Vanaf 2005 schrijf ik korte stukjes in dit digitale dagboek. Dat kunnen er drie per week zijn, maar soms ook, schrijf ik maanden niet. Waarover ik schrijf, dat kan vanalles zijn. Heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Op de foto hierboven sta ik, in de zomer van 1987 in de tuin van één van de grote herenhuizen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar stond een grote "spiegelbol", waarmee ik mezelf op de gevoelige plaat zette. Een selfie dus van ruim 35 jaar oud en ook van ver voordat dat het woord "selfie" werd uitgevonden. Erg scherp is de foto helaas niet, maar ja, wat kan verwachten van zo`n oude foto, die al heel wat heeft meegemaakt vanaf een opname op een 35 mm fotorolletje tot een computerbestandje in het digitale tijdperk. Toch vind ik hem nog steeds de moeite waard om hem eens in het zonnetje te zetten.

zaterdag 28 februari 2026

Cortina d`Ampezzo

Terwijl ik bezig ben met het opslaan van mijn fb-posts, vind ik ineens het stukje over het stadion in Cortina d`Ampezzo, dat ik in mijn jeugd, tijdens een vakantie met mijn ouders bezocht. Ik realiseer me dat ik deze post nooit heb verwerkt in mijn digidagboek. Dat is natuurlijk niet zo erg, maar wel jammer, want met al die losse stukjes stel ik allerlei herinnerings/verhalenboekjes samen, waar deze reiservaring heel goed tussen zou passen. Terugdenkend, weet ik wel hoe het komt, want waarschijnlijk heb ik het, begin februari een beetje voor mij uitgeschoven, door het gehannes met die nieuwe laptop, waaraan ik nogal moest wennen. Gelukkig begin ik die Windows 11 al aardig onder de knie te krijgen en durf ik het u wel aan om die "vergeten" post eindelijk toe te voegen.



CORTINA D`AMPEZZO
Fb-post:

"Al zappend zag ik een stukje van de openingsceremonie van de Olympische winterspelen in Milaan en ineens schoot me iets te binnen. Hoewel ik een volkomen nerd ben op het gebied van sport, herinnerde ik me dat ik ergens gelezen had, dat de schaatswedstrijden zouden worden gehouden, midden in de Dolomieten , te Cortina d`Ampezzo. Nu lijkt het wel vreemd dat ik,als totaal ongeinteresseerde figuur wat sport betreft, juist dat onthouden had; maar dat niet zo. In 1963 maakte ik, in het bijzijn van mijn ouders en broer, bovenstaande foto`s, in het toenmalige schaatsstadion van Cortina d`Ampezzo. Hoe we er binnenkwamen weet ik niet meer, maar volgens mij liepen we er gewoon naar binnen, net als het andere publiek, dat gewoon langs de rand van de baan, de activiteiten staat te bekijken. Het stadion was gebouwd voor de Olympische winterspelen van 1956 en was toen een bezienswaardigheid. Toen zocht ik nog even naar hoe het er anno 2026 allemaal uitzag. Wat een verschil!"


Tot zover de tekst van de bovenstaande foto en ja een verschil is het zeker. Ik heb weliswaar niet veel gezien van alle Olympische sport, die de laatste twee weken over ons uit werd uitgestort, maar zoals je aan de begeleidende foto`s wel kan zien, is het stadion anno 1963 eigenlijk alleen maar gericht op kunstschaatsen. Of er nog een andere baan bij lag, herinner ik me niet meer. Ik was er dus in 1963 en zo`n drie jaar later begon de schaatshype pas goed. Niet alleen in Nederland maar ook in Cortina d`Ampezzo, zal het toen wel uit zijn geweest met de rust. De “Ard en Keessie-periode”, Stien Kaiser, Atje Keulen-Deelstra en Joan Haanappel het kon allemaal niet op. Mijn vader zat met een bloknote op schoot rondetijden te noteren en de goegemeente maakte zich druk over de schaarsgeklede kunstschaatsters. Het kon allemaal niet op!

Maar nu terug naar mijn herinnering. Ik vind het best bijzonder, dat ik, zo lang geleden een plek bezocht, die in de afgelopen tijd zo in de belangstelling heeft gestaan. Maar voor mij is Cortina d`Ampezzo een klein en rustig dorp, dat zonovergoten en onder een strakblauwe lucht, omgeven wordt door de hoge sneeuwtoppen van de Dolomieten. En dat allemaal zonder de hectiek van de tegenwoordige tijd. Een heerlijke herinnering……….


Geschreven en samengevat: 28 februari 2026
Dagtekening: 6 februari 2026 

dinsdag 2 december 2025

Niets blijft hetzelfde

Ik was nogal vroeg wakker vanmorgen en wilde niet weer in slaap vallen, om dan half in de ochtend pas aan de dag te kunnen beginnen; dus wat doe je dan? Precies. Ik pakte de tablet en maakte mijn jigidi-puzzeltje [gemaakt van één van mijn eigen foto's] af. Dit verkeersbordje fotografeerde ik op de parkeerplaats van een hotel, tussen Hamburg en Kiel in Noord-Duitsland, waar we twee zomers op doorreis naar Scandinavie hadden geslapen. Een discussie van het wel of niet ethisch zijn van het bordje ga ik uit de weg, maar om die foto van een correct gespelde naam en plaatsnaam te voorzien, ging ik googelen.


Het werd een rare zoektocht. De plaatsnaam was geen probleem, die had ik via Google Maps natuurlijk zo gevonden, maar dat hotel? Natuurlijk kon ik het nazoeken in mijn vakantiefoto's, maar dan moest ik mijn bed uit, want dan had ik de laptop nodig ; dus googelde ik verder. Ai herkende de door mij ingevoerde naam van het hotel wel, maar gaf verder geen info. Dat wekte mijn argwaan. Oei, niet best, want meestal komt er bij het intikken van een hotelnaam, een stortvloed van reclame, op het scherm.


In het “Chrome-gedeelte” rolde het hele gebeuren aangaande het hotel er via de vele Duitse krantenberichten uit. Ondanks alle betaalmuren, die ze in daar helaas ook hebben, begreep ik genoeg. Ik las ik dat het hotel al sinds 2013 leeg stond en dat dit lege pand, in maart van dit jaar voor het grootste deel ook nog eens is afgebrand, waardoor dat kollosale gebouw, waar we, tot Karel plezier. de trams uit ons hotelraam konden zien rijden, een grote puinhoop is geworden.


 Wij waren er op de heen- en terugreis, in de zomer van 2011 en 2012 en bedacht me ineens, dat het tweede bezoek, dus best kort voor de sluiting moet zijn geweest. Aan niets was toen te merken, dat er in hotel Gutsmann in Bad Bramstedt [want dat was waar ik naar zocht], iets aan de hand zou zijn, laat staan dat er een sluiting dreigde. Ik vond het allemaal nogal bizar en een déjà vu overviel me.

Zo`n ervaring was me al een keer eerder overkomen, hoewel..... helemaal hetzelfde was het niet. In 2013 stonden we in Wales voor een ruine van een hotel, wat ons een paar jaar daarvoor een slaapplek en een heel gezellige avond met een heleboel SHMmers had gegeven [zie: Avalonblog: “Walesmania”]. De schok was hetzelfde; in 2013 ter plekke en nu, anno 2025, zittende op het randje van mijn bed, met de tablet op mijn knieën. Een beetje beduusd van al dat nieuws, kwam er van slapen helemaal niets meer en ik ontdekte voor de zoveelste keer, dat niets hetzelfde blijft.

Foto: filmpje NDR
https://www.ndr.de/nachrichten/schleswig-holstein/Nach-Grossbrand-im-Hotel-Gutsmann-Polizei-ermittelt-Brandursache,regionnorderstedtnews2456.html


Avalonblog: Walesmania: https://avalon045-avalon.blogspot.com/2013/11/walesmania.html

Geschreven: 2 december 2025
Dagtekening: 2011-2013 en 2 december 2025

vrijdag 7 november 2025

De Marker Wadden

Het is al een uitje van een tijd terug, maar toch wil ik nog wel iets schrijven over het bezoek wat ik bracht, met onze twee dochters en de Goldsteins aan de Marker Wadden. Teruglezend in mijn stukjes, kwam ik tot de ontdekking dat het laatste wat ik over die eilanden schreef was op 5 juli 2020 toen ik voor de zoveelste keer weer eens over de dijk was gereden. 

Ik schreef toen in het stukje “Toeval bestaat nog steeds niet” de volgende vraag::

“Waar zijn toch die eilandjes, die men beloofd heeft aan te leggen tussen Lelystad en Enkhuizen. Ergens zou een toegang komen, via de dijk. Ik vond het plan bijzonder interessant en heb er nogal wat over gelezen. Ook weet ik dat ze er zijn. Maar waar? Zijn ze vanaf de dijk te zien? Ik rij natuurlijk altijd zelf en heb niet veel tijd om rond te kijken, maar of het daardoor komt dat ik ze nog steeds niet heb gezien? Alle gegoogel ten spijt, is het me nog niet gelukt, de juiste locatie te traceren, laat staan, er een blik van op te vangen”.

