Vanaf 2005 schrijf ik korte stukjes in dit digitale dagboek. Dat kunnen er drie per week zijn, maar soms ook, schrijf ik maanden niet. Waarover ik schrijf, dat kan vanalles zijn. Heel persoonlijke dingen, wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, herinneringen uit mijn jeugd en de tijd dat we met onze kinderen als gezinnetje samenwoonden, vakantie- of dagtripverhaaltjes, maar ook gekke, droevige of gewoon dagelijkse dingen die ik om mij heen registreer en waarover ik het leuk vind iets te schrijven. Op de foto hierboven sta ik, in de zomer van 1987 in de tuin van één van de grote herenhuizen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Daar stond een grote "spiegelbol", waarmee ik mezelf op de gevoelige plaat zette. Een selfie dus van ruim 35 jaar oud en ook van ver voordat dat het woord "selfie" werd uitgevonden. Erg scherp is de foto helaas niet, maar ja, wat kan verwachten van zo`n oude foto, die al heel wat heeft meegemaakt vanaf een opname op een 35 mm fotorolletje tot een computerbestandje in het digitale tijdperk. Toch vind ik hem nog steeds de moeite waard om hem eens in het zonnetje te zetten.

zaterdag 16 juli 2011

Over 11 september 2001

VIER JAAR GELEDEN

Goh, terwijl ik de datum boven dit blogje zetten dacht ik meteen terug aan vier jaar geleden. Toen zat ik samen met mijn moeder [en met ons zeker de halve wereld] met stomme verbazing naar de tv te kijken wat er in New York allemaal gebeurde. Het leek allemaal een science fictionfilm, maar het was helaas de harde realiteit.

Een dag die de wereld veranderde, en ik denk wel voor iedereen. De gevolgen zijn nog steeds voelbaar. Helaas was het niet de laatste aanslag want na New York kwamen Madrid en London en de hele wereld vraagt zich doorlopend af welke plek het volgende slachtoffer zal zijn. Gisteren werd een verscherpte controle in het openbaar vervoer in Amsterdam aangekondigd en daaruit blijkt dat ook hier in Nederland de angst aanwezig is. Ikzelf voel me alleen maar machteloos dat je er als individu alleen niets aan kan veranderen en ik twijfel er niet aan dat er velen zijn die er ook zo over denken.

Jeetje de tekst van dit blogje gaat nu wel een heel andere kant op dan ik van plan was. Ik wilde alleen maar even een fotootje plaatsen van de vorderingen van mijn Schotse meertjes borduurwerk en nu zit ik zwaar te filosoferen over de toenemende dreiging van aanslagen in de wereld. Nou ja het is ook geen wonder want een weldenkend mens kan en mag er niet omheen. Ik ga de foto toch maar plaatsen, want niet doen heeft ook geen zin. Het meertje is geweldig net als het land waar het ligt. Het is er rustig en schitterend en daaruit blijkt maar weer overduidelijk dat het echt alleen maar de mensen zijn die er op deze wereld zo`n enorme rotzooi van hebben gemaakt.
    
                          


Geschreven: Opperdoes, 11 september 2005 
Dagtekening: 11 september 2005 


TIEN JAAR LATER

Toen ik vanmorgen de krant las kwam ik een oproep tegen om een stukje te schrijven vanwege het feit dat het 11 september as. precies 10 jaar geleden is dat de aanslag op het WTC plaatsvond. Zij vragen reacties op het feit hoe het iemands leven beinvoed heeft en/of waar men zich bevond tijdens die verschrikkelijke gebeurtenissen. Hieronder mijn verslagje:

"Voor het wekelijkse bezoekje aan mijn toen 80 jarige moeder reed in 11 september 2001, met mijn echtgenoot van Opperdoes over de A7 richting Amsterdam. Daarna volgde ik de A10 west, de zuidas, en een klein stukje A2 naar Abcoude. Ik ging ongeveer 1 uur van huis, en arriveerde tegen tweeën bij haar bejaardenflatje in het centrum van het dorp. Het was een dag als zovelen, de weg was redelijk rustig op dat tijdstip en niets wees erop dat die middag er één was ik mijn levenlang zou blijven herinneren.

In Abcoude aangekomen kwam mijn moeder met haar gebruikelijke verhalen, maar al snel werd haar gepraat verstoord door het gerinkel van mijn mobiel. Ik kreeg mijn oudste dochter aan de telefoon, die meteen losbrandde "Heb je het al gehoord? Er is een vliegtuig het WTC ingevlogen en het staat nu in brand". Mijn laconieke antwoord zal ik nooit vergeten. "Huh, hoe kan dat nou, ik ben er net nog langs gereden en ik heb helemaal niets gezien".

Wel had ik ondertussen met mijn vrije arm de tv aangezet en toen de beelden verschenen, hoefde ik voor mijn moeder en mijn echtgenoot Ingrids mededeling niet meer te herhalen. De verschrikkelijke waarheid drong direkt tot ons door en enkele minuten later zagen we hoe het tweede vliegtuig zich in het gebouw boorde. Die middag werd een lange middag met z`n drieën voor de tv bij mijn moeder in Abcoude, ontsteld en vol ongeloof over wat er allemaal gebeurde in New York. Op de terugweg reed ik dezelfde weg weer naar huis. Toen ik langs het Amsterdamse WTC reed schoot dat telefoongesprek me weer te binnen en ondanks alle verschrikkingen die ik die middag gezien had, durfde ik een heel klein beetje te glimlachen om mijn eerste reactie op dat herinneringsvolle telefoontje van mijn dochter".

                                            

Geschreven: Opperdoes 16 juli 2011
Dagtekening: 11 september 2011

Donald de buschauffeur

Op een rustige middag in mei worden we opgebeld door Sjanie Ponte van de stoomtram met de vraag of wij voor enkele dagen een logé konden herbergen. Ik frons mijn wenkbrauwen. Een logé? Hoe dan, ik kan hier in dit huis nauwelijks iemand enige privacy aanbieden en dan een wildvreemde? Even doorvragend blijkt dat er naar aanleiding van het zomerattractief waarin een buslijn werd ondehouden naar het stoommachinemuseum, een van de chauffeurs onderdak zocht. Weinig kon Sjanie vermoeden dat dit verzoekje het begin zou worden van een onvergetelijke vriendschap. Ik heb de goede man zelf opgebeld om te zeggen dat ons huis daar niet erg geschikt voor was maar dat we een prima onderdak konden aanbevelen in de vorm van een B&B in Oostwoud. In mijn gedachte probeerde ik mij de persoon aan de telefoon voor te stellen. Hij klonk als een oudere man, die een beetje op afbetaling praatte, net alsof het eerst heel goed moest nadenken voordat hij iets zei.

Intussen was het zomerattractief begonnen en daar mee ook de busdienst met een oldtimer bus van het Noorderbusmuseum uit Winschoten. Natuurlijk ontvingen wij de mensen van het busmuseum met open armen en het was na iedere rit een gezellige boel in het kantoor van de stationschef. Er werd heel was afgekletst, hoewel ik de grootste moeite had om die mensen te verstaan, want dat Groningse taaltje was hoewel natuurlijk wel beschaafd, beslist geen ABN. De tweede week was Donald aan de beurt. Hij kwam een dag eerder om met zijn collega-voorganger mee te rijden en zo de route vast te verkennen. Het was een vriendelijke man, die sprak zoals ik door de telefoon al had ervaren. Hij had een paar kolenschoppen van handen en het bleek dat hij vroeger dominee was geweest. Dat moet een imposant gezicht zijn geweest als hij aan het eind van een dienst zijn handen ophief om de zegen uit te spreken. Hoe hij in de buschauffeurswereld terecht was gekomen, daar ben ik nooit achtergekomen, maar dat is ook iets wat er helemaal niet toe doet en wat me ook helemaal niet aangaat. Zijn vrouw Mieneke was met hem mee gekomen en samen vierden zij een extra vakantie tussen de busritten door. Als hij reed ging ze af en toe met hem mee, soms maakte ze een ritje met de tram, maar meestal verkende ze Westfriesland in haar eentje per fiets en op het laatst kende ze de middenstand van Medemblik waarschijnlijk beter dan ik. En Donald genoot.

 

Hij reed zijn diensten met plezier en ook Karel ging beslist niet met tegenzin met hem mee. Soms was hij in functie als busconducteur maar ook buiten die functie kon Donald hem als extra passagier goed gebruiken. Hij gaf het zelf ruiterlijk toe dat een route uit je hoofd leren best wel moeilijk was en een geheugensteuntje in de vorm van een lokale bewoner was dan ook zeer welkom. Maar een ding was zeker! Hoewel achteruitrijden zijn sterkste kant niet was, kon hij verder rijden als de beste. De krappe rotondes leverden geen probleem op alleen maar bewonderende blikken van de passagiers. Want er is best wat stuurkennis voor nodig om die lange bus om de rotondes te draaien, zelfs al heb je stuurbekrachtiging. Iedereen die tijdens die weken in Opperdoes dienst deed of gewoon maar even kwam aanwaaien heeft heel veel plezier gehad en ook wij hebben die weken als onvergetelijk ervaren. Na het zomerseizoen vielen wij wel in een heel groot gat en door een bezoekje aan het Noorderbusmuseum in Winschoten en een tweede bezoek aan Donald en Mieneke, waar we onthaald werden op heerlijke soep, hebben wij die winter de contacten levend gehouden.

