Vanaf 2005 schrijf ik korte stukjes in dit digitale dagboek. Dat kunnen er drie per week zijn, maar soms ook, schrijf ik maanden niet. Waarover ik schrijf, dat kan vanalles zijn. Heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Op de foto hierboven sta ik, in de zomer van 1987 in de tuin van één van de grote herenhuizen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar stond een grote "spiegelbol", waarmee ik mezelf op de gevoelige plaat zette. Een selfie dus van ruim 35 jaar oud en ook van ver voordat dat het woord "selfie" werd uitgevonden. Erg scherp is de foto helaas niet, maar ja, wat kan verwachten van zo`n oude foto, die al heel wat heeft meegemaakt vanaf een opname op een 35 mm fotorolletje tot een computerbestandje in het digitale tijdperk. Toch vind ik hem nog steeds de moeite waard om hem eens in het zonnetje te zetten.

dinsdag 3 maart 2020

Albanië


Terwijl ik één van de dames van de Buurtzorg vertelde dat ik soms deze stukjes schreef, kwam het gesprek via vakanties ineens op Albanie. Volgens mij begon Karel erover en ik bedacht toen ineens, hoe raar het was, dat ik nooit eerder op het idee gekomen was, daar iets over te schrijven, want het was beslist het meest bijzondere reisdoel, wat we ooit hadden gehad. Stel je voor! In 1968 wilde we met vakantie naar Tsjecho-Slowakije. Dat was niet zo`n goed idee, want de Praagse Lente was net neergeslagen en de spanning in de wereld en vooral in Oost-Europa, was daardoor op dat moment groot. Communisme alom. In Yugoslavie naar Russisch model en in Albanie was China het voorbeeld. In dat laatste land was de angst zo groot, dat zelfs een tv mast boven op een berg boven Dubrovnik voor een raketinstallatie werd aangezien. Dus met andere woorden; de vriendschap tussen Oost en West was ver te zoeken en wij weken uit naar Yugoslavië.

Wij zaten in Herzeg Novi [tegenwoordig in Montenegro], een kilometer of 50 ten zuiden van Dubrovnik. Annika, de reisleidster van onze NRV jongerenreis, had een mogelijkheid gezien voor een dagtrip naar Shkodra [Shkodër] in Albanie. Dat lieten we ons natuurlijk niet ontgaan. De enige manier om er te komen was boeken bij het [waarschijnlijk] staatsreisbureau Yugotours, om dan als groep, per bus, onder leiding van een gids, dat land bezoeken. Dat boeken had Annika gedaan en zo reisden wij in een gemeleerd groepje ongeregeld, waarin de Amerikaanse taal de boventoon voerde.


Met de bus, die ook wel betere dagen had gekend, gingen we op weg. De eerste hindernis was de pont die ons over de baai van Kotor bracht. Toen ik het bootje zag, leek de bus wel heel erg groot en uit veiligheidsoverwegingen moesten we allemaal uitstappen. Dat leek ons wel fijn. Minder gelukkig waren we met het feit, dat we wel op dezelfde boot het water zouden oversteken, en we hielden ons groot met de gerustellende gedachte, dat we in ieder geval, als het fout ging, vrij konden wegzwemmen en niet vast zouden zitten in de bus. Maar gelukkig ging het allemaal goed. We reden verder naar het zuiden. Langs Sveti Stefan, een klein eiland, wat in zijn totaliteit een hotel was. Ik maakte ook hier een historische foto, want in de oorlog van de jaren `90 is dit eiland totaal verwoest en zal, hoewel weer opgebouwd, vast niet meer hetzelfde zijn.



Via Budva, een heel oude nog ommuurde stad, waar we behalve die muur niets van konden zien, reden wij naar de grens. Voor de grens passeerden we nog een prehistorisch riviertje, waar onze gids heel lyrisch over deed, maar op mij niet veel indruk maakte. Waarom hij het vermelde, noch de naam is me helaas totaal ontschoten.


 We zagen de grens, in de vorm van een lange prikkeldraadversperring met om de zoveel kilometer een uitkijktoren, al van verre. Beelden zoals we die kennen van de grens naar de Oostbloklanden. Even later stonden we voor een groot houten hek, ook voorzien van prikkeldraad, met daarachter een groot bord, “Republika Popullore Shquiperise”, de oorspronkelijke naam van Albanië. We reden door het hek, wat geopend was, door een geuniformeerde grenswacht, en belandden in een soort niemandsland, want ruim 100 meter verderop zagen we weer zo`n hek. Een tweede grenswacht stapte in de bus en vroeg ons allemaal om onze paspoorten in te leveren. Niet zo fijn idee, maar ja, wat anders? Blijven wachten totdat de groep weer terug was, zodat je onverrichter zake kon terugkeren? Dat toch ook maar niet, dus deden we met lood in onze schoenen wat hij vroeg. Het tweede verzoek verbaasde ons nog meer. Kostbaarheden als sieraden en horloges mochten ook de grens niet over. We vermoedden dat het was, ter voorkoming, dat die “kostbare” spullen in Albanie zouden wordenachtergelaten, maar ook dat gaf ons geen fijn gevoel. Inleveren dus maar. Gelukkig mocht mijn fototoestel wel mee, want ik was bang, dat dit het volgende slachtoffer zou zijn van deze grensjongens. Hahaha, nu tikkend, moet ik wel even grinniken. Zie je het voor je. Anno 2020 in het digitale tijdperk, zou zoiets niet vol te houden zijn, want een mobieltje heeft tegenwoordig iedereen. Verder moesten we verplicht een bepaald bedrag [hoeveel weet ik niet meer] inwisselen voor Albanese munt, de lek.




Onze Jugoslavische gids, die ons totaan de grens vanalles had verteld, werd vervangen door een Albanese, die, ook in het engels, aan één stuk door zat te ratelen, over hoe geweldige het in Albanië allemaal wel was. Na een plaspauze, want dat kon zowaar ook nog in het niemandsland, reden we door en toen het tweede hek was gepasseerd kwamen we in een totaal andere wereld. Was Yugoslavie al niet rijk, dit was pure armoede. 
















Bijna geen auto`s en een wegdek was op de meeste plekken ook ver te zoeken. Veel foto`s heb ik uit de bus dus niet kunnen maken, want je werd er kompleet door enkaar geschud. We reden door een breed dal en op de heuvelrug in de verte stonden, in grote letters, leuzen gewijd aan de grote leider van Albanie, Enver Hoxa. Ik heb geprobeerd die tekst vast te leggen, maar het is heel erg zoeken op de foto.



We reden Shkodra binnen en sloegen, bijna meteen, een zijstraat in. Daar passeerden we een hek, wat achter ons gesloten werd en kwamen voor de lunch aan, bij een groot, en voor dat land en die tijd, luxe hotel. Geen sight-seeing door de stad helaas en dus ook geen indruk van de rest van het stadje. Na de lunch werden we naar een museum gebracht, gewijd aan diezelfde leider Hoxa, die daar in alle toonaarden werd geërd. In de tweede zaal zagen we onze kans schoon. We trokken ons terug van de groep en de gids en liepen rechtsomkeer het museum uit. We waren we vrij! Wat een opluchting, eindelijk konden we zelf even wat indrukken verzamelen. Het was een vreemde wereld. Luidsprekers op de straathoeken, geen auto`s, slechts een enkele fietser en wandelaar. Op de vierde foto komt zelfs een wals het beeld binnenrollen. Het hele straatbeeld was doorspekt met leuzen, leuzen en nog eens leuzen. Winkels heb ik niet gezien, dus het was lastig om na de uitgaven van lunch en het museum, het resterende geldbedrag uit te geven. Wel er was een groot gebouw met etalages, maar daarin stonden slechts een heleboel foto`s van mensen. Helden van de natie? Geen idee, maar ik dacht het wel. Pogingen om een gesprek aan te knopen met mensen op straat lukte bijna niet. Taalbarriere was natuurlijk een punt, maar ook kregen we het idee, dat de mensen niet durfden.