Maar na dat stukje, hebben we natuurlijk tussen juli 2020 en oktober 2023 nog wel het nodige informatie verzameld en daardoor zijn we heel wat wijzer geworden. Er varen boten naar toe. Niet zoals ik dacht, vanaf de dijk, maar vanaf Lelystad haven en ja ze zijn tegenwoordig ook te bezoeken. 

Op 23 oktober 2023 gingen we erheen. Er stond een fikse herfststorm en twijfelden eerst of de boottocht wel door zou gaan. Maar, misschien niet helemaal tot ieders tevredenheid, ging die gewoon door. Met een heleboel vlinders in ons buik stapten we op de boot en trotseerden de storm. Een beetje door elkaar geschud, maar gelukkig niet zeeziek, kwamen we bij de aanlegsteiger van het eiland aan. Gelukkig was het water daar wat kalmer en eenmaal aan land, liepen we met vaste tred naar het bezoekerscentrum. 

Hoewel ik de lange wandeltocht over het eiland aan mij voorbij liet gaan, was het reuze ervaring om zomaar op een nieuw stukje Nederland te staan en dan nog midden in het Markermeer. De natuur is er op z'n best en kan daar vrijwel ongestoord zijn gang gaan. Dat kon ik zelfs op mijn korte ontdekkingsloopje wel zien. Vanaf het eiland, leek de dijk verrassend dichtbij. Heel anders dan andersom. Ook bijzonder was, dat wij vrij dicht langs de andere kant van mijn favoriete kunstwerk voeren. Ik vind die Exposure, [hurkende/poepende man] van Anthony Gormley een geweldig kunstwerk en ik zie het als een bijzonderheid, dat het werk van een toch wel beroemd kunstenaar, zomaar bij ons langs de dijk mag staan. 

Tegenwoordig weet ik dus precies waar ik kijken moet en herken ik de Marker Wadden vooral aan de hoog uitstekende uitkijktoren. Vooral als je vanuit Lelystad komt en het een beetje helder is zijn ze goed te zien, omdat je dan in de bocht net na de sluizen, ze recht voor je ziet.  

Achteraf gezien blijkt het een van de laatste echte uitjes te zijn geweest, die ik met meerderen ondernam. De fut is er bij mij  een beetje uit en het feit dat ik, door mijn altijd zere rug, wat minder mobiel ben, helpt daar ook niet echt aan mee. Verder wil ik absoluut geen stoorzender zijn voor mijn medereizigers, en ik vind het helemaal prima alles van de zijlijn mee te maken. Ook werd ik op dat uitje eigenlijk voor het eerst nogal hard met mijn neus op de feiten gedrukt over wat ik nog kon, wat ook heeft meegespeeld, dat ik er niet eerder over geschreven heb. 


Geschreven: 7 november 2025

Dagtekening: 23 oktober 2023 en 7 november 2025

zondag 19 oktober 2025

De Melkweg

Dochter Suzanne ging naar een optreden in Amsterdam en dan is het zo langzamerhand de gewoonte geworden, dat er naar mij wordt gekeken met de vraag "Hoe kom ik zo gemakkelijk en vooral zo goedkoop mogelijk in Amsterdam?". In dit geval werd de vraag echter: "Hoe kom ik zo gemakkelijk en zo goedkoop mogelijk in de BINNENSTAD van Amsterdam?", want ze moest naar De Melkweg, een plek die leuk is voor theatergangers, maar wat lastiger te bereiken is, voor provinciaaltjes zo als wij.  



De datum [12 oktober] was voortreffelijk gepland. De treinen reden niet bij Zaandam, en in Amsterdam, was een demonstratie [met later nog twee tegendemonstraties] aangekondigd in de middag, dus werd het wel heel creatief plannen. Het optreden was weliswaar in de avond, maar ja, het zou niet de eerste keer zijn, dat het nog wat langer onrustig zou blijven in de stad.  Met dat allemaal in gedachte moest ik dus een plan bedenken, want aan Suus, geboren en getogen in het Westfriese, had ik niet zoveel. Voor mij is het een ander geval, hoewel, ruim 60 jaar terug kende ik de stad als mijn broekzak, maar nu? De huizen zullen nog wel op dezelfde plek staan, maar verder? 

Ik had het allemaal mooi uitgedacht. Ik zou de stad van de zuidkant benaderen, om de trein-ellende bij Zaandam te ontlopen en Suus droppen bij station Abcoude, waar zij op de trein zou stappen. Dit was bekend want, dat had ze een maand of wat terug ook gedaan.  Vervolgens zou ze op het Amstelstation uitstappen en met lijn 12, naar het Leidseplein gaan. Ikzelf zou doorrijden naar de Mac in de Bijlmer, een McKroket halen en dan even bij broerlief op bezoek gaan. Een nogal omslachtig plan, maar ja, wel het gemakkelijkste [dacht ik eerst]. Toch zat het me niet lekker, wat een onzin eigenlijk, waarom die trein. Rechtstreeks naar het Amstelstation en daar met lijn 12 is wel zo eenvoudig. Suus moest nog wel even worden overgehaald om iets meer in het onbekende te stappen, maar gelukkig was zij daar ook snel van overtuigd. 

Met dat plan reden we naar Amsterdam. Het was even zoeken, maar vooral verbazen dat de hele omgeving van het Amstelstation was volgebouwd. Zo kende ik het niet. Het gehele prominente station, dat ik, in mijn tijd, overal kon zien, was, toen ik vanaf de Hugo de Vrieslaan aan kwam rijden, compleet verstopt, tussen torenhoge gebouwen. Ook de tramhalte was verplaatst, van voor het station, naar de zijkant. Na twee halsbrekende rondjes op het Prins Bernhardplein bereikten we de P&R en kon Suus naar de tram. 


Daarna wilde ik nog even op de “memory-tour” en reed mijn oude buurtje in. Wat was het allemaal vreselijk smal en vol met auto`s en wat zag het er allemaal sjofeltjes uit. Dat ik daar zo lang gewoond heb, onvoorstelbaar! Ineens gaat de telefoon. Ik vond gelukkig net een plekje op de Fahrenheitsingel en zet de auto stil. Ik hoor Suus zeggen: "Haal me maar op, de trams rijden niet, want ze zitten vast op het Leidseplein".  Oei wat nu? Als ze uberhaupt nog naar dat optreden wil, is er eigenlijk maar één oplossing. De stad in en proberen haar zelf naar het Leidseplein te brengen. En dat deed ik dus. Na een derde keer dat verhipte rondje op het Prins Bernhardplein gereden te hebben, waren we weer samen en reed ik de stad in. Na de Berlagebrug, Amsteldijk en de Stadhouderskade kon zij tijdens een rood stoplicht op het Kleine Gartmanplantsoen snel uit de auto stappen. Pfffff..... fase 1 was gelukt. 

Toen besefte ik ineens, dat ik, zomaar op een doodgewone zondag om 7 uur op een [intussen] regenachtige avond, middenin Amsterdam reed. Een rare sensatie, maar ook wel grappig. Wat zou ik gaan doen. Ik reed linksaf de Ceintuurbaan op. Weer linksaf, de 1e Con. Huijgensstraat in. Wat een herinneringen. Langs Ida`s oude huis, over het Vondelpark, langs Schoevers [mijn opleidingsinstituut voor een soort meisjes, zoals ik gelukkig nooit geworden ben], het Museumplein [wat weer leeg was na de demonstratie] en bij het Roelof Hartplein [langs mijn oude gymzaal] rechts naar de Apollolaan [mijn oude schoolroute]. Via de Churchillaan en de Rijnstraat belandde ik weer op de A2, om mijn welverdiende McKroket in de Bijlmer te gaan halen. 

NOT. Dankzij dochterlief, wist ik, dat er voetballen in de Amsterdam Arena was, maar dat zou geen problemen opleveren, aangezien de wedstrijd aan de gang was, op het moment dat ik er zou zijn. Wat ik niet wist, is, dat de “parkeerkostenontwijkende” voetbalfans de hele parkeerplaats van de Mac zouden gaan bezetten. Daar had ik het volste begrip voor, maar het kwam nu even niet uit. Geen plek te vinden dus en behalve geen kroket, ook niet even plassen of zo. Ohhhh, en broerlief was ook pas om half tien thuis. Wat nu? Eigenlijk weet ik niet precies meer hoe ik die tijd ben doorgekomen. Ik ben oeverloos wat gaan rijden, tig keren fout gereden om uiteindelijk vast te komen zitten tussen de naarhuis-kerende voetbalsupporters in de Bijlmer. Ik was niet echt blij meer. Rijden in het donker vind ik niet erg, maar met regen dat is andere koek. Uiteindelijk bereikte ik de Mac voor de tweede keer. De parkeerplaats was weer leeg en ik kon eindelijk naar de wc. De McKroket heb gelaten voor wat hij was en was blij, dat ik in ieder geval zo verstandig was geweest een broodje van huis mee te nemen.

