Vanaf 2005 schrijf ik korte stukjes in dit digitale dagboek. Dat kunnen er drie per week zijn, maar soms ook, schrijf ik maanden niet. Waarover ik schrijf, dat kan vanalles zijn. Heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Op de foto hierboven sta ik, in de zomer van 1987 in de tuin van één van de grote herenhuizen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar stond een grote "spiegelbol", waarmee ik mezelf op de gevoelige plaat zette. Een selfie dus van ruim 35 jaar oud en ook van ver voordat dat het woord "selfie" werd uitgevonden. Erg scherp is de foto helaas niet, maar ja, wat kan verwachten van zo`n oude foto, die al heel wat heeft meegemaakt vanaf een opname op een 35 mm fotorolletje tot een computerbestandje in het digitale tijdperk. Toch vind ik hem nog steeds de moeite waard om hem eens in het zonnetje te zetten.

donderdag 4 februari 2021

Amsterdam in coronatijd

 Eigenlijk wil ik vandaag nog even namijmeren of die bizarre rit van gisteren door het centrum van Amsterdam. Suzanne was mee, en voordat we de stad inreden, wilde ik haar eerst de situatie laten zien, hoe de rijbanen waren ingedeeld in de Gaaspendammer tunnel. Ik dacht dat ik het na, twee keer proberen en vier keer foutrijden, het wel onder de knie had, maar helaas niets was minder waar. Voor de vijfde keer ging het fout. Het was een raar gezicht, daar bij Ikea, die lege parkeerplaats, maar dat zag ik niet vanaf de beoogde afslag, want die had ik voor de vijfde keer gemist. Met een flinke deuk in mijn ego, heb ik het met een grote omweg nog een keer geprobeerd en zowaar,ik durf het bijna nog niet te geloven, maar krijg ik de indruk dat ik het nu bijna door heb. Eigenlijk is het simpel, maar je moet het even weten. Er zijn twee tunnelbuizen. De linker, met twee rijbanen, gaat rechtstreeks naar de A2-linksom, richting Utrecht. De rechter heeft 3 rijbanen. De meest linkse rijbaan gaat rechtstreeks naar de A2-rechtsom, richting Amsterdam en de andere twee komen uit op de afslag naar Ikea. Als ik dus maar rechts aanhou, en niet halverwege, per ongeluk de tunnel uitrij op de afslag naar Gaaspendam, kom ik in ieder geval bij Ikea en belangrijker, ook een patatje behoort dan tot de mogelijkheden. Kijk, als het nou wat simpeler op de borden zou staan of ligt het aan mij? Geen idee, maar in mijn beleving staat zoveel op, dat ik door de bomen het bos niet meer zie. Tijdens mijn zesde poging belandde ik op de afslag van Ikea en wilde richting binnenstad. Dus eigenlijk weer niet goed. Hoewel, het was in ieder geval de juiste tunnelbuis. Nu de rijbaan nog!. Om nog meer problemen te vermijden, koos ik een bekende weg en ben via Abcoude naar de A2 gereden.  

Maar ik hou op over die verhipte tunnels. Wat erna kwam was veel interessanter. Via de A2 en de brug over de Amstel reed ik de Rijnstraat in. Het was superdonker en nat weer en het gaf een raar gevoel. Overal waar ik keek zag ik fietsen. Als er maar even ruimte was, stonden er fietsen, rijen dik, neergesmeten of netjes in een rij. Oversteken was bijna niet te doen, want dan moest je eerst door een dikke rij fietsen heen worstelen. Ik zag alleen in de vele kleine levensmiddelenwinkeltjes licht. Verder waren de winkels meestal donker en dicht. Veel mensen liepen er ook niet op straat.  We gingen verder de stad in. Reden rechtdoor bij de stoplichten van het Victorieplein en ik maakte Suzanne attent, dat ik hier vroeger veel kwam, in het winkeltje rechts op de hoek. Eerst was het een platenzaak en later werd het een brillenwinkel. Tot mijn verbazing was het dat nog steeds, hoewel het vroeger vast geen Pearle zal zijn geweest. Ook in de eerste straat links kwam ik vaak. Dat was toen we pas in Amsterdam woonden en mijn ouders in de Ijsselstraat, korfbalenden op de velden van Deetos. De ruimte is er nog, de korfbalvelden niet. Het is nu een pleintje en trapveldje met doelen voor de jeugd. We gingen door. De Rijnstraat wordt Van Woustraat, staken de Ceintuurbaan over en ik maak Suzanne attent dat links de Albert Cuypmarkt is. Dat had ik niet hoeven doen. De aankondiging boven de weg was duidelijk genoeg, maar geen markt te zien. Weer zo`n raar gevoel. Meestal krioelt het hier van de mensen, maar ik keek in een dode straat, met veel nat asfalt en geen mens of kraam te zien. 

Bij de Amsteldijk ging ik linksaf, niet zeker wetend, of ik de Utrechtsestraat per auto door kon. En ik wilde toch echt richting Dam. Dan maar via de Vijzelstraat. Dus gingen we bij de Heinekenbrouwerij rechtsaf en draaide, via de rotonde, de Vijzelstraat in. Nou, er mocht dan lockdown zijn, dat gold niet voor de werkzaamheden. Had ik in de Rijstraat, zodra ik de brug overkwam als deels over de trambanen gereden, hier was het nog veel erger.  Dat had ik dus zeker niet verwacht. Na al die jaren te hebben open gelegen vanwege de Noord-Zuidlijn, zou het nu toch wel eens klaar zijn, had ik gedacht. Niet dus. Alle bruggen waren gehalveerd en ik moest links langs de trambanen laverend door de straat. Het was een compleet woud van rood-witte palen. Gelukkig had ik hier een voorganger en ik maakte er dankbaar gebruik van om in zijn kielzog de weg te vervolgen. Het Muntplein was uitgestorven. Geen enkele voetganger op de voor mij zo overbekende , door toeristen overbevolkte, oversteekplaats en wandelroute vanuit de Reguliersbreestraat, onder de Munt door naar de Kalverstraat. Zo gek! Mijn voorganger ging de Doelenstraat in, dus waren we weer alleen. 




Over het Rokin naar de Dam. Veel tijd om hier om me heen te kijken had ik niet, want ook hier namen de werkzaamheden en de daarbij komende wegomleggingen mijn hele aandacht in beslag. Als enige weggebruiker, staand voor het stoplicht voor de Dam, naast het wassenbeeldenmuseum was het of we alleen op de wereld waren. 

De Dam bijna leeg, voor noch achter ons een auto en hier kon ik zelf rustig de auto stilzettend, uit het raam,  even een foto nemen. Het Damrak was hetzelfde verhaal. Toen ik eenmaal aangekomen was bij het Centraal station wilde ik linksaf. Dat was vroeger een hachelijke onderneming met al die overstekende voetgangers, die vanaf het station, het Damrak opliepen. Nu had het gemakkelijk gekund, maar helaas, het kon niet meer, en ik moest voor de St.Nicolaaskerk langs, mijn weg vervolgen. Daar ik, door al die wegomleggingen en opgebroken straten, even geen idee meer had, hoe ik achter het Centraal Station kon komen en ook geen zin had weer ergens vast te lopen, heb ik, heel laf, de simpelste route gekozen.  Met een vaartje van 70 km. reden we door de IJtunnel en via de IJdoornlaan belandden we weer op de A10. Sinds de 100 km regel mijdt ik als het even kan de snelwegen. Maar ik was zo onder de indruk wat we hadden meegemaakt, dat ik als een brave burger de A7 afsukkelde richting Hoorn. Het was een indrukwekkende rit geweest.  

[Foto`s: gemaakt door Suzanne, behalve die van de Dam, zoals ik al schreef in het stukje]


Geschreven: 4 februari 2021
Dagtekening: 3 februari 2021

maandag 1 februari 2021

Salami

Gisterenmorgen liep ik omstreeks half twaalf de keuken in en zag dat Karel de wasmachine van zijn plek had getrokken. "Oh, nee", was mijn eerste gedachte, "wat nu weer". Op mijn vraag waarom de wasmachine midden in de keuken stond, kreeg ik te horen, dat hij een pakje salami kwijt was, wat waarschijnlijk achter de wasmachine gevallen was. Op de plek waar dat apparaat had gestaan, lag een heleboel stof, maar zeker geen pakje salami. Zover was Karel ook al en zei tegen mij dat hij had geprobeerd, om, op de wasmachine, het pakje te openen en dat het waarschijnlijk uit zijn handen geglipt was en over de ruimte naast de wasmachine heen achter de verwarming gegleden was.


