Vanaf 2005 schrijf ik korte stukjes in dit digitale dagboek. Dat kunnen er drie per week zijn, maar soms ook, schrijf ik maanden niet. Waarover ik schrijf, dat kan vanalles zijn. Heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Op de foto hierboven sta ik, in de zomer van 1987 in de tuin van één van de grote herenhuizen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar stond een grote "spiegelbol", waarmee ik mezelf op de gevoelige plaat zette. Een selfie dus van ruim 35 jaar oud en ook van ver voordat dat het woord "selfie" werd uitgevonden. Erg scherp is de foto helaas niet, maar ja, wat kan verwachten van zo`n oude foto, die al heel wat heeft meegemaakt vanaf een opname op een 35 mm fotorolletje tot een computerbestandje in het digitale tijdperk. Toch vind ik hem nog steeds de moeite waard om hem eens in het zonnetje te zetten.

dinsdag 23 augustus 2022

Twee kwajongens en een gele bus

Plaats van handeling: Het staartje van de Stoomtramlijn Hoorn-Medemblik, waarvan, wij, die er woonden, soms de indruk kregen, dat "de mensen, die het voor het zeggen hebben" in Hoorn het totaal vergeten waren.

De hoofdpersonen zijn:

Kwajongen 1: Rikus Betten, chauffeur
Kwajongen 2: Karel Haarsma, busconducteur
En natuurlijk: Een meestal gele bus van het Noordelijk busmuseum uit Winschoten. Hij veranderde wel eens van kleur, want het was maar net welke bus, in Winschoten, technisch in orde was en/of gemist kon worden. Bouwjaren of merken zijn mij onbekend, want daar heb ik helemaal geen verstand van.

Naast deze drie, zijn er dan ook nog:

Griet, de echtgenote van Rikus
Eddie, die zo af en toe, eens even kwam kijken en ook wel eens een dienstje reed.
De bewoners van station Twisk: Jan en [de helaas veel te vroeg, overleden] Lies de Jong.
De bewoners van het station Opperdoes: Karel [Kwajongen nr. 2] en Willy Haarsma [die dit stukje schreef en alles vanaf de zijlijn meemaakte].
Af en toe wat op bezoek komende familieleden, die eens kwamen kijken wat hun ouders in het verre Westfriesland uitspookten en die dan ook een rondje met de bus meemaakten.
En verder een hele sliert vrijwilligers van de Stoomtram Hoorn Medemblik, zowel als van het Noordelijkbusmuseum, die het, voor ons allemaal onvergetelijk hebben gemaakt.

1 augustus j.l. kreeg ik een appje van Jan de Jong. Of ik wist dat het niet goed ging met Henk. Met eerste reactie was "Huh, Henk?, en na even goed denken: "Ohhh, hij bedoelt Rikus,", Ja, dat wist ik, want daar was ik al bang voor, toen ik al die trieste berichtjes van Rikus zelf las op facebook. Wat Jan verder schreef was wel nieuw voor mij; nl. dat het Rikus` wens was om, dmv. de Wensambulance, nog één keer met de stoomtram mee te gaan om herinneringen op te halen en afscheid te nemen van oud-collega`s.

Het kwam allemaal wel even binnen en zette me aan het denken. Dat Rikus zo snel ineens achteruit gegaan was en wat we een mooie tijd we hadden gehad. Ineens kwamen de herinneringen massaal mijn hoofd binnenrollen. Toen ik dit allemaal aan Karel vertelde, kreeg ik, net al altijd trouwens, weinig reactie. Zijn gezondheid is niet zo best; ziet slecht, en leeft al een tijdje bijna geheel in zijn eigen wereldje. Maar ja, hij is 83, dus dat is hem vergeven, zij het, dat ik niets aan hem heb, wat herinneringen betreft.

Naar die genoemde stoomtramrit ging ik, op uitnodiging van Eddie, na lang afwegen of ik Karel nou wel of niet zou meenemen, toch maar alleen. Ik schrok wel een beetje toen ik Rikus op de brancard uit de Wensambulance zag komen, wat was hij mager geworden. Met wat sterke mannen werd hij in een rolstoel gezet en, na koffie met appeltaart op het terras van het station, naar de tram gereden.

 
Het instappen, was wel even een dingetje, want het gaat bij de tram helaas nog steeds als in 1920, maar gelukkig waren diezelfde sterke mannen nog steeds in de buurt. Eenmaal in de tram was hij het mannetje, en omgeven door echtgenote Griet, Eddie en Tjitske [met man], 4 kleinkinderen en twee vrienden van de wensambulance, plus de nodige frisdrank en broodjes kon de rit beginnen. Jan de Jong was chef-trein en de conducteur van de tram was Jan Doosjen, die tegenwoordig in station Opperdoes woont. Het leek wel of zij met opzet waren uitgekozen voor die rit, wat door Jan de Jong ten stelligste werd ontkend.


 
 

Eenmaal vertrokken uit Hoorn, kwamen de verhalen los. Allereerst werd er gememoreerd hoe het toch allemaal begonnen was. Al in 2002 had de SHM het plan opgevat om, in de zes zomervakantieweken, een museumbus te laten rijden langs de toeristische trekpleisters in de omgeving van Medemblik. Op zoek naar een passende bus, kwamen ze ten slotte terecht bij het Noordelijk Busmuseum [toen nog] in Winschoten. Maar ja, zo`n bus rijdt niet vanzelf. Ze zochten daarom naar chauffeurs, liefst met een caravan of camper, zodat de kosten van logies, zo beperkt mogelijk konden blijven. Eerst was de animo niet groot, maar toen, een paar jaar later, bekend werd hoe leuk het allemaal ging, wilde iedereen wel naar Medemblik. En zo kwamen Rikus en Griet in Westfriesland en in ons leven

De museumbus reed dus als een soort aanvulling op de stoomtreinrit, die in Medemblik eindigde. Het eerste jaar, konden de bezoekers uitstappen in Opperdoes [één station voor Medemblik], zodat ze met de bus, via het Bijen-, Stoom- en Bakkerijmuseum naar Medemblik konden rijden. Als hulp voor de chauffeur had de SHM de functie busconducteur in het leven geroepen. Een slimme zet, want dan hoefde de chauffeur alleen maar zijn aandacht bij het rijden te houden, terwijl de busconducteur de rest van de klusjes op zich nam. Zijn taak was o.a.: bezoekers begeleiden, vertellen wat er zoal te zien was onderweg, koffie halen, het lunchpakket voor de chauffeur van de tram halen, terwijl hij zelf zijn eigen thuis klaargemaakte bammetjes moest eten en dan ook, want ja, hij was tenslotte conducteur, de kaartjes knippen. In deze functie voelde Karel zich meteen als een vis in het water. Geen strakke dienst op de tram, maar een klusje, vlak bij huis en hij vond het geweldig om al die noorderlingen, die zo moeilijk te verstaan waren, de weg te wijzen. Hij liet zich dan ook heel veel dagen inroosteren en op de dagen dat een andere busconducteur was, had ik de grootste moeite om hem thuis te houden.

Toen het begin van de dienstregeling in Opperdoes was, begon de dag, altijd met koffie. Rikus kwam extra vroeg, zodat er nog tijd genoeg was om eerst even een bakkie te doen en bij te kletsen. . Gedurende de rest van de de dag, zag ik ze, thuis nog wel eens langskomen, want de route ging over Almersdorperweg en soms over het Zwarte Pad; een straat precies aan de overkant van het station. Ook reed ik zo af en toe, als de bus niet erg vol was, een ritje mee.

Dat ging een poosje goed, totdat de buren kwamen klagen, dat de bus toch wel heel erg in de weg stond. Hoe kon het ook anders, die Almersdorperweg is smal en de bus niet klein, maar alles was geprobeerd. Stilstaan voor het spoor, op het spoor, over het spoor en zelfs op de Kaag, voor het station. Niks werkte, dus ja het was krap, maar kom op, in 10 minuten was hij weer weg, was dat nou zo erg?. Ja dus, en om de buurt te vriend te houden, besloot men het jaar daarop de hele instap en begin van de dienstregeling te verplaatsen naar Twisk, nog één station eerder op de lijn. Voor alle betrokkenen helemaal geen probleem, want ook daar stond de koffie klaar en om in Twisk te komen, reed je door Opperdoes, waar Karel klaar stond om in te stappen. Zo gezegd, zo gedaan, zij het dat ook daar buren waren die konden klagen. En dat deden ze ook.

De SHM gaf daarna zo`n opstapplek voor Medemblik op en sindsdien werd de begin- en eindhalte "Station Medemblik". De opstapplaats werd links van het station bij de lijnbus naar Hoorn. En je raadt het al. Toen begonnen sommige chauffeurs van de lijnbus te klagen dat de bus in de weg stond. Moedeloos werd de bus verbannen naar een plek rechts van het station. Een plek, waarvan Rikus en medecollega`s zelf vonden, dat je daar pas echt goed in de weg stond.

Maar ondanks dat gehannes was het een leuke tijd. Als ik, per auto, in de omgeving reed, kwam ik de bus dan ook regelmatig tegen. Sterker nog, met de dienstregeling in mijn hoofd, zocht ik ze wel eens op en bekeek hun werk stiekumpjes vanuit de auto. Wel zorgde ik dat ik er niet precies achter reed, want het ding was niet vooruit te branden en erger nog, hij stonk enorm. Ik had dan ook enorme lol in weggebruikers, die zo onfortuinlijk waren om achter de bus te belanden, en waarvan ik duidelijk kon zien, dat ze eigenlijk niet durfden, maar dan toch na lang aarzelen, de gok namen, en de bus, over de doorgetrokken lijn, opgelucht inhaalden.