Na de rest van ons geld in bij een straatverkoper in druiven te hebben omgezet, reden aan het eind van de middag, na een korte stop, waarbij we even konden zien hoe het kasteel van Shkodra, zich op een hoge berg bevond, terug naar de grens. En eerlijk is eerlijk, daar werd alles wat we hadden moeten inleveren, keurig netjes teruggeven. Van de verdere terugreis herinner ik me echter niets meer.

Het was een bijzondere dag. Zo apart, bedenk ik me nu, dat er nu, na ruim 50 jaar, nog zoveel is blijven hangen. Ook de weinige foto`s helpen natuurlijk daarbij, hoewel ik daarbij wil opmerken, dat het niet de gemakkelijkste omgeving was om te fotograferen, met daarbij het gevaar, in je onwetendheid, een foto te maken van iets wat helemaal niet “mag”, Aan de grens, uniformen, oostblok, armoede, en ga zo maar door. Allemaal onderwerpen, die ik tegenkwam, waardoor een fototoestel uit je handen kan worden geslagen of je een verzoek kan verwachten, het filmpje uit de camera te halen. Met andere woorden, fotograferen met vlinders in je buik.

Dat was ons Albanië anno 1968, een bijzondere trip, die weinigen zo zullen hebben meegemaakt.



Geschreven: 2 maart 2020
Dagtekening: september 1968

zaterdag 15 februari 2020

Auto versus dieren


Dieren en auto`s zijn geen beste combinatie. Er zullen weinig automobilisten zijn wiens auto niet een keer met een dier in aanraking is geweest en dan mag ik hopen dat het beest het er levend heeft afgebracht. Maar zolang wij er met z`n allen ervan bewust zijn, dat de wereld niet alleen van ons mensen is, gaat het hopelijk meestal wel goed. Niet altijd, helaas, want ook ik heb tot mijn grote spijt ruim 10 jaar geleden, een kat voor de auto gehad, die het niet kon navertellen.

Positief is wel, dat er hier in Nederland, in de laatste jaren heel wat voorzieningen zijn getroffen om de dieren te beschermen en nog beter is het, dat er, ten koste van de autowegen, stukken natuurgebied van ons drukbevolkte landje, zijn teruggegeven aan deze oorspronkelijke bewoners.

Het zijn vooral zwanen en eenden die mij de meeste problemen hebben bezorgd. Twee keer heb ik een vogel op de voorruit gehad. Op de oude Drechterlandse weg kwam een zwaan van links. Jeetje wat zijn die vogels dan groot. Maar het beest schampte de ruit en gleed er levend en vrij ongeschonden vanaf. Op de Markerwaardweg ging het minder goed. Die eend kwam van rechts, en ik zag de veren door mijn achterruit als een ster uiteenwaaieren. Of het dier gelanceerd werd, of doorvloog, kon ik in de korte tijd niet zien en ik heb dus geen flauw idee hoe het met het beest is afgelopen. Stoppen was geen optie, want het was erg druk en ik moest voor onze veiligheid, de keuze maken om door te rijden. Het is en blijft moeilijk, want alles gebeurt in een nanoseconde. Wel geloof ik, dat dank zij de schuine stand van de voorruit, deze vogels er redelijk goed vanaf zijn gekomen en mij slechts een vieze plek in mijn blikveld hebben bezorgd.


Enger was het toen een hele eendenfamilie, tw moeder met een stuk of vijf pulletjes, het nodig vonden recht voor mijn auto, de A10 noord over te steken. Ik stopte, maar durfde niet eens te kijken wat er achter en opzij van mij gebeurde. Dat was alleen maar “alarmlichten aan en bidden”. Gelukkig waren mijn medeweggebruikers ook bij de les en konden ze veilig de overkant bereiken. Een tweede keer op de Markerwaardweg ging het ook goed. Ze hebben blijkbaar een goede beschermengel bij de hand, want het is en blijft eng, die kleine diertjes zo midden op de weg. Ook de zwanen, die op de foto, netjes aan de kant van de weg lopen, vonden het een week daarvoor, leuk om op deze plek te gaan oversteken. Daar ik gefocusd was op het verkeer op de voorliggende rotonde en door hun nog bruine kleur, zag ik ze laat en moest ik stevig in de remmen. Bloedjelink!





Een keer heb ik zelfs schade gehad door toedoen van een dier. Waar het domme beest zo ineens vandaan kwam was een raadsel, maar het verkoos om op onze motorkap te crashen en daarbij het leven te laten. . Resultaat was een dusdanige deuk, waarvoor de motorkap moest worden uitgedeukt en overgespoten. Om de vraag op het schadeformulier “Opmerking tegenpartij?”, moest ik vreselijk lachen, want probeer maar eens een antwoord te krijgen van een dode vogel. Ook in de garage was die merkwaardige reparatie blijkbaar blijven hangen, want toen dochter Suzanne een maand of wat later een schade wilde laten repareren, omdat ze een paaltje niet had gezien, kwam de opmerking: “Ohhh, kwam je ook een vogel tegen?”

Maar het ergste wat ik heb meegemaakt was met die arme kat. Ik heb het toen ik thuiskwam meteen van me afgeschreven, want dat moest ik echt even kwijt.

“Waarom moest die kat nou juist toen ik langsreed in Wervershoof tussen die auto`s uitkomen. `t Arme beestje had geen schijn van kans. In die anderhalve meter dat ik hem kon zien flitste hij onder de auto en voordat ik aan remmen dacht zat hij er al onder. Hij was kansloos en ik eigenlijk ook. Daar lag ie dan in de goot, langzaam doodbloedend en bijna onder het busje waar hij onder vandaan kwam. De details zal ik iedereen besparen, maar een leuk gezicht was het beslist niet. Hulde aan de man van het bouwbedrijf Ruitenberg, die mij opving en een doek over de kat legde, bij mensen aanbelde en de eigenaresse traceerde, waarna hij haar het nieuws meldde en hielp de kat in een kartonnen doos naar binnen te brengen. Ik moest echt wel even bijkomen en ik kan echt niet uitleggen wat een beroerd gevoel het is als je dat arme beestje door jouw toedoen, ook al kan je er niets aan doen, zo ziet liggen. Gelukkig zag zij ook in dat ik er geen schuld aan had, maar dat maakte de zaak beslist niet minder triest. Jezus, waarom kon hij nou niet 1 seconde later oversteken. Dan was dit niet gebeurd. Ik zal er mee leren leven, maar ik moet dit nu even van mij afschrijven. Verdomme, verdomme, verdomme”.
[Wervershoof, Simon Koopmanstraat, 9 maart 2006]

Toch is het niet allemaal kommer en kwel, want als ik mijn foto`s eens doorkijk, zie ik dat ik ook wel grappige momenten heb vastgelegd. Een ervan staat hieronder en de zwaan van de foto had het goed bekeken. Ik riep nog "He, joh, ga eens effe opzij!", maar het dier luisterde niet en had nog een pittige tijd nodig om naar de kant te waggelen.