Nadat ik gekeken had of het niet gewoon in de koelkast lag, moest ik hem wel gelijk geven en sloeg bij mij de wanhoop toe. Hoe vaak had ik hem al gevraagd, niet op de wasmachine te werken omdat ik uit ervaring wist, dat alles erachter of ernaast viel en hoe vaak had ik hem al gevraagd, om aan mij te vragen om de pakjes te openen, omdat hij alle vleeswaarplakjes doorknipte. Nee hoor, natuurlijk niet. En zo zat ik weer met een probleem opgescheept, want hij ging het niet oplossen.


De ruimte tussen de verwarmingsplaat en de muur is hooguit 4 cm. dus erachter kijken ging niet vanwege de overlappende vensterbank. Ook eronder zag ik niets, dus als het er was, bleef het ergens steken. Tot overmaat van ramp, had ik net de verwarming aangezet, dus die plaat was gloeiend heet. De salami, als het er al was, zou binnen de kortste keren gebraden zijn. Ook kon ik niet wachten totdat het er tenslotte vanzelf uit zou zijn gekropen, want die viezigheid wilde ik toch echt niet meemaken. Als het nou een sok of zo zou zijn geweest, was het zo erg nog niet, maar dit!!!!

Hier moest ik wel even over nadenken. In die hoek stond een dun rond latje met een diameter van een 0,5 cm, waarmee ik, tijdens een "schoonmaak- en ontdooisessie" van de vriezer, het ijs uit de smalle ruimtes tussen de laden, losmaakte. Die had gelukkig de goede maat om onder de vensterbank en achter de verwarming te passen. Toen de plaat iets minder heet geworden was, ben ik met die stok achter de verwarming in de weer gegaan. Ik voelde inderdaad, dat er iets achter lag en hoopte ondanks alles toch, dat het de salami zou zijn. Alleen het zat muurvast en de grip op die lat was niet echt stevig. Ik kon niet zien wat ik deed en ook de vensterbak zat in de weg. Dus na een kwartier prutsen, was ik er wel achter dat het zo niet zou gaan lukken.

Dan maar een aanval van onderaf! Ik ging languit op de grond liggen, me afvragend, hoe ik straks inhemelsnaam weer overeind moest komen in die smalle ruimte, tussen de wasmachine en de muur, en begon via de onderkant tussen de verwarming te poken. Na vijf minuten gaf het pakje salami [want dat was het inderdaad] zijn strijd op en kwam kalmpjes onder de verwarming uitgegleden. Pfff Karel, eet smakelijk!


Geschreven: 1 februari 2021
Dagtekening: 31 januari 2021

dinsdag 19 januari 2021

Het wandkleed van sporthal "De Flint"

Hoe grappig is de aanleiding soms, waardoor herinneringen plotseling je hoofd binnenrollen. Neem nu deze:

Suzanne, Ingrid en ik zitten op 17 juni 2019, voordat we de wissellijsten gaan kopen, bij Ikea in het restaurant aan de koffie en de thee. We hebben het over onze creatieve hobbies [waar zouden we anders over moeten hebben], en ineens zegt Suus, dat tegenwoordig het smyrnaknopen weer in de belangstelling staat. Ze laat wat foto`s zien op de telefoon en ineens herinner ik me dat ik in het verre verleden, daar ook eens mee bezig ben geweest. Niet thuis, want wat zou ik met een smyrnakleed moeten doen, maar op initiatief van de gemeente [toen nog Bovenkarspel], die een werkstuk had opgezet als integratieprojekt tussen de oorspronkelijke bewoners en de nieuwkomers, die in grote getale [net als wij] in de nieuwbouwwijken kwamen wonen.

Dat werkstuk bestond uit het knopen van een groot wandkleed, waarop verschillende sportende mensen waren uitgebeeld. In kleine groepjes kwamen we één keer per week naar sporthal “De Flint”, waar het kleed zou komen te hangen, om al knopend en natuurlijk babbelend er een gezellige morgen van te maken  Stom genoeg heb ik, tijdens dat werken, zelf geen foto`s genomen, maar gelukkig was ik wel zo slim om een krantenstuk te bewaren. Minder handig was, dat ik op dat krantenstuk geen datum heb gezet, dus blijft het juiste tijdstip onbekend. Ook google gaf geen datum prijs, dus vertrouw ik maar op mijn geheugen, dat 1975 zegt.

Een slimmigheidje heb ik echter wel uitgehaald. Toen ik bezig was met de onderste rij van het witte rokje, dat het “gymmeisje” rechts aan heeft, heb ik als het ware een herinneringspunt aangemaakt, in mijn geheugen. Ik vond dat bewuste rijtje wel een cruciaal punt en hoopte dat dit zou blijven hangen. Tot mijn verwondering heeft dat gewerkt, want toen ik een paar jaar terug eens in De Flint was, kon ik die bewuste steekjes nog steeds aanwijzend en zeggen: “Kijk, deze rij knopen, heb ik gemaakt”. Wel kon ik toen al zien, dat de tand des tijds al aardig had toegeslagen en begonnen de kleuren wat te vervagen.

Ons “vrijdag-groepje”, ja, zelfs dat weet ik nog, is gelukkig door de gemeente zelf een keer op de foto gezet. Alleen van de meest rechtse persoon, weet ik nog een naam. Tiny Leeuwis, was de moeder van Jaqueline, die bij Rob[bie], onze zoon in de klas zat. Helaas heb ik nadat ik in 1976, de Hugo de Grootsingel verliet, haar uit het oog verloren. En voor wie mij niet herkent na al die jaren, zelf sta ik v.l.n.r. als derde op de foto.

Of de mooie doelen van het plan succesvol zijn geweest, weet ik niet, maar ik vond het een geweldig initiatief waaraan ik met veel plezier heb meegedaan.

Dinsdag 19 januari 2021

Bovenstaande schreef ik op juli 2019. Ik publiceerde het toen niet, want ik wilde eerst zeker weten of het wandkleed er nog hing [of niet] en zo, ja, om er dan meteen wat foto`s van te maken. Kijk, en daar zat hem het probleem. Het kwam er gewoon niet van. Eerst was het "Ohhh, vergeten" en "De Flint was niet open op het moment dat ik er voor de deur stond", en later werd het nog erger. Karel`s ziekte en corona waren de genadeslag. Het bestandje stond nog steeds in de map "stukjes", maar daar bleef het bij. Af en toe dacht ik er wel aan, maar zo`n gedachte verdween ook weer snel.

Een week of wat terug kwam het weer eens ter sprake en toen wist dochter Suzanne met stelligheid te zeggen dat het wandkleed er niet meer hing. Info, die ik een jaar geleden ook al kreeg van Angela Goldstein, maar stom genoeg heb ik er toen niets mee gedaan. Na twee keer gehoord te hebben dat het er echt niet meer hing, vond ik mezelf wel een beetje dom, en besloot er nu maar eens iets aan te doen.

Vandaar dat ik mijn verhaaltje nu afsluit. Jammer, dat het zo is gegaan, want ik vind het eigenlijk maar een roemloos einde van een mooi werkstuk en waar het nu gebleven is, zal wel altijd een raadsel blijven. Leuker was geweest, als men de moeite had genomen om de werkers van weleer even hadden laten weten, waarom het werd weggehaald. Maar nee, helaas, niets van dit al, en ik heb nu ook geen enkele reden meer, om dit stukje nog langer in die map te laten zitten. Hier is het dan en kan ik eigenlijk alleen nog maar eindigen met de zeer toepasselijke woorden: "Gelukkig hebben we de foto`s nog!".                                                                                                                      



Woensdag 20 januari 2021
                                                                                                 

Ohhhhh, ik kreeg heel snel, een volslagen onverwachte reactie op mijn fb-post over dit stukje. Geweldig en superbedankt Joyce, je kan --zeker weten-- beter met Google omgaan dan ik, want jij hebt gevonden, wat mij niet lukte! In de archieven van het Westfries Genootschap vond zij in de Kroniek van West-Friesland uit 1975 de volgende vermelding op 12 februari van dat jaar. 