In 2002 stond Donald vooraan om weer naar Westfriesland te komen. Rico die in Winschoten de mensen organiseerden, had dat jaar, in tegenstelling tot het eerste jaar geen enkele moeite de weken te vullen, want men had aan alle kanten te horen gekregen dat het best leuk was om in Noord Holland een paar dagen te gaan rijden. Camping Arado aan het smalle dijkje in Medemblik werd hun "huiscamping" en de eigenaren stelden zelfs hun huis beschikbaar voor niet-kampeerders als Donald en Mieneke voor onderdak. Donald`s r eputatie was hem al vooruit gegaan. Zelfs bij RTV Noord Holland was men intussen op de hoogte van die Groninger buschauffeur die samen met zijn vrouw hier vakantie kwam houden. "Werken in je vakantie?, dat is toch geen werken want anders zat je je toch maar te vervelen in je stoel" zei Donald in het voor ons historisch geworden filmpje van RTV Noord Holland. Toen dat eenmaal was uitgezonden werd hij bijna een bekende Nederlander. Hij werd herkend en hij genoot. Ook dit tweede jaar draaide hij zijn rondjes om de rotonde met veel verve en een luid "Ho, ho, ho!" en als er eens een automobilist geen voorrang verleende ging dat gepaard met een "gloeiende, gloeiende .....!
Het Westfriese land had een warm plekje in zijn hart veroverd, vertrouwde hij mij toe en hij zou er zelfs wel willen wonen. Mieneke zag ik niet veel. Zij vermaakte zich uitstekend. Ze had het zo druk als wat en ze heeft zelfs nog een dag als vrijwilligster in de winkel van de stoomtram gestaan.

Een hoogtepunt voor hem dat jaar was het ritje op de locomotief. Helemaal in stijl had hij een blauwe overall op de kop getikt en zo heeft Jaap Nieweg hem een dag meegenomen als stoker op de loc. Onder de kolengruis en met zwart gezicht en handen kwam hij na zijn stokerswerk grijnzend van loc.26.

 
Na dit tweede jaar heb ik heb de wat lectuur uitgeleend zodat hij thuis in het verre Harkstede nog eens rustig zijn herinneringen van die zomer op een rijtje kon zetten en wat kon nalezen over het onze regio. Òok die winter hebben we een bezoekje aan Donald en Mieneke gebracht, waarbij ik Donald heb uitgelegd hoe de teletekst op de televisie in zijn werk ging en Mieneke`s soep onveranderlijk lekker was.


Het volgende jaar hoefde ik niet te wachten tot de zomervakantie op een ontmoeting met hen beide. Met de kostuumgroep van Mieneke, kwamen ze mee, om Hemelvaartsdag in Opperdoes te vieren. Donald werd [helaas zonder zijn onafscheidelijke pijp] vereeuwigd door onze "huisknipster" Aartje en ik zie Mieneke nog staan, keurig in kostuum, soep uitdelend aan de mensen in hun groep en later aan ieder die toevallig in de buurt was.

Die zomer was het weer als vanouds. Donald draaide op de vertrouwde manier zijn dienstjes en op het bankje op het perron werd wat afgekletst. Wat me wel opviel was dat Mieneke steeds zorzamer werd voor haar man en ze hem op allerlei manieren in bescherming nam voor zwaardere klussen. Ook een bakkie doen bij ons in de avonduren was eigenlijk teveel gevraagd. Toen ik op een donderdag met haar naar de Schager markt ging vertelde ze me openhartig dat Donald`s gezondheid de laatste tijd behoorlijk achteruit was gegaan. en dat er heel weinig kans was dat hij aan het eind van de zomer door de gezondheidsscontrole zou heenkomen, die hij wegens zijn leeftijd verplicht was te ondergaan om op de bus te blijven rijden. Mijn vermoedens werden in dat gesprek helaas werkelijkheid en hoewel er weinig aan hem te zien was op dat moment, was het bijna zeker zijn laatste jaar hier op de vertrouwde bus. Dit heb ik uiteraard allemaal voor mij gehouden en ik heb diep respect voor hen allebei dat ze met deze wetenschap nog zo`n ongeloofelijke manier hier aanwezig konden zijn. Niemand die kon zien dat Donald na zo`n dag rijden totaal uitgeput was en dat vaak moest opvangen met extra bedrust.


Na die zomer hebben we nog één keer een bezoek gebracht aan Harkstede. Donald was zichtbaar achteruit gegaan, maar nog steeds enthousiast in de weer met allerlei boeken en archiefwerk. Wij hebben die middag als vanouds nog heerlijk gepraat over stoomtram, Westfriesland, bussen en alles waarvan hij zo oeverloos vertellen kon. Dat was het laatste bezoek. Vele telefoongesprekken over en weer volgden, waarin we door Mieneke op de hoogte werden gehouden hoe het met Donald ging. Totdat eind 2004 het droevige bericht ons bereikte dat hij de strijd tegen de kanker heeft moeten opgeven. De avond voor de begrafenis zijn wij nog heen en weer naar Groningen gereden om afscheid te nemen van Donald. Dat was een afscheid van een markante persoonlijkheid en goede vriend.

Geschreven: Opperdoes, 5 mei 2006
Dagtekening: zomer 2002-2004

vrijdag 15 juli 2011

Glibberen

Dat was me even ritje vanmiddag! Daar wil ik wel even iets meer over kwijt. Het verhaal begint op 15 december 2008 toen de weerberichten allemaal sneeuw voorspelden. Zoals gewoonlijk reageer ik daar niet op want de kans dat het in de kop van Noord Holland gaat sneeuwen is vele malen kleiner dan in de rest van Nederland. Waarom is me niet precies duidelijk; het zal de geografische ligging wel zijn, en daar heb ik me de laatste jaren knarsentandend bij neer moeten leggen. Sneeuwpret en ellende alom, maar nooit bij mij en hoewel ik me maar troostte met de gedachte dat ik rustig de weg op kon en geen glijpartijen zou meemaken, was dat niet voldoende om dat katterige gevoel weg te werken. Dus toen er die bewuste dinsdag werd gezegd dat het zou gaan sneeuwen wapende ik me voor de volgende teleurstelling. Nou zeg en dat viel mee deze keer. 

De volgende morgen was het prachtig wit en de volgende dagen werd er zo af en toe nog wat aan toegevoegd. Aan het begin van die volgende week begon het spannend te worden. Overdag dooide het toch wel een beetje en de dagen dat het eigenlijk schitterend weer was, wilde ik, dat de zon maar zo snel mogelijk verdween. De komende dagen bleef de temperatuur onder de +5 graden dus kwam er een klein beetje hoop op een witte kerst. De laatste was volgens de officiele kanalen in 1981 geweest, maar in hoeverre het toen ook in Bovenkarspel wit was weet ik niet meer. Alle weermannen waren er zeker van. Het zou een witte kerst worden en geloof het of niet, ze hadden dit keer gelijk. Kerstmorgen was prachtig wit. Een klein laagje weliswaar, maar het was een echte witte kerst. Tweede kerstdag ging de temperatuur toch wel snel omhoog en de zondag daarna was de sneeuw bij ons bijna verdwenen. Zo bleef het de week tussen kerst en oud en nieuw. Er was nog wel een beetje sneeuw maar dat moest je echt zoeken. Toch waren de berichten "positief". Er zou nog meer sneeuw komen, en op 1 januari zou het vooral in het noordoosten behoorlijk gaan sneeuwen. Gelukkig voor ons woonden we even in het noordoosten en verdween alle vieze sneeuw, die er nog lag onder een nieuwe schone witte laag. Gisterenavond was het helemaal dollen en om half elf `s avonds hebben we nog de nodige foto`s uitgewisseld via msn. Het hield maar niet op. Volgens mij heb ik hier in Nederland, behalve in de winter van 1963, nog nooit zoveel sneeuw gehad. Dus toen ik vanmorgen de kerstboom had opgeruimd begon er iets te kriebelen.
 