Brutale dieren kom je ook tegen onderweg. Vooral op de parkeerplaats bij McDonals weten allerlei vogels precies, dat daar lekkere hapjes te verschalken zijn en zijn vooral de mussen het kind van de rekening., want zij zien de lekkerste hapjes voor hun neus, weggekaapt worden, door de superbrutale meeuwen. Ook verstekelingen zijn me niet vreemd. Spinnen maken hun web tussen de spiegel en de deur en ze zien kans nog kilometers lang te blijven plakken, voordat spin en diens behuizing met een vaartje van de auto af vliegt. En hoe die slakken zo hoog gekomen zijn weet ik nog steeds niet.


Ook verstekelingen zijn me niet vreemd. Spinnen maken hun web tussen de spiegel en de deur en het duurt kilometers, voordat spin en behuizing met een vaartje van de auto af vliegt. En hoe die slakken zo hoog gekomen zijn weet ik nog steeds niet.

Dit zijn maar enkele voorvallen met de vele dieren, die ik in de afgelopen ruim 20 jaar ben tegengekomen en dan spreek ik nog niet eens over eekhoorns, een pauw en de vele schapen in Schotland en Wales. Die hebben mijn auto gelukkig allemaal schadevrij overleefd.

Toch hebben vogels nog enig verweer. Ze zijn meesters in het onderschijten van je auto. Als je geluk hebt, is het alleen de ruit en dan hopelijk niet, die in het blikveld van de bestuurder. Maar het kan ook anders, want helaas weten de meeste vogels niet zo goed te richten. Dan is er jammergenoeg maar één optie. De wasstraat!


15 juni 2020
Dit stukje nog eens goed doorlezend op fouten, schiet me ineens het volgende droevige voorval weer te binnen. Een maand of twee terug ongeveer, reed ik ergens. Waar weet ik niet meer, want ik heb het zoveel mogelijk geprobeerd te verdringen. Ik moest ik volop in de remmen voor een eend met een serie pulletjes erachter. Ik stopte nog net op tijd, maar de tegenligger, met zo`n dikke fourwheel drive, had helemaal niets in de gaten, reageerde niet op mijn waarschuwingen en reed er vol op in. Met bonzend hart reed ik door, me voorhoudend dat ik dat zo snel mogelijk vergeten moest. Natuurlijk heb ik niet om me heen gekeken, want wat ik dan te zien zou krijgen, dat wilde ik echt niet. Daar was ik wel even misselijk van!

Dagtekening: 1997 tot heden.

Terug van weggeweest




De linker foto is gemaakt op 30 september 2002 in de Fizaeustraat vlak voor het huis waar we van 1952 totaan 1961 hebben gewoond. De rechter is uit 1961 en het eerste wat opvalt is dat toen ook de boom al in de weg stond. Grappig om weer op dat plekje te zijn, dat vond mijn moeder ook. In “onze” dagen was de winkel aan de overkant groenteboer. Dat was in de tijd dat je nog rustig groenteboer kon zeggen, zonder dat iemand zich daardoor beledigd voelde. Tegenwoordig zou het een groenteman zijn. Maar volgens mij heeft de winkel in de tussentijd nog de nodige verschillende doelen gediend, maar nu is het dus een kleine supermarkt, die zat in mijn tijd een links van de huidige winkel. Maar het plekje leeft in mijn herinnering het meeste voort alszijnde het stekkie waar pappa en mamma de auto in en uit laadde voor en na hun befaamde vakanties.



De derde foto van "onze auto" op dat bekende plekje is ouder. Op dit plaatje zitten Hans en ik in de auto en mijn moeder en An Capel, een huisvriendin van mijn ouders staan ernaast. Wat we hier gingen doen is echt niet meer te achterhalen, maar omdat deze foto wat schuiner is genomen zie je links op de foto een huis met een witte muur. Niet zo bijzonder, zij het dat daar de familie Valk woonde, vanwie de oudste dochter Ria Valk was. Zij is later bekend geworden als zangeres van o.a. Billy uit Tenesse en Ik wil een cowboy als man. Niet bepaald hoog culturele liedjes, maar toch best wel iemand die de hitlijsten haalde. Het is ook zo`n beetje de enige bekende Nederlander die ik in mijn buurt heb meegemaakt, of het zou Willeke Alberti moeten zijn, die ik tijdens mijn middelbare schooljaren over het sportveld heb zien hollen.

Het buurtje is verder niet zoveel veranderd. Het huis ook niet maar er is wel iets specifieks verdwenen, want het befaamde kolenhok heeft het loodje moeten leggen. Ik kan me nog goed herinneren dat je daar dan stond, in kou en duisternis, gebogen over de vieze rand van het kolenhok met je hoofd naar beneden, om vanuit de diepte, die kolen netjes in de kolenkit te mikken. Dat lukte natuurlijk nooit. De helft viel er altijd naast, want je schepte altijd teveel, om zo snel mogelijk klaar te zijn en de schep was eigenlijk te breed voor de kolenkit. Op de linker foto is uit 1956 en het kolenhok is goed te zien, links van de deur.



Anno 2002 is het wel een beetje anders. Frappant vind ik dat sommige “buren” zelfs nog de kans hebben gezien om op het kleine plaatsje een schuurtje te proppen. Met een beetje goede wil kan je op de foto van 2002 nog het huis herkennen.

De voorkant van het huis is nauwelijks veranderd. De oudste foto [links] is uit 1953 en de tuin was nog een klein grasveldje. Het fotootje is helaas niet best. De volgende is van 1956 en de tuin is er duidelijk ook beter aan toe.



.Anno 2002 is het tuintje beslist niet groter maar het is allemaal zo begroeid. Wat mij opviel was dat het uitzicht niet echt riant was. Je kijkt namelijk in de achtertuinen van de volgende rij huizen. Iets wat me toen ik er woonde nooit is opgevallen.


Nu is het zo dat toen ik daar liep te fotograferen ik weinig mensen zag. Niet erg hoor, maar ik wilde ook niet al te opvallend gaan lopen plaatjes schieten, want hedentendage wordt je zoiets nooit in dank afgenomen. Alleen de blik van een oud dametje al op het straatje sprak boekdelen. Zo keek ons nogal boos aan en ik wilde haar juist even aanspreken om te zeggen wat ik aan het doen was, maar voordat ik de kans kreeg was ze al verdwenen.

Toch was het leuk om daar weer eens te zijn. We hebben daar toch zo`n negen jaar gewoond en ik kan niet voor de anderen spreken, maar ik heb er een fijne tijd gehad. 30 juni 1964 werd door mijn vader het naambordje van de deur geschroefd en was het over. Mijn amsterdamse tijd was verleden tijd.



Geschreven: Opperdoes, 18 september 2005
Dagtekening: 1952-2003

donderdag 13 februari 2020

Akte K


Af en toe is het best leuk om een even weg te dromen in mijn digidagboek. Het stukje over mijn secretaresseopleiding bij Schoevers lezende, ontdek ik dat ik bijna over al mijn opleidingen in heb verteld, maar ook, dat ik eentje vergeten ben. Dat is niet zo verwonderlijk, want deze deed ik pas veel later. Na mijn lagere school, MMS en Schoevers, heb ik in 1981 de opleiding akte K gedaan, zodat ik als "handwerkjuf" op de lagere school, les kon gaan geven.

Deze opleiding deed ik met de achterliggende gedachte, dat er bij kinderen op school veel te weinig aandacht werd besteed aan vrijetijdsbesteding. De mensen kregen steeds meer vrije tijd en er is, ook volgens mij, een deel van de mensheid, die dat totaal niet weet in te vullen. Niet dat ik nou meteen de illusie heb, dat ik met dat handwerken het probleem heb opgelost, maar misschien helpt het een klein beetje, om sommige mensen toch een fijne vrijetijdsbesteling aan te reiken.