Pfffff...........het mag duidelijk zijn, dat mijn herinnering zo slecht nog niet is. Wat een geruststelling!





Geschreven: juni 2019 en afgemaakt op 19 januari 2021
Dagtekening: 1974-1975

maandag 18 januari 2021

Carrick-a-Rede Rope Bridge

Ik moet mijn frustratie nog even inhouden. Ik loop er hard aan te denken om, vanwege de doorlopende wifi problemen met de mediabox, weg te gaan bij Ziggo, maar voordat ik dat doe, wil ik nog eerst de serie Game of Thrones hebben gezien. En hoewel onze zoon Rob de inhoud van deze serie kort en bondig samenvatte met "Geweld, sex en incest", was dat zeker niet mijn aanleiding om me door die acht seizoenen heen te worstelen. Ik had er al veel over gehoord en wilde eigenlijk ook zelf wel eens zien of die serie de 9.3 waard was, die hij had gekregen bij de IMDB. Ja, het moet gezegd worden, hij had helemaal gelijk, het geweld, sex en incest was overheersend aanwezig, maar één ding zei hij niet meteen. De beelden die ik voorgeschoteld kreeg, zijn fenominaal en ik heb echt geen spijt dat ik aan het begin even heb doorgezet. Zowel de reële beelden met werkelijke mensen, als de computerbeelden zijn fantastisch. De landschappen met zijn kastelen, de draken, de kostuums en ook de veld- en zeeslagen, met die massa`s mensen. Mijn petje mede af voor het computerwerk, want het leverde prachtige plaatjes op. Toch was het vooral in het begin, afzien. Binnen de eerste paar afleveringen kreeg ik zoveel personages en namen voor mijn kiezen, dat ik echt niet meer wist, wie wie was. Gelukkig dunde dat al snel uit door die voornoemde, bloederige knokpartijen en na de eerste twee seizoenen begon, zelfs voor mij, het verhaal een beetje vorm te krijgen, en beter nog, ik begon de hoofdpersonen eindelijk te herkennen.

Maar.....ik had nog een andere reden om die serie te gaan kijken. In publicaties had ik gelezen, dat er opnames waren gemaakt aan de ruige Noord Ierse noordkust, met als speciale plek, de Carrick-a-Rede Rope bridge, een superenge en hoge touwbrug, die tussen het vaste land een klein rotseilandje hing. Heel diep onder de brug, beukte de zee op de kliffen. Was het vroeger een brug, die de zalmvissers gebruikten, tegenwoordig is het een grote toeristische attractie, maar dat maakt hem niet minder eng. Het was precies daar waar wij 5 juni 2002 ons bevonden en zelf over deze brug naar het eiland wiebelden. Eng was het zeker, maar onvergetelijk! Ik moest tot seizoen 5 wachen, maar dat was het waard. Omgeven door een groot kasteel, was de brug goed zichtbaar. Aan beide kanten waren grote kasteeldeuren en twee duistere figuren hadden in het duister ruzie, midden op de brug. De afloop laat zich raden. De verliezer verdween in de kolkende massa, 30 meter onder de brug.

Omdat ik het toch allemaal wel bijzonder vond, heb ik in de kamer alle lichten uitgedaan en wat foto`gemaakt van het donkere beeld van de tv. Die plaats ik alleen privé, omdat ik geen zin heb om HBO achter mijn broek aan te krijgen, want ik heb geen idee, hoe het zit met de rechten. Die tv-foto`s zijn wel van mij, maar de beelden niet. Maar ik geef je op een briefje, dat ik op het puntje van de bank zat, want het was een hele spannende ervaring om zo`n markante plek, waar je zelf bent geweest, zo in een film te zien. En niet alleen de brug, maar ook de hele ruige Noord Ierse noordkust is herkenbaar, met zijn kleine strandjes, waarvan er tussen de kliffen, zoveel aanwezig zijn. Maar het meest verbaasd was ik over de manier waarop ze de brug helemaal in zijn Game of Thrones omgeving hebben gezet. Onherkenbaar en niets was er te zien van het knullige kaartjeskantoortje of trapje dat meter of 10 naar beneden ging, om op de brug te komen.

Gelukkig heb ik wel de rechten van mijn eigen vakantiefoto`s. Ik herinner me nog goed, dat het nog een hele klus was, om staande op die twee wiebelende planken een scherpe foto te maken. Recht vooruit ging nog wel, maar in de diepte? Onbegonnen werk, want ik durfde al nauwelijks naar rechts en naar links te kijken, laat staan, naar beneden. En dan moest ik me ook nog eens vasthouden aan die touwen. Nee, jammer maar helaas, en in de wetenschap, dat het zelden lukt, om diepte in een foto te krijgen, door recht naar beneden te fotograferen, heb ik dat maar niet eens geprobeerd.



Vrijdag 9 april 2021:

Toen ik een paar maanden later tegen Rob zei, dat ik mijn tv-foto`s niet durfde te posten hier, begon hij keihard te lachen. "Nou, aan die fotootjes van jou, tussen de miljoenen foto`s, zullen ze zich heus niet storen hoor" zei hij. Vandaar dat ik de gok maar neem. Een beetje eng, dat wel, maar hopelijk heeft hij gelijk.






Geschreven: 18 januari 2021
Dagtekening: 6 juni 2002 en december 2020

dinsdag 15 december 2020

Een heel lang Kluizenaars verhaal

Mijn eindejaarsstukje schrijvend, bracht me weer bij mijn voorouders, omdat ik daarin schreef dat ik in de zomer van 2020 in de genealogie van mijn familie was gedoken. In "Opa en oma Bergh met hun broers en zussen" schreef ik al uitgebreid over de familie van mijn vaders kant, maar van schrijven over de familie van mijn moeders kant was tot nu toe niets gekomen. Dat maak ik in dit stukje goed en wat ik hier nu verder ga vertellen is samengesteld uit een mix van gegevens. Ik gebruikte de Open Archieven, krantenvermeldingen uit de Dortenaar, verhalen van mijn moeder en natuurlijk mijn eigen herinnering. Mijn familie de Kluizenaar heeft, voor zover ik het kan terugvinden, bijna allemaal in Dordrecht gewoond. Alleen heel verre voorouders van mijn oma woonden in Rotterdam.

Deze eerste alinea is het einige wat is overgebleven, van mijn eerste poging om een verhaaltje te schrijven, want toen ik me ineens herinnerde, dat ik nog een hele map met ingescande foto`s had, die ik jaren terug, uit mijn moeders fotoalbum had gehaald, kreeg ik ineens een heel ander idee over de opzet. Dus begon ik, na deze eerste zin, opnieuw. Bij het weer doorkijken van de foto`s realiseerde ik me, dat, ik in combinatie met de familiestamboom, broers, zussen, ooms en tantes, van hun "echte" naam kon voorzien. De data heb ik samen met mijn moeder, jaren geleden, al bijgevoegd. Zij wist helaas een heleboel niet meer, maar met z`n tweetjes hebben we er een jaartal bijgezet, waarvan zij zeker was, dat het wel een beetje zou kunnen kloppen.

Het verhaal loopt ongeveer door totaan mijn geboorte. De oorlogsjaren vallen er voor het grootste deel tussenuit, want over het leven in het Oranjepark in die tijd, heb ik al verschillende verhaaltjes geschreven. Verder verwijs ik voor officiële data en namen [voorzover ik ze weet] naar de familielijnen De Kluizenaar en Van Zuijlekom. 


OVERGROOTVADER GERRIT DE KLUIZENAAR:

Ik begin met mijn overgrootouders. Dat waren Gerrit de Kluizenaar en Johanna Stokvis. Zij trouwden op 4 juni 1873 te Dordrecht en waren toen 25 en 22 jaar oud.

En zo zag Gerrit eruit. Een imposante figuur, waarvan ik me met de beste wil van de wereld niet kan voorstellen, dat als hij er niet zou zijn geweest, ik hier ook niet op de bank zou zitten. Maar ja dat geldt voor de meeste personen die ik hier noem. Dat mijn moeder hem als kind "Opa Snor" noemde is ook werkelijk geen wonder en ik vind het nog steeds jammer dat ik van zijn vrouw Johanna nergens een foto kon vinden.  