 Uiteindelijk hield ik het niet en na de lunch ben ik in de auto gestapt. Op de Kaag was men er met de sneeuwschuiver overheen geweest en de Almerdorperweg was bijna schoon. Er van uitgaand dat het dan in de rest van de omgeving ook wel zo zou zijn, was achteraf gezien een beetje blond. Aan de andere kant, de kop van Noord Holland bestaat niet voor de rest van Nederland, dus berichten over de weg, waren in de media heel schaars. Dus we togen de witte wereld in. Toen ik de Almereweg op reed kreeg ik mijn eerste domper. Die was dus helemaal niet schoon. Dat was een tegenvaller. Nou ja, niet zeuren, en juist, bij de rotonde zag ik dat de grote weg aardig schoon was. In Medemblik ging het wel goed en ik reed over de de Dijkweg richting station. Bij de molen was het druk. Het was trouwens overal druk, veel mensen waren aan het wandelen, maar hier leek het of er iets aan de hand was. Een heleboel mensen stonden er op de dijk en ik reed de polder in om te zien wat er aan de hand was. Toen zag ik het en ja, hee, dat was leuk! Half Medemblik gleed op een sleetje de dijk af.

Ik reed verder langs een dichtgevroren IJsselmeer en een druk bewandeld Nesbos, naar Andijk, om te kijken waar de pizzeria was afgebrand. Het was een trieste hoop puin, die er onder zijn sneeuwlast haast mooi uit. Toch was het een stomme nieuwsgierigheid, want, Andijk inrijden had ik beter niet kunnen doen. De weg was helemaal niet schoongemaakt en het was een hel om die hele dijkweg af te glibberen. Stom natuurlijk, had ik kunnen weten, in Andijk wordt zondags niet gewerkt. Ook niet als het hele dorp is volgesneeuwd. Maar ik had niet verwacht dat ook de grote weg tussen Andijk en Grootebroek een glijbaan was.

Toen ik de Westfrisiaweg overstak, zag ik dat die schoon was, en ook in Stede Broec had men gelukkig de sneeuwschuiver te voorschijn gehaald, hoewel ook daar de wegen absoluut niet schoon waren. Gelukkig kwam Suus even naar mij toe, want ik ben midden op straat blijven staan. Ik durfde niet te parkeren, noch het pad bij haar huis op te rijden, want ik was bang dat ik zou blijven steken. Toch gaf ik niet op en reed via de Streekweg naar Enkhuizen. Uiteindelijk ben ik bij de kerk in Bovenkarspel de Westfrisiaweg opgegaan want ik was het geglibber helemaal zat. Ik kon totaal niet om mij heen kijken, want ik had al mijn ogen nodig om op de weg te blijven. Zo zag ik nog niets van de sneeuw. Hoewel ik eigenlijk van plan was via de grote weg naar huis te gaan kreeg ik vlak voor dat ik, bij het stoplicht van de Drechterlandseweg, naar links zou draaien het idee om toch nog maar even langs Enkhuizen te gaan en dan via de N506, Hoorn en A7 naar huis te rijden. Dat was achteraf gezien een goede greep, want dat dit het mooiste stuk van de reis zou worden, kon ik toen nog niet weten.


Ik had voordat ik de aan het begin van de rit de Almereweg op reed een grote mistvlaag gezien die boven het weiland hing en dat gaf een heel vreemd beeld van de omgeving. Dat was ik intussen al helemaal vergeten, maar toen ik Enkhuizen gepasseerd was kwamen die mistflarden terug. De eerste waar ik als het ware indook was net na de kruising van de weg naar Lelystad en ik zat binnen de kortste keren in een dikke mist. Ik deed meteen mijn voor-mistlampen aan zodat ik iets duidelijker te zien zou zijn, want niet alleen had ik last van die mist, maar gek genoeg ook van de laagstaande zon, die er op de meest onverwachte momenten doorheen scheen. Het was een buitenaardse ervaring zo mooi. Dit bleef zo de hele weg naar Hoorn. Dat het mooi was bleek ook wel aan het gedrag van de medeweggebruikers. Regelmatig kwam ik mensen tegen die op de parkeerplaatsen stonden te fotograferen en ook ik heb natuurlijk fors meegedaan. Je stond daar langs de weg, in je trui, in een schitterende zon omgeven door nevelflarden, terwijl de temperatuur daar, zag ik later, zes graden onder nul was. Dat was het gekke, je voelde de kou helemaal niet. Het was die de hele dag ongeveer 0 tot -1 geweest, maar in die mist snel ging de temperatuur snel zakken. Het dooiwater van het dak bevroor op de zijruit, er hing een hele grote ijspegel aan mijn zijspiegel en mijn voorruit was zowat matglas. Schoonmaken ging ook niet want het sproeiwater bevroor op de ruit en de ruitenwissers waren waardeloos bij zo`n strenge vorst.       

                             

 In Hoorn reden we in de ganzenpas met een gangetje van 40 over de provinciale weg, die aan de rechterkant nog een beetje te berijden was. Keiharde sneeuwplakken lagen op de weg, zodat je het gevoel had of je over de belgische "kasseien" reed. Niks groene golf, want je ging te langzaam, dus was het zaak om zonder hard te remmen voor de stopstreep te belanden. De A7 was hetzelfde verhaal. Was het tot Wognum nog wel een "snel" weg, daarna waren de belgische keitjes weer helemaal terug. Niks schone weg, een wielspoor aan de rechterkant en de linkerbaan alleen voor mensen die het levensmoe zijn.

De afslag was redelijk en de Westerdijk verrassend schoon. Opperdoes lag intussen ook in de dikke mist en terwijl ik de auto om 4.20 uur met een onverwachts moeiteloze draai de parkeerplaats opreed zag ik mijn thermometertje naar -8 dalen. Wat een rit!


Geschreven: Opperdoes, 3 januari 2010
Dagtekening: 15 december 2009 - 3 januari 2010

  





Chippen

Het moet toch allemaal niet gekker worden hoor. Gisteren las ik in de krant dat het technisch al mogelijk was om mensen via hun mobiele telefoon of hun navigatiesystheem te controleren op hun rijsnelheid. De flitspalen en laserpistolen zouden bij het grofvuil gedumpt kunnen worden en de agenten mochten weer boeven gaan vangen. Aan één kant natuurlijk best goed want veiligheid is een heilig goed en het milieu wordt er ook niet slechter van, maar over die doelstellingen heb ik een beetje mijn twijfels. De enorme bedragen die van de boetes binnenkomen zijn mooi meegenomen en er is nu zelfs al ruzie ontstaan tussen regering en gemeentes wie de poet mag opstrijken.

In diezelfde krant stond nog een berichtje. Ze hebben het plan opgevat om bij mensen met de ziekte van Korsakov [een ernstige vorm van dementie] een chip in hun kleding te naaien, zodat ze bij vermissing snel weer te traceren zijn. Een simpele en ingenieuze vondst, maar toch dacht ik al gauw aan de talloze huisdieren bij wie tegenwoordig een chip onder de huid is aangebracht. Veel verschil zit er eigenlijk niet in. Beide worden gechipt zonder dat ze er erg in hebben en ik moet tot mijn spijt toegeven dat het in beide gevallen eigenlijk best goed werkt. Een vorm van controle waar niemand iets op tegen zal hebben, want het is ter bescherming van henzelf.

Deze twee berichtjes op dezelfde dag in de krant vielen mij op omdat ze toch een zekere link met elkaar hebben. In beide gevallen is er een zekere vorm van controle, en ik dacht meteen aan het boek van George Orwell genaamd "1984". In dit boek beschrijft hij een maatschappij waarin iedereen elkaar controleert en dat wordt zo erg dat de hoofdpersoon eraan onderdoor gaat en zich teneinde murw aansluit bij de massa. In 1984 kwamen zijn voorspellingen nog niet uit, maar als het zo doorgaat krijgt hij toch nog een keer gelijk. Er wordt intussen behoorlijk wat afgecontroleerd.

Huisdieren en demente mensen een chip meegeven is nog tot daar aan toe en de automobilisten kunnen hun mobiel nu nog uitzetten en ouderwetse kaarten gebruiken bij het vinden van hun weg. Voorlopig zit er in het verhaal dus nog een grote factor van eigen wil. Men kan voorkomen dat hij of zij wordt gecontroleerd. Dat is goed en het moet ook zo blijven. Ik moet er toch niet aan denken, hoe het anders het zou kunnen gaan in de toekomst. Het simpelste zou zijn om een baby vlak na de geboorte een chip met een sofi-nummer in te planten. Technisch gezien is dit natuurlijk peanuts en dan komt de voorspelling van George Orwell ineens wel heel dicht bij. Ook denk ik niet dat ik, doordat hier te schrijven, iemand op een idee heb gebracht, want daar hebben de desbetreffende figuren vast zelf ook al aan gedacht. Het is nu allemaal al mogelijk, maar ik hoop dat de mensen verstandig genoeg zijn om dit nooit in de praktijk te willen brengen, want dan wordt het een maatschappij die ik echt niet meer hoop mee te maken.

Geschreven: Opperdoes, 29 januari 2006
Dagtekening: 29 januari 2006

Effe weg

De afgelopen drie dagen heb ik iets gedaan wat ik in jaren niet heb gedaan. Omdat vakantie er niet echt in zat deze maand kwam het idee op om maar eens wat dagtochtjes te gaan maken. Dat was weer eens wat anders en zou daarom dus best wel eens leuk kunnen zijn dacht ik zo.