Die opleiding, was zo gezegd, maar echt niet, zo gedaan. Ik moest mijn drukke gezin, met drie kinderen achterlaten, en per fiets, trein en te voet, 1x per week naar Alkmaar en terug. De PA [pedagogische academie] , was een imposant gebouw in de buurt van de Westerweg, wat ik, zonder resultaat, op Maps heb proberen terug te vinden, maar het was een kwartiertje lopen van het station. Ik vond de opleiding, die bestond uit de vakken didactiek, breien/haken, borduren en naaien, niet echt zwaar. De ladingen huiswerk daarentegen, hielden me wel aardig bezig. Iedere week een brei/haak-, borduur- en naaiopdracht, waarvan ik altijd probeerde iets nuttigs te maken. Vaak waren dat dan ook nog eens heel vrije opdrachten, waarbij ik mijn voorraad fantasie aardig moest aanspreken.

Het vak "naaien" was een regelrechte ramp en duidelijker dan in een stukje, dat alleen in mijn digidagboek staat, kan ik het niet verwoorden. Vandaar dus even een citaat: “Naaien was beslist mijn favoriet niet en zelfs nu nog, als ik mijn naaimachine voor mij heb staan, besluipt mij het ongelofelijk katterig gevoel, om dat apparaat meteen het raam uit te gooien. Een onverklaarbare kippevel krijg ik van dat ding. Heb ik net een stuk gestikt [het woord alleen al] blijkt dat de onderdraad gebroken is en verandert het werk, waar ik intussen ook de spelden hebt uitgehaald, in een losse bende of ik ontdekt dat er allemaal lussen aan de achterkant van het werk zitten, vanwege een verkeerde spanning. Een andere hinderlaag kan zijn dat je een stuk van het werk hebt meegenaaid wat niet moest, en ga zo maar door, ik heb een ruime ervaring met dat gehannes. Sterker nog, als ik eenmaal begin met klunzen, dan houdt het niet op”.

Maar breien, haken en borduren was leuk. Dat deed ik graag en zag er beslist niet tegen op om van de opdracht, nuttige dingen te maken. Een goed voorbeeld daarvan is het enige werkstuk, wat nog op foto is terug te vinden. De exacte opdracht weet ik niet meer, maar het zal zoiets geweest zijn in de trant van "Maak je portret met lapjes". Dat ik er dan een tas van heb gemaakt, was mijn eigen idee, want het portret alleen op een losse lap zou waarschijnlijke wel voldoende zijn geweest. Dit tikkende, moet ik eigenlijk wel lachen, dat het juist een naaiopdracht is, waarvan ik een voorbeeld geef, gezien het bovenstaande gemopper.

Na een jaar flink aanpoten, kwam dan in juni het eindexamen. Voor het gemak, moest ik daarvoor helemaal naar Rotterdam. Niet echt fijn, , want vanzelfsprekend al behoorlijk gespannen, moest ik er nog eens ver voor reizen naar een totaal onbekende bestemming. Maar goed, ik ben er gekomen en beter nog, ik slaagde nog ook, ondanks de vette 4 voor mijn naaiwerk. Heel lief kwam Karel met de kinderen in de middag ook naar Rotterdam, die een enorm opgeluchte vrouw en moeder, ophaalden en mee naar huis konden nemen. Nog jaren daarna, als we langs Rotterdam reisden, zag ik vanuit de trein, dat bewuste schoolgebouw langs het spoor, wat me iedere keer weer herinnerde aan die spannende dag, dat ik daar eindexamen deed.

Toch heeft mijn harde werk weinig opgeleverd. Ik heb helaas nooit voor de klas gestaan, want juist in dat jaar begon men met het drastisch bezuinigen op vakleerkrachten. En ja, natuurlijk ging gymnastiek voor, dus werden de vakleerkrachten in andere vakken heel snel wegbezuinigd. En om als gediplomeerde hulpmoeder te fungeren, dat had ik geen zin in. Toch was de opleiding beslist niet voor niets. Ik heb er veel extra haak-, brei- en borduurtechnieken geleerd, die me later heel goed van pas zijn gekomen. Niet altijd tot volle tevredenheid van mijn kinderen, maar ja, ach, die moeten niet zeuren, want ik moest toch wat, met het geleerde, mijn fantasie en mijn vrije tijd.


Geschreven: 13 februari 2020
Dagtekening: 1980-1981

vrijdag 7 februari 2020

Oostwoud - Vereweg



In de kop van Noord-Holland bevinden zich een heleboel kleine polderweggetjes. Die zijn zo smal, dat het bijna ondoenlijk is elkaar te passeren en passeerplaatsen zijn er nauwelijks. Bij de meeste van die weggetjes moet bij een tegenligger dus één van de twee de berm in en het hangt helemaal van de situatie af of jij, of de tegenligger dat doet.

Deze manier van rijden ben ik wel gewend, dat heb ik in Schotland wel geleerd, hoewel er in dat land wel meer passeerplekken zijn. Ook zijn de Schotten beter gewend aan deze manier van rijden, want meestal nemen en ze wat gas terug en passeren je dan met een vriendelijke groet. 

Hier in Nederland is het rijden op die weggetjes, heel anders. Ten eerste heb je er minder en ten tweede hebben onze landgenoten, in mijn ogen, nog minder geduld. Passeerplekken zijn er weinig en het gebeurt helaas maar heel zelden dat er op zijn minst even gas wordt teruggenomen, zodat het, gezien mijn Schotse ervaring, meestal mijn persoontje is, die uitwijkt of stopt. Ook een vriendelijk bedankje komt hier weinig voor, maar helaas, ook daaraan raak je gewend. Gelukkig schiet tegenwoordig "De Provincie" een beetje te hulp. Deze mensen is zagen ook in dat het, mede met de komst van die verhipte brede fourwheeldrives, het er niet gemakkelijker op is geworden en zijn ze bezig om langs veel van die wegen grastegels te leggen. Minder idyllisch helaas, maar wel veiliger, want het voorkomt in ieder geval dat je om de haverklap met je rechterwielen in de prut en de modder zakt. Ondanks dat blijft het, met een gezonde spanning, leuk rijden en trek ik er als het even kan op uit om nieuwe routes te ontdekken. Vooral die smalle dijkweggetjes bezorgen me soms vlinders in mijn buik. 


Tussen Opperdoes en Oostwoud bevind zich ook een prachtig exemplaar. Op de Vereweg is het bidden dat je er geen trekker tegen komt, want dan heb je een probleem. Zelfs nu er, sinds kort, grastegels liggen gaat het allemaal maar net. Toch is het niet het enige, waarom ik juist over deze weg begin. Precies in het midden van de route, midden in de polder, bevinden zich ineens een heleboel bochten in die weg. Ook staan er een heleboel bomen, die naar het scheen totaal willekeurig bij elkaar waren gezet. Wat een vreemde plek, zelfs de moderne boerderij, die er vlak naast staat, verandert daar niets aan. Die slingerende weg en dan die bomen. Wat is het doel ervan? Waarom die bochten en waarom die bomen daar, die hebben toch geen enkel doel?.