Een schattige foto van Gerrit, zo met zijn drie kleindochters, tw. mijn moeder [vooraan staand], haar zuster Mia, zittend op de leuning van de stoel en nicht Els op de achtergrond.

Overgrootvader Gerrit had vijf kinderen, waarvan mijn opa, Johan Leendert, geboren in 1883, de jongste was en uit de vele vermeldingen van de Dortenaar en de vage herinneringen van mijn moeder, kon ik zo`n beetje opmaken, hoe het leven er voor hen moet hebben uitgezien. Helaas heeft dit alleen betrekking op de mannen, want er, is, vanwege de maatschappelijk situatie in die tijd, maar weinig bekend, waarmee de vrouwen zich, behalve het huishouden, bezig hielden.

Gerrit was bakker van beroep en werkte, samen met zijn broer Pieter, die ook bakker was, in de bakkerij van zijn vader Wouter, die gevestigd was aan de Voorstraat 63 in Dordrecht. Later heeft zoon Gerrit een kruidenierswinkel annex slijterij gehad, die ik op verschillende adressen heb teruggevonden. Het enige adres waarvan ik zeker weet dat het klopt, is de Bosboom Toussaintstraat 17, als zijn huisadres, omdat mijn moeder daar ook heeft gewoond en ik er foto`s van heb. Gerrit was actief met allerlei instanties. Hij diende in 1917 een aanvraag in voor een hondenkar, vroeg een hinderwet aan voor allerlei electrische apparatuur voor de bakkerij en ik vond voor hem twee belastingaanslagen "Hoofdelijke omslag". Geen idee wat het is, maar ze kostten hem 33 en 7 gulden.



[Foto: 1927]

En.....om nog even in de Bosboom Toussaintstraat 17 te blijven, ik vond van dat adres een nogal mysterieuze notitie op 11 september 1934, in de "Gids voor het lokale rijkstelefoonnet Dordrecht.

"Telefoonnummer: 6208

Naam: N.V. Albert Heijn

Beroep etc.: Kruidenierswaren en comestibles

Adres: Bosboom Toussaintstraat 17

Plaats: Dordrecht"

Huh? Albert Heijn? Ik heb gelukkig wat foto`s van het huis uit die tijd en het was toen zeker geen winkelpand, dus het lijkt me erg onwaarschijnlijk, dat de grootgrutter hier een vestiging heeft gehad. Wat was er dan aan de hand? Heeft overgrootvader Gerrit zijn zaken allemaal geregeld via zijn huisadres of heeft hij misschien zijn zaak verkocht aan Appie? Geen idee!. Het zou ook mogelijk zijn geweest dat de familie in 1934 is verhuisd en er later een winkel is gekomen? Als ik Streetview eens bekijk, lijkt het me niet, want het is nog steeds een rijtjeshuis en het even aan mijn moeder te vragen zit er ook niet in. Daarvoor ben ik bijna 10 jaar te laat, dus dat zal wel altijd een raadsel blijven.  

OVERGROOTVADER GIJSBERTUS STEPHANUS VAN ZUIJLEKOM:

Natuurlijk heb ik ook nog een andere overgrootvader. Noemde mijn moeder mijn overgrootvader Gerrit "Opa Snor", haar andere opa was "Opa Baard". Zijn naam was Gijsbertus Stephanus van Zuijlekom en staat met zijn vrouw Maria Bestebreur op onderstaande foto links [1911].

Gijsbertus Stephanus van Zuijlekom en Maria Bestenbreur trouwden op 16 juli 1879 te Dordrecht, toen ze resp. 22 en 23 jaar oud waren. Ze kregen 9 kinderen. Drie daarvan stierven jong, maar de andere zes, allemaal meisjes, waarvan mijn oma derde was, zijn allen volwassen geworden. Toen ik tijdens mijn zoektocht de namen vond, ging er bij sommige daarvan wel een lichtje branden. Tante Bertha, tante Trui en tante Agatha, hé, ja, die namen heb ik wel eens eerder gehoord. Die herinnerde ik me wel.

In het fotoalbum van mijn moeder vond ik een schitterende foto [rechts], waarop de ouders en alle zes zussen, [sommigen] met aanhang, stijfjes poseerden voor de camera. Ze leken allemaal erg op elkaar, maar als ik het goed zie is de meest linkse mijn oma [ Foto: 1911].

Uit verdere gegevens bleek dat Stephanus ook winkelier was, maar wat voor winkel hij heeft gehad, daar kon ik helaas niets van vinden en mijn moeder heeft het er ook nooit over gehad.

EN DAN MIJN OMA.......MARIA VAN ZUIJLEKOM:

Mijn moeder heeft me veel over haar verteld en natuurlijk heb ik haar ook zelf gekend. Klein van postuur, was ze een zeer sterke en intelligente vrouw die niet mocht studeren maar naar op 13 jarige leeftijd naar de "naaiwinkel" [naaischool] werd gestuurd. Op de foto is ze de middelste van de vijf en zo te zien heeft ze het niet erg naar haar zin. Volgens mijn moeder was ze op deze foto ongeveer 14 jaar oud. Toegegeven ze kon fenominaal naaien, maar ik weet zeker dat ze graag iets anders zou hebben gedaan. Helaas had een vrouw anno 1900 weinig keus, want "achter het aanrecht" was de plaats in de maatschappij! Ik herinner me haar nog goed, was graag bij haar en als ik op bezoek kwam, stond altijd, mijn lievelingsgerecht, stoofpeertjes, klaar.  

Wat ik nu zonet geschreven heb, is uiteraard mijn jeugdherinnering aan haar, maar nu ik zelf wat ouder ben en wat beter kan inschatten hoe het leven in elkaar zal hebben gezeten, denk ik, met medelijden, dat ze het verschrikkelijk moeilijk moet hebben gehad met die stuurse, stijfkoppige en dominante man naast zich.

Maar ik heb meer foto`s van mijn oma. De volgende opmerking van mijn moeder moet over één van de onderstaande drie foto`s zijn gemaakt. Welke weet ik niet, maar in principe zou het op alle drie kunnen slaan. Mijn moeder: "Je kan hier heel goed haar kleding zien. Op één van de foto`s heeft ze een zelfgemaakt jak aan met allemaal haken en ogen aan de voorkant. Een hels karwei om te maken, want dat moest allemaal met de hand. Middenin moesten baleinen om de borsten te stutten, want er waren nog geen bh`s. [Fotos: 1911]

Op de foto linksboven, staat mijn oma uit 1911 met haar en haar zuster Beth [Elizabeth]

Hieronder een schitterende foto uit 1931, waarover mijn moeder het volgende vertelde: "Op deze foto staat tante Betje en jouw oma. Zij was een familievriendin, die elke week kwam kousenbreien. Dat was een hele klus want wij [Jopie en Mia] werden steeds groter. Wij hadden geen zin meer in die kousen, want er vielen maar gaten in die dingen. Tante Betje woonde helemaal op de Steegoversloot, in een heel klein donker huisje, met het toilet binnen, in een hoekje van de huiskamer. Betje Burgerhart, zoals ze heette werd, toen ze ziek werd helemaal verzorgd door jouw oma, die daar dan helemaal naar toe moest gaan lopen. En dat was een heel eind.
Nadat mijn opa in december 1962, na een ernsig ongeluk, naar verpleeghuis De Lindonk, in Zwijdrecht, verhuisde, bleef zij nog een halfjaar in het Oranjepark. Op 26 juni 1963 ging ook zij daar naar toe en ze
woonden ze nog precies drie jaar samen. Oma is heel oud geworden. Op 27 september 1978, 12 jaar nadat haar man overleed, stierf zij, bijna 97 jaar oud.

MIJN OPA......JOHAN LEENDERT DE KLUIZENAAR:

Op onderstaande foto zit het hele gezin op en bij de tafel. 