Het Dolfinarium in Harderwijk was het eerst aan de beurt. De laatste keer dat ik daar liep was in 1985. Dus je kan wel nagaan dat het een beetje veranderd was. Het was beredruk en de kinderen zaten overal. Voor je voeten, achterop je hielen, onder je armen en ga zo maar door, dat is allemaal geen spat veranderd gelukkig. De grote show onder de koepel was vanouds super, maar ik keek mijn ogen uit in de grote buitenvijver en vooral het Odiezee cafe was klasse. Daar heb ik ook onderstaande foto gemaakt.


Nog langer geleden is het dat ik in het Openluchtmuseum in Arnhem ben geweest. Dat was in 1979 voor het laatst. Daar ik nogal wat railliefhebbers in mijn omgeving heb, moest ik beslist eens naar dit museum toe, omdat er tegenwoordig een tram door het park rijdt. Wat is dat mooi geworden. Los van het feit dat je op deze manier zonder een behoorlijke dagmars het hele museum rustig kunt bekijken is het materieel wat er rijdt fantastisch.

Dit museum kan zich goed meten met de fantastische buitenmusea die ik in engeland heb gezien en wat mij betreft verdient het zeker het “europeese museum van het jaar 2005” predikaat.

Geschreven: Opperdoes, 25 augustus 2005
Dagtekening: 19 en 23 augustus 2005  

Februari

Februari vind ik de vervelendste maand van het jaar hoor. Je kan niet eens lekker buiten zijn en het weer is om op te schieten. Zou de zon dan nog eens schijnen dan werd ik misschien wel iets minder chagerijnig maar nu is het balen. Mijn trommelvliezen trekken weer eens helemaal naar binnen en het voelt allemaal echt niet lekker.

Ik heb mijn borduurwerk weer tevoorschijn gehaald maar dat ging ook niet goed, want ik kwam er na uren achter dat ik een regeltje te hoog bezig was geweest, dus moest alles er weer uit. Dat schoot dus ook niet op. Weggaan is ook geen optie want ik zou niet weten waar naar toe. Dus heb ik de computer maar weer aangezet. Dat ging wat beter want ik heb op dat ding een vervroegde voorjaarsschoonmaak uitgevoerd. Ik heb mijn grote externe harde schijf maar eens even flink opgeruimd. Alle films die er nog op stonden op DVD gezet en ik hoop dat ik ze goed heb gecontroleerd of ze wel goed ingebrand zijn, want ik heb ze allemaal van de schijf afgegooid en hem teruggebracht van 120 Gb naar 24 Gb. Kan je nagaan wat een troep erop stond. Het roze ronde cirkeltje heeft nu nog maar een klein blauw taartpuntje en dat geeft een goed gevoel. En nu maar hopen dat ik er niet teveel heb afgegooid, maar ach ik was het allemaal zo zat. Dat heb je zo af en toe wel eens. Ik denk dat ik nu mezelf maar eens een enorme trap onder mijn achterste ga geven want dat heb ik echt nodig. Ik heb geloof ik nog zo`n vijftig films liggen die ik nog moet kijken en dan ga ik me afvragen waarom ik dat niet doe. Idioot gewoon, maar dat gebeurt allemaal omdat het februari is.

    

Vorig jaar had ik er helemaal geen last van, want toen had ik het veel te druk. Toen heb ik de hele winter op zolder gezeten om onze dia`s in te scannen en te digitaliseren. Dat was eigenlijk ook geen optie, want ik zag nauwelijks dat het dag werd en voor ik het wist was het weer avond. Maar een voordeel had het wel. Februari was om voordat ik er erg in had. Nou ja het wordt nog even afzien maar dan is het weer Maart en aan het eind van die maand, hoera de lente. Goh ik begin toch wel erg oud te worden als ik daar naar ga verlangen, maar echt ik kan bijna niet wachten. Dan komen de sneeuwklokjes en crocusjes weer de grond uit en kan ik weer eens een leuke fotosessie gaan maken ergens in het land. En hopelijk zie ik de zon dan ook weer eens schijnen.

Geschreven: Opperdoes, 6 februari 2006
Dagtekening 6 februari 2006

Wervershoof [S.Koopmanstraat]

Waarom moest die kat nou juist toen ik langsreed in Wervershoof tussen die auto`s uitkomen. `t Arme beestje had geen schijn van kans. In die anderhalve meter dat ik hem kon zien flitste hij onder de auto en voordat ik aan remmen dacht zat hij er al onder. Hij was kansloos en ik eigenlijk ook. Daar lag ie dan in de goot, langzaam doodbloedend en bijna onder het busje waar hij onder vandaan kwam. De details zal ik iedereen besparen, maar een leuk gezicht was het beslist niet. Hulde aan de man van het bouwbedrijf Ruitenberg, die mij opving en een doek over de kat legde, bij mensen aanbelde en de eigenaresse traceerde, waarna hij haar het nieuws meldde en hielp de kat in een kartonnen doos naar binnen te brengen. Ik moest echt wel even bijkomen en ik kan echt niet uitleggen wat een beroerd gevoel het is als je dat arme beestje door jouw toedoen, ook al kan je er niets aan doen, zo ziet liggen. Gelukkig zag zij ook in dat ik er geen schuld aan had, maar dat maakte de zaak beslist niet minder triest. Jezus, waarom kon hij nou niet 1 seconde later oversteken. Dan was dit niet gebeurd. Ik zal er mee leren leven, maar ik moet dit nu even van mij afschrijven. Verdomme, verdomme, verdomme.

Geschreven: Opperdoes 9 maart 2006 
Dagtekening: 9 maart 2006 




English nostalgy

Mijn middelbare school de MMS was conservatief en vrij streng christelijk, maar op sommige punten zijn tijd best ver vooruit. Het probeerde elk jaar wel een "schoolreis" te organiseren en de laatste jaren zelf in het buitenland. Dat was best bijzonder voor die tijd. De eerste keer bleven we echter in Nederland. Het was een boottocht naar Leiden en een bezoek aan het Leidse Rijksmuseum voor Oudheden. Stel je voor; met de hele school [het waren toen nog maar vijf klassen, drie eerste klassen en twee tweede] op een boot, de sluizen door richting Leiden. In mijn herinnering was het best goed weer, wat ook wel belangrijk was, want het was een open boot. Van het museumbezoek herinner ik me alleen dat we met z`n allen op een binnenplaats stonden. Wat me het meeste opviel die dag was het feit, dat je de leraren ineens zag in een totaal andere dimensie. Het waren ineens gewone mensen geworden, waar je mee kon lachen en de afstand leerling vs leraar was voor een groot deel weggevallen. Toch gingen we nog niet zover dat we hen bij hun voornaam gingen noemen, dat kwam pas jaren later en heb ik op school niet meegemaakt. Een tweede reisje wat ik me goed herinner was met de eindexamenklas naar Brugge. Dat was een reisje waar we sliepen in een jeugdherberg en wat toen het meeste indruk op me heeft gemaakt waren de schitterende schilderijen van de 13e eeuwse vlaamse primitieven. Al schrijvende kom ik nu tot ontdekking dat zowel de foto`s van de boottocht, als van Brugge spoorloos zijn en dat vind ik toch wel een beetje jammer. Ik zal nog wel eens goed zoeken, maar ik vrees het ergste.


Maar deze reisjes vallen in het niet bij de fantastische schooluitwisseling die we in 1962 hadden met leerlingen uit Hayes, Engeland. In april kwamen de leerlingen van een school daar naar Nederland en werden ondergebracht bij leerlingen hier. Bij mij kwam Jean Vickery. We waren neem ik aan bijna even oud en we hebben met haar buiten de school-activiteiten [waar ik me niets meer van kan herinneren], verschillende reisjes gemaakt, die dank zij het feit, dat ik er wat foto`s van heb, nog weet. Die tochtjes maken gingvrij gemakkelijk want mijn vader reed ons overal heen. Bij elke bezienswaardigheid liet zij zich fotograferen, vandaar foto`s van Jean in Spakenburg, Jean in het Openluchtmuseum Arnhem en Jean op de Sluizen van IJmuiden, die zij mij keurig vanuit Engeland heeft opgestuurd tesamen met een foto van haar familie in de tuin van hun huis.
   

Van mijn tegenbezoek aan Engeland weet ik nog een heleboel en echt niet alleen vanwege de foto`s. We gingen met de Stoomvaart Mij. Zeeland van Hoek van Holland naar Harwich. De boot was de Koningin Wilhelmina. Jean woonde met haar ouders, zus en broertje op 49, Warley Avenue, Hayes, Middlesex. Het was een echt arbeidersgezin en ik vond de inrichting van het huis een beetje sjofeltjes. De huiskamer staat me nog goed voor de geest met zijn onvermijdelijke open haard en bloemetjes behang. Verder een beetje kaal vloerkleed en een eettafel met stoelen eromheen midden in de kamer. Het was een typisch interieur uit de 60er jaren, zoals je die nu nog ziet in de talloze BBCseries die spelen in die tijd. De radio [één zoals je ziet in de clip van Queen Radio Gaga] stond altijd aan en verspreidde luidkeels de "breakfast" programma`s.