Ook kwam ik de heren tegen op plekken waar ik hen helemaal niet verwachtte, want wat was er niet leuker dan even een ommetje te maken. Dwz. op de rotonde na de Vlietlanden, rechtdoor de Poelweg in, ipv meteen rechtsaf. Met een goed gevoel en big smile, namen ze dan die weg, die zo smal is, dat ze een tegenligger de stuipen op het lijf joegen door ineens met zo`n grote bus de weg te blokkeren. Maar het was leuk en uiteindelijk kwamen ze met een boogje, toch weer op dezelfde plek uit. Dat ze daar volgens de dienstregeling niets te zoeken hadden, was jammer dan. Alles voor de klant. Ze wisten het beiden. Regeltjes zijn regeltjes. Met de veiligheidsregels valt niet te spotten en daar hielden ze zich ook strikt aan, maar de rest van de regeltjes.... och daar zat best een beetje rek in. Maar ook legaal werden er de nodig ritjes gereden buiten de dienstregeling om en als het kon ging Karel mee. Niet als busconducteur, dat was allang vergeten, nee het was gewoon leuk voor allebei. Ik herinner me een rit naar Enhuizen om mensen op te halen en ook Het Grootslag in Andijk werd redelijk vaak bezocht.

Een letterlijk hoogtepunt bestaat in Medemblik. Ik schreef er al over in mijn stukje over [de ook veel te vroeg gestorven] collegachauffeur Sytse Kunst. In mijn naïviteit dacht ik dat hij het alleenrecht had op die stunt, maar blijkbaar was dat verhaal al, als een lopend vuurtje, onder de collega`s verspreid. Op de weg naar het stoommachinemuseum, rij je over een duiker heen. Om de een of andere reden, is dat ding nogal hoog uitgevallen en dat resulteert in een fikse bult op de wegdek. Kijk, en daar pakte de heren [Rikus incluis] hun kans. Ze letten wel even op, wie er op de achterbank van de bus zaten, maar kon volgens hen het publiek ertegen, werd het gaspedaal even extra ingedrukt en konden de passagiers voelen hoe hun achterwerk ruim los kwam van de bank, ze zich dan even gewichtloos waanden, om even later weer met een fikse plof op hun zitplaats te belanden. Succes verzekerd!

En dan last but not least het tanken. Rico, een bobo in Winschoten had een overkeenkomst, over korting bij een bepaalde benzine maatschappij. Het tanken moest dan wel gebeuren bij een pompstation van die firma. De dichtbijzijnste was echter in Hoogkarspel, zo`n 15 km. verderop. Alle chauffeurs vond het op z`n zachts gezegd, een beetje idioot om 30 km te rijden en een stuk of wat tankstations over te slaan, om daar goedkoper te gaan tanken. Maar blijkbaar was de korting hoog genoeg, om er die 30 km diesel aan te besteden. Wie er ook chauffeur was, Karel ging mee, wat zeker voor een nieuweling ook wel handig was, want hij wist de weg. Griet en ik gingen ook wel eens mee, maar dat was meer voor de gezelligheid. Ook bekeek ik dan de omgeving eens van een andere kant, waarbij ik nog steeds lol en medelijden had, met automobilisten, die zo snel mogelijk achter de bus vandaan probeerden te komen. Ja, ik begreep ze maar al te goed.

Het tanken leverde weinig problemen op. Sommige chauffeurs konden de vuldop niet vinden, en kijk, daar was Karel ook handig voor. Die had het al een paar keer gezien, dus die wist wel waar die diesel de bus in moest. Rikus ook, maar op een avond, tijdens een ongelukkige tankstop was hij niet echt bij de les. Wat er precies is fout gegaan, hoorde ik op de tram maar half, want de Friese taal van hem en Eddie was een onoverkomelijke barriere, en ik begreep het niet goed. Het had iets te maken met olie, die in het verkeerde gat was gegooid, zover kwam ik wel, maar het was nog steeds iets, om ruim vijftien jaar na datum nog lol over te hebben. Helaas, heb ik ook niet meegekregen hoe het afliep, maar het zal wel goed gekomen zijn, want ik kan me niet herinneren dat er om die reden, er een dag was zonder bus.

Maar ondanks alle plezier en vakantie, was het hard werken en een bakkie doen in de avond uren zat er nauwelijks in. Hij was domweg te moe. Natuurlijk hebben we het wel een paar keer gedaan en dan zag ik Griet ook nog eens. Zij trok haar eigen plan, ging ook af en toe eens mee met de bus en fietste zowat de hele omgeving rond. Het resultaat was, dat zij meer wist van de regionale middenstand dan ik. Camping Arado aan de Brakeweg in Medemblik was de thuisbasis, voor zowel chauffeurs als bus, die daar zijn eigen plekje kreeg. Dat ging goed totdat één van de chauffeurs het gras aan gort reed en de bus naar de parkeerplaats van het Stoommachinemuseum werd verwezen.

Twee keer werd het seizoen afgesloten met een oergezellige barbecue. Een keer op het perron in Twisk bij Jan en Lies en één keer op de camping zelf. Ons zestal werd dan uitgebreid met familieleden, die dit ook graag wel eens wilden meemaken.

Tot slot zijn Karel en ik nog een keertje op bezoek gegaan in Ooststellingwerf, waar we onder het genot van een lekker bakje koffie nog heel wat herinneringen hebben opgehaald. Toen werd het stil. Dank zij facebook bleef er contact tot op de dag van vandaag en zo las ik dus ook hoe het, na die bijzondere jaren, allemaal is gegaan. Eerst waren het familiezaken die, in de berichten, de boventoon voerden, maar later kwamen daar de vele ziekenhuisbezoeken bij met de opluchting als de waardes we er eens goed waren en dan uiteindelijk het uiterst verdrietige bericht dat hij uitbehandeld was.

Beste mensen, dit waren puur mijn persoonlijke herinnering aan die mooie jaren; gezien vanaf de zijlijn zoals ik al zei. Er zal ongetwijfeld nog meer zijn gebeurd, wat ik niet wist of vergeten ben. Misschien zit ik ook met mijn herinneringen er finaal naast. Het kan zomaar gebeuren. Maar hoe dan ook, het waren jaren, waarin Karel en ik iedere keer weer reuze nieuwsgierig waren, wie er de komende zomer op de bus zou komen rijden. .



En tot slot nog één ding, waarvan ik zeker weet dat ik hiermee ook voor Karel en Jan spreek;
"Rikus rust zacht, we zullen je nooit vergeten!"

[Foto`s nrs.1,3 en 4: Eddie Betten]

Geschreven: 8-12 augustus 2022
Dagtekening: 2002-2015

zaterdag 13 augustus 2022

Convoi Exceptionnel

Ik reed rustig met een gangetje van 60 km.per uur, eerst over de Noorderdijkweg, wat later de Zuiderdijkskwelweg wordt, vanaf het Robbenoordbos naar Medemblik. Ik passeerde de Oude Zeug, een klein haventje, zo halvewege het traject, en zie op één van de gebouwen, een groot bord dat net boven de dijk uitkomt. "Te huur" staat erop. Oh, dacht ik meteen, dat is niet best. Weer een bedrijf ten onder gegaan? Zou het de scheepswerf Jongert zijn? Ik mijmer een beetje door, wat trouwens niet zo slim is, achter het stuur, maar op de weg is het uitgestorven, dus ala, vooruit dan maar.




Ik herinner me die dag, 2 augutus 2002, nog goed, dat er weer zo`n transport van een luxe-jacht was, wat nauwelijks de stad uit kon. Het halve straatmeubilair moest van zijn plek, en de lantarenpalen werden scheef gezet. Het was een idioot gezicht en haalde dan ook regelmatig de krant, maar de manier op men het aanpakte, leek te gaan via een goed geölied draaiboek.




Het was de laatste keer en ik was expres met fototoestel naar Medemblik gegaan, want dat dit was toch wel iets unieks. Daarna was het over, want het ging echt niet meer. De schepen werden te groot en het bedrijf verhuisde naar de Oude Zeug, waar ze heel wat beter uit de voeten konden.

Ondertussen reed ik verder. Even later wordt ik me bewust van de windmolen, of netjes gezegd "windturbine", met de zeer toepasselijke bijnaam "De Ambtenaar". Natuurlijk had ik hem allang gezien, want met z`n bijna 200 meter hoogte is hij in de verre omtrek te zien en verpest hij de skyline van de binnenstad te Medemblik.




Tijdens de bouw in begin 2015, was hij het gesprek van de dag, en was toen zelfs zelfs de allergrootste ter wereld. Een record, waarvan ik denk, dat hij dat niet lang gehouden heeft, gezien de hedendaagse ontwikkelingen op dit gebied. We woonden toen nog in de buurt, en ik vond het allemaal best wel interessant. Ik ging dan ook zo af en toe eens kijken, hoever men al was. Op 29 april 2012 hadden we de hoofdprijs, want toen waren de wieken juist gearriveerd. Ik zal niet snel vergeten, hoe nietig ik me voelde toen ik er naast stond. Grinnikend dacht ik nu meteen, dat ook dit transport, met de beste wil van de wereld niet door Medemblik had gekund, maar gelukkig hoefde dat ook niet.



Zijn bijnaam, "De Ambtenaar" is volkomen terecht. Het ding stond, de eerste jaren, meer stil dan dat hij draaide en ondanks alle negatieve commentaar dat er was, werd het voor mij, na een poosje, toch een vertrouwd gezicht. Niet overdag, maar in de avond en nacht, als ik dat kleine, aan-en-uitgaande rode stipje, in de lucht, uit het slaapkamerraam zag.
 