Mijn opa en oma trouwden op 8 september 1920, toen ze 36 en 38 jaar waren. Zij kregen twee meisjes, tw. mijn moeder Jopie, die is geboren in 1921 en twee jaar later kwam haar zusje Mia, die door mij later tante Miep genoemd werd. Over mijn oma heb ik al het nodige verteld, zodat ik me nu richt op wat er zoal in het leven van mijn opa gebeurde. Hij had allerlei baantjes en ik vond een vermelding van hem terug in de Dortenaar als zijnde een zelfstandig ondernemer met een eigen rijwielhandel annex vernikkelinrichting. Hij repareerde en verhandelde dus fietsen en wat dat vernikkelen inhoudt, dat is voor mij niet helemaal duidelijk. ,Toch werd er over zijn werkzaamheden in de familie nogal eens grapjes gemaakt. Tot ver in de 50er jaren, hoorde ik mijn vader, als er iets kapot was, tegen mijn moeder zeggen: "Haal je vader er maar bij, die repareert het wel met een ijzerdraadje".

Naar aanleiding van diverse meldingen in het adresboek 1930 had hij eerst een pand in de museumstraat 31 en later in de Bosboom Toussaintstraat 17. Waarom hij in de museumstraat is weggegaan, weet ik niet, maar omdat in de volgende meldingen zijn bedrijf, op zijn huisadres wordt vermeld, denk ik dat hij later aan huis is verder gegaan. Verder trek ik de conclusie, dat hij en zijn gezin, inwoonde bij vader Gerrit en na zijn overlijden eind jaren `30, verhuisd is naar het Oranjepark. Of dit helemaal klopt kan ik niet achterhalen.

Toch wil ik nu eerst nog even een stukje terug in de tijd. Van mijn moeder kreeg ik jaren terug een heel interessant krantenartikel over hem. De naam van de krant is niet meer te achterhalen, maar het artikel heette: "Toulonselaan heette vroeger Kluizenaarspad". Mijn opa vertelde hierin over de periode van 1923-1927 dat hij gemeenteraadslid was. Hij zat in de raad voor de kiesvereniging Zuinig Gemeente Beheer; een club die later opging in Gemeentebelangen. Het was er maar vier jaar, dus een vrij korte periode, maar uit de raadsverslagen uit die tijd, begrijp ik al snel, dat het nogal een lastig mannetje was, die zich overal mee bemoeide. Ook leverde hem, die vier jaar in de raad, een nieuw familielid op, toen een van zijn partijgenoten, trouwde met de dochter van zijn broer en dus ook met het nichtje van mijn moeder. Met dat nichtje waren zowel mijn moeder en haar zuster altijd al heel close. Ze trokken ontzettend veel met elkaar op, wat ook te zien is aan de vele foto`s die ik heb, met die drie meiden erop. Voor mij werden het Oom Joop en tante Els en zelfs toen ik al lang en breed getrouwd was, hebben wij, met de kinderen hen nog eens opgezocht. Een paar jaar geleden heb ik met Karel, hun zoon nog eens bezocht. Hij was ook een beetje bezig met familie-genealogie en  wevatten toen onze familierelatie kort en bondig samen met de conclusie dat zijn opa en mijn opa broers waren.

Ik heb verscheidene foto`s van mijn opa uit die periode dat hij in de raad zat en bij deze foto, was de opmerking van mijn moeder onverbeterlijk. "Goh, die foto is vast op het gemeentehuis genomen, want zo`n mooi kantoor had hij niet".  



Deze officiële foto [onder-links] van de kieskring Zuinig Gemeente Beheer foto zal zijn genomen op het gemeentehuis te Dordrecht. Middenachter staat mijn opa en en linksvoor mijn toekomstige Oom Joop.


En dan hier nog een foto [rechts] van de voltallige gemeenteraad van die tijd. Mijn opa staat links achter, de burgemeester Pieter Leonard de Gaay Fortman, en bij de voeten van de koningin, die op haar beurt wordt onthoofd door een kroonluchter. Na het raadplegen van Google blijkt dat dit Koningin Wilhelmina moet zijn geweest. 

Hoe mijn opa het allemaal heeft klaargespeeld, weet ik niet, maar na het vertrek uit de Bosboom Toussaintstraat, wat enkele jaren voor de oorlog moet hebben plaatsgevonden, woonde hij en zijn gezin op stand in het deftige Oranjepark en bezat hij verschillende panden in de Spoorbuurt. Ik weet nog dat hij mij aan de hand meenam, om samen wandelend de huur op te gaan halen. Ook in het Oranjepark hebben zij ook de oorlogsjaren doorgebracht en wat me over die beklemmende jaren is verteld, heb ik o.a. beschreven in "Oranjepark en Spoorhof" en zijdelings ook in "Dordrecht en het GAB".

Toch moet hij, wat ik al schreef bij mijn oma, een nurkse en stuurse man zijn geweest, maar ik als kind heb dat nooit gemerkt en hij had iets wat ik aan geen enkele kant van mijn familie tegengekomen. Hij was creatief, want hij schilderde en was zelfs lid van de "Teekengenootschap Pictura". Na even googelen weet ik dat die club is opgericht in 1774, en heden ten dage het oudste nog bestaande tekengenootschap in Nederland is. Mijn ouders maakten wel eens grapjes over zijn werk, want het was de toch wel frappant, dat hij bergen schilderde, terwijl hij er nog nooit een in het echt had gezien. Het museum heeft hij volgens mij nooit gehaald, hoewel er een hartnekkig gerucht in de familie rondging, dat er een schilderij van hem in het museum van Gijn zou hangen. Waar al zijn schilderijen gebleven zijn, weet ik niet. Er stonden er nog verschillende op zolder bij mijn moeder, die we na haar overlijden, allemaal hebben weggedaan, maar niet, zonder er eerst wat foto`s van te hebben gemaakt

Op 26 mei 1942 ziet mijn opa kans om een bekeuring te krijgen en daarmee voor eeuwig in een politiedossier terecht te komen, getuige een notitie die ik vond bij de Dortenaar. .

"te --.-- uur - Is bekeurd: door brigadier B. v.d. Elst: J.L. de Kluizenaar,geb. 22-11-1883, Oranjepark 35, allen t/z het niet-inleveren van een verklaring betreffende onderzoek naar wandgedierte in woning en huisraad". Deze ambtelijke taal zegt mij helaas niet veel en ik heb dan ook geen flauw idee, wat hij nou eigenlijk heeft uitgespookt. Wandluizen?

In 1962 krijgt hij een vreselijk zwaar ongeluk. Wat er precies is gebeurd weet ik niet meer, maar ergens heb ik een vage herinnering dat hij is aangereden. Het is zelfs zo erg, dat ze, om zijn leven te redden zijn linkerbeen hebben moeten amputeren. Hij kan niet meer thuis wonen en verhuist naar het verpleeghuis De Lindonk in Zwijndrecht, waar hij op 27 juni 1966 overlijdt. [Foto: 20 juli 1963]



EN DAN MIJN MOEDER.............JOHANNA MARIA DE KLUIZENAAR

Ik heb nogal wat foto`s van mijn moeder en om daar voor dit stukje een keuze uit te maken is best moeilijk. Het lijkt erop dat ze een heel gelukkige jeugd heeft gehad, want het zijn allemaal van die blije foto`s, maar hoe haar jeugd precies was, heeft ze mij niet veel over verteld. Wel vertelde ze veel over de vriendschap met nicht Els. Dit onafscheidelijke drietal [mijn moeder, haar zus Mia en nicht Els] komt op nogal wat foto`s voor. Ook leuk van de foto`s is, dat het onbedoeld een aardig tijdsbeeld van de jaren `20 tot eind 40 geeft. Ook hier zijn de jaarnoteringen allemaal geschat. Ik heb er een paar uitgezocht en inclusief het onvergetelijke commentaar van mijn moeder, kan ik zeggen, dat in dit geval de beelden meer zeggen dan 1000 woorden.



Hier twee foto`s van Jopie en Mia [1929 en 1934].

Mijn moeder: "Als je de foto`s van tante Miep als klein kind ziet dan kijkt ze daar nooit vrolijk op, laat staan dat ze lachte. Ze was namelijk bang dat de op die foto vast kwam te zitten en er niet meer af kon. Dat heeft ze schijnbaar nogal lang volgehouden gezien de norse blik op de meeste foto`s". Dus mijn intro hierboven klopt niet helemaal. Zo blij waren ze niet.