Op die parkeerplaats kwam ik tot de ontdekking dat het accu-percentage van mijn telefoon wel heel erg was gezakt. Pfff, dat kon er ook nog wel bij. Na Suus te hebben ge-apt, dat ik een poos off-line zou gaan, heb ik dat ding maar zo`n drie kwartier uitgezet. Toen was ik dus ook nog eens mijn speeltje kwijt. Blehhh. Gelukkig had ik mijn ereader mee, maar lezen onder die omstandigheden, ging niet al te best. Na de telefoon weer te hebben aangezet, was er snel het verlossende woord. "Ik zit in de tram", Toen ik op het punt stond de auto te starten, kwam er een tweede melding van Suus. "Is het museumplein dichterbij het Amstelstation of niet?", Onzeker geworden of ze wel de goede richting van de tram had, was ze weer uitgestapt. Na mijn bevestiging, dat ze de goede kant op ging, kon ze ruim 20 minuten later in de volgende tram stappen. Weer startte ik de auto en reed via de A2, Amsterdam weer in. Na de Berlagebrug, was het even goed opletten, dat ik de goede afslag nam, naar de P&R, want anders zou ik veroordeeld zijn tot een vijfde rondje op het Prins Bernardplein en hoewel ik al aardig door had gekregen hoe het in zijn werk ging, zat ik daar niet echt op de wachten. Tot grote frustratie van mijn achterganger reed ik langzaam, de goede afslag in en waren we weer verenigd. 

Op mijn vraag of het allemaal de moeite waard was geweest, kreeg ik een dikke YES, en met mijn opmerking van "Kijk, daar doen we het dus allemaal voor!" reden we, allebei dik tevreden, vrolijk kletsend naar huis. 


Een week later………………..

Nu een ruime week later heb ik alles met hulp van Google, maar eens even op een rijtje gezet. Allereerst die tram. In mijn tijd reed tramlijn 5 van het Amstelstation, via de Weesperstraat naar het Centraal station. Als je in de grote hal van het Amstelstation, aan de voorkant, via de grote trap naar beneden liep, was daar lijn 5, wat lager gelegen dan het station. De tramhalte is de doorgaande straat geworden en de tram, zoals ik al zei, is verplaatst en van nummer veranderd.  

Verder had ik voor mijn hedendaagse google-actie De Melkweg op de Weteringsschans in gedachte. Beetje dom, kwam ik nu achter, dat is natuurlijk Paradiso. Ik weet nu beter, het gebouw ligt achter de Stadsschouwburg. 

De Marnixstraat ken ik goed. Ik heb twee jaar, als mijn ouders op vakantie waren, gelogeerd. Ik verbleef daar bij een kennis van mijn ouders, in een huis [1-hoog], recht tegenover de ingangen van zowel het het Nieuwe De La Mar theater, als van Cinema Bellevue. Het was een fantastische plek en moet een van de huizen zijn, die midden op de Streetviewfoto staan. Ik zal zo`n 14 à 15 jaar zijn geweest, dus [toen zeker] nog te jong voor het uitgaansleven, waar ik dus niets van wist. Ik zat daar uren voor het raam naar buiten te kijken, en zag de rijen bioscoopgangers voor de ingang, een grote filmposter boven diezelfde ingang, de talloze voorbij snellende tram en al het andere straatgebeuren.  Die reuring was voor mij iets heel aparts, want in de Watergraafsmeer zag je zoiets niet. Ook ging ik vanuit daar gewoon op de fiets naar school aan het eind van de Beethovenstraat. Dat Suus het steeds over een tramhalte in diezelfde Marnixstraat had, snapte ik eigenlijk niet zo goed en volgens mijn herinnering was die daar ook helemaal niet. De trams reden langs, af en aan, luid bellend, naar het Leidseplein. 

Vandaag heb ik er Streetview maar eens bijgehaald om eens te kijken hoe het nou precies zit. Ik geloofde mijn ogen niet. Wat is het daar veranderd. Een joekel van een tramhalte, ligt voor de deur van mijn voormalig logeeradres. Cinema Bellevue is Theater Bellevue geworden en heeft daar geen ingang meer. Die is verhuisd naar de Leidse kade. De ingang van het DeLaMar is er nog wel. Waar ik logeerde is de hele rij panden één hotel geworden. Helaas geen woonhuizen dus meer, maar aanblik van de rij panden is gelukkig mooi behouden gebleven. 


Geschreven: 19 oktober 2025

Dagtekening: 12-19 oktober 2025 en begin jaren '60


zondag 21 september 2025

Digiwandeling door mijn verleden

Leuk dat Google Streetview! In een “verveel- momentje” ben ik met de tablet op zoek gegaan naar wat gebouwen, die van betekenis zijn geweest in mijn leven. Tot mijn grote verrassing staan bijna alle mijn voormalige woonhuizen nog fier overeind. De scholen kwamer er minder goed af. De meeste zijn afgebroken, dus moest ik genoegen nemen met veel hoogbouw, een hotel en een parkje. Ook zijn helaas niet alle streetviewfoto`s even duidelijk. Bomen, struiken en auto poets je bij die foto`s niet een-twee-drie weg. Ik heb me in dit stukje beperkt tot de drie plaatsen van mijn vroegste jeugd, tw. Dordrecht, Slikkerveer en Amsterdam, omdat ik die het leukste vond om te beschrijven. Misschien de rest een andere keer……
   

In het Oranjepark 41 [was in mijn tijd 35] in Dordrecht verknalt een overdadig groeiende struik het uitzicht op mijn allereerste woonhuis behoorlijk. In dit huis woonde ikzelf als baby, maar mijn grootouders en later mijn oom en tante woonden er tot diep in de jaren 70, zodat ik er toch heel wat herinneringen aan heb. Het is een prachtig huis, wat het tijdens de tweede wereldoorlog behoorlijk te verduren heeft gehad. Een nieuwe erker werd in de jaren 60 aangebouwd, wat het vooraanzicht totaal veranderde. Helaas is van de omgeving weinig overgebleven. Het is een erg drukke eenrichtings weg geworden, die samen met de Toulonselaan een groot deel van het stadverkeer voor zijn rekening neemt. Het even kijken beperkte zich dus helaas tot er behoorlijk snel langsrijden, want anders belemmerde je het verkeer. Ook, en dat vind ik helemaal jammer, is het “hofje”, waarop wij toen keken verdwenen. Het zag eruit als een laaggelegen straatje en doorsteek naar dezelfde Toulonselaan, waarlangs allemaal hele kleine woninkjes stonden, die zo karakteristiek zijn voor de Dortse hofjes.

Achter het huis was een klein stadstuintje met een bouwvallige schuurtje. Helemaal van hout en als je binnenin stond, keek je dwars door de planken heen naar buiten. Ik was altijd een beetje bang dat die schuur, net als ik erin stond, zou instorten zo gammel was de boel. Achter een net zo haveloze en hoge schutting en houten deur, was een brandgang, die de ene kant op na een stuk of vier naastgelegen huizen met een bocht uitmondde op straat en de andere kant op, zo lang was dat ik het eind niet kon zien. Ook daar vond ik het allemaal een beetje eng, want het was een hele lange smalle met as en gravel verharde gang, omzoomd door gras en hoge onkruidplanten en dan aan de de ene kant oude hoge houten tuinschuttingen en aan de andere kant een enorme hoge muur van een achterliggende grote fabriek, die intussen op een andere plaats is herbouwd. Vanuit die fabriek kwam altijd een monotoon bass-geluid van zware machines. Ik kan me eigenlijk maar van één keer goed herinneren dat ik in de tuin zat. Het was bloedheet, en ik zat lezend en limonade drinkend in een ligstoel met een afdakje, waar ik een grote handdoek overheen had gehangen tegen de zon en luisterde naar de nooitstoppende machinegeluiden van de Verblifafabriek. [Later Lips]

Binnen was het huis een typisch voorbeeld van zijn tijd, dus een voorloper van de doorzonkamer. Een voor- en achterkamer met als afscheiding aan beide kanten twee kasten met daartussenin twee naar elkaar toe sluitende glazen schuifdeuren. Maar vooral de keuken was schitterend. Langs de ene lange wand hingen hele hoge blauwgeschilderde, houten kasten boven een typisch grijsgestipte granieten aanrecht. In die kasten zaten deuren met raampjes. Aan de andere kant van de lange wand stond nog een hele hoge mooie bergkast. Kom daar tegenwoordig maar eens om. 
   