Met de taal was het niet echt gemakkelijk. Haar moeder sprak volgens mij Welsh, dus de communicatie ging voor een groot gedeelte via Jean zelf. De bezoeken aan haar school vond ik geweldig, we zaten met z`n allen in de klas en woonden er lessen bij. 
                                                                         
Ook een schoolavond was erg leuk. Vooral het feit dat de meisjes met de meisjes dansten en de jongens alleen maar een beetje stoer stonden te doen, maar geen voet op de dansvloer zetten was iets wat me zeer verbaasde. Die meisjes stonden daar maar zo`n beetje met z`n tweeën hand in hand te huppelen, wat de jive en de twist moesten voorstellen. Gek gezicht voor mij want in nederland waren ze nog steeds aan het ballroomdansen in die tijd.










We zijn verschillende keren naar London geweest. Ik weet nog dat we eerst met de bus naar Sheperds Bush reden en vandaar stapten we over op de Underground. Ik heb heel veel van de stad gezien, mijn naam gekrast in de Tower Bridge [wat ik later zonder resultaat nog heb geprobeerd terug te vinden], gegriezeld in Madame Toussaud en ook buiten London waren er veel excursies voor ons gepland. Zo kwamen we in Hampton Court, Eton en Oxford en natuurlijk Windsor Castle. Jean en ik zijn samen naar Kew Gardens geweest maar ook haar ouders hebben mijveel laten zien van de omgeving.
  

Op een zondag reden we naar Clacton on Sea. We bezochten de pier en ik weet nog steeds dat ik daar er gens vast kwam te zitten in een openbaar toilet. Hoe ik eruit gekomen ben weet ik niet meer, maar ik denk dat ik een behoorlijke keel zal hebben opgezet.
   

In Chalfont St. Giles had Jean een nicht wonen. Het is een pittoresk engels dorpje met als bijzonderheid de cottage waar John Milton [1608-1674] woonde toen hij zijn beroemde gedicht "Paradise Lost" schreef. Hij woonde daar omdat hij London was ontvlucht vanwege de pestuitbraak daar. Wij bezochten die cottage en ik was best onder de indruk van het geheel. Vlakbij Chalfont St. Giles was een "model village" Beconscot, een soort Madurodam, maar dan met allemaal typische engelse huisjes. Ook die bezochten wij en was reuze schattig. Even googelen leert me dat deze attractie nog steeds bestaat en is uitgegroeid tot een waardige toeristische attractie met treintje en al.

Jean`s vader had een klein autootje. Nu ik er nog eens goed over nadenk zal het zo`n autootje geweest zijn met een houten raamwerk aan de buitenkant, die ik nu nog associeer met de gele Morris van Mr. Bean. . Ik had de grootste lol in het Engelse verkeer. Natuurlijk ook toen al reden ze links en was het ook als voetganger uitkijken geblazen. Toch het leukste vond ik het inhalen en richting aangeven. Je zat de hele tijd met je rechterarm buiten het raam. Ronddraaien met je arm de ene kant op was voor linksaf, de andere kant op voor rechtsaf. Je moet er toch niet aan denken dat dit tegenwoordig nog zo zou moeten doen, want je arm werd er in de kortste keren afgereden.

Een van de highlights van die reis was het bezoek aan "The London Palladium". De show heette "Every Night at the Palladium met o.a. een bloedjonge Bruce Forsyth als optredend artiest. Veel herinner ik me niet meer van de show, op één ding na wat me bijzonder verbaasde. Aan het eind van de show stond iedereen op en werd het volkslied "God save the Queen" gespeeld. Dat lijkt me hetzelfde als een theatervoorstelling in de Carré afsluiten met het Wilhelmus. Bizar!


Toen we in de jaren 90 verschillende keren London hebben bezocht speelde een bezoekje aan 49, Warley Ave steeds door mijn hoofd en in augustus 1992 hebben we de gok gewaagd om te gaan zoeken. De busreis naar Hayes was veel langer dan in mijn herinnering. We reden over de lange Uxbridge Road, een naam die ook in mijn herinnering kwam bovendrijven, want Uxbridge was toen het eindstation van de bus. Verder kwamen wij door het voorstadje Southall dat in de 80er jaren een behoorlijke slechte naam heeft gekregen door alle buitenlanders die er woonden en de rellen die er plaats hebben gevonden. Ik vond die busrit niet echt fijn. Er stapten veel allochtonen in en op het laatst waren we zowat de enige blanken in die bus. Hayes was ongeveer hetzelfde. Veel Pakistani en je had het gevoel dat je ergens in India was beland. Volkomen anders dan ik het ervaren had in 1962.

We hebben Warley Avenue gevonden. Nummer 49 ook en het was beslist nog hetzelfde huis. De pakistaanse bewoners hadden het keurig opgeknapt en het zag er beter uit als in 1962. Karel suggereerde nog om aan te bellen om naar de familie Vickery te vragen, maar ik durfde eigenlijk niet zo goed. Ik heb het dus niet gedaan, omdat ik het eigenlijk wel erg lang geleden vond. Bel je daar aan en ga je iets vragen over mensen die 30 jaar geleden in hun huis hebben gewoond. Nee dat zag ik eigenlijk niet zo zitten. Een gemiste kans? Misschien. Een bezoek aan de "Local Council" was nog een optie, maar dan hadden we nog eens terug moeten komen, want we stonden daar in de vroege vooravond. Verder is het allemaal wel leuk om te weten wat er van hen is geworden, maar dan. De contacten aanhouden, of het weer in de vergetelheid laten terugvallen? Dat is ook allemaal niet zo eenvoudig. Dus vond ik het toen allemaal wel goed zo. Nu trouwens nog en ik realiseer me dat die zoektocht intussen ook al weer 17 jaar geleden heeft plaatsgevonden.

Die reis was fantastisch want ik ben er nog steeds trots op dat ik Engeland en London anno 1962 in het echt heb gezien. De zoektocht mocht dan helaas niet helemaal gelopen zijn als we ons hadden voorgesteld. Ach, jammer dan je kan niet alles hebben. Toch heeft die reis iets anders veroorzaakt, want ik weet zeker dat toen al de bodem is gelegd voor dat rare nogal besmettelijke karaktertrekje van mij dat anglofiel zijn heet.

Geschreven: Opperdoes, 21 augustus 2009
Dagtekening: april-juli 1962 + augustus 1992.

De omgekeerde wereld

Dat is natuurlijk weer net iets voor ons. De warmste dag van juli zitten wij ruim 750 km. in de auto. Eigenlijk was dat helemaal niet erg, want met de airco aan hadden we het beter dan de meeste mensen die "gewoon' buiten liepen.

We hadden al een tijdje een trip naar Rheinberg in Duitsland op het oog en het kwam door Suus haar werk net zo uit dat we die dag oostwaarts gingen. Na Rheinberg, waar we een uiterst moderne supermarkt bezochten, had ik nog een tweede uitstapje bedacht en die ging naar de Schwebebahn in Wuppertal. Ik had daar al het nodige van gehoord en mijn nieuwsgierigheid was bij het zien van enkele foto`s bij een kennis al behoorlijk aangewakkerd. Na een bezoek aan een site waar nog meer beelden te zien waren was ik overtuigd dat ik dat zelf wel eens wilde zien. Helaas was het een beetje afzien vanwege de temperatuur, maar dat mocht de pret beslist niet drukken.
 

In Wuppertal aangekomen hadden we de bahn snel gevonden. Je kon hem ook eigenlijk niet missen, want dat ding is beslist niet over het hoofd te zien. Een futuristisch bouwwerk, waarvan je zou denken dat het iets is van de laatste jaren, maar niets is minder waar, want in mei 2001 heeft het zijn 100 jarige bestaan gevierd, Over de schoonheid van het geheel heb ik zo mijn twijfels, maar gemakkelijk is het wel. Je hebt totaal geen last van het overige verkeer en ook andere obstakels zitten meestal niet in de weg.

Nadat we ingestapt waren voor een ritje gaf het een totaal ander beeld. Een groot gedeelte van het traject loopt boven over de rivier de Wupper die hier niet meer is dan een bergstroompje. Langs de kant veel badgasten die enige verkoeling zochten in het water, zelfs midden in de stad.
 

Frappant vind ik de plaatsing van de stations. Tussen de huizen geklemd lijkt het allemaal nogal een benauwde bedoening. 
  

De laatste foto`s zijn in dezelfde straat genomen als de eerste, alleen nu van boven af.


Conclusie: een bloedhete dag met een bijzondere railervaring. Zittende in een tram die als het ware op zijn kop gebouwd is. Je hangt aan de wielen, die evenals de koppeling aan de bovenkant van het tramstel zijn bevestigd. De omgekeerde wereld!