Bij bovenstaande foto`s:


1. Links: 
Ook toen al! En als ik dat zo bekijk, is er niet veel veranderd in al die jaren. 
Mijn oma staat links op de foto en mijn moeder zie ik naast haar rechts. Mia kan ik niet vinden. 
Mijn moeder: "Verjaarsfeestjes, ongetwijfeld van Miep omdat zij 31 augustus jarig is". [1929]

2. Midden:
v.l.n.r: Mia, Els en Jopie [1926] [Waarschijnlijk Scheveningen]

3. Rechts:
Mijn moeder: "Deze foto is genomen ca. 1929 in Park Merwesteyn. Dit park, wat ligt aan het einde van het Oranjepark, is in de oorlog volgestopt met bunkers. Die hebben ze na de oorlog allemaal opgeblazen., waarbij jij toen, als kleine baby, bij elke explosie, van schrik overeind veerde of inelkaar kromp".




Onverbeterlijk.Ook toen had je blijkbaar al rages!Mijn moeder, Mia met hun moeder. [1934]










Deze foto is genomen op de Krispijnseweg en op de achtergrond is de spoorwegovergang te zien. [1935]



Op deze foto uit 1935 staat mijn moeder links. Rechts staat haar zuster. Deze foto heb ik erbij gedaan vanwege de herinnering aan de gammele schutting in de achtertuin en de dat speciale fabrieksgeluid, wat nooit stopte. Hier is goed te zien hoe prominent dat gebouw aanwezig was, waardoor de achtertuin dan ook helemaal was ingesloten.















Hoewel mijn moeder, me weinig heeft verteld over haar jeugd, heb ik documentatie zat. Ik heb al haarschoolrapporten nog van de lagere school, de ULO, en diverse kantoordiploma`s. Ze deed, naast eindexamen ULO, in 1938 examen in steno, handelscorrespondentie en machineschrijven en als ik zo de cijfers van haar schoolrapporten eens bekijk dan deed ze het beslist niet slecht. Mijn opa mocht dan een nukkige man zijn geweest, hij heeft zijn meiden in ieder geval een goede opleiding gegeven. Ze kwam uiteindelijk te werken, als telefoniste bij de koekjesfabriek Victoria en dat zal dan vlak voor en aan het begin van de oorlog zijn geweest. Ik zie dat gebouw nog voor me. Net als je met de trein vanaf Rotterdam, bij Dordrecht de Maasbrug over was, zag je het liggen aan de linkerkant naast het spoor. Maar ja, die herinnering van mij was van veel later, toen mijn moeder er natuurlijk allang niet meer was. Nu is de plek zo veranderd, dat het zelfs onmogelijk is je voor te stellen waar het gebouw heeft gestaan. 

Een paar jaar geleden zond de zender ONS wat oude bedrijfsfilmpjes uit. Ook de Victoria zat daarbij, Ik heb de film bijna beeldje voor beeldje bekeken, maar ik kon er mijn moeder helaas niet in ontdekken. Wel was het leuk, want ik kan me nu, wat beter voorstellen, hoe mijn moeder, daar gewerkt moet hebben. Op de foto zit ze als tweede van links, op de tweede rij.  


Mijn ouders hebben elkaar leren kennen via hun sport. Ze korfbalden beide bij DEETOS en dat zal ook aan het eind van de 30er jaren zijn geweest. 

In 1942, kwam ik tot mijn verrassing mijn vaders naam tegen op een plek waar ik hem zeker niet had verwacht. Het is een notitie van 11 december 1942, in de Dortenaar. "Bekeurd door agent A.M. van Gurp, Otto J. van den Bergh, ambtenaar, oud 21 jaar, wonende Floresstraat 59, terzake wielrijden zonder voor- en achterlicht".  En als we het nu toch over bekeuringen hebben. Weliswaar een beetje later, maar niet minder lachwekkend was de volgende, waarbij mijn moeder de klos was. Niet voor het rijden zonder licht, maar ze had haar fiets ergens neergezet, waar het niet mocht. 

Toen het voor mijn vader op zijn werk bij het GAB te gevaarlijk werd, dook hij onder, in het Oranjepark, bij mijn moeder op zolder en op 8 november 1944 zijn zijn getrouwd. Ik was al onderweg, en blijkbaar was het ondanks die riskante periode nog mogelijk om te trouwen. Maar hoe dat precies zat, daar heb ik eigenlijk nooit naar gevraagd.

Het verhaal de Kluizenaar loopt een beetje op zijn eindje. Het volgende hoofdstuk zou "Mijn ouders" moeten gaan heten, maar dat is eigenlijk al verwerkt in een hele boel losse verhaaltjes, die ik zo her en der in de afgelopen jaren heb geschreven en nog zal gaan schrijven.

Toch wil ik nog een dierbare herinnering, bij gebrek aan een andere plek, hier graag nog even vastleggen. Het is een herinnering aan mijn tante Miep. Natuurlijk heb ik die in mijn vroege jeugd nog veel gezien. Ze was tenslotte de zuster van mijn moeder, en omdat mijn ouders tot 1949 inwoonden in het Oranjepark, hadden we veel contact. Zij was kleuterleidster geworden op een klein schooltje ergens in Dordrecht en op een dag ben ik een keertje met haar mee geweest. Ik herinner me nog een bloedhete dag, waarop ik met een heel stel kinderen, in de openslaande deuren zat, op een soort helemaal ingebouwd, schoolpleintje. Waarom ik dat nog weet? Geen idee, en ik heb er ook geen foto`s van. Ik vermoed dat het een enorme indruk heeft gemaakt, dat mijn tante zomaar de "juf" van het klasje was.

Dit is wat ik me tot nu toe zo`n beetje herinner van de familie de Kluizenaar en van Zuijlekom. Het is grappig, want afsluiten kan ik het niet echt. Mijn hersenen doen rare dingen, zoals ik al eerder schreef en zo af en toe, soms zonder een enkele aanleiding, komt er weer wat bovendrijven. Ook ben ik er van overtuigd, dat er op het net nog veel te vinden is. Maar een ding is zeker. Mocht ik iets vinden, of mocht ik me weer iets herinneren, zal ik het zeker toevoegen.  




Geschreven: 5 t/m 13 december 2020
Dagtekening: 1870-1945

maandag 14 december 2020

Lampje

Nou het is gebeurd hoor. Wat er al dreigde aan te komen, wordt vanavond dus keihard aangekondigd. "Harde lockdown!". Die stomme mensen ook. Is het nou zo moeilijk even pas op de plaat te maken en zoals gewoonlijk moeten de goeden weer met de kwaden lijden. Kerstfeest vieren op een simpele manier is ook leuk! Ik zit verdomme al 9 maanden thuis en durf zowat de deur niet uit en de anderen maar feesten en de boel aan hun laars lappen.

Ik zag het al aankomen de laatste dagen. Het ging helemaal niet goed met de besmettingsaantallen, want ze rezen de pan uit. En dan al dat politiek overleg op de zondag, dat is serieuze kost. Ik hield de sluiting van niet essentiele winkels al als nr. 1 met stip in mijn achterhoofd.



En dan gaat zaterdagavond het lampje in mijn grote staande schemerlamp kapot. Het is de enige die ik gebruik, omdat ik de plafondlamp niet om mee te leven vind met zijn keiharde licht. Een nieuwe lamp is geen standaardlamp, die je even in de supermarkt koopt, want het is een ca. 12 cm lang glazen buisje, waarvoor ik toch echt naar de Gamma moest. Nou ja, niet erg, dat kan op zondag. En dan..... jahoor, heel voorspelbaar, zondagmorgen was het licht, en toen het weer donker werd, en de Gamma al bijna weer dicht was, had ik nog steeds geen lamp. Straal vergeten!.