In mijn fantasie, zag ik de weg veranderen in een smal karrespoor met onder die bomen een grote bronstijd nederzetting met veel beweging van mens en dier rondom. Alles was afgezet door een houten hek, gemaakt van takken en uit een gat op het dak kringelde een klein sliertje rook. Of... fantaseerde ik verder, had er misschien een middeleeuwse boerderij gestaan, die de vorm van de weg hadden bepaald en die daarna sinds jaar en dag zo is gebleven. Dat zou een mooie verklaring zijn, voor hoe het er nu uitziet. Ohh, kon ik maar in in de geschiedenis kijken!

De droom duurde niet lang en dat was maar goed ook. Ik zat uiteraard nog steeds in de auto en reed, weliswaar langzaam, nog altijd op die smalle weg. Ik moest er toch niet aan denken, dat ik door mijn eigen gepieker, zomaar en zelfs zonder tegenligger, van de weg zou raken. Toch bleef die plek mij fascineren. Ik reed er zo af en toe langs en iedere keer dat ik er kwam, zag ik weer dat zelfde beeld uit mijn fantasie.


Geschreven: 7 februari 2020
Dagtekening: 22 augustus 2008 en heden

donderdag 30 januari 2020

Schotse stationnetjes

Ohhhh, ik was even verbluft..... Mijn ideeënlijstje bijwerkend kon ik me de naam van een klein en vooral mooi stationnetje in Schotland niet herinneren. Wat ik me nog wel wist, was, dat het station vlak bij Balmoral Castle lag en het voor Koningin Victoria`s persoonlijke gebruik, in 1866 was gebouwd. Er eindigde daar een lokaal lijntje wat in Aberdeen begon en in februari 1966 sloot als station voor de royals. Verder begon de naam met een B. Op Maps was het snel gevonden, Het heette Ballater en toen ik nog even googelde, of dat ook werkelijk het stationnetje was, waar dat mooie museum was, met die koninklijke wachtkamer, wachtte me wel een heel onaangename verrassing. De meest verschikkelijke foto`s vulden mijn scherm, want het brandde op 12 mei 2015 voor een groot deel af. Gelukkig konden ze het historische koninklijke rijtuig, wat daar langs het perron stond redden. Ook van de rest van het museum zijn delen bewaard gebleven, maar de stationsrestauratie, waar de brand was begonnen, is verloren gegaan. 




Auwww, dacht ik meteen, wij hadden het voor de brand gezien en ik had dus in 2003 onbewust, weer een stel historische foto`s gemaakt. Gelukkig kon men het herbouwen en is het in augustus 2018 heropend. Ik probeerde nog wat foto`s te vinden van hoe het nu is, maar, ondanks de vele foto`s, was het erg moeilijk er een voorstelling van te maken. Grappig is wel dat ik de hond, die vroeger op het perron stond, nu in het koninklijke rijtuig zag liggen, maar het koninklijke toilet is nergens meer terug te vinden. Ook krijg ik het idee dat het allemaal veel grootser is, maar dat kan natuurlijk ook aan mijn herinneringen liggen. Ik ga geen beschrijving geven van het station want daar zijn google en reisfolders voor, maar het was een toen een geweldige ervaring. Natuurlijk bleven we er hangen, bekeken het museum en genoten van de koffie met zelfgebakken koek.

We deden het vaker. Hoewel we per auto in Schotland rondtoerden, bleef het een gewoonte van ons, om in een plaats met een station, daar altijd even te gaan kijken. Verder is het verrassend, dat, van vele van die stationnetjes [nog open als station of niet], het restauratie gewoon is blijven bestaan. En niet alleen dat. Het was vaak een stap terug in de tijd, zodat het een ware belevenis werd, om daar even een bezoekje te brengen.

Van sommigen, was het bestaan ervan, bij ons bekend, maar meestal was het een pure verrassing. Één voorbeeld van het laatste was Rannoch Station. Midden in de Schotse Hooglanden, aan de lijn Forth William-Glasgow, ligt Rannoch Station. Op de kaart is het een stipje, midden in een groen vlak. Of ik er per auto kon komen was maar de vraag, want er liep geen weg naar dat stipje op de kaart en van een tomtom had ik toen nog niet gehoord. In Kinloch, zo`n 20 km voor ons einddoel, zag ik een bord, dat ernaar verwees. Ha, het kon dus toch. Hoewel, maar net, want even verder bleek dat de B846 wel ophield bij het station.



We reden door, en ja hoor, surprise, surprise, in "the middle of nowhere" stond de koffie klaar, en niet alleen dat, want getuige de foto is er een ongelofelijke hoeveelheid zelf gebakken koek en broodjes in de aanbieding. En het uitzicht was subliem!!

Het derde station waar we die ervaring hadden is Dingwall. Het ligt aan de hoofdlijn Inverness-Thurso/Wick en ook daar denderen de meeste treinen, op volle snelheid, zonder te stoppen, voorbij. Het is echter wel het enige station, waar ik ook daadwerkelijk een foto van het zitgedeelte van het restaurant heb gemaakt. Het ziet er gezellig uit en ik krijg het idee, dat het groepje dames, links op de foto, beslist niet op de trein zitten te wachten. 




Geschreven: 29 januari 2020
Dagtekening: zomer 2003 en 2008

dinsdag 28 januari 2020

Butterflies

Geschreven: 31 juli 2012
Dagtekening: half september 1997


BUTTERFLIES

Als ik in de huiskamer in "mijn" stoel zit zie ik voor mij op de muur boven de televisie onze grote uit Wales afkomstige muurvlinders. Eigenlijk horen ze buiten, maar om het historische karakter van ons huis niet te verstoren, hebben we ze toen, hoewel ze volledig weerbestendig zijn, lekker binnen op de muur bevestigd. Ik vind ze ook na 15 jaar nog steeds heel erg mooi en heb zeker nooit spijt gehad dat we toen voor ons doen zoveel geld hebben uitgegeven aan deze "luxe uitspatting". Natuurlijk zit er een verhaaltje aan vast.


Ik dwaal in gedachte terug naar september 1997 toen we voor de eerste keer met onze eigen auto tijdens de vakantie door Engeland en Wales toerden. Op een van die zwerftochten reden we door een klein plaatsje in Wales met de onuitsprekelijke naam Glyndyfrdwy. Ineens zag ik een kleine witte cottage, die helemaal overdekt was met felgekleurde aluminium vlinders en lieveheersbeestjes . Al gauw zag ik dat er in de uitbouw bij het huisje een werkplaats annex verkoop was van deze schitterende muurversieringen en natuurlijk moesten we daar eens even rond gaan kijken. Ook binnen zaten de vier muren van de uitbouw helemaal vol met vlinders en lieveheersbeesten, Wat een pracht! Dat ik daarvan iets mee naar huis zou nemen was meteen zonneklaar. Het probleem was alleen wat? Ik heb zeker een half uur lopen genieten en twijfelen welke ik wilde hebben. Ik kon niet kiezen, ze waren allemaal zo mooi. Uiteindelijk wonnen de vlinders, en daarvan bleven er twee over, waartussen ik ook geen keuze kon maken. Daarom zitten er nu dus twee vlinders bij ons op de muur.



Wat een geluk dat we met de auto waren, hoewel, voor de twee gammele dozen was door de al ruim aanwezige vakantiebagage, nauwelijks plaats. Met de trein hadden we ze echt nooit mee kunnen nemen. Een stomme gedachte natuurlijk, want als we een treinvakantie hadden gehouden, waren we daar nooit beland. Treintjes waren er genoeg in Wales, maar niet daar.