Maar genoeg over dit huis, want na vier jaar [1949] verhuisde ik naar een splinternieuwe woning in Nassaustraat 234, te Slikkerveer. Van hoe het er binnen uitzag weet ik niet veel meer, want we hebben er vrij kort gewoond en in tegenstelling tot het vorige huis, kwam ik er nadat we er weggingen natuurlijk niet meer in. Eén ding herinner ik me echter nog heel goed. Het huis had een zolder die niet geheel was afgebouwd. De vloer bestond uit een raamwerk van balken met in het midden een soort van loopplank. Dus het was zaak om daar op te blijven lopen want tussen die balken was er alleen een dunne gipsplatenlaag, die het plafond van de verdieping eronder vormde. Natuurlijk ging dat een keertje fout. Mijn moeder stapte mis en zakte met haar voet door de “vloer” van de zolder met als resultaat een flink gat in het plafond van hun slaapkamer.

     


   

De buitenkant van het huis bracht me in verwarring. Op de streetviewfoto stond na het intikken van het adres een totaal ander huis wat ik met geen mogelijkheid kon herkennen als mijn oude huis. Ik begreep daar niets van, want zoveel was het niet veranderd. Dat wist ik nog van mijn bezoek in 2005. De ruime tuin leek veel kleiner doordat het huis intussen helemaal was ingebouwd, maar ik kon toen ik er voor stond nog wel zien dat het hetzelfde huis was. Op die foto niet. Wat nu te doen. Nadat ik de streetviewfoto`s had vergeleken met de foto`s die ik tijdens mijn bezoek in 2005 heb gemaakt kwam ik tot de volgende conclusie: of er zit een fout in google maps streetview of het huis is afgebroken en er zijn totaal andere huizen gebouwd. Dat zou natuurlijk best kunnen, want mijn bezoek in 2005 is natuurlijk ook al weer 10 jaar geleden. Streetview geeft in het begin van de straat nog de goede huizen aan en als ik dan verder wil proberen dichter bij ons oude huis te komen, schakelt hij over naar totaal andere woningen. Dat is vreemd en brengt me tot de conclusie dat er eigenlijk maar een oplossing is. Als ik wil weten hoe het zit, moet ik zelf gaan kijken. Maar ook begin ik zo langzamerhand te vermoeden, dat de in 2005 gemaakte opnamen misschien wel eens historisch kunnen te zijn.

   

En dan vlak voor de Watersnoodramp, verlieten wij in de zomer van 1952 Slikkerveer en de omgeving van Dordrecht en Rotterdam om in Amsterdam de Watergraafsmeer onveilig te gaan maken. Ook hier kregen wij een splinternieuw opgeleverde woning in de Dulongstraat in Amsterdam. Op de streetviewfoto is het het vierde huis van rechts, net links van de lantarenpaal.



Het is niet zo`n zoekplaatje als in Slikkerveer want er is nauwelijks iets veranderd. Het ouderwetse kolenhok naast de achterdeur is weg, en de nering van de tegenoverliggende winkels is veranderd, maar verder gaat het hier zijn rustige gangetje in een kalme buurt. Ik heb hierover al een hoop geschreven in mijn 2005 stukje “Terug van weggeweest”, toen ik met mamma deze plek nogmaals bezocht, maar al tikkende komen er nu toch nog wat nieuwe herinneringen naar boven.

Toen wij er pas kwamen wonen was het natuurlijk allemaal nogal kaal. Als je de Fizeaustraat inreed waren er zowel rechts als links allemaal grasvelden. Het eerste gebouw rechts was een school [staat er nog]. Het eerste gebouw links was een school [afgebroken] en dan kwam je even verderop bij “ons” rijtje rechts. Intussen zijn de grasvelden aan het begin van de straat volgebouwd met aan beide zijden van de straat een bejaardenhuis en flats; is voetbalvereniging JOS, aan het eind van de straat, er nog steeds en kan je via deze weg, tussen de voetbalvelden door tegenwoordig de Weesperzijde op of onder het tunneltje door naar de Kruislaan. Vroeger kon je vanuit de Fizeaustraat alleen links de kruislaan op en stond er op de plek waar nu het tunneltje is [bij de bocht] nog een heuse grote stadsboerderij. De koeien van die boerderij zagen wij vanuit ons keukenraam op een grote grasheuvel, die later de Gooscheweg zou worden, lopen. Uniek voor Amsterdam, ook toen al.

Een rijtjeshuis in Amsterdam met tuintje voor en achter is natuurlijk bijzonder, maar van binnen was het toch wel heel erg klein. De wc was boven, want die kon er beneden niet meer bij en waar de badkamer was, daar heb ik geen idee van. Er zullen drie slaapkamers zijn geweest maar dat is het dan. Vanaf de voordeur, liep je rechtdoor naar boven tegen de wc-muur aan. Verder weet ik het niet meer. Beneden was een grote huiskamer, keuken en bijkeuken. De keuken is anno 2016 een voorbeeldplaatje van de jaren 50 en ik laat de foto`s voor zich spreken. Door het raam van de keuken zie je de winkel aan de overkant en de personen op die foto zijn mijn moeder, haar zuster [voor mij tante Miep] en mijn toen kleine nichtje Hetty. [zie ook: Onze Amsterdamse keuken]
   

 Toen ik de woonhuizen had gehad, ben ik met de scholen begonnen en wat ik al schreef, had ik daarmee minder succes. Het houten keetje, dat zou moeten doorgaan voor mijn eerste kleuterschool, bestaat nog. Hoewel...ik twijfel er eigenlijk een beetje over of het wel het goede gebouwtje is. Er staat op de plek uit mijn herinnering, inderdaad een houten gebouwtje, maar ik twijfel of dit gebouwtje al ruim 60 jaar oud is. Vandaar dus geen foto totdat ik er iets meer weet. Van de lagere school in Slikkerveer weet ik niets meer dan de ligging en dat ik daar mijn linkse identiteit ben kwijtgeraakt. Hier begonnen mijn schrijflessen, waarbij ik absoluut met mijn rechterhand moest schrijven. Het was ergens in de buurt van de Prinses Irenestraat achter het kantoortje van pappa, maar daar kan ik op streetview niets van vinden.
  

In Amsterdam staat in de Fahrenheitstraat staat nog het gebouw van mijn tweede lagere school. Ik zeg expres gebouw, want het is nu geen school meer. Op die school, waar ik slechts een jaar was, zat ik nog in die ouderwetse houten schoolbanken met die beruchte losse inktpotjes, die je in de vierkante gaten liet vallen en schuifdekseltjes had om ze af te sluiten. Die werden gebruikt waar ze voor bedoeld waren en ook daar mocht ik alleen met mijn “goede hand” met de kroontjespen schrijven. Verder waren we ook op de zondagen niet van school verlost, want hier gingen mijn broer en ik naar de zondagsschool. Dat was dus versjes leren en bijvelverhalen aanhoren. Ook de hadden ze daar zo`n offerblok waarop een beeldje van jezus stond, die met het hoofd buigt als er een muntje in werd gedaan. Ik herinner me nog de grote bijbelplaten die aan het schoolbord werden gehangen.
   

Na een jaar verhuisde ik weer van school. Dit keer naar de Prof. H Burgerschool op de Plantage Muidergracht. Deze is echter helemaal afgebroken. Op de streetviewfoto kan ik alleen uit de vorm van het grasveld afleiden, dat dit mijn “driehoekige” speelplaatsje is geweest, waar ik met mijn klasgenoten poseerde midden in de winter met een of andere sneeuwbeest. Op de plek van het gebouw zijn flats neergezet. [zie: Prof.H. Burgerschool]

Eenzelfde lot ondergingen mijn beide MMS-schoolgebouwen. Gebouwen is een groot woord, want het waren allebei tijdelijke houten noodgebouwen, waar ik totaal geen beelden heb. Veel moeite om er iets moois van te maken had men trouwens ook niet gedaan, want ze waren beide gedoemd om snel te verdwijnen. Op de plek van de eerste gebouw [twee 4-klassige houten keten], waar we al na twee jaar weg moesten, staat nu Amsterdam Hilton en op plek twee, de Prinses Irenestraat is heel veel hoogbouw neergezet. [zie: Middelbare Meisjesschool]

Toch was het een verrassend spelletje op een lusteloze avond. Van mijn school op de plantage Muidergracht wist ik dat hij verhuisd was, maar niet dat ook het gebouw was gesloopt en ook het raadsel van “ons” huis in Slikkerveer ga ik een keertje oplossen. Ik ga er wel eens kijken!


Veeeeeeel later, tw. 7 januari 2019:

Dat vermoeden, dat de foto`s uit 2005 wel eens historisch zouden kunnen zijn, is helaas waar. Ik was er in juni 2016 met Hans, Bep en Karel en wilde Hans nog een keertje laten zien waar we toen hadden gewoond. Dat was dus te laat. Tot mijn stomme verbazing waren alle huizen afgebroken en hebben ze de nieuwe huizen, die ik op de Streetview foto`s zag, er voor in de plaats gezet. Gek hoor, een heel ander huis, met een voor mij zo bekend adres.