Afgelopen nacht heb ik weer eens twee uur wakker gelegen. Om nou te meteen te zeggen dat het de lamp was die me wakker hield, is wel erg kort door de bocht, maar het speelde wel mee en toen ik dan uiteindelijk pas om 9 uur wakker werd, ging ik meteen in de startblokken. Met een papiertje, waarop ik de specificaties, die in de schemerlamp stonden, had opgeschreven en de kapotte lamp, reed ik om half 10 naar de Gamma. Ik ging de winkel in, vond de stelling en haalde er een gelijkvormig lampje uit. De specificaties op mijn papiertje, kwamen totaal niet overeen wat er op de verpakking stond en een rondlopende winkeldame, die ik natuurlijk niet verstond vanwege die rottige mondkapjes, gebaarde iets in de richting dat ze er niets van wist. Nou daar ben je dan klaar mee! Aangezien die max. 40 watt, die op mijn briefje stond, vrij laag is, nam ik de gok met een lamp, waar met 156 watt [de laagste van alle lampjes] , op stond, wetende dat er wel iets veranderd is aan die aanduiding in de afgelopem jaren. Voor de zekerheid nam ik ook de volgende in wattage mee, in het geval, dat het een nachtpitje zou blijken te zijn. Bij de kassa, werd mijn vraag of ik de tweede mocht ruilen, in het geval dat de eerste goed zou zijn, bevestigd en na een boze opmerking van dezelfde kassadame, omdat ik geen winkelwagen had meegenomen, liep ik de winkel uit. Ja dom, helemaal niet aan gedacht. Dat komt ervan als je, zoals ik, zelden in de winkels kom.

Thuisgekomen, stopte ik de lamp in de houder en tot mijn grote opluchting, zag ik het letterlijk het licht. Hij deed het. Wat nu te doen met die tweede lamp? Ja, precies, toch maar terug naar de winkel en omruilen voor dezelfde, als die ik al had. Een reservelamp is nooit weg!

Nu om 4 uur zit ik gelukkig met mijn vertrouwde licht dit stukje te tikken. De harde lockdown is een feit. De voorspelbare run op de winkels ook. De burgemeesters van de grote steden roepen al weer op niet naar het centrum te komen. Leren de mensen het nou nooit? Gelukkig was ik vroeg, zodat die drukte en een kerst in het donker me tenminste bespaard gebleven zijn!


Geschreven: 14 deceber 2020
Dagtekening: 14 december 2020

vrijdag 27 november 2020

Ongeluk

Even na vieren `s middags zitten Ingrid en ik druk te bellen, over een probleem hoe we engeltjes moeten breien, als ik door het telefoongesprek een zoemtoon hoor. Ik zeg dat ook tegen haar, maar zij hoort het niet. Nou ja, dacht ik, dat zal dan wel een fb-melding wezen. Als het gesprek is afgelopen, krijg ik bijna direct daar achteraan een messengerbericht, ook van Ingrid, dat ze een huilende Suzanne aan de telefoon heeft. Oh, shit, dat was het dus. Een tweede telefoontje, tussen het gesprek door. Suus had een aanrijding gehad in Medemblik en wilde dat ik naar haar toe kwam. Direkt bel ik haar op en vraag wat hoe het met haar was en wat er gebeurd was. Gelukkig was er niets met Suzanne zelf, een scooterrijder had geen voorrang gegeven, maar de schade aan de auto was aanzienlijk. Ik was al bijna in de auto gesprongen voordat het telefoongesprek was afgelopen en zag gelukkig nog met een half oog dat ook Ingrid met me mee wilde. "Okee", tikte ik terug, "Kom maar meteen naar me toe".

Bij de DEKA zag ik Ingrid aankomen en samen reden we naar Medemblik. In mijn haast had ik helemaal vergeten, waar het gebeurd was, zodat Ingrid op weg erheen, weer moest bellen om naar de plek des onheils te vragen. Die was vlak bij de snackbar "De Smikkelhoek" op de Almereweg. Achteraf was dat tweede belletje, haast niet nodig geweest, want toen we op de rotonde van Opperdoes, rechts de Almereweg opdraaiden, zagen we een woud van gele hesjes. Jeetje, zoveel politie? Nou nee, dat bleek het niet te zijn, maar behalve de politie, waren blijkbaar ook de toezichthouders van Medemblik gealarmeerd. Ik zette de auto even verderop stil, stapte uit en werd tegengehouden door een agent, die me gelukkig doorliet toen ik zei wie ik was.

Ik zag Suzanne, die met veel moeite een schadeformulier stond in te vullen op de motorkap van haar gehavende auto. Toen schrok ik toch wel even. Jeetje, de voorruit was compleet gesplinterd en ingedeukt. Die scooterrijder moest dus boven op haar motorkap hebben gelegen tegen de voorruit aan. Hoe was het eigenlijk met hem, daar had ik totaal nog niet aan gedacht.

Corona of niet, ik streek haar geruststellend over haar rug en ontdekte dat de zenuwen zich, op dat moment, meer toespitsten op het invullen van het schadeformulier, dan wat er gebeurd was, maar ik kon niet meer doen dan er gewoon even te zijn. Politie en toezichthouders vingen haar fantastisch op en ze kon er met al haar vragen terecht. Ook vertelde Suus, dat “een schat van een vrouw” haar, toen er nog niemand van de hulpverlening aanwezig was, heel lief heeft opgevangen. Hoe fijn, dat er zulke mensen zijn.

Nadat Suzanne haar verhaal kwijt was, heb ik mijn telefoon gepakt en ben foto`s gaan nemen. Om evt. problemen te voorkomen, heb ik politie en omgeving vermeden, want er stond nogal wat publiek aan de overkant van de straat en ook in het kantoor wat vlak voor de kruising staat, stonden heel veel mensen voor het raam. Dat zal Suzanne allemaal wel zijn ontgaan, wat ik me heel goed voor kan stellen. Intussen kwam ook de scooterrijder, het schadeformulier invullen. Hij had de auto helemaal niet gezien en is door de haaientanden heen vlak voor Suzanne de weg over gestoken. Suus zag hem aankomen en heeft nog geprobeerd, door heel hard te remmen, een aanrijding te voorkomen,, maar ze kon hem met geen mogelijkheid meer ontwijken. Ze heeft de scooterrijder, wat ik al dacht, met de passagierskant geraakt, waabij hij met zijn lichaam op de motorkap en voorruit is beland. Hij heeft zijn fout erkend en is er wonder boven wonder goed afgekomen, daar hij er slechts wat stijfheid en wat blauwe plekken aan heeft overgehouden. .

Tijdens de afhandeling van het papierwerk had Suzanne intussen haar persoonlijke spullen uit de auto gehaald. De berger arriveerde daarna snel en ik denk dat Suzanne wel even heeft moeten slikken, toen haar auto op de wagen getakeld werd. Uit ervaring helaas, weet ik hoe het voelt. Weliswaar was mijn auto er minder slecht aan toe, maar het gevoel is hetzelfde. Daar gaat je auto.....zucht!


Op de terugweg naar huis, bij mij in de auto, vraag ik wat ze wil doen. Naar huis of niet. Heel verstandig antwoord ze, dat ze wel naar Christiaan wil. Ik ben blij met dat besluit, want dan is ze die avond nog even niet alleen en kan ze napraten over wat er is gebeurd.

Toch vind ik het super, zo als ze het heeft gedaan. Natuurlijk zaten haar tranen hoog, maar ze heeft heel adequaat gedaan, wat er gedaan moest worden. Ze heeft de garage gebeld, de politie te woord gestaan, en zelfs nog vervoer geregeld voor de volgende ochtend naar haar werk. Pfffffff…...Suus…...een ervaring rijker, hoewel geen leuke dit keer.



Geschreven: 27 november 2020
Dagtekening: 26 november 2020

woensdag 25 november 2020

Lucht

Toen ik vanmorgen terugkwam van bloedprikken, zag ik ineens dat er een waarschuwingslampje brandde op mijn dashboard. Een grote gele ronde U-vorm met in het midden een groot geel uitroepteken grijnsde me tegemoet tussen het stuur door. Oeff, wat zou dat nou weer zijn. Even verder begon me wat te dagen. Toch niet weer die verhipte bandenspanning hè.! Toen ik thuis in de achterbak dook om mijn autohandleiding te pakken, ontdekte ik daarin al snel, dat mijn vermoeden helaas waar was. Ineens dacht ik weer aan die enorme lading zand, die Ingrid en ik, ruim een maand terug, met twee auto`s naar de vuilstort in Middenmeer hadden gebracht. Dat kon de schuldige wel eens zijn. Hoewel, deze auto heeft er handje van om mij zo af en toe met een waarschuwingslampje, de gordijnen in te jagen.