En nu ik hier zo zit te tikken met mijn voeten op de tafel, schiet me ineens een nog heel ander groot transport te binnen. Niet in bij Medemblik, maar even verop. Een molen dit keer. Zo`n groot, lekker handelbaar rond ding, wat over de weg richting Zaandam moest. Molen "De Haen" stond toen ik hem voor het eerst zag in Benningbroek. Daar moest hij weg, en nadat hij nog een tijd doelloos langs de A7 heeft gestaan, is hij uiteindelijk in Nauerna terecht gekomen, waarna hij geheel is opgeknapt. [https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Haen].

Ook aan dit transport zal ongetwijfeld heel wat denkwerk aan vooraf zijn gegaan, voordat men de weg op ging, want ergens onderdoor rijden, was geen optie. Ik kwam het op 28 november 2012, tegen op de Agriport, het nu grote bedrijventerrein langs de A7, waar toen nog heel veel grasland was en men zeker nog nooit van Micro Soft had gehoord.  

 
Weer thuis kom ik er al googelend achter, dat het de Firma Jongert inderdaad niet voor de wind is gegaan en dat het onder deze familienaam al een behoorlijke tijd niet meer bestaat, maar of dat "tehuur-bord" daar iets me te maken had, weet ik natuurlijk niet.


Geschreven: 13 augustus 2022
Dagtekening: 2002-2015

zondag 24 juli 2022

Even een ritje over de Afsluitdijk

Van een gebroken kruik, een aardige Friese agent en een eerbetoon aan ouderen.

Vandaag, op zondag 17 juli 2022, heb ik maar eens een ritje met Karel samen gereden. Dat doe ik niet vaak, dus moest het er vandaag maar eens van komen. Die arme man kan zijn ei slecht kwijt omdat hij vastzit aan een antibiotica kuur, waardoor hij niet in de felle zon mag zitten. Ja, en dat wordt een beetje lastig met het huidige weer[beeld]. Dus toen ik alle voor en nadelen bij elkaar had opgeteld, besloot ik hem maar in de auto [waar de zon alleen zo af en toe bij hem kon komen], de nodige afleiding te bezorgen. Hopelijk vind hij het, ondanks dat hij vaak niet eens weet waar hij is, het toch een beetje leuk.



Ik wilde alweer een tijdje naar de Afsluitdijk, want waar ze daar mee bezig zijn [o.a. de dijkverhoging], interesseert me in hoge mate. Ik verwachte er, wel de nodige werkactiviteit, maar tot mijn stomme verbazing heerste er een serene zondagsrust en ook op de weg zelf, was opvallend weinig verkeer .

Dat duurde niet echter lang. Eenmaal in Friesland aangekomen, stonden er borden, dat ik vertragingen kon verwachten vanwege tallship races. Waar, die gehouden werden, stond er niet bij, dus kon ik ze niet opzoeken noch vermijden. Ik deed dus maar wat ik van plan was en nam, de, door werkzaamheden bijna verstopte afslag, naar Harlingen. Toen ik zo`n kilometertje of vijf voor Harlingen kwam, werd het steeds drukker. De ventweg tussen de dijk en de grote weg, was één grote parkeerplaats en er liepen drommen mensen, op plekken, waar je normaal niemand ziet. Ook de dijk, waar een groot reuzenrad bovenuit stak, stond het vol met mensen en en het werd me op slag volkomen duidelijk. Die tallshipraces waren daarachter.

Nu is het zo dat, als ik daar ben, ik meestal voor de gezelligheid aan de zuidkant Harlingen in wil, om er via het station, centrum en de boot naar Terschelling, in het noorden, weer uit te rijden. Bij het treinstation voelde ik al nattigheid want het werd steeds drukker en ik kreeg spontaan flash backs van de keer op 4 januari 1997 toen we daar waren tijdens de Elfstedentocht. Toen was het ook zo druk en ik herinner me, dat we ondanks de gezelligheid, een enorme heisa hebben gehad omdat zowel Suzanne als ik nodig naar de wc moesten. De enige mogelijkheid waren de toiletten bij het station, maar zoals heel voorspelbaar bleek, waren we niet de enigen, wat nogal wat frustratie opriep. Maar okee, dat was toen. Het was nu wel net zo druk maar in ieder geval warmer en lichter, want toen waren we er tegen de avond en was het donker en koud. Ruw wakker geschud uit mijn flash back, zag ik dat het na het station 'game over' was. De hele verdere binnenstad was afgesloten en wij werden door een verkeershandhaver fanatiek doorgewuifd om via de rotonde om te keren en de stad weer te verlaten. Aldus teruggekomen bij de grote weg, dook ik noordwaarts, de tunnels weer in. Bij de volgende afslag liet ik Harlingen en zijn drukte achter mij en een uurtje genoten wij van het mooie weer en schattige dorpjes van Friese platteland. Mijn plan was om via die dorpjes naar Leeuwarden te gaan, maar door mijn superkennis van de Friese topografie belandde ik tussen de grote parkeerplaatsen van de bootpassagiers naar Terschelling in..... juist ja.....Harlingen.

Op een kruispunt, tussen al dat geparkeerde blik, zag ik een schitterend beeld. En als ik iets moois zie wil ik een foto. Dat was gemakkelijker gedacht, dan gedaan. Zoals meestal was er ook nu, in de verste verte geen plek te vinden om de auto even stil te zetten. Ik zette de hem dus, op goed geluk, maar snel even stil op een nogal ongelukkige plek aan de linkerkant van de weg in het gras, vlak voor een groot kruispunt met stoplichten. Een discutable plek, maar ja, het moest maar even.
 


Al klungelend in het felle zonlicht en een totaal zwart scherm, maakte ik twee foto`s en met de deur open controleerde ik, [uit de zon] zittende in de auto of er uberhaupt wel iets op mijn foto`s stond. Ineens viel er een schaduw over mij heen en opkijkend, keek ik het gezicht van een grote dikke besnorde motoragent, die naast mij was gaan staan. Tijdens mijn hartverzakking, dacht ik: "Oh shit, dat heb ik weer". Voordat hij iets kon zeggen, zei ik meteen met mijn meest onschuldige gezicht. "Sorry mijnheer, ik moest even een fotootje maken van dat mooie beeld daar. Ik ben zo weer weg, maar moet de foto alleen nog even versturen". Ik verwachtte een lange preek, maar hij zei alleen, "Oh is goed, hoor. Ik kreeg een melding van een aanrijding, maar dat is zo te zien niet hier". "Nee", zei ik "Gelukkig niet". En weg was hij. "Pffffffffff, Oeffffffff, dat scheelde niet veel en na mijn fotootje op fb te hebben gezet, reed ik, opgelucht weer verder.

Vlak bij de opstap naar de boot van Terschelling liep ik weer vast. Ik zag het al uit de verte en toen ik bij de verkeersregelaar kwam, draaide ik mijn raam open en zei maar meteen: "Oh, als jij hier staat, kan ik vast niet verder". "Klopt" zei hij, en weer kon ik niets anders doen dan keren.

Toen was ik het zat en ben ik via de grote weg [en weer de tunnels] naar Leeuwarden gereden, waar Karel om nostalgische redenen even over de Pieter Stuyvesantweg wilde rijden. Nou om een lang verhaal kort te maken. We hebben bijna heel Leeuwarden gezien, maar niet de weg met het huis, waar hij in zijn jeugd zo vaak kwam. Toen ik de weg eindelijk gevonden had, lag de straat, die ik moest hebben helemaal open, en kon er met geen mogelijkheid door. Een omleidingsroute was er ook niet gegeven, dus heb ik het vanwege de tijd maar opgegeven. Jammer maar helaas, die straat loopt niet weg en hopelijk komt er nog wel een andere keer.



Wel zag ik in Leeuwarden, nog een mooie muurschildering. Al ploeterend tussen de bermvegetatie en ruzie met een lantarenpaal, nam ik deze foto. Ook hier twijfelde ik of ik de auto wel stil mocht zetten langs de weg en gokte ik op de alarmlichten. Gelukkig was er in geen velden of wegen een motoragent te bekennen. Dat scheelde weer. Heerenveen naderend, besloot ik toch maar niet via Emmeloord terug te rijden. Hoewel ik, als het even kan, nooit dezelfde weg terug rij, nam ik, om de thuiskomst nog niet later te laten worden, ook de Afsluitdijk terug. Dit had tot gevolg, dat ik, dank zij een heleboel "bruggen openzettende" plezierbootjes, ruimschoots de tijd hadden, midden op de weg, een fotootje van de sluizen te nemen.



Het was me het dagje wel. Thuisgekomen ben ik gaan googelen naar wat informatie over het beeld en de muurschildering. Op een site van de Harlinger courant kreeg ik uitleg van het beeld. Het heet "Broken jug" [gebroken kruik] van Amerikaanse kunstenaar Frank Stella. Hoe het precies op een industrieterrein in Harlingen belandde is te lang om hier te vertellen, maar de gemeente heeft nu het in bruikleen om het gebied met al die parkeerplaatsen wat aantrekkelijker te maken. En slim, de parkeerders betalen nu een extra kwartje om het benodigde geld te leveren om die bruikleen te betalen. En ik moet zeggen, het werkt! Het is beslist een aanwinst voor de omgeving.

De muurschildering blijkt een "Eerbetoon aan ouderen" te zijn, gemaakt door de Franse graffitikunstenaar Aéro op de zijgevel van het zorgcentrum De Hofwijck aan de Rengerslaan te Leeuwarden. Een knap stukje werk, wat hij helemaal met spuitbussen heeft gemaakt.