Nu 15 jaar later heb ik deze "vlinderman" via google nog eens opgezocht. De kleine cottage is nog redelijk hetzelfde maar de uitbouw is helemaal vernieuwd. Ook nieuw is de website, via welke de bestelde vlinders en lieveheersbeesten de hele wereld over gaan. Ook zie ik dat de collectie is uitgebreid met een mooie libelle. Toch blijft voor mij de vlinder nummer één.

Al rondtoerend in Nederland zie ik regelmatig vlinders op de huizen. Toch haal ik de "echte" er snel uit en met de echte bedoel ik die hele mooie felgekleurde vlinders, die gemaakt zijn door de "Original Butterfly Man" uit Glyndyfrdwy, dat kleine dorpje in Wales.



Aanvulling op 28 januari 2020
Dagtekening: zomer 2018

Na een heleboel toestanden in ons leven het afgelopen jaar, kom ik er nu eindelijk toe om mijn verhaal van de vlinders af te maken. Het was zomer 2018 en het zat me al tijden niet lekker, dat onze gekoesterde vlinders uit Wales, na de verhuizing nog zomaar oneerbiedig in een bananendoos op zolder lagen. De voortuin was onderhanden genomen en we waren verlost van de in de weg staande vuurdoorn, tezamen met alle andere bomen. De tuin was bijna klaar, maar het liep allemaal niet zo lekker, en ik was bang, dat degene die de stenen had gelegd, er de brui aan zou geven. Hij was doof voor mijn smeekbedes, de boel op te ruimen en het verzoek om mijn vlinders even aan de muur te schroeven leek wel voor dovemansoren te zijn bestemd.

Ik wilde het zo graag. Na al die jaren, binnen in onze huiskamer te hebben gehangen, konden mijn vlinders, voor het eerst in hun leven, naar buiten en wel naast de voordeur van ons huis. Even een paar schroeven in de muur, moest toch niet zo moeilijk zijn, maar zelf de boormachine ter hand nemen, ging me eigenlijk ietsjes tever. Gelukkig heeft hij het uiteindelijk voor mij gedaan. Blij en zeer tevreden maakte ik dus onderstaande foto. Eindelijk! ons unieke souvenir aan de eerste zelfgereden rit door Wales, had een plekje buiten.


zaterdag 25 januari 2020

Hugo de Grootsingel


Uit pure verveling en nog steeds hopeloos aan het zoeken naar een bezigheid die niet productief is, zat ik, zonder op te letten, wat oude foto`s aan te klikken uit mijn fotofile. Er verscheen een foto op het scherm van een zandhoop en huizen in aanbouw die genomen was in 1970. Ik herkende de huizenbouw, van de Hugo de Grootsingel in Bovenkarspel, maar kon niet goed zien, vanuit welke hoek de foto genomen was en stoorde me een beetje aan de witte auto die links op de foto stond. Wat stom van van mij, had ik die er niet af kunnen laten?. Ik bleef kijken om toch uiteindelijk te kunnen traceren vanaf welke plek die foto genomen was. Ik kwam er niet uit. Achteloos zoomde ik in op de auto. Huh, ehhh, is dat mijn vader?? Ja echt, dat kan niet missen, wat een verrassing. Zie ik daar zowaar het hoofd van mijn vader boven het stuur verschijnen. Ik wist echt niet meer, dat we ooit met mijn vader naar het voor ons, in aanbouw zijnde huis, op de Hugo de Grootsingel waren geweest. Ook de auto herkende ik niet, want die witte auto, die ik nergens anders op een foto kan terugvinden, heeft hij maar heel kort gehad. Grappig, dat ik dat pas na 50 jaar moet ontdekken. Hihihi.


Bij het doorkijken van de andere foto`s die ik daar ter plekke maakte, komen meer bewijzen bovendrijven, dat we daar inderdaad per auto moeten zijn geweest. We hebben geen jassen aan, ik zie geen tassen en natuurlijk zie ik Robbie, die toen echt nog niet in staat was geweest, dat hele eind, via de Broekerhavenweg, om te lopen vanaf het station. Ach, maakt niet uit, de plaatjes zijn historisch en leuk, en dat ik nu op één van die foto`s mijn vader ontdek maakt het nog veel leuker.


Maar nu de locaties, dat is een ander verhaal. Dat Karel met Robbie in onze toekomstige huiskamer zit is duidelijk, maar voor de rest beginnen sommige foto`s pas na pittig brainstormen iets van hun mystereuze locatie prijs te geven.




Op één van de foto`s zie ik aan de horizon, de toren van de katholieke kerk aan de Hoofdstraat in het dorp. Ook de Molensingel ervoor kan ik herkennen. Wat een uitzicht nog, dat is intussen helaas helemaal volgebouwd.

Toen werd het moeilijker, want behalve de plek van de sloot, die maakte dat Hugo de Groot de naam "singel" kreeg, ipv "straat", herkende ik niets. Er is nog geen Boerhaaveplein, geen Spar, geen bruggetje, geen La Reinelaan en geen gymzaal, met andere woorden, geen enkel ander herkenningspunt, waaraan ik me aan vast kon houden. Ik zou het dus met die sloot moeten doen, die ik helaas niet op elke foto zag. Soms stond hij er eenvoudigweg niet op en soms was hij onzichtbaar vanwege het hoge gras. 

Uiteindelijk kwam ik er toch uit. Helemaal zeker ben ik niet, maar zeker genoeg om mijn vermoedens hier op te schrijven. Mijn vader stond geparkeerd voor gymzaal de Helt op de Piet van Egmondweg. Achter hem en achter de gele bouwkeet is de Boerhaavestraat en de huizen rechts kijken op het Boerhaaveplein.


Op de volgende foto zie ik dezelfde gele bouwkeet als op de vorige foto. Vandaar dat het bijna niet anders kan dan dat ik op het Boerhaaveplein sta en richting Venhuizen kijk. Links weer hetzelfde blok huizen, en rechts het buurtje over de sloot met de Hugo de Grootsingel.


Van de laatste foto, die eigenlijk de eerste van de serie is, ben ik helemaal niet zo zeker. Het beeld is in ieder geval richting oude dorp en ik denk dat ik hier zelfs helemaal op de Prins Willem Alexanderlaan stond. Je vergist je gauw, want wat nu huizen zijn, was toen alleen maar een stukje grasland, waar ik zo doorheen liep. Ook hier vermoed ik rechts de huizen van het Boerhaaveplein en de Molensingel en links de huizen in aanbouw van de Willem Andriessen- of Gerard Boedijnweg.

Al met al was het een aardig middagje speuren, waarin ik op het allerlaatste moment nog een detail zag, waar ik eigenlijk niets meer mee kon. De toren van de katholieke kerk is ook te zien, helemaal linksboven op de foto, waar Karel en Robbie midden in de huiskamer zaten. Jammer dat hij niet op één van de andere foto`s stond, dat had de boel heel wat eenvoudiger gemaakt. Maar bij alle onzekerheden, is één ding wel zeker. Deze vijf foto`s, behoren voor mij tot een heel bijzondere serie. Foto`van plekken, die er niet meer zijn of met de best wil van de wereld bijna niet meer te herkennen zijn en foto`s, waarvan ik nu, in de huidige tijd denk, “Had ik er toen maar meer gemaakt”. Helaas, typisch een gevalletje van “Op het moment dat je ze maakt, sta je daar niet zo bij stil”


Geschreven: 25 januari 2020
Dagtekening: januari 1970

vrijdag 11 oktober 2019

Een omslagdoek met een tweede leven


Op deze foto hangt een handdoek aan het wasrek. Niets bijzonders zou je denken, en zeker geen onderwerp om een blogje aan te wijden. Nou ja, dat is misschien wel waar, maar toch wil ik er even op wijzen dat deze handdoek al ruim 40 jaar nuttig is, in zijn tweede leven.                                                                                                                                                           
Wanneer hij in ons huishouden kwam weet ik precies, hoe hij er kwam niet. Of ik hem gekregen heb of dat ik hem zelf gekocht heb? Geen idee meer.De eerste die er gebruik van maakte was Robbie. Het was augustus 1967. If you are going to San Francisco schalde uit de radio`s en 7daagse oorlog in Israel was net afgelopen. Het was warm en ik was net bevallen van een zoon. Om die pasgeboren baby, het gevoel van bescherming te geven, was daar die enorme grote omslagdoek met hertjes en kaboutertjes. Zo lief! Maar helaas, ondanks de stapels foto`s, die ik maakte van hem, kan ik er geeneen vinden, waarin hij heerlijk is opgeborgen in die bewuste omslagdoek.