Geschreven: Opperdoes, 2 augustus 2006
Dagtekening: 27 juli 2006

Lake District

Zoals je kunt lezen zit ik zeer confortabel en beslist niet thuis met mijn laptop op schoot dit stukje te schrijven. Mijn reisgenoten zijn al naar bed en dat vind ik best lekker. Ik heb een rottijd achter de rug wat betreft mijn slapen en ik hoop dat ik nu, na drie pogingen van de KNO arts om mij iets meer lucht te verschaffen, enige verbetering kan verwachten. De ingrepen bestonden uit het weghalen van een vergroeiing aan de rechterkant binnenin mijn neus. Nu alle bloed, slijm en andere ondefinieerbare rotzooi er een beetje uit is, geeft het aan deze kant wel enige soelaas. Links zit nog steeds dicht, dus helaas we zijn er nog niet. Maar goed nu even niet, maandag zien we wel weer.





Het was vandaag een prachtige dag. Het Lake District is so wie so heel erg mooi, en als je dan zoals nu er als extraatje nog een laagje sneeuw op de toppen bijkrijgt is het werkelijk super.


Suus en ik zijn naar “The world of Beatrix Potter” geweest, terwijl Karel en Arie in de tearoom op ons zijn blijven wachten. Eigenlijk ben ik best jaloers op Beatrix Potter, die toch maar de fantasie en kennis had om al die weergaloze verhaaltjes te schrijven. Dat zou ik ook wel willen, maar ik ben bang dat de vooral de fantasie en doorzettingsvermogen mij toch ontbreken. Pogingen om echt boeken te gaan schrijven heb ik nog niet ondernomen, ofschoon ik er wel heel vaak aan heb gedacht. Helaas strand ik al bij de eerste horde. Wat moet ik schrijven? Een roman, een novelle, een detective of een actieboek. Als ik dat al niet weet, hoe moet ik dan verder? Een ding weet ik wel. Ik wil niet voor kinderen gaan schrijven maar voor volwassenen. Ofschoon de verhaaltjes van Beatrix Potter wel voor kinderen geschreven zijn, is het meer dan dat. Ze zijn eigenlijk leeftijdloos en wereldwijd bekend. Bussen vol Japanner lopen in de zomer de deur plat bij haar voormalige woonhuis Hill Top in Near Sawrey en bij de attractie “The world of Beatrix Potter in Windermere.

Het is wel een enorme trekpleister voor het hele gebied. Je kan zowat in de illustraties van haar boeken lopen, zo goed zijn de locaties van de tekeningen ook nu nog herkenbaar en bewaard gebleven. Nog steeds ben ik er trots op dat we 10 jaar geleden, bij ons eerste bezoek aan Near Sawrey in de pub genaamd “Towerbank Arms” in een van de tekeningen uit het boek van Jemina Puddleduck heb gezeten. Ook in Hill Top wat bijna naast deze pub ligt, loop je als het ware door haar boeken heen. Je hebt maar weinig fantasie nodig om de Bad Mice de trap op te zien hollen of Peter Rabbit met een grote wortel in zijn poot achter een koolstruik te zien verschijnen. Je zou toch wel een enorme koude kikker zijn als je niet ter plekke stapel verliefd werd op aldeze figuren.

Maar uiteraard is het Lake District niet alleen maar Beatrix Potter. De natuurschoon is fenominaal. Vooral nu. Geen bussen vol toeristen en dagjesmensen die deze kalmte verstoren. Geen filerijders op de steilste passen van het land of sleurhutten die het uitzicht verpesten. Maar een eenzame visser die zijn hengel door de lucht zwengelt en bootjes die op het roerige water schommelen. Boegwater klotst tegen diezelfde bootjes en het hele land is bezaaid met narcissen. “The clouds of golden daffodils’” van William Wordsworth zijn beslist niet verzonnen, ze zijn er echt. Van november tot maart hebben de “locals” en de dieren hun territorium terug. Zelfs de patrijs, die voor de auto langssche erde zag mij als indringer. En zeg nou zelf, zo hoort het toch eigenlijk.
       


Geschreven: Centerparcs Whinfell Forest, UK, 20 maart 2007
Dagtekening: 20 maart 2007

Ninja

Gisteren is het lang gevreesde gebeurd. We moesten Ninja laten inslapen. Het was zielig maar onvermijdelijk. Suzanne zou hier een heel ander stukje schrijven, maar dit zijn mijn ervaringen. Haar enige bijdrage zal zijn, dat ze voor mij even moet nazoeken, wanneer Ninja precies geboren is en wanneer ze bij ons in het gezin kwam.
 

Volgens Ninja`s paspoort is ze geboren op 6 juni 1996 en ze kwam ongeveer een half jaar later bij ons. Dat is eigenlijk al een verhaal apart. Ze had niet zo`n erge goede start in het leven. Toen Suzanne haar zag in een nestje bij een kennis was ze de de laatste en verreweg de kleinste van het stel. Ze viel er voor als een blok, maar ik, Suzanne woonde nog thuis, wilde geen dieren in huis. Slim had ze een andere oplossing gekozen, ze nam het poesje buiten mijn ouderlijke zeggenschap om, en bracht ze haar onder bij bij Sophia en Christiaan die al uit huis woonden. Die hadden al een kat, Caspar genaamd en ze bleef daarbij op de Watermolenweg wonen. Dat ging allemaal niet zo best en na een half jaartje ben ik toch maar door de knieën gegaan en kwam ze bij ons. Misschien ben ik ook wel een beetje voor haar gevallen, want ze is en zal altijd in mijn herinnering blijven als de poes met het liefste koppie dat ik ooit gezien heb. Een beetje klein was dat koppie wel, maar lief....... Eenmaal bij ons thuis was ze best wel schichtig en ze was zeker geen schootpoes. Toch heeft ze niet lang op de Hertog Albrechtstraat gewoond en ze ging al snel met Suzanne mee naar de Zonnedauw.
 
Twee stunten van haar staan nog duidelijk in mijn geheugen gegrift. Bij de eerste kwam er een noodtelefoontje van Suzanne, toen ze ontsnapt was op de Zonnedauw en ze onvindbaar was. Daar ben je dan bezig, tussen struiken, onder balken, haar naam roepen, en vanalles proberen om haar te vinden. Je voelt je beslist niet op je gemak als je je daar als een idioot loopt te gedragen op de openbare weg. Gelukkig hadden we haar gauw gevonden. Ze zat onder de vloer van een schuurtje. Pakken was een ander verhaal. Christiaan kreeg een flinke haal en ze krabde zijn hand open. Die nacht moesten we haar daar laten zitten en nu ik er eens over nadacht weet ik niet meer hoe Suzanne haar uiteindelijk te pakken gekregen heeft. Volgens Ingrid hadden ze haar gevangen met behulp van een kooi van de dierenbescherming.

De tweede stunt was eigenlijk van dezelfde soort. Weer een ontsnappingspoging, hoewel die eigenlijk nog enger was, want het gebeurde bij de stoomtram in Hoorn. Op een kostuumdag zouden we Ninja als historische attribuut meenemen op reis met de stoomtram. In kostuum en met een geleend rieten mandje zouden we op pad gaan. Nou niet dus. Het rieten mandje was wel historisch verantwoord, maar stevig was het niet. En het was zeker niet bestand tegen één van Ninja`s schrik en paniekaanvallen en ze verdween in de kortste keren onder de vloer van het in aanbouw zijnde bijkantoortje. Gelukkig was er een helpende hand in de buurt in de naam van Jan Innemee en was ze snel weer gepakt. Ook die hield er een herinnering aan over in de vorm van een fikse haal in zijn hand. Dat was haar laatste activiteit die dag en we hebben de hele onderneming maar afgeblazen.

  

 Toen Karel en ik hier naar Opperdoes verhuisden hadden we in het begin ook een huisdier. Nadat we geconstateerd hadden, dat er in onze voorraadkast aardig was huisgehouden en er, zelfs door de kartonnen verpakkingen heen, was geknaagd aan onze etensvoorraad, moesten we wel geloven dat muizen ons eten ook lekker vonden. Jahoor op een nacht zag ik het kleine spitsmuisje lopen en ondanks het feit dat ik het best zielig vond, kwam Karel op het goede idee Ninja maar een paar nachtjes bij ons te laten logeren. Misschien zouden we zo van ons huisdier afkomen. Nou nee dus. Zelf heb ik het niet gezien, maar volgens Karel liep Ninja achter de muis aan of de muis achter Ninja, dat weet ik niet meer precies, dus moesten we andere maatregelen treffen om ons eten te beschermen. Uiteindelijk zijn we er wel vanaf gekomen, maar dat was beslist niet het werk van Ninja.
 