En Karel? Wat hij allemaal van de rit heeft meegekregen weet ik niet precies. Hij zegt er weinig over. Heerenveen naderend voelde ik dat hij onrustig werd en dat heeft me voor een deel ook doen besluiten weer over de Afsluitdijk terug te gaan. Verder is het feit dat hij nergens over heeft gemopperd, voor mij een teken dat hij het waarschijnlijk wel leuk heeft gevonden.

Geschreven: 17-24 juli 2022
Dagtekening: 17 juli 2022

woensdag 6 juli 2022

Van Wognum naar Hoogwoud

Vanmorgen reed ik één van mijn favoriete wegen maar weer eens. De Westeinderweg of aan de andere kant, de Spanbroekerweg genaamd, lijkt wel een onzichtbare aantrekkingskracht op mij uit te oefenen, want met enige regelmaat ben ik er toch wel te vinden. Het is de eerste weg, die mij vertrouwd maakte met de Westfriese wegen en dat speelde zich al af, ver voordat ikzelf per auto, op de weg verscheen.

In de jaren `80, lang voor het behalen van mijn rijbewijs, maakte ik ons dorp en ver daarbuiten onveilig met het lesgeven in origami, Hoe ik die vouwgroep in Hoogwoud op mijn bordje kreeg, weet ik niet meer, maar wel herinner ik me nog goed, dat het een heel gedoe was, voor iemand die geen auto had en in Bovenkarspel woonde om, beladen met lesmateriaal die plek te bereiken. Ik moest eerst met de fiets naar het station, dan met de trein naar Hoorn om tenslotte met een hele krappe overstap en bus 149, via de bovengenoemde weg, in Hoogwoud terecht te komen. Bij de kerk stapte ik uit en liep naar Cafe "Het huis van Egmond", ging naar binnen, wurmde me door een groep oudjes heen, die koersbal aan het spelen waren, waarna ik in een in een achterzaaltje belandde om, de op mijn wachtende leerlingen origami les te geven. Het waren leuke dagen en de de busreis door de dorpen, was voor mij helemaal nieuw.

Toch duurde het nog tot eind jaren `90 dat ikzelf per auto Westfriesland ging verkennen. Vanzelfsprekend kwam ik ook op de Westeinderweg terecht en bleef het bijzonder vinden, dat ik na al die jaren, zelf op deze weg reed. Ik grinnikte om het kleine Wadway, wat je na 15 seconden [getimed door dochter Ingrid] even rap weer verlaat. Dat is dus precies genoeg tijd, om even een snelle blik te werpen op het bekende theaterkerkje, wat een stukje van de weg af ligt.

 

Hoeveel huizen het dorp precies telt weet ik niet, maar een flink gedeelte van de grondoppervlakte van het dorp wordt ingenomen door Cafe "De Vriendschap"', wat een dorpscafe is, zoals een dorpscafe, volgens mijn ondeskundige inzicht, hoort te zijn. Jaren geleden hebben wij er nog eens een bloemententoonstelling gezien, toen we onze collega`s van de stoomtram Hoorn-Medemblik, een hart onder de riem kwamen steken, die daar met een kraam hun hobby stonden te promoten.

Waar ik ook altijd even naar keek, was het gebouw, dat ik [rijdende vanuit Wognum] vlak na de kerk van Spanbroek wist te staan. Het leek, ondanks het mozaiek op de gevel, op een nietszeggend groot schoolgebouw en als de naam niet op de gevel had gestaan, had niemand kunnen vermoeden dat dit het onderkomen was van de schitterende collectie moderne kunst van bankier Scheringa. Ik vond het best bijzonder, dat zo`n hoogstaande kunstcollectie te zien was in een relatief klein Noordhollands dorp. Jammergenoeg was dat museum geen lang leven beschoren en de ondergang hiervan kent iedereen wel zo`n beetje, want, dat is tot uit ten treure in de media geweest. Ikzelf heb de collectie ook nooit gezien, want ik ben nooit verder gekomen dan de hal, wat toe te schrijven is aan diezelfde stoomtram, waarvoor dochter Ingrid en ik folders aan het verspreiden waren.

 

Maar voor alles reed ik deze weg het liefst in het prille voorjaar, als ik lammetjes wilde zien. Gegarandeerd dat ik dan, in de luwte van gebouwen, dus nog een beetje beschermd tegen de kou, wel wat van die huppelende beestjes tegenkwam.

Toch stond de tijd niet stil. Niet alleen het museum is er niet meer, ook het cafe in Hoogwoud onderging hetzelfde lot. Toen ik er ruim een jaar geleden langsreed zag ik tot mijn stomme verbazing, dat alleen de specifieke voorgevel met naam en biermerk en de zijmuren nog overeind stonden en dat erachter een heleboel appartementen waren gebouwd. Omdat ik via Google niet goed kon ontdekken hoe het nu met het cafe is, ben ik er vanmiddag [6-7-2022] nog maar even langs gereden. Ik zag dat er aan het "cafe-gebouw" nog druk werd gewerkt en dat het voorlopig nog niet klaar is. Verder was eigenlijk wel goed te zien, dat de oorspronkelijke vorm van het "cafe-gebouw" blijft bestaan, maar hoe het zich in de komende tijd gaat ontwikkelen, weet ik niet. Maar linksom of rechtsom, het ziet er toch naar uit, dat ik het, wat het Cafe "het huis van Egmond" betreft, in de toekomst met de herinnering zal moeten doen.

Gelukkig is er ook goed nieuws. Wadway met cafe de Vriendschap en het theaterkerkje zijn er nog steeds en ook met de lammetjes zit het wel goed, En voor mijzelf? Ach, zolang het kan, zal ik ook zeker nog op deze weg te vinden zijn, want heus, niets is rustgevender dan met een goed muziekje op, door de mooie omgeving te rijden, waar voor mij zoveel herinneringen liggen.

Ps:















Een dag later kreeg ik een reactie van Mendy, zoals te zien is op bovenstaande screenprint. Werd ik nog nog een beetje op het verkeerde been gezet, door een oude facebook pagina, vond zij meteen de juiste site. Wat ik al vermoedde, klopte helaas. Het "Huis van Egmond" is definitief verleden tijd en in het het gerestaureerde "cafe-gebouw" komen twee starterswoningen. Het enige positieve van het verhaal is, dat er [bijna] niets zal veranderen aan de buitenkant van het gebouw, zodat het aanzicht van de straat zijn oude vertrouwde beeld zal behouden.

Geschreven: 4 en 6 juli 2022
Dagtekening: jaren `80 tot nu

zaterdag 18 juni 2022

Één Luxemburgse cent

Weet u het nog? Het is dit jaar alweer 20 jaar geleden, dat we begin 2002 ineens met euro`s gingen betalen. Jaren was er naar toe geleefd en vele mensen, die het zouden moeten weten, vertelden erover op de tv. En toen, op 1 januari 2002, een superonhandige minister de eerste euro`s uit de muur trok, was het een feit. Onze guldens waren historie en je kon er feitelijk niets meer mee. Ik vond het, in het begin, eigenlijk best interessant. Betalen met zowel Nederlands als buitenlands geld, hier in ons eigen land. Al snel kwam er een nieuwe verzamelwoede opzetten, om van alle betrokken landen, waar met euro`s werd betaald, de munten te gaan sparen en ik deed braaf mee. Om ons spaarders te helpen, verkocht bijna elke supermarkt een boekje met plastic hoesjes en wat info, waarin de munten per land konden worden ingestopt.

Sommige spaarders maakte het zichzelf nog een beetje lastiger door alleen munten te verzamelen vanuit het beginjaar 2002, maar ik was niet zo selectief en wilde alleen graag zien hoe ze eruit zagen. Of er nou 2002 of een volgend jaar op de munt stond, dat vond ik minder interessant. Sterker nog ik was eigenlijk al te lang bezig, toen ik van deze speciale manier van sparen hoorde en was het te laat om er alsnog mee te beginnen. Ik had al teveel munten en voor en deel opnieuw beginnen, dat zag ik niet zitten. Ik wilde eigenlijk maar een ding. De verzameling compleet krijgen. Dus keek ik iedere keer als ik wisselgeld in mijn handen gedrukt kreeg, uit welk land de munten afkomstig waren. Nederlandse munten had ik snel, want daarvoor verbrak ik het cadeautje van de Nederlandse regering, die alle Nederlanders een setje had gestuurd, maar ook de Franse, Duitse en Belgische hoesjes in het boek waren redelijk snel gevuld. Na de zomervakantie waren Italie, Spanje en Portugal ook wel binnen. De rest werd moeilijker. Finland en Malta kreeg ik via kennissen en vooral dat eerste land was bijzonder, want daar was de 1 en 2 cent, die ik erbij kreeg, al heel snel afgeschaft.

Uiteindelijk ging ik ver om mijn verzameling compleet te krijgen. Een doorn in mijn oog was het lege hoesje van de 1-cent van Luxemburg. Hoe ik ook mijn best deed, het lukte me niet om dit kleine muntje in mijn verzameling te krijgen. Daar intussen ook in Nederland de 1 [en 2] cent steeds minder werd gebruikt, was de kans dat ik die Luxemburgse cent ooit nog in handen zou krijgen via de boodschappen, bijna nihil. Eigenlijk was er, als ik hem perse wilde hebben, [en dat wilde ik] maar één oplossing. Op een dag zelf in de auto stappen, naar Luxemburg rijden, daar een boodschap doen en zorgen dat ik een cent in handen kreeg en weer terug naar huis.