Eenmaal `s middags, zat het me toch niet lekker en wilde ik het hebben opgelost. De vorige keer had Suzanne me geholpen. Die wist wel hoe het moest, en ook dat een waarde van 2,5 veilig was, om in mijn banden te blazen. Hoe ze het precies had gedaan, had ik stom genoeg niet echt op gelet. Of het nu onze onzekerheid was, of een "nog steeds brandend lampje", weet ik niet meer, maar uiteindelijk belandden ik toch in de garage, me knap ongemakkelijk voelend, dat ik dat zaakje niet zelf had opgelost. Een beetje lacherig hebben ze me geholpen, en beladen met goede raad, en een "voorlopig ben ik hier wel weer vanaf" gevoel, ben ik weer vertrokken.


Nu zat ik dus weer in de knel en wist nog steeds niet hoe het moest. Na wat heen en weer geklets met Ingrid, via messenger, hadden we besloten dat ik haar bij Action in Zwaagdijk zou dumpen voor boodschappen en dat ik zou doorrijden naar de garage. We hadden een rotsmoes bedacht zodat ik daar niet af zou gaan, tw. dat ik het fysiek niet meer voor elkaar kon krijgen doordat ik mijn hoofd niet zolang naar beneden kon houden, zonder duizelig te worden. Maar ook deze oplossing zat me niet lekker en op de hoogte van Hoogkarspel vroeg ik aan Ingrid, of zij het kon. "Jahoor", was haar antwoord, "Er is niets aan". "Wow", dacht ik, "Dat geeft me een opening, om niet naar de garage te hoeven". Verder zei ik tegen haar dat er ergens een getal van 25 of 27 in mijn achterhoofd zweefde, wat ik na dat eerste genante bezoek nog steeds had onthouden. "Oh", zei Ingrid, "Maak daar maar 2,5 of 2,7 van" en na bestuderen van de de sticker in de deur [dat was wel in mijn geheugen blijven in hangen], hebben we het er maar op gewaagd. Nou, dat was een eye-opener! Voorbanden waren 2,3 en achter zelfs 1,9, dus die hadden wel degelijk wat lucht nodig! Toen ik daarna wegreed was het waarschuwingslampje uit en voelde ik elke losse steen. Ingrid ook, maar dan in haar zere enkel.


Achteraf, bedacht ik me, was dat toch maar een knap staaltje van girlpower. Tenminste van de kant van Ingrid, want ik voelde mezelf nogal dom, met dat lullig bedachte excuus, maar dankzij haar is me een tweede blamage in de garage gelukkig bespaard is gebleven. Ingrid hartstikke bedankt!!!!!!




Geschreven: 24 november 2020
Dagtekening: 24 november 2020


woensdag 4 november 2020

Even een boodschapje

Woensdag 4 november 2020

Gisteren ging ik even een boodschapje doen bij een drogist. Ik ging rustig in mijn eentje, om even weg te zijn van die stressvolle situatie thuis. Wat dat betreft ben ik blij met de corona regels. Tegenwoordig is het bijna verplicht om alleen boodschappen te doen en ik vind dat zegen. Geen lastige vragen, waarom ik alleen wil, want Karel schijnt wel door te hebben dat, dit tegenwoordig een voorschrift is. Waar hij geen flauw benul van heeft, dat ik het in het laatste jaar, zo af en toe nodig heb, om even alleen te zijn. Maar ja, dit schrijvende, is dit eigenlijk ook een aanname, want ik heb geen idee, wat er in zijn hoofd afspeelt en misschien heeft hij het wel degelijk door.

Maar dat even terzijde. Hoe anders doe ik nu boodschappen, vergeleken met de tijd voor maart 2020. Over het gaan naar de supermarkt zal ik het maar even niet hebben, want dat is een regelrechte ramp, maar ook even naar een drogist is toch wel anders dan voorheen. Ging ik vroeger simpelweg een winkelcentrum in, daarentegen bezoek ik nu een losse winkel, waarvan ik vermoed dat het niet al te druk is. Met dat in mijn achterhoofd reed ik gisteren, redelijk relaxed, naar de DA in Wervershoof. Dat is mijn favoriet, want met de auto bijna voor de deur en gewoon een winkelingang aan de straat, kan het weinig kwaad. In het centrum van Wervershoof was het druk. Alle parkeervakken waren vol en zelfs op straat was het laveren tussen de auto`s door. Het kruispunt zat geheel verstopt. Wat was hier aan de hand? Die vraag werd natuurlijk niet beantwoord, maar één ding wist ik wel. Dat werd geen boodschapje bij de DA. Ik reed door en zie en passant, dat twee auto`s in de parkeervakken, op het punt stonden, weg te rijden. Dus toch maar wel? Voor een tweede poging moest ik een groot stuk om rijden en toen ik weer bij de winkels was, waren die plaatsen helaas allang weer bezet. Resoluut reed ik weg. Dan maar naar een andere drogist.

Ik reed de polder in en liet de rust op mijn inwerken. De natuur met de laatste herfstkleuren was mooi en op de momenten dat de zon zich zo af en toe liet zien was het bijna volmaakt. Geen corona, geen stress alleen maar een weids, maar alsmaar donker wordend landschap. Het kleine beetje blauw was snel verdwenen en even later kletterde de regen op de voorruit. Op de kruising in Oostwoud, vlak naast het mooie kerkje staat een schitterende villa. In de tuin hadden ze opstelling hebben gemaakt voor een filmopname. Een tentzeil boven de tuin hield de regen op een afstand en de felle lampen veroorzaakten een mysterieuze sfeer in de duisternis van de regenbui. Mijn eerste idee is dat ze daar een opname gingen maken voor een commercial, want in een flits zag ik allemaal kratjes met groente en fruit. Maar of ik dat zo snel allemaal goed heb gezien, betwijfel ik, want rijden in combinatie met deze gezonde nieuwsgierigheid, loopt meestal niet goed af. Even later reed ik door de Heemraad Witweg in Oostwoud. Bij de huizenrij aan rechterkant, hing huis aan huis de vlag halfstok. Bam, met een klap ben ik weer in de werkelijkheid terug. Coronatijd! Ja, het hoeft natuurlijk niet, maar het is wel het eerste waar ik aan dacht. Trouwens wat maakte het uit, corona of niet, het was triest, want daar was zeker iemand overleden en de buurt rouwde mee. Een verdrietig gezicht.

Via Midwoud bereikte ik het winkelcetrum van Zwaagdijk Oost. In tegenstelling tot Wervershoof was het er opvallend rustig en als bijna enige klant in het Kruitvat deed ik daar mijn boodschapje. De rest van de winkels vermijdend reed ik het terrein weer af en ging via de N307 weer richting huis.

dinsdag 15 september 2020

Prinsjesdag 2020

Dinsdag 15 september 2020

Wat is dat toch met 2020. Ook vandaag is het weer merkwaardig en bizar. Het houdt niet op. Niet alleen corona zorgt voor onvoorspelbare gebeurtenissen, want ik zit hier om kwart voor zes in de schaduw van de achtertuin, met mijn laptop op mijn knieën dit stukje te tikken. Het is nog steeds 28 graden, zodat de voortuin voorlopig nog een no-go-area blijft. Veel te heet! Dat dus is het zoveelste weerrecord dit jaar.


Maar, ondanks dat hele mooie weer, heb ik dat paradijsje een uurtje verlaten en de tv aangezet. Niet alleen vanwege dat recordbrekende weer en corona, zal 15 september 2020 de geschiedenisboeken in gaan, want het was ook prinsjesdag. De derde dinsdag in september! Wat zou het allemaal mooi geweest zijn, in dit stralende weer. Helaas gooide corona roet in het eten. Geen kleurige rijtoer met koetsen en paarden, geen Ridderzaal en geen uitbundige "gekke hoedjesparade" dit keer. Maar wel mondkapjes en 270 regeerders, keurig anderhalve meter uit elkaar gezeten in de Grote of St. Jacobskerk in Den Haag. De intro van de troonrede was mooi, met een verwijzing naar de bijzondere dodenherdenking op de Dam, een blijk van medeleven aan allen die naasten hebben verloren en hulde aan alle harde werkers in de zorg, supermarkten en andere cruciale beroepen. Helaas zijn de voorspellingen voor komend jaar, hoe kan het ook anders, somber. Maar goed, met pessimisme schiet ik [en de wereld] niets op. We zullen het meemaken komend jaar. Misschien valt het nog mee!