Geschreven: 4 april 2016, aangevuld op 7 januari 2019 en bewerkt op 21 september 2025
Dagtekening: 1945-1970

zaterdag 13 september 2025

Hoe is het mogelijk

In het stukje "Fietsen" heb ik het er al even over. Voordat ik in 1994 mijn rijbewijs haalde, was fietsen, na lopen, de enige mogelijkheid om ons in de buurt te verplaatsen. En omdat deze manier van vervoer, dus een absolute noodzaak was om ergens te komen, stond recreatief fietsen in de regio, voor mij op een hele diepe onderste plaats. Ik liet me dus zelden overhalen om op dat vervoermiddel, eens toeristisch en/of sportief de omgeving in te gaan.

Een van die zeldzame, recreatieve ritten vond plaats in de zomer van 1982. Op dat moment was het een gewoon rondje door Westfriesland, maar achteraf gezien was er tijdens die rit toch wel iets bijzonders gebeurd. Alleen wist ik dat toen nog niet.


Nadat we het, in totale verlatenheid liggende, station Twisk waren gepasseerd, kwamen we in Opperdoes aan.  









Daar stond op dat moment de stoomtram klaar om de overweg te passeren, dus maakte ik snel wat foto`s, want dat zag je niet elke dag.
.

   

Gelukkig nam ik ook nog een foto, waar het station op stond, niet wetende dat we er een kleine 16 jaar later bijna 20 jaar zouden gaan wonen. Maar daar bleef het niet bij. Ook maakte ik een foto van de "stoomtramman", die bij de overweg fanatiek met de rode vlag liep te zwaaien. Hij is later, toen we allebei vrijwilliger bij de stoomtram zijn geworden, één van onze beste vrienden geworden. Ik verbaas me er nog steeds over, dat ik toen in volkomen onwetendheid die foto`s nam en dat die doodnormale handeling, later een serie, zo bijzondere beelden, heeft opgeleverd. En dan wil men nog beweren dat toeval niet bestaat? Hoe heet dit dan?

Ik ben veel met mijn foto`s in de weer geweest, scannen, sorteren, op datum zetten en ga zo maar, door, maar dit ontdekte ik eigenlijk veel te laat. Ik kan het Arie niet meer vertellen en ook Karel krijgt er helaas niet veel meer van mee. Maar ik blijf me verbazen, dat ik toen op een plek was, die ruim 16 jaar later onze woonplek zou worden en ik een onbekende man op de foto zette, die later een goede vriend zou worden.


Geschreven: 13 september 2025
Dagtekening: zomer 1982

vrijdag 12 september 2025

Autootjes

Nu ik al zo`n negen jaar zelf de nederlandse wegen onveilig maak, denk ik nog wel eens met weemoed terug aan de “tochtjes” die wij als kind maakten bij mijn ouders in de auto. Mijn vader zal zo ongeveer in 1954 zijn rijbewijs hebben gehaald en toen gingen wij met de kever iedere zondag tochtjes maken. Dat was geweldig want op deze manier hebben mijn broer en ik het hele land van noord tot zuid en van west tot oost leren kennen. Vooral ik was daarin behoorlijk geinteresseerd en zat vaak met de kaart op mijn knieen de route te volgen. Mijn broer had een andere hobby in de auto. Omdat hij nog zo klein was kroop hij als grap nogal eens in de achterbak van de auto. Hij zat daar wel een beetje opgevouwen, maar ja voor even was dat wel te doen. Trouwens dat “tochtjes maken” laat je tegenwoordig wel uit je hoofd, want het hedendaagse verkeer is veel te druk en de benzineprijs wordt er ook niet leuker op.

Blijkbaar heb ik wel eens een keer met een fototoestel op de achterbank gezeten want deze twee klassiekers vind ik geweldig. Zijn zijn ca. 1966 gemaakt en zoals je ziet is het “klaverblad” Ouderijn nog gelijkvloers. Ook de agenten nemen het nog niet zo nauw. Ze staan doodgemoedereerd op de vluchtstrook, zich van geen enkel gevaar bewust en de benzinepomp staat pal langs de weg. Moet je tegenwoordig eens om komen.

De tweede foto is gemaakt, ook door de achterruit, op de brug bij Vianen en mijn eerste gedachte bij het zien van dit beeld is "wat een rust en dat is de A2? Toen bekeek ik de foto nog een goed. Het lijkt erop dat deze foto nog laat zien dat er in Nederland driebaanswegen zijn geweest. De middenbaan was toen voor beide richtingen als inhaalstrook te gebruiken. Je moet er met het huidige verkeer toch niet aan denken, maar, hoewel niet echt duidelijk, lijkt het er op deze foto wel verdacht veel op.



Trouwens autorijden toen, lijkt me heel wat leuker dan nu.. Geen snelheidscontroles en geen flitspalen. Mijn vader reed echt niet zachtjes en als hij nu zou hebben gereden, zou hij een bekende geworden zijn, bij het justitieel incasso bureau. De kever oftewel zijn volkwagen reed als de beste en snelheden van 140 km per uur waren geen uitzondering. Mijn moeder kan zich ook nog herinneren dat hij een avond 160 reed en ze heeft toen echt in angst gezeten. Zijn borrels telde hij ook niet, 160 km per uur of niet. Hoewel, ze tijdens datzelfde gesprek zei, dat ze hem nooit dronken heeft gezien. Eigenlijk is best een wonder dat er nooit iets is gebeurd.

Eerst hadden we een donkergrijze kever. Hij had een ovaalronde achterruit, helaas zonder spijltje en het nummer zit nog steeds in mijn geheugen gegrift. Hij heeft het jaren zonder noemenswaardige problemen uitgehouden. De tweede volkswagen was blauwe. Dat was volgens mijn moeder een maandagmorgenmodel. Altijd was er wat mee en zelfs in de vakanties hebben ze de binnenkant van menige garage gezien. Deze had een grotere achterruit, die iets rechthoekiger was. Daarna was het uit met de kevertjes. Een directeur, in de 60-er jaren, reed daar niet in. Drie vauxhalls kan ik me nog herinneren. Een grote rode waarmee we naar Wenen zijn geweest, een bruine  en uiteindelijk een witte. Van die laatste twee kan ik me niet zoveel meer herinneren want ik toen was het huis al uit. Maar statussymbolen of niet, ook met deze auto`s ging het wel eens mis. Mocht ik van de laatste twee niet veel meer weten, de eerste herinner ik me maar al te goed.  Die die grote rode bak heeft ervoor gezorgd, dat wij op de terugweg vanuit Wenen, halverwege Duitsland op de autobahn strandden en wij door collega`s van mijn vader, weer naar huis zijn gebracht. Wat er precies aan de hand was met die auto, weet ik niet meer, maar maar het was een enge belevenis om daar midden op te terugreis niet gewoon verder te kunnen.

11 september 2025

Dit stukje schreef ik dus al in 2006 en we zijn al vele jaren verder. Hoewel ik aan het eind van het eerste deel bleef twijfelen over mijn opmerking over die driestrooksweg, kon ik het me eigenlijk niet voorstellen dat het zo was. Nu, zoveel jaren later en ik dit ik dit stukje wil publiceren, wilde ik toch eigenlijk wel weten of mijn geheugen weer een spelletje met me speelde, of dat dit soort wegen echt heeft bestaan. Was ik in 2006 nog niet op de hoogte met “even googelen” nu wist ik dat wel. Wikipedia bracht uitkomst en ja, dus, ze hebben echt bestaan. Bloedjelink, dat zegt de uitleg ook wel en hun bestaan heeft dan ook niet lang geduurd, maar ik heb zekerheid, dat op deze foto een “traditionele driestrooksweg” te zien is. Bijzonder!




Geschreven: Opperdoes, vrijdag 5 augustus 2005
Dagtekening: ergens in 1966
Bijgewerkt: 12 september 2025

dinsdag 9 september 2025

Wasmerkjes

Geschreven: 23 juli 2020
Dagtekening: eind 2010-nu

Een paar maanden geleden schreef ik de volgende zin, met de bedoeling er een stukje van te maken. “Toen ik vanmorgen de was aan het opruimen was, zag ik ineens het kleine wasmerkje in de theedoek. Oh, dacht ik meteen, die was van mamma geweest. Van haar laatste 6 weken daar in `t Kampje in Loenen aan de Vecht”.

Het stukje kwam er toen niet, en nu, een paar maanden [en een heleboel wassen] verder, ontdek ik dat er nog meer zijn. In een theedoek, zoals ik al zei, maar ook vond ik er nog eentje in een washandje en eentje in een badhanddoek. En...misschien zijn er nog wel meer?. Ook wandelt er hier een washandje rond met een wildvreemde naam erop. Vreemd hoor, zouden ze er zo`n zoodje van maken, in de wasserijen van de verzorgingshuizen. Ach eigenlijk geen wonder, dat er zulke verstekelingen tussen zitten. Ga er maar eens aanstaan, om die hele boel uit te zoeken, want ze hebben het al druk genoeg. En daarnaast, mamma controleerde het ook niet meer, want zij kon die merkjes helaas niet meer lezen. Sterker nog, ze zal zich niet eens meer met dat wasgoed hebben bemoeid.
                                              

Maar dat ze nu bij mij tussen de was zitten vind ik geweldig. Iedere keer als ik er eentje zie, geeft me dat weer een liefdevolle en warme herinnering aan haar. En die vreemde eend in de bijt? Die levert me een glimlach op met de gedachte: “Wie zou het toch geweest zijn?”.