Iedereen lag natuurlijk in een deuk over dat plan, maar ik zette door. Op 8 augustus 2006 ben ik samen met dochter Ingrid, via Vaals, Malmedy, Houffalize, Bastenaken naar het grote Knauff winkelcentrum in Pommerloch [net over de grens bij Bastenaken] Luxemburg in gereden.


Wat ik gekocht heb voor het verkrijgen van die ene cent, weet ik niet meer, maar na te hebben getankt [toen ook al lekker goedkoop en nodig] zijn we met een klein omweggetje weer bijna dezelfde weg terug gegaan. Alleen hebben we, om de trip toch nog een klein beetje toeristisch te maken, een bliksembezoekje aan het schattige plaatsje Esch-sur-Sûre gemaakt.




Toch kwamen we "terug naar huis", nog voor een onaangename verrassing te staan. Bij Malmedy kwam een dame uit een zijweg, die mij niet zag. Ik probeerde haar nog te ontwijken, maar ik kon niet voorkomen dat ze me raakte. Gelukkig was zij volledig overtuigd van haar schuld en de hele affaire is later via haar verzekering, zonder problemen weer goed gekome n. Alleen was een schadeformulier invullen in het frans was wel even een dingetje en kwam ik, die avond, na de ruim 900 km lange rit, met een behoorlijk zielige achterkant thuis. En dat allemaal voor die ene cent!


Uiteindelijk was de verzameling voor die tijd compleet en is het boekje in de kast beland. De eurozone ontwikkelde door en er zijn intussen heel veel landen bijgekomen. Of er ook landen zijn bijgekomen, waar men met euro`s is gaan betalen, weet ik niet. Ik heb het sindsdien niet meer gevolgd en en het boekje staat in de kast.

Tegenwoordig is het allemaal heel anders. Contant geld is bijna een vies woord en wisselgeld krijg je nauwelijks meer in je hand. Ook ik doe daar aan mee. Contactloos pinnen is de leus. Na jaren met mijn pinpas te hebben betaald, ga ik nu over op een nieuwe uitdaging, tw. betalen met mijn mobiel. Meestal lukt het, maar voor alle zekerheid heb ik mijn pinpas nog veilig in de buurt. Ik kan me niet heugen dat ik iets contant heb betaald en mijn kleine bedrag aan euromunten, dat standaard in de auto ligt, is alleen nog maar goed voor een hele kleine aankoop aan bij een verkoopstalletje langs de weg of een parkeermeter die de hedendaagse ontwikkeling heeft gemist.

Dat ik voor één 1-cents euromunt helemaal op een dag naar Luxemburg heen en weer heb willen rijden, heb ik tot op de dag van vandaag, nog heel vaak moeten horen en dat gaat dan altijd gepaard met hartelijk gelach. En ja, waarom ook niet, ik heb er net zoveel lol over, want waar het om ging, die ene Luxemburgse cent, daar had ik toch maar mooi mijn verzameling mee compleet gemaakt.



Geschreven: 17 juni 2022
Dagtekening: 8 augustus 2006

woensdag 15 juni 2022

N241-Een hazenstunt [A.C. de Graafweg]


Heerlijk, ik was weer even een ritje maken en ik prijs het feit, dat ik dat ondanks de torenhoge benzine prijzen dit nog steeds kan doen. Ik had een boodschapje bedacht in Medemblik en reed met een boogje weer naar huis. Mijn doel was de A.C de Graafweg, omdat ik zo af en toe wel even wil zien, hoe het met de werkzaamheden gaat. Ook pikte ik nog even de twee nieuwe rotondes mee op de N239, waarvan de laatste [bij Aartswoud] afgelopen weekend pas was afgekomen.

Om op de A.C. de Graafweg, de frusterende maximum snelheid van 50 km per uur nog een beetje in de voet te houden, stelde ik de cruisecontrol in en tufte ik met een snelheidje van 50/60 vanaf de rotonde van de Verlaat, richting Wognum. Bij de beide stoplichten van Opmeer en Spanbroek stond ik vooraan en ik genoot een beetje gemeen van de enorme sliert die achter me hing toen ik met dat frusterende sukkeldrafje verder reed.

Ineens kwam er een haas van rechts uit de berm. Hij/zij rende voor mijn auto langs en terwijl ik in de remmen ging, besloot het beest, halverweg de linkerweghelft te stoppen, om daarna zo`n vijf meter links voor mij, op de "verkeerde weghelft" met mij mee te rennen. Het was een koddig gezicht, maar uiteraard levensgevaarlijk. Zijn kontje ging razendsnel bij iedere hups op een neer. Ik bleef er met dezelfde snelheid schuin achter rijden en hield mij hart vast, want hoewel er op dat moment geen tegenverkeer was, kon dat natuurlijk heel snel komen.

Toen zag ik ineens een onvermijdelijke tegenligger aankomen. Gelukkig was de chauffeur van de grote vrachtwagen, bij de les en zag mijn paniekerig en onophoudelijk seinen. Vlak voor de vrachtwagen, was het de haas zelf, die een levensreddend besluit nam. Waarschijnlijk toch bang geworden van het bakbeest dat hem naderde, sloeg hij af naar rechts, en weer voor mij langs, schoot hij de berm in. Toen de vrachtwagen mij passeerde, zag ik de chauffeur met een big smile zwaaien en ik ben er van overtuigd, dat wij beiden hetzelfde gevoel hadden een goede daad te hebben verricht.

Verder rijdend, en blij dat het platrijden van een haas vlak voor mijn ogen, me bespaard was gebleven, schoot me maar één ding te binnen. Nl.: "Oh wat jammer, dat ik geen foto of filmpje heb kunnen maken".




Geschreven: 15 juni 2022
Dagtekening: 15 juni 2022

zondag 12 juni 2022

Songteksten

Gisteren zaten dochter Ingrid en ik in de auto te kletsen over muziek. Ingrid is op het moment helemaal weg van Anggun, een franse zangeres van Indonisische komaf, die enkele nummers heeft ingezongen bij Enigma. Ik moest er eigenlijk wel om lachen, dat zij zo onder de indruk is van teksten in het frans, want dit is vanaf de komst van popmuziek begin jaren `60, volkomen genegeerd. Sterker nog, ik kreeg persoonlijk het gevoel dat je met een liefde voor franse chansons, de laatste 50 jaar niet serieus genomen werd, totdat er sinds kort 2 prominente BN`ers er zich mee gingen bemoeien. 

.Maar Anggun en Enigma, dat is wel andere koek. De enige aanleiding waarom ik over die chansons begon, was, omdat er in beiden,teksten in het frans gezongen worden, want de voor de rest hebben ze werkelijk niets met elkaar te maken.

Ons gesprek ging door en Ingrid zei op een gegeven moment dat ze in één van de nummers, de zin "Je ne dorme plus" zong. Oh zei ik meteen: "Dat betekent -Ik slaap niet meer-". Het kwam er zo automatisch uit, dat ik verbaasd was over mijzelf en bedacht, dat vier jaar "frans" op school, zelfs al is het ruim 60 jaar geleden, zich behoorlijk in mijn hersens heeft genesteld. En helemaal vanwege die "ne....plus" ontkenning in die zin, wat wil zeggen, dat het geen gewone ontkenning is, maar betekent "niet meer". Jeee, en zoiets rolde er bij mij zomaar uit. Bizar!

Maar goed, eens waren er tijden, dat ik helemaal weg was van de franse taal in de muziek. Nu moet ik er wel bijzeggen dat er in die tijd [eind jaren `50-begin `60] niet veel anders was, want, los van een heleboel nederlandstalige en duitse muziek, vulden Gilbert Becaud, Charles Aznavour, Jaques Brel , Edith Piaf en nog velen meer van hun landgenoten, voor een groot deel de ether. En daar was ik dan, in mijn MMS tijd en les in de franse taal. Frans was één van de zes grote hoofdvakken op school en we waren als de dood voor Mevr. Visser, onze franse lerares en onderdirectrice van de school. Dus deed je wel je best. Alles bijelkaar genomen was ik toen dus druk bezig met die franse chansons.


Daar zat ik dan, gewapend met pen en papier, op de plek waar op de foto mijn opa zit, om te proberen zoveel mogelijk van de tekst te achterhalen. Het werd een oeverloos draaien van de [in het begin] drie kleine grammofoonplaatjes die ik had. Ik weet het nog. Gilbert Becaud met "Et Maintenant", Jaques Brel met "Ne me quitte pas" en Edith Piaf met "Non je ne regrette rien". Later werd mijn smaak wat populairder met o.a. Adamo en Mireille Mattheu. Meestal was ik er alleen mee bezig, maar soms luisterde mijn moeder ook wel eens mee.

Toch lukte dat "songteksten opschrijven" maar deels, want er bleven altijd stukken in zitten die echt niet te verstaan waren, hoe vaak je het ook hoorde en bijna nooit kreeg ik de tekst compleet. Toch vond ik het spelletje blijkbaar leuk, want ook later, toen mijn liefde voor de franse chansons aardig was gesneuveld, moesten engels/amerikaanse songteksten er aan geloven. Dat ging wel iets beter, maar leverde in de praktijk ook niet veel meer op dan halve songteksten en een oeverloos draaien van plaatjes, waar natuurlijk ook niets mis mee was.

Met een glimlacht kijk ik naar het heden. Een liedje? Neem You Tube, Spotify of een andere streamingsdienst. En songteksten? Die zijn er ook te kust en te keur, want het internet staat er vol mee. En als ik dan weer eens heerlijk in de weer ben met mijn grote [gedownloade] verzameling muzieknummers, dan, moet toch altijd nog wel even terugdenken, aan die dagen, dat het krijgen van een songtekst niet zo eenvoudig was, en ik reuze trots was, als ik, na tig keren hetzelfde stuk luisteren, weer een zinnetje uit het liedje begrepen had.