Ook drie jaar later, tussen de foto`s van Ingrid had ik geen succes. Ook zij maakte dankbaar van die omslagdoek, maar ook bij haar kon ik geen bewijs leveren, dat zij heerlijk in die omslagdoek heeft gelegen. Bij Suzanne, weer drie jaar later, had ik meer geluk. Een goede foto van een piepkleine Suus in de bewuste omslagdoek. Helaas is de foto zwart-wit, maar dat maakt het niet minder duidelijk, dat hij het echt is.

Daarna werd het stil. Na een maand of drie/vier gebruikte ik natuurlijk geen omslagdoeken meer en toen er geen kindjes meer kwamen verdween het ding in de kast. Wanneer ik op het idee kwam om de capuchon er af te knippen, er een keurig zoompje langs te zetten en hem verder als handdoek door het leven te laten gaan, weet ik niet meer, maar dat het een handige beslissing was, was zeker. Nog steeds doet hij dienst, en dat 52 jaar na dato.

Kijk.....ik gooi niet snel iets weg, en zeker niet iets met zo`n emotionele lading, en om hem na zijn oorspronkelijk doel, nog zo lang als handdoek te kunnen gebruiken, vond ik best de moeite waard om wat aandacht aan te schenken.





Geschreven: 10 oktober 2019
Dagtekening: augustus 1967-tot nu


woensdag 21 augustus 2019

Windowsheets



Ik zit hier een beetje werk te zoeken, vanwege het feit, dat Karel op dit moment onder het mes gaat. Hopelijk gaat alles goed en om een beetje afleiding te zoeken, zit ik wat in mijn 03-file [digidagboek] te rommelen. Ineens kom ik een pdfje met een heleboel windowsheets tegen. Dat is een leuke herinnering om zonder aan "nu" te denken wat over te gaan schrijven.

Het was ten tijde van onze treinreizen in de UK een gewoonte van British Rail om op één van de ramen van elke coupé, een papier te plakken met daarop de tussenstations en eindbestemming van de trein. Een hele goede service, die helaas volgens mij allang weer is afgeschaft. Aangezien er bij zo`n lange intercity nogal wat velletjes aanwezig waren en ze maar 1x gebruikt werden, bedacht ik me toen, dat het wel leuk zou zijn om er, van elke rit eentje, als vakantie-souvenir mee naar huis te nemen. Ze werden bij het bereiken van het eindstation, toch weggegooid. Maar om ze nou ongevraagd van de ramen af te halen, ging mij toch een beetje te ver. Dus bleef er maar één ding over, en wel, om netjes aan de conducteur te gaan vragen of we er eentje mochten meenemen. In de meeste gevallen was het geen probleem en kregen we het blad meteen mee, maar soms zat er wel eens een nukkige "ticket inspector" tussen en konden we naar ons souvenir fluiten. Ja, helaas zulke mensen heb je ook. Jammergenoeg zijn de tussenstations op één van onze mooiste treinreizen "Settle-Carlisle", door de rode inkt, die nu eenmaal sneller verbleekt, niet meer te lezen. Gelukkig vervagen die in mijn herinnering allerminst, want zoals ik al zei, deze trip is een toppertje, die ik zonder die vermelding van deze tussenstations, ook wel zal blijven herinneren.

Thuisgekomen met al die rolletjes heeft Karel ze uiteindelijk allemaal op twee kastdeuren geplakt, waarvan ik bijgevoegde foto heb gemaakt. Ze hebben er nog jaren gezeten, maar, zowel de kast als de windowsheets, hebben de verhuizing in 2017 helaas niet overleefd. Gelukkig hebben we de foto`s nog.


Een paar dagen later:
Met Karel gaat het goed. De operatie is prima verlopen en we gaan dus met z`n alleen duimen dat de tumor helemaal is weggehaald.


Geschreven: 21 augustus 2019
Dagtekening: `90 van de vorige eeuw

dinsdag 16 juli 2019

Midwoud, Buurt & Normaal



Toen we vanmiddag even eierkoeken gingen halen bij het Bakkerijmuseum in Medemblik, leek het wel nationale trekkersdag te zijn. Achter hoeveel van die enorm grote en vooral brede landbouwvoertuigen in heb gesukkeld, weet ik niet meer, maar het waren er veel! En dat nog wel op zaterdag. Een bewijs, dat midden in de zomer er geen weekend is op het boerenland. Er wordt stug doorgewerkt. Toen ik richting Midwoud reed was het weer zover. Eerst een brede trekker met daaraan hangend een platte wagen, daarachter een bouwbusje ook met een aanhanger, dan wij en achter ons nog een sliertje personenauto`s. Allemaal sjokten we met een vaartje van ca. 25 km per uur over de Midwouder Dorpsstraat.

Ineens viel mijn oog op een brede oranje sticker, die aan de bovenkant op de achterruit van het bouwbusje was geplakt. Het leek meer op een banner, want hij was net zo breed als de ruit en ongeveer 30 cm hoog. In grote zwarte letters stond er "1 juni, høken in Midwoud" op.

Oei, daar ging even een vat van herinneringen open. Het evenement van het jaar was het. En hoewel wij helemaal niets met Normaal hebben, behalve dat de muziek geweldig is, gingen wij op de avond van het optreden van Benny Jolink en consorten, altijd even een rondje door Midwoud maken. Voor de muziek hoefden wij het niet te doen, die hoorden we in Opperdoes ook wel, maar even sfeertje proeven was wel leuk. We gingen gewoon op het geluid af. Als je het spoor over was en de Midwouder Dorpsstraat inreed, begon het al. De hele weg was bezaaid met hooi. Waarom dat daar lag? Geen idee, maar al googelend werd ik wijzer.

Het openbaar vervoer bestond uit boerenkarren, die achter de trekkers hingen, en op die platte wagens lagen strobalen. Waarschijnlijk diende die blokken stro om op te gaan zitten, maar het moest dus, om een voor mij onduidelijke reden, op straat worden gegooid. Al joelend en uiteraard bier drinkend togen de jongeren uit de omgeving naar het, wat ik altijd noem, "Normaal landje". Dat weiland bevind zich tussen de twee bochten, die een zigzag vormen in de Buurt te Midwoud. Dat er geen brug was om over de sloot te komen, deerde niet. Die werd er een paar dagen ervoor wel even tijdelijk ingelegd en parkeerruimte was er ook genoeg. Weiland zat. Bij de eerste bocht zat het verkeer intussen muurvast en de verkeersregelaars werkten zich een slag in de rondte om alles weer vlot te trekken. Wij zaten te genieten, tussen boerenkarren, bezoekers en andere nieuwsgierigen, al moesten we, vanwege rondvliegend bier, wel onze ramen dichthouden. Veel viel er op het weiland zelf niet te zien, want alles was afgeschermd met hekken en wit plastic, maar die hielden het geluid, niet tegen en we hoorden de muziek dan ook luid en duidelijk. In de huizen, die tegenover het landje staan, leek het wel kermisborreltijd en iedereen zat buiten, weer of geen weer. Toch was het ritje snel voorbij. Bij de bocht naar rechts en langs eetcafe “Halfweg”, was de grootste drukte al weer over en reden we via een omweg weer naar huis. Even sfeertje proeven, heette dat. In 2015 waren ze er voor de laatst. Benny`s gezondheid liet het niet meer toe en de optredens van Normaal in Midwoud waren verleden tijd.