9 september 2025

Bovenstaand stukje schreef ik in de zomer van 2020, niet wetende dat drie jaar later de wasmerkjes ook mijn leven binnen zouden komen. Toen Karel in mei 2023 in een verpleeghuis ging wonen, werd mij de keuze gesteld, om zelf zijn was te blijven doen of het via het verpleeghuis laten verzorgen. Ondanks de pittige rekening die het me maandelijks oplevert, heb ik gekozen voor de tweede optie. Gelukkig kan ik het betalen, want ik moet er toch niet aan denken, dat ik die gigantische berg wasgoed, van een man met een stoma en katheter, die beiden nogal eens de nare gewoonte hebben om te lekken, zelf zou moeten doen.

En ja, ik heb intussen bij hem ook al wel eens een vreemde eend in de “wasmerkjes”-bijt gezien. Helemaal niet erg toch? Net als bij mamma, ziet ook Karel het niet meer en ik ben wel de laatste om me daar druk over te maken.

donderdag 21 augustus 2025

Zelfscannen

Ik was al een tijdje niet bij de Lidl in Hoorn geweest en dat zou ik merken ook. Het begon al toen ik een winkelwagentje pakte.



Op het handvat zat een nieuwe houder, waarin je duidelijk een smartphone kan plaatsen. “Huh, niet zo handig”, was mijn eerste gedachte, want als je tijdens het boodschappen doen, je winkelwagentje en daarmee dus ook de telefoon even uit het oog zou verliezen, kon die er [zo leek op het eerste gezicht] door onbevoegden, zomaar worden uitgehaald. Gelukkig zag ik, na een beetje verder kijken, dat er toch wel goed over was nagedacht, want je kon, door zijkanten van de houder, naar binnen te klappen, het apparaat vastzetten. Maar, hoewel ik meestel wel voor iets uitproberen ben, heb ik me er toch maar even niet aan gewaagd.

Eenmaal binnen ging het al vanouds, totdat ik bij de zelfscan kwam. Het was er druk en alle zelfscan-kassa`s waren bezet. Ik ondernam een spurtje, toen ik een dame, haar kassastrook uit het kassa-apparaat zag halen, en scande daar snel mijn net sinaasappels in. In de haast, had ik al wel gezien, dat er een groot plateau links naast de kassa`s was geplaatst, wat ik nog nooit eerder had gezien en waarop met grote letters het woord "weegschaal" te lezen was. Ik schonk daar verder geen aandacht aan, wetende dat ik niets te wegen had. Toen ik na de sinaasappels, mijn crackers wilde scannen, kon ik dat niet, want het scherm van de kassa gaf aan, dat ik die sinaasappels op de weegschaal moest leggen. “Huh?”, dacht ik, “Een net sinaasappels is toch al gewogen?” Na een paar vruchteloze pogingen om door te gaan, heb ik, me nogal onnozel voelend, gedaan, waar dat scherm om vroeg en jahoor, ik kon weer verder. Ik scande een pak crackers in en weer vroeg het scherm, om het artikel op de weegschaal te leggen. Toen had ik het wel even gehad, want ik snapte er helemaal niets meer van. Een medewerkster, die me blijkbaar nogal zag klungelen, kwam naar mij toe en vertelde me dat tegenwoordig alle gescande artikelen op de weegschaal moeten worden gelegd en dan, nadat de prijsaanduiding op het kassascherm groen is geworden, je verder kan. Na haar verhaal werd me nog even fijntje gewezen op de uitleg, die levensgroot boven de kassa hing.

Tja…. wat moet ik dan nog zeggen. Eigenlijk maar één ding. Sorry…., maar iedereen die mij kent, weet, dat lezen is niet mijn sterkste kant is en zeker niet na een sprintje bij drukke kassa`s en daar komt nog bij dat het woord "weegschaal" me ook nog eens op het verkeerde been zette. Ik had niets te wegen, dus waarom zou ik dan alles op een weegschaal leggen. Dat deze handeling ter controle is toegevoegd is achteraf gezien wel duidelijk, maar toch ontkom ik wederom niet aan de gedachte, dat onze medemens, die het niet zo nauw neemt, het je soms behoorlijk lastig kan maken.


Geschreven: 9 augustus 2025
Dagtekening: 9 augustus 2025  

woensdag 30 juli 2025

Zo herinner ik me Amsterdam



Soms heb ik dat. In een nostalgische bui dromen over mijn jeugd in Amsterdam. Er komt vanalles bovendrijven, zoals........

----- dat de Weesperstraat, er net zo uitzag als de Utrechtse- en Leidsestraat, d.w.z. een heel smalle straat, waar lijn 5 doorheen reed. Hij reed tussen de bruggen op enkelspoor, wat zich dan op de bruggen boven de gracht vertakte in dubbelspoor, zodat de trams elkaar daar konden passeren.

----- dat ik eens met een vriendinnetje mee naar huis ging in de Utrechtsedwarsstraat, naar een huis dat zo oud en scheef was, dat we onze knikkers van de ene naar de andere kant van de kamer naar de andere lieten rollen,

----- dat ik, waarschijnlijk met datzelfde vriendinnetje uit de Utrechtsedwarstraat, luid schreeuwend [want het echode zo leuk], door de galerij op het Frederiksplein liep. Op deze plek staat nu de Nederlandse Bank. Daar valt misschien ook nog wel iets te schreeuwen, maar een echo zal het niet geven.

----- dat, de grachten, net zoals nu, vol stonden met geparkeerde auto`s. Maar toch was er een wezenlijk verschil. Er was toen langs de waterkant, nog geen, railing, ter voorkoming van een "voertuigduik" in de gracht. Het bezorgde me dan ook altijd vlinders in mijn buik, als mijn vader zijn auto langs een gracht parkeerde, waar toen nog verbluffend veel plaats was.

----- dat er achter het centraal station nog een straat was, met aan de ene kant, de sjofele achterkant van het Centraal Station en aan de andere kant het IJ met een rij botenhuizen, waar het altijd heel bedrijvig was, vanwege de ponten en allerlei, op het IJ varende, boten.

----- dat ook aan die achterkant van het station, er een druk samengaan was van mannen en mooi opgedofte vrouwen, waarvan ik als kind totaal niet begreep wat er gaande was.

----- dat ik aan de voorkant van het Centaal Station moest oppassen, dat ik niet uit mijn schoenen gereden werd door snel rijdende auto`s op het Stationsplein.

----- dat, ik op kerstochtend, door een nog slapende en bijna autoloze stad met mijn ouders, naar de kerkdienst in de Oude Kerk reed. Op het Oude Kerksplein, parkeerden we de auto op een bijna leeg plein vlak voor de deur. [zie Kerstherinneringen]




---- dat ik, op een avond, een wedstrijd moest basketballen in de Oude Rai. Het gebouw, in de Ferdinand Bolstraat leek meer op een groot uitgevallen sjofel houten fabriekspand met een rond gebogen dak, wat op instorten stond. Dat klopte zowat, want het stond al op de nominatie om afgebroken te worden. Die avond, zal ik nooit vergeten, want ik speelde daar op 22 november 1963, de dag dat mijn opa jarig was en Kennedy werd vermoord. Een paar dagen later stond ik bij de nieuwe RAI om het condoleance-boek te tekenen.

----- dat aan het eind van de Waddenweg in Amsterdam-Noord de stad op hield, want vanaf daar reden wij de polder in.

----- dat er ergens bij een kerk in de Rijnstraat een Mariaverschijning had plaatsgevonden. ......

----- dat er op de Middenweg, voor de villa "Frankendael" een hele lange rij bomen stond. In het voorjaar werden deze bomen bevolkt door een heleboel reigers. Het was een gesnater van jewelste en de hele straat, tramrails en bovenleiding zag wit van de vogelpoep. Je liet het dan echt wel uit je hoofd om er onderdoor te fietsen.

----- dat mijn vaders`s eerste kantoor in de Nieuwe Doelenstraat stond. Zijn kamer keek uit over de Amstel en het Muntplein. Het raam was vlak naast het bekende balkon van Hotel L`Europe, waar ik jaren later The Beatles op de foto zou zetten.

----- dat ik een keer samen met mijn moeder speculaaskruiden ging kopen in het oude winkeltje van Jacob Hooy, bij de Nieuwmarkt. Het was toen echt nog niet zo, dat elke levensmiddelenzaak deze niet zo gangbare kruiden in voorraad had. Nog zie ik in mijn herinnering boven mijn hoofd, de bruine puntzakjes hangen, waarin wij onze aankoop later mee naar huis kregen. Geholpen werden we door een winkelbediende, die ons hielp via een soort loketje in de opbouw van de toonbank en een luide bel kondigde zowel onze aankomst als vertrek aan. Ik vermoed dat zelfs toen het winkeltje al een museale bezienswaardigheid was. Als ik tegenwoordig over de Kennemerstraatweg in Limmen rijd, waar zich de huidige panden van deze firma bevinden, word ik altijd nog herinnerd aan het bezoek aan dat bijzondere winkeltje.