En dan dat bruine kastje, waar mijn vader, achter de glazen ruitjes, de platenspeler had ingebouwd. Op de foto is het allemaal vrij duidelijk te zien. Het was een bijzonderheid voor die tijd. De "pickup", want zo werd de platenspeler bij ons thuis genoemd, was met een serie snoeren verbonden met een knoert van een radio die bovenop het kastje stond. Ik heb heel wat uren in zijn nabijheid doorgebracht, maar als ik de boel eens bekijk met een anno 2022-blik realiseer ik me plotseling, dat de hele constructie, tegenwoordig is te vervangen door een mp3 speler op miniluciferdoosformaat.


Geschreven: 7 juni 2022
Dagtekening: 1958-1962 tot nu

maandag 30 mei 2022

"Bushalte-huisje"



De opzet van het hoofdstuk 'Langs Westfriese wegen" in mijn digidagboek is, dat ik zo af en toe eens zou schrijven over dingen die me opvielen als ik in onze mooie regio rondtoerde.

Bij deze heb ik een voorbeeld, waarvan ik met recht kan zeggen, dat het me pas opviel toen het er niet meer was. Hoewel ook toen eigenlijk nog niet. Dat gebeurde pas toen ik de bovenstaande linker foto in handen kreeg. Toen viel het kwartje. "Huh?", dacht ik, "Waar is dat gebleven?". Ik vond het toen blijkbaar zo apart dat ik er meteen een foto van heb genomen en toch heb ik totaal niet in de gaten gehad dat het na een onbekende tijd weer weg was. Griezelig dat brein van mij, zo onbetrouwbaar als wat!!!

In het centrum van Wervershoof maakte ik op 30 oktober 2005 een foto van dit "bushalte-huisje". Hoewel, ik vind het eigenlijk maar een oneerbiedige naam voor het chique optrekje wat er stond en mijn vraag blijft dus: "Is dit echt zo stilzwijgend verdwenen of heb ik even iets gemist?" Ik twijfel er niet aan dat er een goede reden voor was om het weer weg te halen, maar ik blijft het reuze zonde vinden.

Helaas het nieuwe bushokje is eentje van duizend in een dozijn. Op mijn foto van 2 februari 2022 is hij maar een beetje te zien en dat vind ik meer dan genoeg, want het is en blijft een bedroevend alternatief. Jammer allemaal!!!!!




Geschreven: 29 mei 2022
Dagtekening: 30 oktober 2005-2 februari 2022

zondag 29 mei 2022

Uranus

Een paar dagen geleden, zat ik weer eens wat in mijn digitale fotofile te rommelen, waardoor ik ineens een foto tegenkwam, die mijn aandacht trok. In één klap was ik terug in 1964, en wel op de dag [19 december 1964] dat ik voor het eerst met mijn ouders in een vliegtuig stapte.

Maar voordat ik de lucht in ging, zal ik even vertellen hoe dat zo kwam. Ik woonde in 1964 nog bij mijn ouders en twee huizen verderop woonde een piloot van de KLM en vriend van mijn ouders, die ons had uitgenodigd om met hem mee te gaan, terwijl hij een korte vlucht moest maken met een, voor hem, nieuw vliegtuig. Bij hoge uitzondering had hij het voor elkaar gekregen dat enkele vrienden van hem mee mochten op die vlucht.



We arriveerden per KLM bus bij het vliegtuig, Uranus genaamd, en lopende via het platform, stapten we in. Dat is allemaal te zien op een foto, maar hoe we in de KLM bus kwamen en wat er daarvoor gebeurde, weet ik niet meer. In ieder geval, schoot ik, al schrijvende, in de lach, toen ik dacht aan die chaotische taferelen van schiphol die ik de avond ervoor op de tv had gezien. Zo zal het zeker niet zijn gegaan. Inchecken? Nee, ik denk het niet en ook een paspoortcontrole was niet nodig, want we zouden niet veel verder komen dan Amstelveen, Aalsmeer en een heel klein stukje boven Amsterdam. Het was dus maar een korte vlucht van een half uurtje of zo, maar het was meer dan genoeg om even helemaal te voelen hoe het was om in een vliegtuig te zijn en van het uitzicht te genieten. En dat we in de buurt bleven was eigenlijk wel zo leuk, want het werd een ware sport om zoveel mogelijk plekjes ter herkennen. Slechts één keertje maar, waren we boven [het uiterste randje van] Amsterdam. Ik zag de binnenstad ver voor mij, maar maakte daar wel de foto die, tijdens dat gerommel op die avond, mijn aandacht trok.


Het is helaas een nogal onscherp plaatje van een heel klein stukje Amsterdam West. Een deels kale zandvlakte met torenflats in opbouw, om toen maar zoveel mogelijk mensen, zo snel mogelijk van een woning te kunnen voorzien. Bovenaan de foto zie je nog net de Sloterplas. Gelukkig maar, want anders had ik nooit kunnen weten welk stukje stad ik op de foto had gezet. Hoe anders is het er nu. Ongelofelijk gewoon.


Op een andere foto herken ik de contouren van de A4. Even googelen leert me dat 1 rijbaan hiervan begin 1961 werd geopend. Dus die was op dat moment dat ik er boven hing al gedeeltelijk in gebruik. Dat is op de foto helaas niet te zien, maar wel kan ik daardoor ook deze foto een beetje plaatsen. Veel te snel was het natuurlijk weer voorbij, maar het bleef voor mij een bijzondere vlucht. Ten eerste was het mijn luchtdoop en de manier waarop dat gebeurde was ook heel apart.

In de jaren `90 hebben Karel en ik nog een paar vakantievluchten gemaakt naar Engeland, maar tot lange vluchten is het nooit meer gekomen, zodat ik tot slot [in de taal van 2022] met trots kan zeggen dat het met de grootte van onze "CO2 voetafdruk" best wel meevalt.




Geschreven: 29 mei 2022
Dagtekening: 19 december 1964

donderdag 31 maart 2022

Een bijzondere ontmoeting

 Op 27 2022 maart postte ik deze foto en tekst op mijn tijdlijn van fb. Ik bewaar deze posts wel, maar ik vond dit eigenlijk een te leuk voorval om het wat uitgebreider, ook hier in mijn digidagboek te zetten.

"Toen ik gisterenmorgen omstreeks half 10 naar de auto liep trof ik deze jongen midden op straat aan. Allereerst maakte ik natuurlijk een foto en bedacht dat ik nog nooit een kikker [of pad?] van zo dichtbij had gezien,. Maar ook, dat het zonneklaar was, dat als hij daar bleef zitten, hij binnen de kortste keren plat zou worden gereden. Met zachte duwtjes dirigeerde ik hem naar de stoeprand, wat ook nog eens een onoverkomelijk obstakel bleek te zijn. Beetpakken vond ik toch een beetje eng, dus heb ik hem met een omweg, langs de rollator helling, de stoep op geleid. Een metertje of vijf verder, op het pad richting sloot, heb ik hem gedag gezegd. {Ps. ik spreek in het stukje over "hem", maar het had natuurlijk net zo goed een vrouwtje kunnen zijn. Haha.] "


Tot zover fb.

Zoals ik al schreef, zat het beest midden op de weg. Het was best een gekke gewaarwording, want ik had in eerste instantie helemaal niet door wat het was. Het leek op een afgewaaid blad, maar toen ik eenmaal doorhad wat het was en zijn grote heldere kraalogen heen en weer zag gaan, was mijn eerste reactie, dat hij van de straat af moest. Ik zag de platgereden kikker al voor me.

Maar sinds de "smartphonetijd" is er bij mij een aparte "klik" bijgekomen. Ik krijg soms de inval om in een bijzondere situatie eerst een foto te nemen en dan pas te handelen. Meestal bedenk ik dat pas achteraf, maar die ochtend kwam die inval op tijd. Ik haalde de telefoon uit mijn zak, boog me over over het beestje heen en tot mijn stomme verbazing bleef hij, terwijl ik met mijn voeten, maar 30 cm van hem af stond, rustig zitten.

Na de foto heb ik hem, heel voorzichtig met mijn voet een duwtje gegeven en toen hopste hij, zo karakteristiek en mooi, met die achterpoten gestrekt naar achteren, weg. Hem mankeerde dus niets. Ik leidde hem naar de stoeprand, waar hij, net als op straat, doodstil voor bleef zitten. Van kikkerstandpunt uit ook wel logisch ook, want die stoeprand was nog hoger dan hijzelf. Na een duwtje van mij probeerde hij nog wel omhoog te springen, maar helaas, het was en bleef een onoverkomelijk obstakel. Wat nu?. Beetpakken [zoals ik al schreef op fb] vond ik een beetje eng en keek om mij heen. Stilletjes begon ik inwendig een beetje te lachen, want de oplossing lag letterlijk op straat. In onze seniorenbuurt was de gemeente zo vriendelijk geweest, opritjes te maken, voor rollators en ander rollend materieel en hoewel die vast niet bedoeld waren voor hopsende kikkers, kwamen ze nu wel goed van pas. Het was een stukje om, maar uiteindelijk belandde de kikker op de stoep, waar ik hem, uit tijdnood, alleen nog maar een paar metertjes richting sloot heb geduwd, in de hoop dat het allemaal wel goed zou komen. Misschien een beetje slordig, maar ik troostte me met de gedachte, dat hij in ieder geval van de weg af was. En dat was het belangrijkste!

maandag 7 februari 2022

Hoogwoud, Oosterboekelweg

Fb-post 7 februari 2022:

Van 1998 tot 2016 woonde ik in Opperdoes en reed ik regelmatig via de Oosterboekelweg naar Hoogwoud. Vele jaren terug al, zag ik dit fenomeen voor het eerst. Het staat langs de kant van weg tussen Lambertschaag en Weere en vanaf de eerste keer dat ik het zag, sloeg mijn fantasie op hol. Waarvoor is dit? Om duivels te verjagen? Onheil af te weren? Roept het mystieke krachten op om iemand van de drank af te helpen?  Is het een kunstwerk? Of is het simpelweg het werk van een grappenmaker, die een big smile op mijn gezicht laat komen. Heel leuk dat laatste, maar ik ga er toch eigenlijk vanuit, dat ze er met een bedoeling staan. Ik zeg bewust "ze", want ik weet er nog eentje te staan, langs één van de polderweggetjes in de buurt van Hoogwoud.  Altijd nam ik me voor er eens een foto van te maken, maar het kwam er nooit van. Tot vanmiddag. Wie kan me er iets over vertellen?



zondag 30 januari 2022

Roodekercke

Gisteren ben ik samen met dochter Suzanne naar de Maxis geweest. Het is eigenlijk wel bizar, maar dit is anno 2022 voor mij een uitje. Dat klinkt een beetje negatief, maar niets is minder waar. Ik ben juist blij, dat ik dit allemaal nog kan doen. Toen we weggingen was het al schitterend mooi weer, en na een kleine "weerdip" in de buurt van Amsterdam, bleef het zo mooi.

Na een bezoekje aan de Action [voor mij het eerste winkelbezoek aan een niet essentiele winkel, sinds maanden] dacht ik toch maar, weer eens mijn oude, vertrouwde principe van "Nooit Dezelfde Weg Terug Rijden", toe te passen. Zodoende nam ik de weg richting Muiden. Oeps, dat was wel even goed op de borden letten, want mijn wegenkennis werd daar, danig op de proef gesteld. Het is allemaal zo veranderd, dat het leek, dat ik, mede door de die uitbundige, maar oh zo irritante laagstaande zon, weer op de A1 zou belanden. Gelukkig, kwam het goed en toen ik uiteindelijk Muiden binnenreed, herkende ik de situatie weer. En hoe! In het smalle straatje zat [het zal niet], een vrachtwagen vast en toen ik uiteindelijk op de brug reed, had ik net even tijd om een steelse blik op het Muiderslot te werpen. Haha, niets nieuws onder de [nog steeds laagstande] zon. Het is en blijft een voorspelbare bottle-neck daar midden in Muiden, waar ik [waarschijnlijk als enige] lol in heb. Vlak na de brug ben ik rechtaf gegaan om nog een klein stukje van het prachtige Muiden te genieten en met een smalle bocht naar links reden we het plaatsje uit.

 Ver voor Muiderberg werd de skyline al verpest door de grote grote woontorens van Almere Poort. Ik zal me onthouden van veel commentaar hierop, maar me beperken, tot de uitspraak dat ik het er vroeger wel eens mooier heb gezien. In het plaatsje zelf was gelukkig weinig veranderd. Het was er rustig en met een slakkegangetje van 30 reden we over de Brink. Helemaal zoals het was. Meteen beginnen er allemaal herinneringen boven te drijven. Zowel in 1960 als in 1961 was ik hier met een jeugdgroep van de kerk. De plek waar we kwamen weet ik nog goed en we verbleven in een huis, genaamd Roodekercke, wat diep in het bos lag. In mijn herinnering was dat een prachtig houten gebouw, met grote ramen en van die houten luiken, met daarop rode driehoeken. In de afgelopen jaren ben ik meerdere malen in Muiderberg geweest en altijd reed ik er even langs, hopende, dat ik nog iets van dat gebouw zou kunnen terugvinden. Dat lukte nooit. Nu was ik er dus weer. Dit keer was Suzanne erbij. Met twee ogen meer en het feit dat zij als passagier wat meer vrijheid had om, om zich heen te kijken, lukte het wel. Zij zag dat er tussen de totaal verwilderde bomen, in het bos aan de Flevolaan, nog een huisje stond.

Daar wilde ik meer van weten. Ik reed er nog een keertje heen, parkeerde de auto en liep naar een hek dat toegang gaf tot dit bos. En ja hoor, Suzanne had het goed gezien, daar stond het huis van mijn herinnering. Zonder luiken met rode driehoeken helaas, maar zelfs met het kleine stukje van het gebouw, dat ik door de bomen kon zien, wist ik het zeker. Na nog eens goed kijken, zag ik, een dat het huis een naam had. Het bordje was, tussen de bomen door, maar gedeeltelijk te zien en het was ook niet te lezen wat erop stond. Ik pakte mijn telefoon en hoopte, dat ik met de zoomfunctie van de camera iets meer te kunnen zien. Dat lukte perfect en zag ik genoeg om direct door te hebben, dat ik gelijk had.


Na een schitterende rit door de polder, waarbij ik een hele mooi weg vond, dwars door de natuur en een bezoekje aan de ingang en "vogelpoortje" het bezoekerscentrum van de Oostvaardersplassen, kwamen we weer thuis.

De volgende dag zat dat bezoekje aan Muiderberg nog steeds in mijn hoofd en ik zat me af te vragen op welke manier we toentertijd naar Muiderberg waren gereisd. Bus? Nou nee, dat dacht ik niet. Ineens schoot in mijn gedachte dat we daar wel eens per fiets heen zouden zijn gegaan. Ik wilde er het zekere van weten en dook in mijn foto`s. Die vond ik snel en ook het antwoord op die transportvraag. Er is een foto van onze groep, waarbij wel allemaal de fiets bij ons hebben, dus dat was duidelijk.

Verder ontdekte ik tussen die foto`s nog een heel duidelijke opname van het gebouw. Het is overduidelijk dat grote ramen en die luiken met zijn rode driehoeken alleen in mijn fantasie aanwezig waren, want mijn eigen foto uit die tijd, is het keiharde bewijs, dat die er nooit zijn geweest. Jammer, maar helaas, dat is dus echt een idyllische illusie armer.


Via Google en de "Encyclopedie van Muiderberg" ontdekte ik, dat het hele complex van Roodekercke, in die jaren, dat ik er kwam, in beheer was van de Kerkvoogdij, die het in in beheer gaf aan de Hervormde Jeugdraad Amsterdam. Het bos werd gebruikt voor kamperen, zomerkampen, conferenties, ed. Wat wij er precies hebben gedaan weet ik niet meer, Het enige wat ik kan achterhalen is, dat ik bij de foto`s "basketballen" en een "speurtocht" heb vermeld. Alle activiteiten hebben waarschijnlijk weinig indruk gemaakt, want ik weet er niets meer van.




Maar hoe zat het nou eigenlijk precies met die kerk? Welnu....Mijn ouders waren waren lid van de Nederlands Hervormde Kerk waardoor wij kinderen, mijn broer en ik, ook werden gedoopt. Wonende in de Watergraafsmeer in Amsterdam, werd ik door mijn ouders, ik schat eind jaren 50 tot begin jaren 60 naar "de jeugdkapel" gestuurd. Dit was een kerkdienst voor de oudere jeugd, die gelijk met de normale zondagmorgendiensten werd gehouden. Op welke locatie dat gebeurde, weet ik niet precies meer, maar ik vermoed dat het in de Emmakerk, aan de Middenweg in Amsterdam, is geweest. Daar gingen mijn ouders normaliter ook naar de kerk. Ik vond het vreselijk, om daar ieder zondag heen te gaan. Vooral toen het kerkbezoek van mijn ouders behoorlijk tanende was, en ik nog steeds iedere zondagmorgen naar die jeugdkerk werd gestuurd. Ik vond het allesbehalve eerlijk, maar ik had geen keus en behalve wat mopperen, deed ik maar wat er van me werd gevraagd. Ik had echter wel een andere mening, die ik dus angstvallig voor me hield. Ik zag het zo, dat mijn ouders lekker in bed bleven, en ik [voor dag en dauw] mijn bed uit moest om naar de kerk te gaan. Hoe het uiteindelijk gestopt is weet ik niet meer, maar Muiderberg, zal mijn verdere leven lang verbonden blijven met die weekenden op Roodekercke en het "onrecht" wat me toen was aangedaan.

Met dank aan de Encyclopedie Muiderberg, waarin ik veel interessante gegevens over Roodekercke vond.  https://www.encyclopediemuiderberg.nl/glossary/roodekercke/


Geschreven: 29 en 30 januari 2022
Dagtekening: jaren 50-60 en 28 januari 2022


woensdag 12 januari 2022

Tringgg.........

Vanmorgen om kwart over negen zegt Karel ineens tegen mij: De telefoon ging vanmorgen wel vijf keer over", waarmee hij, in bedekte termen, dus meteen zegt; Je hebt hem niet gehoord". Dat kan kloppen, want ik leg dat ding, als er geen ernstige reden voor is, bewust niet naast mijn bed. Hij hoorde hem dus wel en voelde zich geroepen mij daarvan op de hoogte te stellen. Ik was er niet blij mee en had het ook nog niet gezien, want mijn mobiel vind het blijkbaar nog steeds niet nodig, om de melding van een gemiste oproep boven het vergrendelingsscherm te produceren. Als ik hem nu verder open, zie ik inderdaad de melding van een gemiste oproep met 06 nummer, dat ik niet herken. Mijn reactie, is natuurlijk irritatie en een hele serie vragen. Punt 1, iemand die mij kent, belt niet zo vroeg of het moet wel heel belangrijk zijn, ten tweede, waarom is er dan, geen bericht achtergelaten in de voicemail en ten derde, hoe kom ik er in vredesnaam achter wie dat is geweest, want het laat me niet zo een-twee-drie los. Ik doe het enige wat ik nu kan doen en check de 06 nummers van mijn dochters en eventuele anderen, die op dat moment hadden kunnen bellen. Die waren het niet en ik besluit het hele geval maar uit mijn hoofd te zetten. Als die bewuste beller geen gebruik wil maken van de moderne techniek en andere mogelijkheden, die er tegenwoordig zijn, om zijn verhaal te doen, is dat zijn/haar probleem.

