterdam. Toch had ik ook een beetje een trots gevoel dat ik hieraan kon deelnemen door zelf rijden, ondanks de enorme droevige aanleiding. Hoe het beertje in de auto beland is weet ik niet precies meer, maar ik ben er van overtuigd dat die dag er iets mee te maken heeft gehad. Ziekenhuis-pappa-beertje, een link die is gebleven. De knuffel heeft intussen al twee keer in de wasmachine gezeten en is zowat niet meer schoon te krijgen, maar dat maakt allemaal niet uit. Hij is gewoon een trouwe metgezel die altijd met me meegaat. Een beschermengel of gewoon een symbool met een link naar pappa. Ach het maakt allemaal niet uit. Voor mij staat één ding als een paal boven water. Het beertje is er en blijft er.


Geschreven: Opperdoes 6 mei 2009
D agtekening: januari-maart 1996