Ach, de jaren gingen verder en voor dat je het doorhebt is ook die kleine Ninja een achtenswaardige dame geworden van 13 jaar. Nog niet "stok" maar ook niet meer "piep". De felheid was eruit en ze was een aardige schootkat geworden, die niet meer meteen de veiligheid op zolder zocht, zodra het een beetje druk werd in de kamer. De vensterbank, de bank en boven op de slaapbank waren haar vaste stekkie geworden.

  

Afgelopen 17 augustus, op Suzanne`s verjaardag merkte Ingrid op dat ze op haar wang toch wel een grote bult had. Ik had het wel eens gezien, maar er weinig aandacht aan geschonken. Suzanne ook niet. Toch toen we er over begonnen te praten en er eens serieus over na begonnen te denken leek het toch het verstandigste maar eens naar de dierenarts te gaan. Suzanne die wel een beetje rugdekking wilde, vroeg mij mee, en toen Ninja op de tafel lag, en de dokter in haar bekje keek, schrokken we toch wel een beetje. Haar hele kaak was raar vies wit en de dokter kwam tot de conclusie dat ze een gezwel had dat in haar kaak was gegroeid. Een biopt was de enige optie om te weten wat het precies was, hoewel wij eigenlijk niet twijfelden aan de resultaat.

E n ja, die uitslag bevestigde helaas onze ergste vermoedens. Met de mededeling dat het gezwel inoperabel was omdat het helemaal vergroeid was met haar kaak, gaf de arts haar uiterlijk nog drie maanden. Op onze vraag waar we het beste op konden letten zodat ze in die laatste maanden nog een pijnloos en goed leven zou hebben, zei hij, "zolang ze nog eet, kan ze nog wel door".

Onze beslissing was gemaakt, zodra ze zou stoppen met eten zouden we haar in laten slapen. Vanaf die tijd zagen we het gezwel ongelofelijk snel groter worden. In heb nog nooit zoiets zo snel zien groeien. De laatste maand was ze helemaal mismaakt. Haar oog werd dichtgedrukt en ze moet volgens de arts ondragelijke pijn gehad hebben. Toen Suzanne maandag en dinsdag door het hele huis bloeddruppels zag liggen, welke uit haar bekje en haar oog kwam, nam ze het zeer verstandige maar moeilijke besluit om haar in te laten slapen. Ze at nog steeds, want een half uur voordat we naar de dierenarts gingen likte ze nog de vla van het schoteltje.

De dierenarts, een schat van een vrouw, schrok van Ninja. Dat het gezwel zo groot geworden was in een zo korte tijd verbaasde ook haar, en ze was het ook volkomen eens met ons besluit haar te laten inslapen. We hadden afgesproken dat Ninja eerst een narcose prik zou krijgen, zodat afscheid van haar konden nemen, terwijl ze nog rustig ademend en al slapend op tafel lag. Toen maakte we nog even de oude Ninja mee. Tijdens de prik, die pijn zou doen omdat de arts in de spier spoot, stoof ze op en sprong naar de andere tafel bij de computer. En dat terwijl ze in geen weken meer ergens vanaf had gesprongen. We stonden stomverbaasd. De dosis die ingespoten was, was nog veel te weinig. Bij de volgend injectie, plaste ze en sprong weer op. Nu was het echo-apparaat dat aan de andere kant van de kamer stond haar doelwit. Daar poepte ze zowaar nog een beetje op. De derde keer sprong ze op de grond, maar toen had ze genoeg verdovingsmiddel binnen om even later de strijd op te geven. Als een dronken kat ging ze neer. Toch gaf ze de strijd nog niet helemaal op. Een tweede spuitje bracht haar eindelijk rust. Die Ninja!, ze had er een spectaculair afscheid van gemaakt, dat is een ding dat zeker is.

     

Ninja [21 oktober 2009 - 10.44 uur]

Geschreven: Opperdoes, 22 oktober 2009
Dagtekening: 6 juni 1996 - 21 oktober 2009

Schützenfest & Igelbraten

Een paar dagen geleden toen ik voor de tv zat te zappen kwam ik langs een Duits kanaal dat een reportage liet zien van het Neusser Bürgerschützenfest. Een enorme optocht met fanfaremuziek en Duitse mannen, keurig in pak of uniform, die met een geweer over de schouder en bloem in de loop, door de straten van Neuss marcheerden. Goh, ja verhip, dat hadden wij ook een keertje meegemaakt.

Het gebeurde allemaal in een klein plaatsje in het Hochsauerland, genaamd Eslohe, waar wij in 1976 en 1977 onze vakanties hebben doorgebracht. Over die vakanties heb ik al eens eerder geschreven, maar dat was alleen over een nostalgisch bezoek, waarin we allerlei bekende plekjes van Eslohe anno 2006 gingen herontdekken. Over het schutzenfest heb ik toen niets geschreven hoewel ik wel op de plaatsen geweest ben waar het zich toen allemaal afspeelde en ik zal er toen ongetwijfeld aan zal hebben gedacht. Dom dat ik er toen niet over schreef?, Ach nee, het blijkt maar weer eens dat ik soms een duwtje nodig heb om de herinneringen weer los te maken. In dit geval was het dus de tv, maar het kan vanalles zijn en niet zelden komen die flash-backs dan via een idiote gedachtekronkel.



Nu dus dat schutzenfest. Het schuttersfeest, want zo heet dat in het hollands, vond in juli 1976 plaats en heel Eslohe stond op z`n kop. In de buurt van de grote Schützenhalle was de kermis al een paar dagen aan de gang. Het begon met een optocht op de zaterdagmiddag. Weliswaar was deze een beetje kleiner dan die ik op de tv zag, maar ook hier mochten de mannen er wezen. Opvallend was wel dat de meesten niet meer zo piep waren, maar dat maakte de zaak eigenlijk nog imposanter.

Voorafgegaan door de fanfare marcheerden zij door het plaatsje. De notabelen [ongewapend] liepen voorop, keurig in pak, geflankeerd door hun vrouwen in groot gala. Sommigen waren zo behangen met medailles, dat het me verbaasde dat ze nog rechtop liepen. Meer naar achteren liep de gewone man met geweer op de schouder en bloemen in de loop. Zij waren gekleed in een normale lange broek en overhemd of trui en, echt Duits, een hoed met een veer. In deze groep liep ook onze gastheer Herr Schulte mee, die ons attent had gemaakt op het hele gebeuren.

De hele optocht eindigde in de Schützenhalle, waar, niet tot onze verbazing, het bier rijkelijk vloeide. Wij hielden het bij een flesje fris en dat vond ik eigenlijk een beetje genant. Gelukkig waren onze kinderen erbij, en dat was volgens mij wel de beste verontschuldiging om onder die bierdrinkerij uit te komen. Bier en fanfaremuziek, kon het nog duitser? Jahoor, de volgende morgen, begon het tweede deel van het programma.

                      

Achter ons appartement, dat al redelijk tegen een berg op lag, liep een pad, steil omhoog. Dan kwam je hijgend op een open plek omgeven door bos, waar een soort monumentje stond, in de vorm van een hek om een boom. Op dat hek, dat in een vierkant om die boom heen stond, was aan alle vier kanten een plaquette met een naam bevestigd. Wie het waren en waarom die mensen, wiens namen daar stonden, het verdiend hadden daarop vermeld te worden, daar zijn wij nooit achter gekomen, maar dit was een mooie open plek waar men al een paar dagen voor het feest enorm aan het werk geweest was met voorbereidingen tot iets waar wij in eerste instantie niets van snapten. Er werd een stellage neergezet met een hijsconstructie. Onderaan die hoog opstaande palen was een kistje bevestigd. Verder een kraampje voor de hoognodige verfrissingen [ lees bier].

Op die zondagmorgen dus marcheerden de heren, nog even keurig in pak als de vorige dag, maar zonder vrouwen, achter de muziek aan de berg op. De kist of liever gezegd het kastje werd geopend door de voorkant eraf te halen en het bleek dat daarin een houten vogel zat. Hij lag als het ware plat tegen de achterkant. Je zag hem op zijn rug, de kop omhoog, de vleugels gespreid naar de zijkanten en de staart naar beneden. Het kistje werd omhoog gehesen en zo werd die vogel, metershoog in de lucht het doel waarop ze gingen schieten. Ja, dat had ik kunnen bedenken, het heette niet voor niets een schuttersfeest.



Wij konden achter een veiligheidsbarriere bestaande uit boomstammen, toekijken. Van spelregels, winnaars of verliezers wist ik niets, maar ik vond het eigenlijk allemaal maar een bizar gebeuren. Ten eerste al dat openlijke vertoon van dat vele wapentuig. Dat stond me eigenlijk niet zo aan, bloemen of geen bloemen dat maakte bitter weinig uit. Maar ook dat gemarcheer lag bij mij nog wel een beetje gevoelig, gezien de vele verhalen van de afgelopen oorlog, die we in onze opvoeding in grote getale hadden meegekregen. Aan de andere kant was het ook wel leuk om zo iets aparts mee te maken, want dat zie je natuurlijk niet elke dag.