Karel die me hiermee wil helpen, vraagt, welk nummer het is. De arme schat weet nog steeds niet, dat de [vaste] telefoonnummers die hij zo feilloos in zijn geheugen heeft zitten, voor het grootste deel niet meer bestaan en ik vraag me af, in hoeverre hij van het hele telefoongebeuren van de laatste jaren nog iets begrijpt. Ach, het is lief, maar het schiet natuurlijk niet op.

Al met al begin ik er nu over na te denken. Hoe anders is het de laatste jaren geworden. Net toevallig gisteren zag ik een berichtje in de krant dat Steve Jobs, precies 15 jaar geleden, de eerste iphone introduceerde. Pas 15 jaar terug, onvoorstelbaar en hoe kort eigenlijk nog. De vaste telefoon is helemaal op zijn retour. Wie weet nog van die dikke boeken, waarin iedereen`s nummer te vinden was. Het bestaat alleen nog maar digitaal en je moet hemel en aarde bewegen om een nummer te zien. Sterker nog, ik krijg de indruk dat de zaak is omgedraaid. Wilde je vroeger je telefoonnummer aan zoveel mogelijk contacten kwijt, tegenwoordig ben je heel voorzichtig, en kijk je wel degelijk uit aan wie je je 06-nummer geeft. Zelfs bedrijven doen er aan mee. Bij veel websites is het zoeken om [wel of niet] een telefoonnummer te vinden.

Intussen is het al een uurtje of 11 geworden en mijn mobiel en mijn mobiel is nog steeds akelig stil. Dus zo belangrijk is dat telefoontje blijkbaar niet geweest, want dan had ik allang iets gehoord. Bij deze gooi ik het maar weg uit mijn hoofd en ga over tot de orde van de dag.


Geschreven: 12 januari 2022
Dagtekening: 12 januari 2022

donderdag 6 januari 2022

Afspraak

Hoe simpel is het leven soms. Hoewel.......ik er af en toe wel eens mijn vraagtekens bij zet of het niet allemaal een beetje al te gemakkelijk gaat.

Neem nou het volgende gevalletje. In mijn mailbox zit een berichtje van de tandarts. Als onderwerp lees ik "Het is weer tijd voor een periodieke controle". Ik bedenk me meteen, dat dit geen slimme keuze is voor een onderwerp, want dan weet ik meteen waar het over gaat en ben ik geneigd, de rest van de mail, de mail te laten.



Toch maar even doorlezend, ontdek ik, dat er, met blauwe letters "Maak afspraak" in staat. Hee, dat is volgens mij nieuw, zou ik dat dan meteen kunnen doen? Meestal nam ik wel even om zo`n ongewenst moment uit te stellen, door een paar dagen later de telefoon te pakken of nog langzamer, er even langs te gaan. Dat kon gelukkig nog steeds, maar toch werd ik nieuwsgierig en klikte de link [want dat was het, dat had ik intussen wel begrepen] aan. In no time werkte ik een kleine lijst met persoonsgegevens door en zat ik in de afspraken-agenda van de tandarts. Oei, dat was vreemd. Dit werkte alshetware andersom. Ik moest nu zelf actie ondernemen en niet zoals vroeger afwachten, welke datum de receptioniste me voorstelde. Een beetje verbluft, maakte ik uiteindelijk een afspraak.

Achteraf bedenk ik me ineens, dat het helemaal niet zo bijzonder was. Ik had het eigenlijk al veel vaker gedaan. Een afspraak voor bloedprikken, de boosterprik, en nu ook de tandarts, allemaal afspraken, die ik maakte, op de bank met mijn voeten op tafel en de laptop op mijn knieën. Toch, hoe eenvoudig dat het ook klinkt, zo simpel was het natuurlijk niet. Je moet eerst wel weten hoe het allemaal werkt en om daar achter te komen is verre van simpel. Soms gaan er uren van gemopper [zacht uitgedrukt] en uitproberen aan vooraf en is het een grote overwinning als het uiteindelijk lukt. Vaak doe ik dat alleen, maar ook wel in een samenwerking met mijn kinderen. In dat laatste geval is dan een "Wat de een niet weet, weet de ander wel weer" en het moet wel heel raar lopen, als we er dan met z`n allen niet uit komen.

Oh....en om nog even terug te komen op die tandarts afspraak. Natuurlijk,zat de bevestigingsmail, bijna nog voordat ik klaar was in de mailbox. En....zo hoort het ook.


Geschreven: 6 januari 2022
Dagtekening: 6 januari 2022

dinsdag 21 december 2021

Hoorn in kerstsfeer

Ik zat vanmorgen in de kamer, even niet wetende wat ik zou gaan doen. Ik verging van de pijn in mijn rug en veel meer dan op bank hangen kon ik niet. Zodra ik maar even probeerde overeind te komen was het foute boel. Uit pure verveling strompelde ik naar de auto en ging een stukje rijden, hopende dat mijn humeur ietsjes zou opklaren. En wie denkt, dat ik dat niet veilig kon rijden, kan ik verzekeren, dat, zolang ik in de auto bleef zitten, het prima ging. want het was per slot van rekening mijn rug die dwars lag en niet mijn benen.



Allereerst reed ik even langs molen de Ceres. Nu de wieken er ook weer opzitten, is hij helemaal genezen van de verschrikkelijke brand, nu bijna twee jaar terug. Het oude vertrouwde beeld, van de molen, dat wij 50 jaar terug als één van de eerste dingen zagen toen we in Bovenkarspel arriveerden, is weer helemaal terug. Een topprestatie van bouwers, gulle gevers en heel veel vrijwilligers, die zo snel de molen weer naar zijn oude glorie hebben teruggebracht.











Ik sukkelde via Venhuizen en Hem naar Hoorn en al rijdende schoot me te binnen dat het er in de binnenstad van Hoorn wel een beetje vreemd zou uitzien, nou de lockdown weer in volle hevigheid was losgebarsten. Ik reed via de Willemsweg de stad in; ging na de brug rechts, om via het Gerritsland op het Kerkplein te belanden. Het was bizar en deed me denken aan de ritten die ik april/mei 2020 maakte. Alweer een bijna uitgestorven stad met stille straten en gesloten winkels! De kerstsfeer was ver te zoeken en de versiering hing er een beetje verloren bij. Hoe anders zou het moeten zijn, zo`n vijf dagen voor kerst. De enige plek, waar ik nog wat mensen bij elkaar zag, was bij de Hema, waar ze in de deuropening een grote balie hadden opgesteld. Ik verondersteld, dat zij daar, hun welbekende rookworsten en andere levensmiddelen aan het verkopen waren, iets, wat nog wel is toegestaan. Het enige wat me verbaasde was het feit, dat er aan de Gedempte Turfhaven, nog zoveel bloemen en planten werden verkocht. Hadden al die winkels ook een verkoopplek gemaakt voor de deur? Ik kon het niet zo goed zien.

Uitendelijk reed ik langs het station en zuidwaarts de A7 op. Mijn plan was om via de N194 en Obdam weer naar huis te rijden. Ik was net de A7 af toen ik ineens besefte, dat ik wel een stukje over die rit door het centrum van Hoorn kon gaan schrijven, maar dat ik dan geen enkele foto had. Oef, wat nu? Ik nam dus een resoluut besluit en ging bij de rotonde, na Avenhorn, rechtsaf Berkhout in en terug naar
Hoorn, om hetzelfde rondje nog eens over te doen.

Het was vanzelfsprekend nog net zo stil als daarvoor en al foto`s makend uit het raam [even uitstappen was met die rug van mij geen optie] , realiseerde ik me, dat die lockdown soms wel zijn voordelen heeft. Ik maakte een heleboel foto`s maar ben de auto niet uitgeweest. Ik zette dat ding gewoon even stil midden op de weg, of schoof even een parkeerplek in. Ruimte zat. Kom daar maar eens om, op een normale maandagmiddag. Dan wordt je binnen de kortste keren van je plek getoeterd.


Voor de foto`s van de Grote en de Klein Noord heb ik de auto, net als vorig jaar, gewoon even midden op de grote oversteekplaats van het Breed, op de alarmlichten, stilgezet, want er zat toch niemand achter me. Voor me trouwens ook niet en een spaarzame voetganger ging lachend om me heen. Op het Kerkplein was hetzelfde verhaal. Nog nooit heb ik het daar zo leeg gezien. Alleen een groepje bouwbusjes nam nog wat plaatsen in.

Het is en blijft bizar; Hoorn 27 april 2020, Amsterdam 4 februari 2021 en nu weer Hoorn 20 december 2021, iedere keer hetzelfde beeld. Ik maakte wat sfeerbepalende plaatjes van de bizarre omstandigheden en vroeg me af: "Hoe vaak nog?". En net als in mijn jaarstukje eindig ik met de hoop , dat de regering de wijsheid heeft, de coronapandemie in te passen in ons dagelijks bestaan, want van één ding ben ik overtuigd. We zullen met corona moeten leren leven, dit gaat helaas nooit meer weg.


Geschreven: 20 en 21 december 2021 
Dagtekening: 20 december 2021