----- dat het Prins Bernard Plein bij het Amstelstation werd aangelegd. Na zijn ontstaan, leek het meteen al meer op een verkeersplein dan op een stadsplein, zoals de naam doet vermoeden, met een groot rond grasveld in het midden. Lijn 5, die van het Amstelstation naar de Wibautstraat ging, reed eerst dwars door het grasveld heen, later erom heen, en daarna er weer er doorheen en zo door. Of het precies in die volgorde heeft plaatsgevonden weet ik niet meer, maar het veranderde nogal eens. Trouwens dat was ook het geval op het Weteringscircuit.








-----dat er bij datzelfde Prins Bernardplein grote gebouwen werden neergezet. De enige naam die ik me herinner is van het eerste gebouw tw. Casa Academica [Nu Hotel Casa]. Ook verscheen er de Gooiseweg, die in mijn ogen, wel heel erg breed was voor die tijd.

----- dat, de Schagerlaan, die er vlakbij lag, een klein landelijk dijkje was, dat vanaf de Hugo de Vrieslaan, door een soort diep landschap met allemaal volkstuintjes, naar de Ringdijk liep.

----- dat er op de hoek Kruislaan-Rozenburglaan een grote boerderij stond. De, daar wonende boer liet zijn koeien grazen, op de al aangelegde "dijk" wat later de Gooiseweg zou worden.

----- dat ik vanaf de Hugo de Vrieslaan, op de zijgevel van het [in aanbouw zijnde] eerste huis in de Maxwellstraat een groot bord zag hangen, met daarop "TE KOOP, 25.000 gulden".

----- dat er op de Linneausstraat een kerk werd afgebroken, maar de toren er nog altijd, [heel decoratief], staat. En over kerken en afbreken gesproken. Ook op de hoek van de Amsteldijk-Ceintuurbaan stond ook een grote kerk die ineens verdwenen was.

----- dat er, tijdens de verkiezingen, van die grappige borden op de bruggen kwamen te staan. Vooral die van de provo partij trok mijn aandacht. Verrassend is op de foto van dat bord nog de in aanbouwzijnde Nederlandse Bank op het Frederiksplein te zien.




----- dat het KNSM eiland alleen te bereiken was via een verbindingsdam. Het eiland zelf bestond uit hoge, bouwvallige pakhuizen, die hun beste tijd hadden gehad. Als ik uit de stad kwam, was er net na de verbindingsdam het SHB kantoor, waar mijn vader werkte.

Ohhh, zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, want van mijn 8e tot mijn 18e heb ik er gewoond. Ook fietste ik, toen ik wat ouder werd, veel door de stad, naar vanalles en nog wat toe. Van het bezoek van The Beatles  [zie: The Beatles in Amsterdam] totaan de actie "Open het dorp" in de Rai. Maar goed, daar hebben we het nu even niet over. Vandaag wat herinneringen aan plekjes, die ik bezocht, en soms verdwenen zijn, zoals ik ze kende. En voor de goede orde wil ik nog even Amsterdam-West vermelden. Het komt in mijn herinneringen helemaal niet voor, want, van wat daar gebeurde, weet ik niets. Ik woonde in Oost en verder dan de lijn Olympisch stadion-Oud West kwam ik nooit. Ook staan de herinneringen niet in chronologische volgorde vermeld, maar ik heb ze opgeschreven, zoals ze, op dat moment, mijn hoofd kwamen binnenwandelen. En........ evenzo belangrijk, het kan best dat sommige dingen niet helemaal kloppen. Sorry dan, mijn geheugen is ook de jongste niet meer en speelt soms een gemeen spelletje met mij. .

En dan nog even iets wat de stad zelf betref. De Pijp, De Jordaan, en alle woongebieden in de oude binnenstad [behalve het winkel- en toeristengebied], zijn in mijn herinnering nogal sjofel tot op het achterbuurtgrenzende af. Dat is nu gelukkig wel even anders. Ik verbaas me nog steeds als ik in de stad kom, want de veranderingen zijn enorm. Alleen al een simpel tegeltje naast de voordeur eruit en een plantje erin, doet wonderen. Maar ook is de stad veel schoner dan in mijn herinnering. Dat maakt me blij en weerspreekt gelukkig weer eens de stelling dat alles vroeger beter was.


18 juni 2025

Bovenstaand stukje schreef ik alweer bijna 3 jaar geleden en net als bij sommige andere stukjes, duiken er steeds nieuwe herinneringen op die ik eigenlijk heel graag wil toevoegen. Zo vond ik op facebook wat foto`s, die precies aansluiten bij wat ik hierboven al beschreef. Bijzonder, want hoewel in de jaren '50, de focus lag op de uitbreidingen in Amsterdam-West, zijn deze een leuke uitzondering, want het zijn beelden uit mijn toemalige woonomgeving, tw. Amsterdam-Oost en de Watergraafsmeer. En dat vind ik te gek, want hoewel mijn vader en later ikzelf, veel foto`s maakten van gebeurtenissen in die jaren, kwam een beeld van de stad toch altijd op de tweede plek. En dat is nu juist, wat ik hier nu vind. Met Wikipedia als hulpmiddel voor enkele precieze data, plaats ik dus hier wat foto`s voor mijn eigen plezier. Dus geen eigen werk helaas, maar wel "Amsterdam, zoals ik het zag".

Het Prins Bernardplein:
Ik schreef hierboven al over de grillige loop van de tram en het ontstaan van de Gooiseweg. Mijn eigen foto [zie boven] maakte ik vanaf het perron van het Amstelstation. Van oudere datum is de foto die ik vond. Hij moet kort na de opening van het plein zijn gemaakt. Onduidelijk is de naamgeving. Het schijnt een tijdje Mr. Treubplein te hebben geheten en ik heb wel iets gelezen over een ander/ouder Prins Bernardplein en een verbod in de oorlog op de naam vanwege de link naar het koningshuis, maar hoe het nou precies zit, dat werd me niet echt duidelijk.




Het Amstelstation:
Ik schreef er nog niet eerder over. Het werd een vertrouwde plek. Meestal betrad ik het station via de ondergrondse ingang aan de voorzijde van het station bij de eindhalte van lijn 5. Via de grote en brede trap kwam ik dan in de grote hal. Naar boven kijkend zag ik, voor mij en achter mij, de twee fascinerende, grote muurschilderingen van Peter Alma.



Voor een kind waren die enorm. Links bevonden zich de loketten en aan het eind, na een grote krantenkiosk ging je dan naar de perrons. Ik vond het een bijzondere wereld en soms ook een heerlijke speelplaats . Veel later werd het nog een korte tijd, de overstapplaats waar ik vanuit de trein uit Abcoude, lijn 5 moest nemen naar mijn werk in de Wibautstraat. Ondanks het feit, dat de eerste foto is genomen, 4 jaar voordat ik in Amsterdam kwam, geven zo toch een goed beeld uit de tijd dat ik het leerde kennen. Een enorm gebouw in the middle of nowhere en veel te groot voor zijn doel. Ook dat is nu wel even anders.




De Hugo de Vrieslaan en de Middenweg:
Mijn looproute naar school. Vanuit mijn huis liep ik, over de Hugo de Vrieslaan naar de Middenweg. [zie: Prof. H. Burgerschool]. Bij de eerste foto stond de fotograaf volgens mij op de zandbult van de toekomstige Gooiseweg. Op de zijgevel van het huis middenrechts, hing aan de straatkant het onvergetelijke "Te koop-bord" voor de rij huizen aan de rechterkant van de Maxwellstraat. In de verte zie je de Emmakerk aan de Middenweg, waarin ik vele zondagochtenden, niet echt tot mijn genoegen, heb doorgebracht en waarbij ik op de tramhalte al die jaren op lijn 9 heb gewacht. De tram bracht mij bij de Plantage Muidergracht, waar mijn school zich bevond. Iets meer richting Diemen kwam ik in het begin ook vrij regelmatig op de Middenweg. Op de zondagen haalden mijn moeder, broer en ik, onze vader op, die heel vaak naar de voetbalwedstrijd van Ajax ging. Alleen als we laat waren, haalden wij de plek van de foto niet, want dan kwam hij ons halverwege de Veeteeltstraat al tegemoet. [zie: Betondorp]


De Weesperzijde:
Ik heb lang getwijfeld of deze foto erbij zou zetten. De Weesperzijde was wel vlak in de buurt, maar het beeld zegt me niet veel, want ik kwam haast nooit. Maar om er een [niet zo fijne] 
herinneringen aan te hebben, was dat ook niet nodig. De geur van de Blookerfabriek herinner ik me maar al te goed, want als de wind vanaf die plek onze kant op kwam, was de chocoladestank niet te harden



Dit was het voor nu. Mijn herinneringen zijn voorlopig op, maar dat kan zo veranderen. En ......mocht me weer iets te binnen schieten, dan weet ik deze plek te vinden om ze zo snel mogelijk weer op te schrijven.