In 1977, de volgende vakantie dus, hebben we nogmaals die berg beklommen om een festiviteit mee te maken. Deze had gelukkig niets met schieten te maken. Op een avond nodigde Herr Schulte ons en de andere gasten van het appartement uit om de berg op te komen. Wat wij precies gingen doen wisten we niet, maar het leek op een barbecue. De hele etensboel ging de berg op waar hij ons inwijdde in de kunst van het “Igelbraten”. Men neme een aardappel, wat uien en vlees, en pak dat goed in het allumiumfolie. Dat is de “Igel” en die stop je dan in z`n geheel in een smeulend houtvuur, terwijl je hem in het vuur afdekt met houtsnippers of wat je maar bij je op de grond voorhanden hebt. Je bent per slot van rekening in een bos. Zo braad je de "Igel" gaar. Natuurlijk is dan wat gepeuter en gepulk nodig om het gloeiende allumiumfolie te openen maar de beloning is er naar. Het is echt lekker. Vanzelfsprekend was er ook de nodige drank aanwezig.

       

Het was alles bij elkaar een gezellige boel op die berg en toen het donker begon te worden had je het licht van het vuur nodig om nog een beetje te kunnen zien wat je at of dronk. Dat was natuurlijk nog leuker, en zeker voor de kinderen die dit veel plezieriger vonden dan om zeven uur naar bed gaan.

Trouwens over licht gesproken, toen Ingrid dat stukje las, maakte zij mij erop attent dat het haar eerste ontmoeting was met vuurvliegjes. Helemaal waar Ingrid, niet alleen voor jou hoor, ook voor mij was dat de eerste keer dat ik ze zo bewust meemaakte. Het is een wonderlijk en feeëriek gezicht, al die bewegende lichtpuntjes om je heen.

Al met al was het eerste en enige keer dat wij zo`n sociaal gebeuren hebben meegemaakt met onze medegasten gedurende een vakantie en het was een superervaring. Soms, heel af en toe als ik een survival programma op tv zie, moet ik daar dan nog wel eens aan terugdenken, want zeg nou zelf, doen zij eigenlijk niet precies hetzelfde. Hoewel, allumiumfolie? Ik denk niet dat ze dat dan in hun bagage hebben zitten.

Geschreven: Opperdoes, 9 september 2009
Dagtekening: Zomer 1976 en 1977

Strand

Woensdagmiddag hebben we een poosje heerlijk in het zonnetje langs het strand gelopen. Karel had op de radio gehoord dat er sneeuw gevallen was aan de kust en dat witte spul oefent op ons nog steeds een grote aantrekkingskracht uit. Jammergenoeg lag er te weinig sneeuw om echt enthousiast over te worden, maar in het zonnetje was het ook lekker. Vergeleken met een week geleden toen die keiharde storm langs de kust raasde, was het natuurlijk maar een tamme bedoening. Toen was het echt gekkewerk om in de auto te stappen, maar de eerlijkheid gebied me wel te zeggen dat het me moeite kostte om de verleiding te weerstaan. Gezond verstand en de overheid [die weeralarm na weeralarm afgaf] wisten me te overtuigen.
 

Onze favoriete plek is Bergen aan Zee, want lui als we zijn kunnen we daar met de auto vrij dicht bij het strand komen. Ook parkeren is in deze tijd van het jaar geen probleem. Was er in November al behoorlijk wat zand weggeslagen; nu is nog minder over. De wind heeft zoals je ook op eerste combifoto kunt zien, nog net de rij paaltjes laten staan waar in november nog zeker twee meter hoog zand voor lag.
  

Het strandpaviloen waar we tweeen halve maand geleden nog onderdoor konden lopen, werd, vertelden ze ons toen, de dag daarna voor de winter afgebroken. Dat was maar goed ook want als ze dat niet hadden gedaan laat het resultaat zich raden.

Waterplaatjes tegen de zon in blijven mooi. Er was wel wat minder schuim dan de vorige keer, maar toch het is en blijft het mooi. En…… geen foto is hetzelfde!!!!!
  


Geschreven: Opperdoes, 26 januari 2007
Dagtekening: 24 januari 2007

Terug naar Eslohe

Gisteren zijn Karel en ik met Ingrid en Suzanne terug gegaan naar de plaats waar we in 1976 en 1977 onze vakantie hebben doorgebracht. Dat was toch wel een aparte ervaring. Vooral voor die twee meiden, omdat Karel en ik er een jaar of twee geleden al een keertje snel waren doorgereden. Nu hebben we er de tijd voor genomen en het is verbazend om te zien wat er na 30 jaar veranderd of juist niet veranderd is. Vooral ons vakantieadres was doel van de reis. Moeilijk te vinden was het niet, want ik wist nog precies waar het stond en foto`s had ik genoeg om het te herkennen.



In het verleden stond het bijna vrij. Er was een lang pad dat naar de straat beneden liep. Dat is intussen wel een beetje anders geworden. Het lag uiteraard nog steeds hoog, maar van een vrij uitzicht was geen sprake meer en het pad ernaartoe was helemaal verdwenen. Helaas zijn de foto`s niet uit dezelfde hoek gemaakt, maar met een beetje moeite is het wel te traceren.
 


De weg die onderlangs het vakantieappartement liep en loopt is nog steeds even druk en het hoekje bij de kerk is nauwelijks veranderd.



Toch was de achterkant of voorkant [het is maar net hoe je het bekijkt] nog het minst veranderd. De plek waar we de egel vonden is er nog steeds, hoewel de metalen afvalcontainer plaats gemaakt heeft voor klikoos.
 


Wat mij het best is bijgebleven is de berg achter het huis. Ik wilde graag nog eens boven om een kijkje nemen, maar heb toch wel even geaarzeld of ik het zou doen. Ingrid begon echter stoïcijns te klauteren en dat was het kleine duwtje dat ik nodig had. Er lagen nogal wat natte bladeren, dus was het best wel glad en het was een behoorlijke klim. In mijn herinnering en op de foto`s kan je zien dat er vroeger weinig bomen stonden en je een prachtig uitzicht op Eslohe had. Nu was er een behoorlijk bos wat in die 30 jaar aardig was aangegroeid. Eenmaal boven stond je op een kiezelplateau, waar zich middenop een grote boom bevond, met een vierkant hek eromheen. Op dat hek bevonden zich vier herinneringsplaten met namen voorzien van een geboorte- en sterfjaar.
 


Helaas was het hele monument nu vreselijk verwaarloosd. De boom was half dood en een grote tak, die van de boom was afgebroken, had het hek met de herinneringsplaten behoorlijk vernield. Een naamplaat lag er zelfs vanaf. Toch ben ik blij dat ik naar boven ben gelopen want het was het geweldig om op de plek te staan waar we allemaal zoveel leuke herinneringen aan hadden. Allereerst het vogelschieten van de schuttersvereniging. Een bord met een grote vogel werd naar boven gehesen en degene die uiteindelijk de vogel naar beneden schoot, was schutterskoning van dat jaar. Het evenement had in 1976 veel hollands publiek want ons vakantiehuis zat vol met landgenoten. Het jaar daarop had Josef Schulte, de eigenaar van het appartementenhuis, een soort barbecue georganiseerd. Met alle gasten ging hij op die berg “Igelbraten”. Een stuk vlees met aardappel werd in allumiumfolie gewikkeld en in een open vuur gebraden. Het was geweldig lekker en natuurlijk werd de drank ook niet vergeten. [Zie: Schutzenfest en Igelbraten-2009]

De Hauptstrasse van Eslohe was niet zoveel veranderd. Zoals zo vaak is er nu een rotonde bij binnenkomst van het stadje en ook is er een gloednieuwe weg dwars door “ons” paadje naar het zwembad gelegd. Heel veel kleine weggetjes waren niet meer te traceren en ook “mijn” fotogenieke kerkje kon ik niet meer vinden. De forellenhof die in mijn herinnering midden in het weiland lag, ligt nu langs een grote weg en last but not least het “Tretbecken” ligt hopelijk nog verborgen achter een gigantische woonwijk. Wij zagen het in ieder geval niet.

Toch was er nog een cruciale plaats die wat aandacht waard is. Dat was de supermarkt, die weliswaar wel van naam en waarschijnlijk ook van gebouw, maar zeker niet van plek was veranderd.
 


Dat foto`s naast elkaar leggen is leuk. Ik zal het in de toekomst zeker nog vaker doen, want hoewel ouder worden beslist niet een van de leukste dingen is in het leven, is het vergelijken tussen verleden en heden een leuke bezigheid, waarvoor je eerst een herinnering hebt moeten kunnen opbouwen. Daarbij heb ik in mijn leven veel foto`s gemaakt, wat mij dus materiaal genoeg geeft om dit spelletje nog jarenlang vol te houden.

Geschreven: Opperdoes, 6 december 2006
Dagetekening: zomer 1976 en 1977, december 2006