Weer terug in 2019 en nog steeds rijdend in die sliert auto`s, dacht ik dat de banner op dat busje een herinnering was aan die mooie dagen van weleer, maar [ook weer] Google leerde me anders. Blijkbaar wordt er nog steeds een dorpsfeest gehouden in Midwoud en was het op 1 juni 2019, weliswaar zonder Normaal, toch weer "høken in Midwoud" geweest. Dat zal allemaal best, maar voor mij was het zien van die banner, een leuke flash-back naar oergezellige zomeravonden, dat Normaal optrad.


Woensdag 28 april 2021

Om nog een beetje het gevoel te krijgen, dat het een bijzondere dag was, reden we gisteren [koningsdag] nog een ommetje. Tot onze verrassing was het "Normaallandje" ineens omgetoverd tot een echt bollenveld. Zo ziet het er toch ineens weer heel anders uit!




Geschreven: 6 juli 2019
Dagtekening: jaren 2000-2015 en 6 juli 2019

woensdag 10 juli 2019

Onderdijk - Zeedijk


20 januari 2019:
Ik toerde met Karel zonet vanuit Medemblik over Oosterdijk naar Onderdijk. Terwijl ik van de dijk naar beneden reed, rinkelt mijn telefoon. Moet dat nou, denk ik meteen, maar ik kan het toch niet laten, en als ik vlak bij de kerk van Onderdijk ben, rij ik daar naar links en over het fietspad heen zet ik de auto stil. Ik wist dat ik daar gemakkelijk kon stoppen, omdat ik met Suus en Christiaan daar, tijdens een pokemon-rondje, eerder had gestaan, omdat zij op die plek zonodig even een rondje moesten “vechten”. Het telefoonbericht was, zo als meestal, onbelangrijk, maar wat ik toen wel zag, was een schitterend beeldje, wat ik tijdens die eerste stop niet had gezien. Dat verbaasde me eigenlijk wel, want ik ben tijdens mijn ritjes in Westfriesland er altijd al behoorlijk alert op, wetende dat er in de hele regio op vaak verborgen plekjes, schitterende beeldjes staan, zomaar langs de kant van de weg. Dit was er dus weer zo eentje. Het beeldje heet "Moeder en kind" en is gemaakt door Jan van Velzen uit Onderdijk, leerde Google me en was zeker een foto waard. Jammergenoeg lukte dat voor geen meter, want het was veel te donker en nat, maar met het voornemen, dat ik dat zeker nog een keertje zou gaan doen, reed ik verder.

9 juli 2019:
Het was gisteren prachtig weer en besloot voor twee stukjes van mij even via Midwoud richting Medemblik te rijden. Die stukjes had ik, wat ik niet vaak doe, niet geschreven naar aanleiding van een of meerdere foto`s maar naar aanleiding van herinneringen toen ik op die bewuste plaatsen langsreed en niet kon stoppen. Toen ik alle foto`s met succes had gemaakt, schoot me ineens een derde plek te binnen, waar ik op dat moment geen foto kon maken. O, ja, natuurlijk, het beeldje in Onderdijk. Aangezien ik al op de dijk bij het Stoommachinemuseum reed, was het een kleine moeite om het voornemen van januari maar even snel uit te voeren.




Geschreven: 10 juli 2019
Dagtekening: 20 januari 2019 en 9 juli 2019

zaterdag 20 april 2019

Bizar-2

Dat mijn geheugen een raar spelletje met me speelt, heb ik al een paar keer ervaren. [blog: Bizar]. Ook nu weer.

Half december vorig jaar parkeerde ik de auto op de parkeerplaats schuin aan de overkant van ons huis. Naast mij staat een grote grijze forwheel drive waar ik helemaal niet op let, want ik heb een enorme hekel aan deze statussymbolen, wegens de volkomen nutteloosheid van dergelijke terreinauto`s hier in Nederland. Op het moment dat ik uitstap hoor ik mijn naam. In de bewuste auto zit een man, die ik zo op het eerste gezicht helemaal niet ken. Ik bevestigde, dat ik ben, wie hij riep en vroeg wie hij was. Hij noemt zijn naam, en ja, ineens komen alle herinneringen uit mijn Baba Jaga jaren weer boven. In de 80er jaren waren we superdruk met die jeugdclub en ook nu nog wordt ik zo af en toe [heel leuk] nog met dat verleden geconfronteerd. Nu dus ook weer. Ik vond het knap dat hij mij herkende, want ik had hem na die bijna 40 jaar zeker niet herkend. We praatten nog even door over onze gezamenlijke herinneringen van de jeugdclub en hij vertelde daarna dat hij schuin tegenover ons kwam wonen.

Ik vond het eigenlijk best wel grappig, dat er iemand uit mijn Baba Jaga verleden, zo dicht bij ons kwam wonen, en vertelde het Karel, dochters en iedereen die maar naar mij wilde luisteren, hoewel geen van de kinderen zijn naam iets zei. Uiteindelijk half januari wilde ik mijn verhaal voor de zoveelste keer doen en toen gebeurde het. Ik was zijn naam totaal kwijt. Hoe stom, ik had hem tig keren genoemd en ik was nu hem helemaal kwijt. Verdorie!! Met enige regelmaat schoot mij te binnen, dat ik die naam nog steeds kwijt was en probeerde hem alsnog naar boven te halen.  Maar het hielp allemaal niets, ik kon maar niet opkomen. `s Nachts, overdag,tijdens het eten, tussen de tv programma`s door, onderweg, steeds weer schoot in mijn gedachte dat ik die naam nog steeds kwijt was. Frustratie en ongeloof alom, maar de naam was weg en bleef weg. Het enige was ik kon opdiepen was een vage voornaam "Henk". Meer niet.

Tot vandaag!  Hoe ik er op kwam om weer over die naam te beginnen weet ik niet. Ingrid zat naast me in de auto en ik zit weer te vertellen over die kennis die tegenover me is komen wonen. Ik leg uit waar hij toen woonde en noem de naam van zijn dochter. En met het noemen van die naam, zeg ik zonder er over na te denken meteen haar [toenmalige?] achteraan er feilloos achteraan. Het floepte er zomaar uit en ik schrok er zelf van. Maanden loopt je daarover te piekeren en dan ineens vliegt het er zomaar uit. Bizar, ja, alweer!!

Vanwege privacy zal ik de naam hier op de blog niet noemen, maar één ding wil ik nog wel even kwijt. Van dat "Henk" klopt niets, het lijkt er zelfs niet op.  In mijn digidagboek vermeld ik de naam wel, want ik ben veel te bang, dat hij anders weer in mijn grijze massa zal verdwijnen.


Geschreven: 20 april 2019
Dagtekening: december 2018-20 april 2019