30 juni 2025

Via fb, in een post van "Amsterdam levend verleden", werd me er weer een leuke herinnering aangeboden. Ik schreef in het voorgaande stuk al, dat wij vaak op de Waddenweg in Amsterdam Noord kwamen en dat wij aan het eind daarvan de polder inreden. Wij kwamen daar, omdat er een kennis van mijn ouders woonde. Op mijn foto, die mijn vader moet hebben gemaakt, werd zij opgehaald, omdat ze met mijn ouders op vakantie ging. Mijn "broertje" slooft zich lekker uit om de bagage naar de auto te brengen. Zelf ben ik helaas op in geen velden of wegen te bekennen, maar ik herinner het me goed en was er zeker bij. Voor mij is het heel duidelijk is, dat dit gebeuren zich moet hebben afgespeeld in het rijtje huizen, wat verder op de foto. Zo leuk!




Geschreven: 6 september 2022
Dagtekening: 1953-1963

zaterdag 26 juli 2025

woensdag 23 juli 2025

Frederiksoord

Ik schreef er al over in het stukje over mijn bijzondere lagere school; tw. het schoolkamp in 1956 naar Frederiksoord in Drenthe. Wie de foto`s maakte, weet ik natuurlijk niet meer, maar ik ben blij dat ik ze heb. Los van de foto`s, heb ik er twee herinneringen aan. De keiharde stromatten waarop wij sliepen en die lange weg, waaraan de hoeve lag, die we liepen om ergens te komen. Wat we er verder hebben gedaan, weet ik absoluut niet meer. In een dolle opwelling bedacht ik me, dat ik nog wel eens zou kunnen gaan kijken of de Hoeve Koning Willem III nog steeds zou bestaan.



Op 14 juli 2024 ging ik op pad. Niet helemaal onvoorbereid natuurlijk, want ik had al wel een beetje gezocht op het net. Veel kwam er niet uit. Ik had gedacht, dat het op zijn minst wel een soort vakantie-onderkomen zou zijn, maar uit niets bleek dat het zo was. Maar door dat gegoogel wist ik al wel de straatnaam en ook [via Streetview] dat het gebouw nog bestond. Maar van mijn ideaal beeld, een vakantie bestemming of boerenwinkeltje was al niet veel overgebleven. Laat staan, dat ik aan iemand zou kunnen vertellen over mijn verblijf van 68 jaar geleden.



Ik zag het gebouw al uit de verte. Het lag aan een drukke doorgaande weg [hihi, wel even anders als in mijn herinnering] en stoppen was geen optie. Dus ik reed heel brutaal het [naar het leek] particulaire erf op en zette de auto stil. Er was ruimte genoeg, want er was een grote betonnen oppervlakte. Het gebouw was nog goed te herkennen, maar gaf me zeker niet de illusie van een gezellige boerenhoeve. De vorm klopte en ook de naam was nog prominent aanwezig, maar het leek meer een schuur, waar zeker niet in werd gewoond. Ik stond op het punt even uit te stappen en wat foto`s te nemen, toen vanachter mij een boos en keihard blaffende hond een aanval op de auto deed. Ik schrok me lam en draaide heel snel het raam weer dicht. Op dat moment kwam er ook langs de zijkant van de hoeve een man op een trekker naar mij toe rijden, die zonder aandacht aan mij te schenken, voor me langs de weg op reed. Toen had ik het wel gehad. Gezellig was het zeker niet, en een dierbare illusie was totaal in de grond geboord. Ik nam wat foto`s vanuit de dichte auto en vluchtte het terrein af. In de haast zag ik ineens nog een heel klein toeristeninfo-bordje aan de linkerkant van het hek in de berm. Oei dat had ik, toen ik er aankwam niet gezien. Met vlinders in mijn buik heb ik toen toch maar even de auto op het fietspad gezet en er een foto van gemaakt. Helaas brengt de tekst hierop me ook niet echt in vervoering, want uit niets blijkt dat er een onderkomen moet zijn geweest voor een schoolkamp. Het enige bijzondere eraan is dat het gebouw een onderdeel is geweest van de Maatschappij van Weldadigheid; een project uit het verleden, waarin ik nu heel geinteresseerd in ben, maar waar ik toen, als 11 jarige, natuurlijk, geen weet van had.



Al met al, heeft de harde werkelijkheid mijn herinnering behoorlijk ingehaald en dit keer zal ik toch met de die teleurstelling moet leven. Toch kan een beetje wegdromen geen kwaad, en dan denk ik stilletjes; "Ik heb het lekker toch maar even heel anders gezien".

[Zie ook: Prof. H. Burgerschool]


Geschreven: 23 juni 2025
Dagtekening: 1956 en 2024

woensdag 4 juni 2025

Het boemeltje naar Purmerend

Sinds 1986 ongeveer is mijn echtgenoot medewerker van de Stoomtram Hoorn-Medemblik en sinds 1998 wonen wij in het stoomtramstation Opperdoes, wat langs de lijn van het vermelde stoomtramtraject is gelegen. Ook ik heb de nodige klussen voor de tram opgeknapt, dus je kan wel zeggen dat wij beiden veel met "stoomtrammensen" in aanraking komen. Veel van deze mensen hebben geweldige herinneringen aan hoe het vroeger was en ze schieten helemaal vol bij het zien van beelden uit vervlogen tijden. Ik persoonlijk vind het allemaal wel heel interessant maar daar houdt het verder wel mee op.

Toch blijk ook ik, in het verleden zelf met een stoomtram te zijn meegeweest, getuige de bijgevoegde foto. Ik herinner me nog vaag, dat we naar Broek in Waterland gingen. De omgeving van de tram op de foto is niet echt landelijk dus denk ik dat hij in Amsterdam-Noord is genomen. Daar kwamen wij regelmatig, want mijn ouders hadden een huisvriendin, die op de Waddenweg woonde. Ik ga wel eens met de foto naar kenners en misschien kunnen die achterhalen waar de foto genomen is. Ik vind het een geweldige foto en voor de trammensen zullen de tramstellen wel heel interessant zijn, maar Ik houd het liever bij ons tweetjes. Mijn broertje Hans, een jochie om te zoenen en Ikzelf met een grote strik in mijn haar.

De hele lijn is verdwenen helaas. Het traject liep door tot Purmerend en op sommige plaatsen langs de E10 zijn, als je goed kijkt nog sporen te vinden van de track. Een dijkje waar de rails op heeft gelegen of een klein bruggetje over de sloot. That`s all. Het afbreken van de lijn is achteraf bekeken natuurlijk ontzettend stom geweest. Het zou de ideale oplossing geweest zijn voor het huidige fileprobleem op de A7 en ik ben er eigenlijk van overtuigd dat in de toekomst op precies dezelfde plek weer rails zal liggen. De stoomtram zal uiteraard niet terugkeren, maar een supersnelle railverbinding met Purmerend zou wel eens dichterbij kunnen liggen dan je denkt.

Ps. Ik heb inderdaad navraag gedaan bij Tom Kamstra, een "stoomtrammens" die goed bekend is in die regio. Hij twijfelde enorm, maar kwam uiteindelijk tot de conclusie, dat de foto wel haast op het eindstation op de Meeuwenlaan in Amsterdam-Noord moet zijn genomen. 

Geschreven: Opperdoes, 6 december 2005-Dagtekening: zomer 1955


4 juni 2025

Natuurlijk, zit ik, net als zovelen, dagelijks te "genieten" van alle zooi, die langskomt, als ik zit te scrollen in mijn nieuwsoverzicht van facebook. Ik heb deze berichtenreeks, door alsmaar stug wegklikken van de ergste onberichten, een beetje naar mijn hand hopen te zetten en ik wordt nu dagelijks bestookt met allerlei foto`s uit het verre verleden, wat soms nog wel eens leuk is ook. Een van die groepen, die veel voorbij komt, heet "Amsterdam Levend verleden" en daarop vond ik een foto, waardoor ik meteen terugdacht aan bovenstaand verhaaltje.

Op hun foto zag ik de Adelaarsweg in Amsterdam Noord, het beginpunt van het trammetje naar Volendam. Hoewel er op mijn foto weinig omgeving is te zien, is het [in vergelijk met de foto van fb] ongetwijfeld de plek waar ik met mijn toen kleine broertje op punt stond, naar Volendam te reizen. En mocht Tom in de "ps" niet helemaal zeker zijn geweest van zijn antwoord, ben ik er nu toch echt wel van overtuigd, dat mijn vraag uit het stukje eindelijk, na 20 jaar, definitief is opgelost.


Geschreven: 2 juni 2025
Dagtekening: 2 juni 2025